OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Prinsen van Oranje en Nassau

Prins Filips Willem van Oranje

Filips Willem (Buren, 19 december 1554 - Brussel, 20 februari 1618), Prins van Oranje, Graaf van Nassau, Graaf van Buren, was de oudste
zoon van Willem van Oranje en zijn eerste echtgenote Anna van Egmont. Filips Willem werd deels vernoemd naar de Spaanse koning Filips II.
Nadat Willem van Oranje in 1568, het begin van de Nederlandse Opstand, de wapenen had opgenomen tegen Filips II, werd zijn zoon Filips Willem,
die toen student was aan de Universiteit van Leuven, gevangengenomen en vanuit Leuven naar Spanje ontvoerd. Hij fungeerde als gijzelaar in Spaanse
handen. Gedurende zijn lange verblijf in Spanje kreeg hij een katholieke opvoeding. Aan de universiteit van Salamanca voltooide hij zijn studies.
Pas in 1596 mocht hij naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden reizen. Op dat moment kwam hij echter de Republiek niet in, omdat hij
niet vertrouwd werd en als vrome katholiek werd beschouwd en als aanhanger of spion van Spanje.

(l) Prins Filips Willem van Oranje, (m) Sterfbed van Filips Willem en (r) Eleonora van Bourbon-Condé

Bij de dood van zijn vader in 1584 erfde Filips Willem het vorstendom Oranje. Bij het tekenen van het Twaalfjarig Bestand in 1609 ontving hij alle
Nassause bezittingen in de Zuidelijke Nederlanden. Met zijn reeds protestantsgezinde broers Maurits en Frederik Hendrik voerde hij een felle strijd over
de erfenis van zijn vader. Ook erfde hij van zijn vader het Graafschap Buren. Tijdens zijn gevangenschap in Spanje nam Filips Willem's zus Maria zijn
taken in de Noordelijke Nederlanden waar. Op 23 november 1606 trad hij in Fontainebleau in het huwelijk met Eleonora van Bourbon-Condé
(1587-1619), een nicht van de Franse Koning Hendrik IV, en een dochter van Hendrik I van Bourbon-Condé. Het huwelijk bleef kinderloos.

Sinds 1596 woonde Filips Willem in de Zuidelijke Nederlanden in het Nassaupaleis te Brussel. Op verzoek van de Noordelijke Staten-Generaal hield hij
zich niet bezig met politieke zaken. In 1599 werd hij ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Nadat hij in 1609 zijn rechten deels teruggekregen had en
hij weer toegang had tot de Republiek, woonde hij korte tijd in Br e da. Filips Willem overleed op 20 februari 1618 op 63-jarige leeftijd in Brussel na
een verkeerde klysmabehandeling. Hij ligt begraven in de Sint Sulpitiuskerk te Diest.

Filips Willem was Heer van Diest, dat hij had verkregen na de dood van vader. Bij testament had hij al zijn bezittingen niet aan zijn vrouw, maar aan zijn
halfbroer Maurits vermaakt. Bij datzelfde testament vermaakte hij als Heer van Diest een grote som geld aan de parochie H. Sulpitius, opdat voor de altijd
trouw katholiek gebleven Oranje-telg in Diest jaarlijks een plechtig requiem zou worden opgedragen door de lokale pastoor. Onlangs werd dit
testamentum 'herontdekt' en werd de mis voor de overledene in ere hersteld. Diest eert hiermede Filips Willem als teken van de verbondenheid van
de stad met het Huis van Oranje-Nassau.

Het leven en werken van Filips Willem ging bepaald niet over rozen, laat staan dat de zo geroemde maneschijn er invloed op had. Integendeel, voor elk van zijn bezittingen diende de Prins letterlijk te vechten. Dat was iets waar hij falikant op tegen was. Filips Willem was een groot voorstander van het voeren van diplomatiek overleg met de vijand. Die vorm van oplossen van problemen stond hij na.

Ook in de strijd met zijn broers Maurits en Frederik Hendrik - hij was immers de oudste zoon van Prins Willem I van Oranje - werd geen middel door deze geschuwd om maar in het bezit te blijven van de uiterst grote en van een meer dan fors fortuin voorziene nalatenschap van vader Willem. De eerste Prinsen uit het geslacht Nassau - buiten die uit het Huis Baux - bezochten hun onderdanen in Orange zeer zelden. Toch gebeurde dit door een van zijn voorgangers. In 1534 betrad René van Nassau

Koning Filips II van Spanje

vergezeld door zijn vader alsmede een groot schitterend gevolg de bodem van het Prinsdom. Hij moest wel. René vergezelde de Koningin van Frankrijk, Eleonora van Oorstenrijk, die op weg was naar Spanje. Tien jaren later - 1544 - stierf deze Prins en ging de titel zowel als de nalatenschap over op Prins Willem I van Oranje. De erfopvolger deed ook al niet veel moeite om Orange te bezoeken.

Bovendien had Willem de Zwijger het drukker met staatszaken de Nederlanden betreffende dan zich sabbel te maken om het Prinsdom in Frankrijk. De rechtmatige opvolger, na het vermoorden van Prins Willem I, was uiteraard zijn oudste zoon Filips Willem. Doordat deze al op jonge leeftijd door Alva - in opdracht van Koning Filips II - was gekidnapt en naar Spanje werd overgebracht, kon deze niet de nalatenschap opeisen. Het beheer van zijn bezittingen werd opgedragen aan zus Maria.

Filips werd in Spanje al gauw bekeerd tot het katholieke geloof en naar Spaanse normen opgevoed. Het beoogde doel, verwijdering tussen vader en zoon
Oranje door de Spaanse Koning, kende met deze ontvoering zijn eerste succes. Vooral de strijd om het Prinsdom Orange liet zijn sporen na. Immers,
wie dat in zijn bezit had of zijn rechten op de titel kon laten gelden was Prins van Orange (Oranje). Een titel die meer waard was dan Graaf van een of
andere heerlijkheid of fraai stuk land te spelen. De titel Prins van Oranje legde gewicht - ook internationaal - in de schaal. De gevangenschap van de
oudste zoon van Willem van Oranje werd in 1596 beëindigd. Filips was vrij man maar werd in de Nederlanden en het Hof genegeerd. Het gerucht ging
dat dit kwam door mogelijke Spaanse sympathieën.

Doordat het Edict van Nantes een einde maakte aan de vele godsdienstoorlogen en de vrede van Vervins - in 1598 - was getekend, herstelde de
Prins van Oranje zich in zijn soevereiniteit. De door de Koning van Frankrijk, Hendrik IV, benoemde gouverneur van Orange, Blacons, die een waar
schrikbewind voerde over het Prinsdom, was wel zo handig om zijn onderdanigheid in Brussel aan de Prins te betuigen. Getroffen door de betuigingen
aan zijn adres alsmede de onmogelijkheid hem te vervangen door iemand ander, bevestigde Filips Willem hem vooralsnog in functie. Een baan waar de
Gouverneur zijn macht zeer misbruikte, tegen alle fatsoensnormen in. Het belazeren van de boel was het minst dat Blacons deed. Het volk geselen en
onderdruk zetten van slechts een bijzaak. Hoofdzaak was het alom geroemde geld, de poen oftewel de centen. Daar draaide het voornamelijk om.
Rijk worden was het devies van dat soort mensen. Filips kreeg dus ook daar mee te maken.

Dankzij de hulp van Koning Hendrik IV, gelukte het de Prins van Oranje zijn macht te herstellen. De stad was verrast door de mededeling van hunne Hoogheden, dat zij met alle eerbewijzen wensten te worden ontvangen in hun Prinsdom. De raad besloot daarop de Prins en Prinses van Oranje, te ontvangen met alle denkbare eerbewijzen, betuigingen van gehoorzaamheid en onderwerping, die ware onderdanen hun soevereinen en wettige Prins verschuldig waren.

Orange was geheel vervuld van vreugde. De steden Courthézon, Jonquieres en Gigondas zonden hun vertegenwoordigers. De voornaamste edellieden en de hoge burgerij verenigden zich tot een indrukwekkend stoet die op 12 januari 1607 de Prins en Prinses van Oranje aan de oevers van Rhone opwachten. De schepen legden aan in de haven van Balthazar. Ge du lig onderging het echtpaar de hulde van de onderdanen. Het Parlement, de Geestelijkheid, de Predikanten, de Consuls en leden van de Raad hielden de ene toespraak na de andere afgewisseld door een knetterend salvo van musketten. De poort van Orange was versierd met de wapens van beide Hoogheden.

Filips Willem kreeg de gouden sleutels van de stad aangeboden. De Prins van Oranje kwam door dezelfde poort Orange binnen als waar hij vier jaren geleden door was gevlucht. De geschiedschrijver La Pise, die van deze plechtigheden getuigen was, heeft ons een levendig beeld nagelaten. 'De gevels der huizen in de straten, waardoor de Prins trok, waren met tapijten behangen en hij vond op zijn weg verschillende Triomfbogen een een scala aan voorstellingen ter ere van de grootheid van de Geslachten van Filips Willem van Oranje en Eleanora de Condé, Prinses van Oranje'.

Moeder Anna van Buren

De Prins was eindelijk heer en meester in zijn Prinsdom. Sedert zijn aankomst was Filips Willem er op uit om de orde in dat gebied te herstellen. Er was
veel te doen omdat er veel was verwaarloosd door de vorige gouverneurs. Alle delen van de administratie, zoals financien, justitie alsmede de Kerk
werden onderhanden genomen. Op 27 januari 1607 gaf de Prins van Orange opdracht tot de benodigde onderzoeken voor een hernieuwde verklaring
van de privileges van de burgers. De vroegste hiervan gingen terug tot vier eeuwen geleden. Charters werden onderzocht en ontcijferd.

Het Edict dat op 5 april 1607 werd opgesteld gaf een helder inzicht in deze materie. Op 25 april daarop volgend werd door Filips Willem met zoveel
mogelijk pracht en praal aan de bewoners van het Prinsdom bekend gemaakt wat het Edict inhield. De annalen van het Parlement van Orange bevatte
een lange beschrijving van deze plechtigheid. Notulist La Pise schreef in zijn begeleiding:' Zowel de stad Orange als het gehele Prinsdom was van het begin
af aan dankbaar voor het verblijf van Filips Willem, Prins van Oranje alsmede zijn krachtdadig optreden. Als dit zo was doorgegaan, bestond er geen volk
onder de hemel, zo gelukkig als dit.

Op de al eerder genoemde dag was er een stellage gemaakt tegen het midden van de grote muur, ongeveer 1,20m boven het grondniveau. Het was bedekt met Turkse tapijten en in het midden van dat plankier stond voorzien van drie treden - een fraai gebeeldhouwd stoel.

Het was voorzien van een soort troonhemel vervaardigd van karmozijn fluweel, afgezet met een gouden bies. De muur erachter was bedekt met Vlaamse tapijten. Beneden stond tevens een bank met aan zijn linkerzijde een kleine tafel met ook een zetel daarvoor.


Het Edict van Nantes, ondertekend door Vorst Filips Willem

Door klokgelui en trompet- geschal waren de mensen al om 9 uur 's morgens samengestroomd op het Cire-plein. De consuls van de stad Orange haalden tezamen met de edellieden van het Huis van Oranje, Rechtspresidenten , Leden van het Parlement en Notabelen, vergezeld van de schildknaap Mario Arzelles van Filips Willem,
Zijne Hoogheid op.

Aangekomen op de plaats van bestemming nam de Prins van Orange in de fraaie zetel plaats. In de uren die hierna volgden, spraken de Advocaat-Generaal van het Parlement en de eerst Consul, Filips Willem toe.

Daarna las de schrijver Jacques de la Pise het Edict voor, dat de vrijheden van de stad en haar burgers bevestigde, waarna de Prins de registratie gelastte.
Vervolgende legden zowel de Burgerij als de Prins van Orange de eed af zich te houden aan dit Edict. Deze plechtige bevestiging van de vrijheden der
inwoners alsmede die van Oranje, was de eerste stap tot reorganisatie van het Prinsdom. Vervolgens kwamen alle steden en onderdelen van
de Regering van het Prinsdom aan de beurt.

De eed van het Volk en de Prins van Orange

Ce estre leur droicturier et souverain, et comme tel, levant la main droite á Dieu, ont promettent d'obeyr a ses Lois, edits et ordonnances, garder et
observer tous les chappitres du serement de fidelité sellon les anciens en nouveau Droits et aultrement fere tout ce que doibvent vrais en fidelles subjects
envers leur Prince Soeverain. Et moi dict Seigneur le Prince leur a promis et promet de les proteger, garantir et deffendre de son pouvoir, envers en
contre tous, garder et faire garder et observer les Liberté, franchises, immunités et concessions.'

Andere even belangrijke verplichtingen riepen Filips Willem al snel terug. In de laatste maanden van het jaar 1608 verliet hij het Prinsdom om naar
Brussel te gaan. Ondanks de strubbelingen die hem daar te wachten stonden, verminderde zijn zorg tegenover zijn onderdanen niet. Zeer veel
ordonnantiën gedateerd uit de jaren 1608 t/m 1615 werden door de Prins van Oranje uitgevaardigd. De meesten ervan hadden betrekking op de
toegestane vrijheden, het herstel van de verwoestingen aangericht door slecht functionerende gouverneurs en vele andere zaken. De Prins kwam nog
een keer terug in Orange waar gouverneur Cocquelmonde - door hem benoemd - werd verdacht het voorbeeld van zijn voorgangers te willen navolgen.
Filips Willem arriveerde op 24 september 1615 en bracht daar de winter door. Hij hield zich bezig met het kasteel te herstellen, het te verfraaien en
feesten te geven voor naburige Heren.


Doodsbed van Prins Filips Willem van Oranje, omringd door geestelijken en linksachter Prins Maurits

Ook reisde Filips Willem veelvuldig naar de stad Avignon, waar de Prins met de groots mogelijke eer werd ontvangen aan het Hof van de vice-legaat.
Gedurende dit verblijf in het Prinsdom,overstelpten de bewoners hem met veel bewijzen van genegenheid. Filips Willem van zijn kant, schonk de
bevolking kostbare gunstbewijzen. Toen zijn onderdanen op 18 februari 1618, de goede gezondheid van hun heerser vierden met feesten en vuurwerk,
kon niemand vermoeden dat het leven van Filips Willem, Prins van Oranje spoedig ten einde zou lopen. Een onhandigheid van een chirurgijn werd door
de Prins heel duur betaald: met zijn leven. De aderlating en het toegediende klysma, luidde voor Filips Willem Prins van Oranje, oudste zoon van
Prins Willem I 'de Zwijger' van Oranje het einde in van zijn aardse tijdperk.

Hij werd begraven - luidens zijn laatste wil - in Diest in België. Op 1 april 1618 werd Filips Willem bijgezet in een grafkelder onder het hoogkoor van de
Sint Sulpitiuskerk van Diest. Deze plaats lag het dicht's bij Brussel zoals aangegeven in zijn testament. Een plaats in de grafkelder in de Nieuwe Kerk
te Delft was dus uitgesloten omdat de overledene dit niet had gewenst. De speciaal gebouwde grafkelder ligt in het midden van het koor en is afgedekt
door een zerk van zwart marmer. De huidige plaat op het graf is in 1965 geplaatst bij de viering van de Unie van Oranjesteden (Breda, Diest, Dillenburg
en Orange). De oude zerk werd geplaatst in de muur achter het hoogkoor. Op de grafzerk staat een Latijnse tekst die vertaald als volgt luidt:

Het graf van Prins Filips Willem van Oranje te Diest (B)

Aan God, de opperste
en grootste

Ingang van de begraafplaats
Van de Doorluchtige
Prins Filips Willem,
Prins van Oranje,
Graaf van Nassau, enz.

Overleden te Brussel
20 februari 1618
Hij rustte in Vrede

Vlag stad Orange (F)

Onder de grafsteen voeren twaalf treden naar een kleine catacombe. Deze moest in 1618 speciaal gegraven worden om de Prins ten ruste te leggen.
dragen. De vorst ligt gebalsemd in een loden kist, aan het voeteneinde staat een cilindervormig tonnetje met diens hart en ingewanden. In 1740 werd de
kelder geopend maar de reden daarvoor blijft onduidelijk. In 1851 werd in het hoogkoor een nieuwe vloer gelegd. Daarbij werd ook de steen gelicht van
de grafkelder. Van deze opening is een uitgebreid verslag gemaakt waaruit naar voren komt dat de loden kist nog intact is maar dat de houten kist
daaromheen grotendeels vergaan was. In december 1944 werd de kelder wederom ontsloten, ditmaal om te kijken hoe de resten hersteld zouden moeten
worden. Bij deze opening werden ook foto's gemaakt door het Koninklijk Kunstpatrimonium. Hierna werd een correspondentie gevoerd met het
Nederlandse Koningshuis aangaande de staat en de wijze waarop het onderhoud diende te geschieden.

Koningin Wilhelmina liet vanuit Londen blijken dat zij hoopte dat het stoffelijk overschot van Filips Willem naar Delft zou kunnen worden overgebracht.
Dit laatste zou evenwel niet in lijn zijn met de laatste wil van de overledene zelf, zo werd voorzichtig vanuit België kenbaar gemaakt. In 1947 werd de
kelder wederom geopend om twee afgevaardigden van de Koningin te laten zien wat de situatie was. Geconstateerd werd dat de gekalkte muren en het
gewelf afgeschilferd waren en dat de loden bodem en het tonnetje met de ingewanden erg aangetast waren. De houten kist was nu bijna geheel verrot en
de ijzeren staven waarop de kist rustte bijna geheel doorgeroest. Het besluit viel om een voorstel tot restauratie te maken. Om te kijken in welke staat
het stoffelijk overschot in de loden kist was, werd in juli 1948 ook de binnenkist geopend.

Er werd een officieel verslag van de opening gemaakt maar het nut om de kist te openen leek meer ingegeven door nieuwsgierigheid dan door
wetenschappelijke redenen. Het Stadsbestuur en de Kerkenraad dachten waarschijnlijk interessante zaken in het graf te zullen aantreffen. Maar dat viel
tegen. In het verslag komen een aantal zaken naar voren die meer zeggen over de werkelijke reden om de kist te openen: "Geen enkel document, sieraad
of attribuut werd in de kist gevonden. Evenmin werden sporen ontdekt van een statiekledij". Bij een van de openingen werd door de toenmalige koster
een foto genomen van de loden grafkist waarvan een prentbriefkaart werd gemaakt. Deze kaart bereikte in 1960 het Koninklijk Huisarchief in
's-Gravenhage alwaar het kiekje leidde tot een storm van verontwaardiging.


Stadhuis en de St. Sulpitiuskerk in Diest

Door de Kerk, die het voorval zeer betreurde, werd de prentbriefkaart uit roulatie genomen maar in Flandria Nostra was al een foto gepubliceerd.
Later werd de foto nog een aantal malen gepubliceerd en werd er veel gespeculeerd over de Prins en ook over een mogelijke restauratie. Zover is het
nooit gekomen. De kelder heeft wel een nieuwe deksteen maar daaronder rust de Prins nog steeds zoals hij dat vanaf 1 april 1618 heeft gedaan.
Wie de Sint Sulpitiuskerk in Diest nu bezoekt ziet een kerk die gedurende vele jaren grondig werd gerestaureerd. De mededelingen van de kerkfabriek
die er jaren hebben gehangen en waarop stond dat zij niet verantwoordelijk was voor het slechte onderhoud zijn gelukkig verdwenen.
Het gebouw ziet er als herboren uit. Er is veel aan gebeurd.

De kerk werd in de afgelopen jaren grondig onder handen genomen door specialisten op het gebied van onderhoud van oude gebouwen. De buitenkant
werd grondig vernieuwd, veel metselwerk hersteld daar het door de tijd teveel was aangetast. De toren diende gestabiliseerd te worden daar de
fundering niet meer in staat was het volledige gewicht daarvan te dragen. Het gevaar bestond dat de toren gelijk die van Pisa zou worden en dat was
niet gewenst. De daken werden gerestaureerd, waar nodig vernieuwd en voorzien van bliksemafleiders. Het binnen gebeuren werd aangepast waarbij
de vloer extra veel aandacht kreeg. Stuk voor stuk werden de tegels eruit gehaald, waar nodig vernieuwd en wederom gelegd. Het monumentale
beeldhouwwerk binnen gerepareerd en geschilderd. Het orgel opgeknapt en het kerkkoor terug gebracht in de staat waarin het thuis hoorde.


Het vernieuwde interieur van de Kerk

De kosten van al dit werk liepen in de miljoenen euro's waarbij de stad Diest, het kerkbestuur, dankzij vele donatie's, de overheid van het land en de
Europese gemeenschap hun bijdragen daaraan hebben geleverd. Het resultaat is een prachtig gerestaureerde kerk, zowel binnen als buiten die voor
een fors aantal jaren ons weer kan plezieren. De Heer van Diest kan tevreden zijn. Een fraai monument omringt de plaats waar zijn stoffelijk omhulsel
voor altijd rust. Bovendien werd de mis ter zijner nagedachtenis in 2008 weer in ere hersteld en Koningin Wilhelmina kreeg gelukkig niet haar zin.