OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Graf Napoléon en de Koepel
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Napoleontische Heersers

Koning Lodewijk Napoléon van Holland

Louis Bonaparte werd in 1778 te Ajaccio (Corsica) geboren als jongste broer van Napoléon Bonaparte. Hij studeerde aan de Franse militaire school te Châlons-sur-Marne. Evenals als zijn broer Napoléon neemt hij deel aan de Franse bezetting van Italië (1796-97) en Egypte (1798-99). In 1806 wordt hij
door Napoléon uitgeroepen tot Koning van Holland. De bedoeling van Napoléon was duidelijk: hij wilde vazalstaten creëren. Op het hoogtepunt van zijn
macht werden er vier Europese tronen bezet door familieleden van Napoléon. Lodewijk Napoléon was getrouwd met Hortense de Beauharnais, de
stiefdochter van Napoleon. Ze kregen drie zonen: Napoléon Charles Bonaparte (de latere Napolé0n III), Napoléon Louis Bonaparte, en Louis Napoléon Bonaparte die 9 dagen na zijn geboorte overleed. Het huwelijk, dat gearrangeerd was door Napoléon, was niet gelukkig. Zowel Lodewijk als Hortense
waren actief buiten de echtelijke sponde.

Zo heette het dat Louise Aubry d'Arancey, die in 1809 werd geboren als dochter van Johanna Hester Smith (een hofdame van Lodewijk Napoléon) en Antoine Aubry d'Arancey, een onwettig kind was van Lodewijk. Lodewijk was erbij toen de kleine Louise werd gedoopt. Ook haar voornaam en haar latere welstand (hoewel haar echtgenoot geen noemenswaardig kapitaal bezat), doen dit vermoeden. Ook Hortense had minnaars en buitenechtelijke kinderen. Lodewijk Napoleon werd verrassend hartelijk ontvangen in Den Haag.

Dit hield verband met een aantal omstandigheden. In de eerste plaats was er geen sprake van een abrupte omwenteling. Aan het einde van de achttiende eeuw hadden de stadhouders reeds een quasi-monarchaal gezag verworven en het volk had onder Schimmelpenninck kunnen wennen aan het eenhoofdige gezag. Op
de tweede plaats was ex-stadhouder Willem V juist overleden. Zijn volgelingen waren daardoor van hun
eed van trouw ontslagen.

Een pikante bijzonderheid is dat de actie van Keizer Napoleon, om zijn jongste broer 'Koning van Holland' te maken wel enige staatsjuridische grond had. Willem Frederik, Prins van Oranje-Nassau, zoon van overleden Erfstadhouder Willem V (de latere Koning Willem I dus!) had namelijk in 1801 zijn erfelijke rechten op het Stadhouderschap van de Nederlanden verkocht aan Napoléon.

Ten derde was men opgelucht dat de voormalige Republiek niet ingelijfd was bij Frankrijk want dit zou ten koste zijn gegaan van de door de Hollanders zo gekoesterde onafhankelijkheid. Lodewijk Napoléon bouwde verder op de bestuurlijke verworvenheden van de Bataafse Republiek en de regering van Schimmelpenninck. Zo maakte hij dankbaar gebruik van het voortreffelijk functionerende bestuursapparaat dat de bekwame regering van Schimmelpenninck had achtergelaten. Lodewijk droeg echter zelf ook een steentje bij door het in stand te houden.


Koning Lodewijk Napoléon

Hij voerde onder andere een uniforme munt in, wat het innen van belastingen vergemakkelijkte en liet een voor die tijd zeer humane versie van het
Wetboek van Strafrecht samenstellen en zette zich in voor verbetering van de gezondheidszorg en het onderwijs. Ook op het culturele vlak heeft hij zijn
sporen nagelaten. Hij nam initiatieven tot de oprichting van de Koninklijke Bibliotheek en van een nationaal museum. Op 15 september 1809 opende dit
Koninklijk Museum zijn deuren in het Amsterdamse Paleis op de Dam. Deze voorloper van het Rijksmuseum was gebaseerd op de collectie van de in 1800
geopende Nationale Konst-Gallerij in Den Haag. Lodewijk ontpopte zich als een ware maecenas en kocht binnen korte tijd enkele vermaarde collecties
voor het museum. Bovendien stimuleerde hij de eigentijds kunst door het organiseren van een expositie van levende meesters en het toekennen van
prijzen. Tijdens zijn korte regering werd Lodewijk steeds populairder. Deze populariteit dankte hij in grote mate aan zijn snelle reactie bij diverse rampen
die het Koninkrijk teisterden. Hij hielp mee bij de rampbestrijding en de slachtofferhulp.

De Koming gaf financiële hulp aan de slachtoffers. Ook werd het door de Hollanders bijzonder gewaardeerd dat hij weigerde mee te werken aan de
dienstplicht en het Continentale stelsel. Het in 1806 afgekondigde 'Continentale stelsel' behelsde een blokkade op de handel van Engeland met andere
Europese staten. Dit zou desastreus zijn geweest voor de Nederlandse economie, ware het niet dat Koning Lodewijk veel vrijstellingen verleende en
nauwelijks toezicht hield op de naleving. Pas in 1808 sloot hij bijvoorbeeld de havens af voor schepen die niet uit landen van de bondgenoten komen.
In 1810 werd het Koninkrijk Holland, mede vanwege deze weigeringen, geannexeerd door Frankrijk. In maart 1810 doen Franse douaniers hun intrede
en worden Zeeland, Brabant en Limburg bij Frankrijk ingelijfd. Koning Lodewijk Napoleon bezwijkt onder de grote druk en op 1 juli tekent hij afstand
van de troon. Op 9 juli wordt per decreet het Koninkrijk Holland bij Frankrijk ingelijfd en viel voortaan rechtstreeks onder het bewind van
Keizer Napoleon Bonaparte I. Na zijn aftreden als Koning verblijft Lodewijk Napoleon meestentijds in Italië.

Hij overlijdt in 1846. In de traditionalistisch verouderde geschiedschrijving van de 'vaderlands geschiedenis' heeft men geprobeerd om
Lodewijk Napoleon
uit onze geschiedenis 'weg te schrijven'. Moderner historisch onderzoek levert echter waarderende beoordelingen over hem op.
Op de populariteit die Lodewijk Napoleon als Koning verworven had, kon Koning Willem I zijn bewind bouwen. Zonder Lodewijk Napoleon was de
Monarchie in Nederland nooit zo populair geworden! Prins, gesteund door Franse bajonetten, tot Koning hadden gekozen. Dit was het eerste verschil van
opvatting tussen de broers, door zovele conflicten gevolgd. Er waren erebogen opgericht en vele huizen versierd, maar andere bleven als teken van rouw
onverbiddelijk gesloten. Het Paleis in Den Haag, waar de Vorsten zich nu installeerden, miste alle comfort. De kamers van Hortense waren meer dan
eenvoudig en zij kon er zich nooit thuis voelen. Haar gedachten waren en bleven in Parijs en haar voornaamste streven was er terug te keren. Terwijl
de Lodewijk Napoleon zich in de Hollandse toestanden onmiddellijk ernstig trachtte in te werken, hield Hortense op zeer beminnelijke wijze hof.

In de eerste maanden van haar verblijf in Den Haag gaf zij iedere week in het paleis feesten, bals of concerten waarbij het corps diplomaticus en vele
voorname Hollanders werden gevraagd. De schitterende uniformen der heren en de mooie toiletten van de dames gaven veel glans en schittering aan
deze bijeenkomsten. De Fransen konden soms hun spotlust niet bedwingen als zij "de" provinciaal typen zagen, uit alle hoeken van het land bijeengekomen
om aan de uitnodigingen van het hof gevolg te geven. Hun kostuums, die zij vaak op belachelijke wijze verfranst hadden en hun linkse, houterige manieren
contrasteerden niet juist voordelig met de elegantie en gemakkelijkheid van beweging der Franse hovelingen. Geen wonder dat zij er zich niet thuis
voelden en geen aangename herinneringen aan deze feesten mede naar huis namen ondanks de hoffelijkheid der Koninklijke gastheer en vrouwe.
Hortense bezocht met veel belangstelling de musea en de omstreken van Den Haag. Overal waar iets merkwaardigs te zien was, liet zij zich op
de hoogte brengen en won door haar lieftalligheid alle harten.


Hortense de Beauharnais

Napoleon had met zijn adelaarsblik goed gezien door haar te gebieden haar man te vergezellen: waar deze te kort schoot, overwon zij alle vooroordelen. Dikwijls kon Hortense wegens ongesteldheid niet aanwezig zijn. De feesten waren dan somber totdat de Koningin verscheen, dan brak het licht door de wolken. Zij had voor ieder een goed woord, een lieven lach. Haar geestigheid sprankelde vonken uit - men begon te lachen, te praten en te flirten - er was weer gezelligheid en leven.

Of dit op den duur Louis onaangenaam was, of hij jaloers werd op Hortense omdat zij er gemakkelijker in slaagde zich populair te maken dan hij; of wel dat zij door coquetterie hem werkelijk reden gaf tot wantrouwen, of - wat het waarschijnlijkste is - dat zijn ziekelijkheid en lastig humeur hem alles in zwarte
kleuren deed zien. Na enige maanden verbood hij Hortense voort te gaan met deze recepties,

De Koning voelde zich niet wel beweerde hij en in Augustus vertrok hij naar Aken om er de baden te gebruiken. De Koningin moest hem vergezellen. Zij was echter blijde toen zij verlof kreeg naar Mainz te gaan, waar haar moeder vertoefde, terwijl de Keizer zijn roemrijken veldtocht van Jena maakte. De erfprinses van Baden was ook bij haar tante en zo brachten de drie "strooweduwen" met elkander gezellige dagen door.
Het was de oudste van de drie, Keizerin Josephine, die 't meest haar afwezige man miste.

Zij schreef hem desolate brieven, waarin zij er op aandrong hem te mogen volgen. Napoleon antwoordde goedig, soms wat verstrooid en dan weer ongeduldig. Hij had wel iets anders aan het hoofd dan vrouwenklachten en sentimentele tranen. Hij streed zijn grote veldslagen tegen Pruisen, dat zich met
Rusland tegen hem had verbonden; alles stond voor hem op het spel.

Maar zijn schitterende ster had haar zenith nog niet bereikt, deze campagne bracht hem nieuwe roem, nieuwe macht en nieuw zelfvertrouwen. Hortense
en Stephanie deden haar best om de bedroefde vrouw, die maar al te goed voelde hoe haar man zich van haar vervreemdde en wie het spook der
echtscheiding steeds grimmiger toegrijnsde, te troosten en afleiding te bezorgen.De niet weinig pedante hofdame van de Keizerin, madame de Rémusat,
vond, dat zij zich wel wat kinderachtig aanstelden. Zij speelden krijgertje en blindemannetje. Geen van beiden treurde om haar echtgenoten. Overigens
was er niet veel afleiding in het stijve, tamelijk saaie Mainz en dus kon men de jonge vrouwen niet te hard vallen over deze onschuldige verstrooiingen.
Het pleitte voor Hortense dat de strenge zedemeesteres geen ernstiger aanmerkingen op hare gedragingen kon maken en haar
steeds bewonderde en genegen bleef.

Lodewijk bracht zijn tijd ernstiger door en hij begon zich hoe langer hoe meer tot de Hollanders aangetrokken te voelen. Hij koos zijn ministers onder hen.
De Fransen voelden zich gekrenkt en zoo ontstonden er twee partijen aan het hof, de Hollandse, die zich om de Koning en de Franse, die zich om
Hortense groepte. Spoedig kwam Lodewijk tot de conclusie, dat niets moeilijker was dan zijn nieuwe onderdanen te believen en tevens de wil te doen
van zijn almachtige broer. De schatkist wanhopig leeg, het volk bedroevend arm, het beheer der dijken in de grootste wanorde; het leger slechts 12000
man tellend, de vloot in allertreurigsten toestand - alles ellende en armoede. Lodewijk kon niet helpen, al zou hij ook willen, want de blokkade der havens, door Napoleon bevolen om Engeland te benadelen, werkte ook verlammend op de Hollandse handel en nijverheid. De stand van zaken verergerde toen
Lodewijk bevel kreeg met zijn soldaten zich te voegen bij het grote leger dat tegen Pruisen oorlog voerde. Hij begaf zich naar Wezel, vergezeld door
generaal Michaud, en liet daar een schipbrug maken om de oevers van den Rijn te verbinden.

Het was Lodewijk's plan zelfstandig, als bevriend Koning, het Franse leger bij te staan. Daarom trok hij in oktober naar Cassel om maarschalk Mortier,
die zich in zijn stelling bedreigd zag, te hulp te komen. Maar spoedig moest hij ervaren dat de Keizer hem alleen als Franse Prins en zijn vazal beschouwde
en niet als de onafhankelijke Koning van Holland. Napoleon Bonaparte gaf hem bevel zich naar Hannover te begeven om het land in bezit te nemen. Over
het woord bevel beledigd, liet Lodewijk generaal Dumonceau uit Den Haag komen, droeg hem het commando der troepen over en schreef aan de Keizer
dat hij naar Den Haag terugkeerde, zonder naar Hannover te gaan. De toestand was hem nu duidelijk geworden. Lodewijk heette in naam slechts Koning
van Holland. In werkelijkheid was hij niets meer dan een stadhouder van den grote Keizer, wiens bevelen hij moest uitvoeren, wiens politiek hij moest volgen,
hoezeer deze ook tegen zijn eigen inzicht indruiste. Hij wilde zijn volk, dat hij reeds lief had gekregen, gelukkig maken en zag duidelijk genoeg in,
dat de maatregelen van Napoleon het ten ondergang voerden.

Zoveel mogelijk trachtte hij ze dus te verzachten en oogluikend overtredingen van de wrede blokkadewet toe te laten. Maar Napoleon, wiens arendsoogen alle uithoeken van zijn groot rijk overzagen, vernam spoedig hoe zijn broer op eigen gezag Koninkje speelde. Hij deed hem voelen dat hij alleen de meester was en Lodewijk niets meer dan zijn prefect.

Daarom eiste hij dan ook blinde gehoorzaamheid. Lodewijk moest zich schikken, maar Napoleon's wantrouwen was eenmaal gewekt en hij hield niet op scherp toe te zien of de onwillige broer hem niet in stilte bedroog en slechts uiterlijke onderwerping veinsde.
Napoleon Bonaparte had geheime agenten, die hem van alles op de hoogte hielden. Wantrouwend als hij was, begon Lodewijk alle Fransen in zijn omgeving te verdenken en schonk tot hun grote ergernis zijn gunst alleen aan Hollanders.

Het was hem een verlichting dat de Koningin en haar hof afwezig waren, want ook in haar, de dochter der Keizerin, vreesde hij een spion, voelde hij een vijandige macht. De winter ging dus tamelijk doods en treurig in, al moesten de Fransen bekennen, dat alle berichten over een half barbaars volk met klompen aan de voeten, pijpen in de mond en slaapmutsen op het hoofd fors overdreven waren. Het was even iets anders.


De Tuilerieën omstreeks de tijd van Koning Lodewijk Napoléon

In het Haagse paleis hoorde men even goed en vloeiend Frans spreken als in Saint Cloud of de Tuilerieën. De toiletten van de Adellijke dames waren naar Frans model nagemaakt, velen zelfs in Parijs vervaardigd, en de enige aanmerking, die men misschien met recht kon maken was, dat zij met minder
gratie werden gedragen. Gelukkig voor de Fransen dat zij zich van hun eigen taal konden bedienen, want de harde klanken der Hollanders schraapten
hun keel en zij konden ze niet naspreken, nog minder verstaan. Zo wordt verhaald dat een Hollandse officier in Franse dienst iets te vragen had aan
de Maire van de stad, waar hij zich bevond.

De secretaris vroeg hem zijn naam:

- Van Hoynck van Papendrecht, was het antwoord.
- Ik verzoek u uw naam te zeggen, antwoordde de secretaris.
- Van Hoynck van Papendrecht, herhaalde de officier.
- Ik versta u niet, hernam de Fransman,

en als u uw naam niet in het Frans uitspreekt,
kan ik onmogelijk naar uw verzoek luisteren.

Toch was er één taal die Fransen en Hollanders wondersnel verstonden. De taal der ogen, de taal van het hart. De mooie, jonge meisjes vonden de knappe, Franse officieren en andere hofbeambten zeer naar hun smaak. Menig tedere band werd er gevlochten maar ook menig Hollands meisje zag die later onder bittere tranen onherstelbaar, door de wufte cavaliers lichtzinnig verscheurd worden. Een echte levensles. Ook de Koning deed zijn best zijn nieuwe taal aan
te leren maar nadat hij jammerlijk echec had geleden bij een Hollandse redevoering, welke met grootste ernst, de onbedaarlijken lachlust moest verbergen, werd aangehoord, gaf hij 't op. Zijn Corsikaanse tongval bracht het niet verder dan tot zijn lievelingsdevies: "Doe wel en zie niet om".

Het andere: "Eendracht maakt macht", heeft hij nooit kunnen uitspreken. Zoveel hij kon, trachtte hij de noden van zijn zwaar beproefde onderdanen te verlichten. Vooral zijn pogingen om een nieuw Wetboek te maken en een nieuwe, meer rechtvaardige Wet op de Belastingen verdienen erkenning en waardering. Lodewijk Napoleon was het, die aan de Wetgevende Macht de vriendelijke raad gaf haar titel van Hoog Mogende Heeren te laten varen.
Toen Napoleon dit vernam kon hij niet laten zijn broer een pluimpje te geven. Hoe heeft Louis dat durven doen? Hun die pauweveer uittrekken!,
zo sprak de Keizer met twinkelde ogen tegen zij raadslieden.

Die, deden er maar het zwijgen toe en dat was gezien het korte lontje dat Napoléon Bonaparte had, het verstandigste. Door zijn goedigheid, tact en nauwgezetheid wist de Lodewijk Bonaparte veel van zijn onderdanen gedaan te krijgen en dit deed hem des te meer betreuren dat zijn handen
gebonden waren. Nu had de eerlijkheid zeker geëist dat hij, niet volgens zijn geweten kunnende regeren, van de troon afstand had gedaan, maar behalve
dat het Majesteit-zijn hem vleide, vreesde hij zijn Hollanders grote schade aan te doen door hen geheel aan de genade van Keizer Napoléon Bonaparte
over te leveren en hoopte hij met te blijven erger kon voorkomen. Daarom zette hij zijn dubbelzinnige rol voort en bleef twee heren dienen, al viel 't hem
hoe langer hoe moeilijker. Toen de Koningin teruggekeerd was, bleek het duidelijk dat de verhouding tussen hen door de afwezigheid geen verbetering
had ondergaan: beiden schenen ontevreden en verdrietig.

Hortense kon het ruwe voorjaarsklimaat niet verdragen. Hortense klaagde over haar gezondheid en zag er werkelijk slecht uit. Ook Lodewijk sukkelde
een werd steeds achterdochtiger. Hij omringde zijn vrouw met spionnen, die hem van al haar woorden en handelingen verslag deden en liet zelfs haar
brieven openen en stond haar niet toe iemand zonder zijn toestemming te ontvangen. Zij leefden geheel gescheiden, elk in een vleugel van het paleis, zo
ver mogelijk van elkander. Slechts bij officiele gelegenheden zag men hen tesamen. Meestal trok Hortense zich terug in haar deel van gebouw, maakte
er muziek met haar dames, tekende of schilderde en hield zich bezig met haar kinderen, die zich heerlijk ontwikkelden. Napoleon kwam deze treurige
verhouding natuurlijk ter ore en hij, die even gemakkelijk het plan voor een grootse veldtocht ontwierp als een wetboek in elkaar zette, meende ook
in het huiselijk leven van zijn familieleden met succes te kunnen ingrijpen.


Broer Keizer Napoléon in Egypte

Ingelicht door Josephine zeker, maar ook van ouds zijn broer Louis kennend, schreef hij hem een alles behalve malse brief uit Finkenstein, gedateerd
4 April 1807. "Uw twisten met de koningin dringen in het publiek door. Toon toch in uw huiselijke kring dat vaderlijke en verwijfde karakter dat gij in
uw bestuur laat zien en heb in uw zaken die strengheid, welke gij in uw huishouden toont. Gij behandelt uw jonge vrouw zoo. als men een regiment commandeert. Gij hebt de beste en deugdzaamste echtgenote en gij maakt haar ongelukkig. Laat haar dansen zooveel als zij wil, dat past haar leeftijd.
Ik heb een vrouw van veertig jaar. Van het slagveld schrijf ik haar naar het bal te gaan.

En gij wilt dat een vrouw van twintig, die haar leven ziet voorbijgaan, die er alle illusies van heeft, leeft in een klooster, of als een voedster altijd bezig met h
aar kind te wassen Gij bemoeit u veel te veel met uw huishouden en niet genoeg met uw Regeringszaken. Ik zou u dit alles niet zeggen zonder de
belangstelling die ik voor u koester. Maak de moeder van uw kinderen gelukkig, gij hebt slechts één middel: haar veel achting en vertrouwen te bewijzen.
Ongelukkig hebt gij een al te deugdzame vrouw. Als gij een coquette had, zou zij u bij de neus leiden, maar gij hebt een vrouw vol fierheid, wie het
denkbeeld alleen dat gij een slechte mening van haar hebt, bedroeft en tegenstaat.

Gij had een vrouw moeten hebben zoals ik ze in Parijs ken. Zij zou u onder de duim hebben gekregen en u aan haar voeten hebben gezien. 't Is mijn
schuld niet, ik heb 't dikwijls aan uw vrouw gezegd!" Hoe raak en verstandig deze woorden mochten zijn en hoe vleiend voor Hortense, 't is te begrijpen
dat ze op de jaloerse, mistrouwende Louis een geheel tegenovergestelde uitwerking hadden. Meer dan ooit begreep hij, hoe Hortense de rol van
vervolgde onschuld speelde en hoe zij beklaagd werd wegens zijn tirannie. Deze brief versterkte hem ook in zijn vermoeden dat zijn vrouw alles wat hij
haar onaangenaam aandeed, overbriefde aan zijn grootste tegenstander.

Zo beschouwde hij haar dan ook als zijn natuurlijke vijandin, tegen wie hij zich moest wapenen. Dat de Koningin hem aanleiding gaf tot jaloersheid wegens haar lichtzinnig gedrag scheen in deze tijd zeer onwaarschijnlijk. De zwartgallige Lodewijk mag zuur hebben geglimlacht bij het brevet van deugdzaamheid
haar gegeven door zijn op alle punten - behalve in vrouwenzaken - scherpzinnigen broer. Maar ernstige aanmerkingen op Hortense's huwelijkstrouw
kon hij toch niet, volgens de algemene getuigenis met goed recht en fatsoen maken.

Legenda:

Z. M. Koning Louis Napoleon Bonaparte (Koning Lodewijk Napoleon)

Broer van Keizer Napoleon die als eerste Koning van Holland werd. Doordat hij zijn medeleven betuigde bij rampen als de kruitramp in Leiden (1807) en
de overstromingen in het rivierengebied (1809) verwierf hij een zekere populariteit bij de bevolking. Zette zich meer in voor de Nederlandse belangen dan
zijn broer wenselijk achtte en abdiceerde ten gunste van zijn zoontje. Was nogal wispelturig. Na zijn aftreden in ballingschap in Bohemen en Italië.

In de periode 1806-1810: Koning van Holland

personalia: geboorteplaats en -datum
Ajaccio, 4 september 1778

overlijdensplaats en -datum
Livorno, 24 juli 1846

loopbaan
- luitenant vierde regiment van de artillerie te voet, 1794
- aide-de-camp van Napoleon tijdens de Italiaanse veldtocht, vanaf maart 1796
- kapitein (vergezelde Napoleon tijdens de Egyptische expeditie), 1796
- chef d'escadrons bij de vijfde dragons, 1799
- chef de brigade, vanaf januari 1800
- brigadegeneraal ("général de division"), vanaf 10 april 1804
- lid Franse Raad van State, afdeling wetgeving
- connétable, lid van de "Grand Conseil d'administration de la Légion d'honneur" na de instelling van het Keizerrijk,
vanaf december 1804 - Koning van Holland, van 23 juni 1806 tot 1 juli 1810 - letterkundige

officiersrangen
maarschalk, 1804

wetenswaardigheden algemeen
- Dankte zijn snelle militaire promoties aan zijn broer, maar had weinig belangstelling voor het leger
- Stelde bij wet van 13 februari 1807 de Koninklijke Orde van Holland (vanaf november 1807 Orde van de Unie geheten) in
- Stichtte in 1808 het Koninklijk Instituut van Wetenschappen
- Toonde als Koning zijn belangstelling bij rampen, zoals de kruitramp op 12 januari 1807 in Leiden

wetenswaardigheden uit de privésfeer
- Was negen jaar jonger dan Napoleon, die vanaf 1791 zijn opleiding ter hand neemt
- Had een zwakke lichamelijke en geestelijke gezondheid, leed aan verlammingsverschijnselen aan beide handen en bracht veel tijd door in kuuroorden
- Trouwde in 1802 met Hortense de Beauharnais, de dochter van Napoleons vrouw Joséphine. Het huwelijk was ongelukkig.
- Trachtte zich als Koning de Nederlandse taal meester te maken, maar sprak en schreef steeds een onbeholpen krom-Nederlands
- Rechtvaardigde zijn koningschap na 1815 in diverse geschriften en trok hierbij fel van leer tegen Napoleon, wat leidde tot een breuk met zijn familie

anekdotes
- Napoleon zei van hem in zijn Mémoires: "Lodewijk heeft een heldere geest en is niet onaardig, maar een man met zijn karakter kan veel stommiteiten
uithalen en veel schade toebrengen".

woonplaats(en)/adres(sen)
- 's-Gravenhage, Huis ten Bosch, vanaf 18 juni 1806
- 's-Gravenhage, Binnenhof, van december 1806 tot september 1807
- Utrecht, van september 1807 tot 20 april 1808
- Amsterdam, Paleis op de Dam, van 20 april 1808 tot juli 1810
- Haarlem, paleis in de Haarlemmerhout
- Het Loo
- Soestdijk
- Amelisweert

ridderorden
- Grand aigle de la Légion d'Honneur
- Grootkruis Orde van de Unie, 14 februari 1807

predicaten/adellijke titels
- Keizerlijk Prins, vanaf 1804
- Connétable de l'Empire
- Graaf van Saint-Leu, vanaf 1810

familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 4 januari 1802

naam echtgeno(o)t(e)/partner
H. E. de Beauharnais, Hortense Eugénie

kinderen
3 zoons (derde zoon is de latere keizer Napoleon III)

naam vader
Ch. Bonaparte, Charles

naam moeder
M. L. Ramolino, Marie Letizia

familierelaties
Vader van Keizer Napoleon II