OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Inhuldiging Koning Willem III
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koningen van Oranje en Nassau

Koning Willem III der Nederlanden

Prins Willem Alexander Paul Frederik Lodewijk, Prins van Oranje-Nassau, Koning Willem III der Nederlanden (1849-1890), Groothertog van Luxemburg
en Hertog van Limburg (1849-1866), was de zoon van Koning Willem II der Nederlanden en Anna Paulowna, Grootvorstin van Rusland, de zuster van
de heersende Russische Tsaar Alexander I van Rusland. Hij werd geboren te Brussel op 19 februari 1817 in een zijvleugel van de toenmalige gebouw
van de Staten-Generaal van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden. Willem III trad in het huwelijk op 18 juni 1839 met Prinses Sophie van
Württemberg. Koning Willem III overleed op 23 november 1890 op het Paleis Het Loo te Apeldoorn en werd bijgezet
in de Koninklijke Grafkelder te Delft.


Koning Willem III en Koningin Sophie der Nederlanden

Over Willem's jeugd is weinig bekend. Als Kroonprins lag hij voortdurend in de clinch met zijn vader, Willem II, Koning van de Verenigde
Nederlanden
. Doorlopend werd de jonge Prins buiten belangrijke Staatszaken gehouden door Papa, die dat kennelijk niet nodig vond. En met reden.
Willem had redelijk eigenzinnige gedachten hoe een toekomstig Vorst diende te regeren. De liberale Grondwet Herziening van Willem II, leidde
tot scherpe tegenstellingen tussen vader en zoon. Immers, de persoonlijke bevoegdheden van de Vorst werden zeer beperkt. Ondanks het protest
van de jonge Kroonprins, werd de Grondwet aangepast. Dat maakte de toekomstige Willem III zo kwaad, dat hij afstand wilde doen van zijn
opvolgingsrecht ten behoeve van zijn oudste zoon Willem, Prins van Oranje die inmiddels in 1840 was geboren. Voorts diende dit in de
Staatscourant
te worden vermeld. Willem II (vader) weigerde dat.

Spoedig daarna overleed echter de held van Waterloo, Willem II en zijn zoon kon hem opvolgen. Willem trad op 18 juni 1839 in het huwelijk met zijn
volle nicht, Prinses Sophie van Württemberg, dochter van Koning Willem I van Württemberg en Catharina Paulowna (Catharina was de zus van de
moeder van Willem III). Dat was een slecht huwelijk, mede door de nauwelijks verholen buitenechtelijke affaires en seksuele uitspattingen.
Het toonaangevende blad in Amerika, The New York Times schreef zeer sarcastisch dat Willem III, 'het meest losbandige figuur van onze tijd',
was te noemen. Een echtscheiding zat er niet in daar het niet strookte met het Staatsbelang. De beide echtelieden besloten hun eigen gang te gaan.

Voorts leidde de weinig tolerante en zeer ambitieuze houding van Prinses Sophie in 1851, tot een poging van haar familie het huwelijk
te ontbinden. Dat mislukte en sindsdien leefde het echtpaar echt gescheiden van tafel en bed.
Ondanks dat verleende Prinses Sophie cachet aan het Koningschap dat Willem III er zelf niet aan kon geven. Sophie was een zeer
belezen vrouw die verschillende talen vloeiend sprak. Bovendien had zij een internationale kennissen kring die klonk als een klok. Prinses Sophie
correspondeerde met talloze invloedrijke personen over de gehele wereld. Zij dacht Europees en keek daardoor ver over onze landgrenzen. Zij vond
het zeker niet vanzelfsprekend dat een Monarchie de lakens uitdeelde en niet met zijn tijd meeging. Bij Sophie stond voorop dat progressief zijn
een must behoorde te wezen. Daarom vervulde zij de bijzondere sociale functie's waartoe de Koning als man niet geroepen was of kon zijn.
Zij bezocht ziekenhuizen en stimuleerde de moderne ziekenverpleging.

Daartoe raadpleegde Willem's gemalin de grote deskundigen op dat gebied, zoals Florence Nightingale. De twee vrouwen voelden zich
sterk tot elkaar aangetrokken en getuigden in hun brieven van grote waardering, zowel als persoon als voor het werk dat zij verrichtten.
Miss Nightingale had de Koningin persoonlijk leren kennen in 1857 toen deze Engeland bezocht. Na die ontmoeting verzuchtte Florence:
'She's the Queen of Queens'. Toch kwamen uit dat huwelijk kinderen voort. Het was deze vrouw die als moeder een stempel drukte op
haar kinderen,. De pogingen van Willem III om dat te voorkomen, mislukten al in de beginfase. De onverzettelijke houding van beiden,
leidde tot een verwoesting van het gezinsleven en veel persoonlijk verdriet bij beiden.

Hun kinderen waren:

Willem, (1840-1879), Prins van Oranje
Maurits, (1843-1850)
Alexander, (1851-1884), Prins van Oranje

Op oudere leeftijd trouwde de Koning, na de dood van Sophie met een Prinses uit het geslacht Van Waldeck-Pyrmont. Dat huwelijk met
Prinses Adelheid Emma Wilhelmina Theresia van Waldeck-Pyrmont
, bracht slechts een dochter voort. Namelijk Prinses Wilhelmina
en zij werd geboren op 03-08-1880. Het vaderschap van de Koning stond ter discussie. Hij zou - op latere leeftijd - wegens syfilis geen
kinderen hebben kunnen verwekken. Syfilis heeft als gevolg dat de persoon in kwestie niet vruchtbaar meer is. Als natuurlijk vader van
Prinses Wilhelmina
werd o. m. S.M.S. de Ranitz (1846-1916) genoemd. Deze was in die tijd de particulier Secretaris
van Koningin Emma en werd later - bij Koninklijk Besluit - als Jonkheer in de adelstand verheven.

Uit de Genealogy Data Bank:

van Waldeck-Pyrmont, Adelheid Emma Wilhelmina
Birth : 02 AUG 1858 Arolsen
Death : 20 MAR 1934 's Gravenhage
Gender: Female
Parents:
Father: van Waldeck-Pyrmont, George Victor
Mother: van Nassau, Helena Wilhelmina Henriette

Family:
Marriage: 07 JAN 1879 in Arolsen
Spouse:
van Oranje-Nassau, Willem III Alexander

Children:
Nassau, Wilhelmina Helena
Paulina Van Oranje


Family:
Spouse:
de Ranitz,
Sebastiaan Mattheus Sigismund

Prinses Wilhelmina 1885

Mr. S.M.S. de Ranitz

Uit de Genealogy Data Bank:

de Ranitz, Sebastiaan Mattheus Sigismund
Birth : 16 MAY 1846 Nijmegen
Death : 30 OCT 1916
Gender: Male
Parents:
Father: de Ranitz, Sebastiaan Mattheus Sigismund
Mother: de Ranitz, Anna Margaretha Jacoba

Family:
Marriage: 10 MAY 1871 in Groningen
Spouse:
van der Hoop
Thomassen à Thuessink,
Hermanna Louisa Christina
Birth : 17 MAY 1846 Groningen
Gender: Female
Parents:
Father: van der Hoop
Thomassen à Thuessink, Evert Jan
Mother: de Ranitz, Willemina Elisabeth

Children:
de Ranitz, Willemine (Lita) Elisabeth Edzardine
Birth : 04 MAR 1876
Gender: Female
van Ranitz, Anna
Birth : ABT 1878
Gender: Female

Family:
Spouse:
van Waldeck-Pyrmont,
Adelheid Emma Wilhelmina

Het lijkt erop, dat de Ranitz, Sebastiaan Mattheus Sigismund, particulier secretaris van de Koningin, kennelijk is gescheiden en weer hertrouwd met
mevrouw Adelheid Emma Wilhelmina van Waldeck-Pyrmont. Een en ander zou kunnen inhouden, dat Koningin Wilhelmina weleens de dochter kan zijn
van Jonkheer de Ranitz en niet van Koning Willem III. Is het gerucht aan het Hof - in die tijd - dan toch waar? Dat plaatst de informatie, dat Willem III
niet in staat was kinderen te verwekken, misschien in een juist daglicht.

Als dat zo is, dan is Koningin Juliana blijkbaar geen directe afstammeling meer van de Oranje-Nassau's maar is zij een kleindochter van Jonkheer de
Ranitz. Daaruit vloeit voort dat de kinderen van Prinses Juliana ook geen directe afstammelingen kunnen zijn van de Oranje-Nassau's. De vraag
rijst dan, of Prins Willem-Alexander wel gerechtigd is zich Prins van Oranje-Nassau te noemen. Men kan zich niet aan de indruk onttrekken,
dat Koning Willem III dan een koekje van eigen deeg heeft gekregen.

De Koning had grote moeite met de beperking van zijn macht, zoals onder zijn vader in 1848 met de Grondwetwijziging tot stand was gekomen. De erste twintig jaren van zijn regering, kenmerkten zich door tegenwerking van de zijde van de Vorst. Zijn vasthoudendheid aan zijn gedachten, had tot gevolg dat de ministerraad aftrad.

Eigenzinnig was Koning Willem III wel en 'en passant' probeerde hij het Hertogdom Luxemburg waarvan hij Groothertog was, te verkopen aan Keizer Napoleon III van Frankrijk. Dit met stilzwijgende toestemming van
de Pruisische premier Bismarck.

Toen echter deze transactie in de openbaarheid werd gebracht, verklaarde diezelfde Bismarck dat verkoop als reden tot oorlog zou worden beschouwd. Op het Congres van Londen in 1867 ter regeling van die kwestie, werd overeen gekomen van het Groothertogdom Luxemburg, patrimonaal eigendom zou blijven van het Huis Oranje-Nassau.

De Pruisische Troepen werden terug getrokken en in 1868, kreeg Luxemburg een nieuwe Grondwet.

Koning Willem III der Nederlanden

Willem III was ook - in latere jaren - niet geliefd en werd door zijn houding en optreden 'Koning Gorilla' genoemd door de leden van zijn Hofhouding.
Voorbeelden van 's Koning's onhebbelijkheden zijn goed gedocumenteerd. Zoals de Britse Minister van buitenlandse Zaken het omschreef:
'op iedereen die hij sprak liep te vitten en te mopperen, maar dat niemand zich daar wat van aan trok'. De gevolgen van de Koninklijke woede-aanvallen
werden ernstiger van aard, al werd een bevel om de Burgemeester van Den Haag te arresteren en daarna te fusilleren door al
zijn ondergeschikten genegeerd.

Minister Weitzel van Oorlog merkte fijntjes op in zijn dagboek 'dat de prikkelbaarheid van Zijn hoogoplopend karakter en Zijn autocratische
neigingen met de jaren schijnen toe te nemen'. In oktober 1888 holde de gezondheidstoestand van de Koning achteruit. Willem III leed aan een
nierziekte en raakte zozeer in de war, dat hij niet meer in staat was de Staatsstukken normaal te ondertekenen. Zijn echtgenote Emma werd daarom
op 14 november 1890, met algemene stemmen, door de Staten-Generaal benoemd tot Regentes en daarvoor op 20 november dat jaar in Den Haag
beëdigd. Het Regentschap duurde slechts drie dagen, want op 23 november 1890 overleed de Vorst, op de leeftijd van 73 jaren.


Sterfbed en Begrafenis Koning Willem III der Nederlanden

Het Koninschap ging toen over op Prinses Wilhelmina, waarna Emma opnieuw tot Regentes werd benoemd. Het gevolg hiervan was, dat het
Hertogdom Luxemburg - conform de Nassause Erbverein - naar de andere tak van het Huis Nassau overging. Volgens het heersende Huisrecht
( luidens de Salische Wet), waren uitsluitend mannelijke afstammelingen erfgerechtigd. Koningin Emma,trad terug als Regentes van haar dochter
en op 6 september 1898 werd Wilhelmina Helena Pauline Maria, Prinses van Oranje-Nassau, Prinses der Nederlanden (+1880 - + 1962)
gekroond tot Vorstin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau etc. etc.

Alexander Prins der Nederlanden en Prins van Oranje

Willem Alexander Karel Hendrik Frederik, Kroonprins der Nederlanden, Prins van Oranje en Prins van Oranje-Nassau, werd geboren als zoon van Koning Willem III der Nederlanden en Koningin Sophie Frederika Mathilde (* 17-6-1818 - + 03-07-1877), Prinses von Württemberg.

Zij was de dochter van Koning Willem I von Württemberg en Grootvorstin Catharina Paulowna van Rusland. n feite waren Sophie en Willem volle neef en nicht.

Koning Willem III en Prinses Sophie trouwden op 18-06-1839 in Stuttgart. Het paar vestigde zich op Paleis Noordeinde in Den Haag en kregen 3 zonen. Een van hen was Alexander. De anderen waren Prins Willem en Prins Maurits.

Op 25-08-1851 werd Alexander geboren, zoals een buitengewone editie van het toenmalige Dagblad van 's Gravenhage meldde. De 101 saluutschoten daverden om 12.00 uur door de residentie.


Prins Alexander

Die ceremonie werd het begin van een leven vol verdriet, boosheid en woede maar bovendien van onbegrip over wie en wat deze 'vergeten' Prins nu was. Zijn broer Prins Maurits overleed op 04-06-1850 vrij onverwacht en was er nog een broer over.

De in 1840 geboren Kroonprins Willem. De nieuwe Prins kreeg als roepnaam Alexander. De kleine is het tegenover gestelde van de vlot babbelende broer Maurits.

Schuw, teruggetrokken en uiterst gevoelig, zo wordt Alexander omschreven door mensen die hem mee maken. In een omgeving en een gezin die meer schade berokkend aan de Prins dan het goed doet, werd hij groot gebracht. Zijn opleiding en onderwijs werd - voor een deel - door Koningin Sophie zelf verzorgd.

Hij zorgde dat hij voldoende uren aan zijn studie besteedde. In de eenzaamheid van een fraai gelegen villa, stoomde Sophie haar zoon klaar voor het wereldse gebeuren.

Haar zorg wierp vruchten af en zoonlief toonde een zeer gedisciplineerd intellect, in tegenstelling tot zijn oudste broer. De Prins ging op reis naar
Frankrijk om zijn gezondheid te verbeteren middels modderbaden in het plaatsje St. Seine-l'Abbaye bij Dyon. Zoals moeders, die mee was gegaan
in haar correspondentie omschreef: 'Deze plaats is het einde van de wereld, groen en riant, heuvelachtig en gecultiveerd, ver van trein
en telegraaf. De accommodatie is rustiek en mijn zoon gaat goed vooruit. Alexander is vrolijk en actief. Het verschil in deze paar weken is enorm.
Het maakt mij gelukkig'. Na terugkeer in Nederland was er - na een paar weken - al niets meer te bespeuren van de vooruitgang die in Frankrijk
was geboekt. Maar het tij keerde. Alexander werd lid van het dispuutgezelschap Serva Fidem. Zoons van adellijke familie's, Staatslieden en
hofpersoneel maakten daar deel van uit. Het was een juiste beslissing de Prins daar toe te laten. Al spoedig voelde Alexander zich daar wel thuis.

Met sommige ontstond een hechte band. In 1861 vond Koning Willem III dat het tijd werd, zoon in te wijden in de militaire geheimen. Alexander
werd benoemd tot 2e luitenant bij het Regiment der Grenadiers en Jagers. Op zijn achttiende verjaardag werd de Prins eigenlijk gedwongen lid
van de 'Staatskerk' in die tijd. Zelf wilde Alexander er niet over praten daar hij er tegenop zag - in front van de gehele hofhouding - een soort toelatingsexamen te doen om na te gaan of hij wel voldoende kerkelijk was geïnteresseerd. Enfin, hij slaagde en maakte meteen duidelijk dat een
afkeer voor moderne dominee's de zijne was. Het liberalisme omarm ik van ganse harte, zo liet hij weten. Augustus 1869 werd Alexander
achttien jaar, meerderjarig en daarmee ook meer zelfstandiger. Hij gaat vaker op reis. Maakt lange reizen met schepen en via Nice gaat de tocht
naar Rome. In Italie was heel wat te bekijken. Vervolgens bezocht de Prins de Bey van Tunis in Afrika.
In 1870 keerde Alexander terug in 's Gravenhage.

Uit het reisverslag dat de Prins maakte, bleek dat hij de zaken scherp had opgemerkt en als zijn gastheren dit hadden gelezen, was het hem niet in
dank af genomen. Er waren andere zaken aan de orde. De Frans-Duitse Oorlog was in aantocht. In de periode 1871-1874 studeerde hij aan de
Rijksuniversiteit te Leiden, zonder iets feitelijk te voltooien. Nadien woonde Prins Alexander in de voormalige woning van de vermoordde
Raadpensionaris Johan de Witt in 's Gravenhage. Koning Willem III, die alles financierde wenste dat zoonlief op eigen benen ging staan en stelde
hem een heuse hofhouding ter beschikking. Het bleek dat Prins Alexander niet wist wat hij daarmee aan moest, toch organiseerde hij het uitstekend.
In 1876 installeerde oud-oom Prins Frederik hem als lid van de Orde van het Groot-Oosten der Vrijmetselaars. Na de dood van Prins Frederik
volgde Alexander hem op als Grootmeester van die Orde.


Prins Alexander en zijn moeder Koningin Sophie der Nederlanden

Koningin Sophie werd steeds zieker en op 30-05-1877 waarschuwde Alexander zijn broer Willem dat overkomst dringend gewenst was. Samen
gingen zij en beiden realiseerden zich dat zij hun moeder zouden verliezen, De Prins leed daar het meest onder en was totaal van slag. Op
03-06-1877 overleed Koningin Sophie op 58-jarige leeftijd. Op 20-06 werd zij bijgezet in het familiegraf van de Oranje's en Nassau's in Delft.
Alexander kon het niet bevatten dat moeder er niet meer was. Hij stortte zich op haar kist en huilde zich volkomen leeg. Een ieder aanwezig was
zeer onder de indruk van dit grote verdriet dat de Prins ten toon spreidde. De volgende dag keerde Alexander en Willem terug naar de Nieuwe Kerk
in Delft voor een langdurig bezoek aan de grafkelder. Er was niemand meer die de Prins vertrouwde en waar de hij zijn hart bij kon uitstorten.
In maart 1878 ontdekte hij - naar andere escapades te hebben gehad -een Prinses die wel leuk was.
Helaas zag die dame - Friedeke van Hannover - niets in hem.

Een volgend drama, kwam het leven van Alexander binnen dringen. Zijn broer Prins Willem overleed aan een zware longontsteking op 11-06-1879.
Op 26-06-1871 werd Kroonprins Willem van Oranje ten grave gedragen en bij gezet in de Grafkelders van Oranje-Nassau. Tijdens die plechtigheid,
kustte Alexander - thans Kroonprins der Nederlanden en Prins van Oranje - de kist en liet zijn tranen de vrije loop. Het werd een beetje
beschamende vertoning doch heel menselijk, dat Alexander zich zo liet gaan met zijn emotie's. De Kroonprins liet zich in de weken die volgden op deze
tragische gebeurtenis steeds minder in het openbaar zien. Een poging van de Koning om te komen tot een betere verstandhouding tussen hem en zijn
laatse zoon, gooide hijzelf in het water. Bij een ontmoeting tussen Prinses Emma en de Kroonprins -die bewust werd geregisseerd door Papa - kregen
beiden een knallende ruzie. Kwaad is Alexander weg gelopen en de latere Koningin Emma heeft hem niet meer levend weer gezien. "s Gravenhage
werd hoe langer hoe meer een 'levend graf'' voor Kroonprins Alexander en hij besluit zich terug te trekken in een villa in Württemberg.

Later ging hij toch terug naar zijn paleisje in 's Gravenhage alwaar hij zich omringde met snuisterijen en een zeer terug getrokken leven leidde. Toch
was die terug getrokkenheid niet zo groot als men wel had aangenomen. Er verscheen in een Haag's Blad een vorm van kritiek op de Prins. Die
reageerde daarop met een open brief aan de readctie waarin hij zijn ongenoegen uitte over de aantijgingen. Zo ongeveer heel Nederland viel
over Kroonprins Alexander heen. Men las hem de les want zoiets behoorde een lid van de Koninklijke Familie niet te doen. Het was lawaai om niets.
Ten huize van zijn tante in het Zwitserse Bex, volgde Alexander hetgeen hij aan publiciteit had los gemaakt op de voet. Beschuldigingen door
andere kranten werden hem voor de voeten geworpen en de Prins besluit dat een tweede antwoord nodig en wenselijk is. Om de schijn te
vermijden dat welk blad dan ook door hem werd ondersteunt, besluit Alexander het zelf te redigeren, te laten drukken en uit te geven.

Eind 1879 verschijnt er bij P. Engels & Zoon in Leiden zijn brochure 'Nadere Toelichting van mijnen Brief van den 17den September 1879'.
Tenslotte schreef de Kroonprins nog een tweede verhaal getiteld 'Een vermoedelijk Slotwoord'. Wel dat was het ook, geen krant wilde meer
reageren. Op 25-05-1884 ontbood de Kroonprins zijn lijfarts dr. H.J. Vinkhuyzen. Hij voelde zich meer dan gewoonlijk onwel. Alexander
klaagde grote vermoeidheid, pijn in de ledematen en hevige oorsuizingen. Zijn arts constateerde dat de Kroonprins koorts had
en dat het slijmvlies van zijn maag en darmen was ontstoken. Het leek hem niet verontrustend toe. Zijn vader, Willem III ging vrolijk met zijn
vrouw Koningin Emma en hun dochter Prinses Wilhelmina op vakantie en nam niet eens de moeite om zijn zieke zoon te bezoeken. Hij zag
Alexander nimmer meer in levende lijve terug. Op 3 juni kwam er een betreurenswaardige wending in het ziektebeeld van Alexander. In de
omgeving van de zieke maakte men zich grote zorgen. Door de stijging van de koorts tot 41C, werd Alexander verhinderd om op de
sterfdag van zijn moeder naar de Nieuwe Kerk in Delft te gaan.

Maar hij zorgde er wel voor dat - namens hem - kransen in de Koninklijke Grafkelder kwamen te liggen op de kisten van Koningin Sophie en zijn broer
Willem. Op 4 juni lieten de behandelende geneesheren weten dat het ging om een zeer besmettelijke ziekte, namelijk tyfus. Ook op die middag kwam er
het wettelijk voorgeschreven papiertje te hangen waarin kennis werd gegeven van de aanwezigheid van deze ziekte met opgave van het soort. Er
gingen al lange tijd geruchten dat Prins Alexander homo was. Zo links en rechts verschenen er opmerkingen in diverse bladen en bespraken veel
mensen dat feit. Niemand, behalve de Prins, wist hoe het werkelijk in elkaar zat. Alexander zelf, deed geen enkele moeite om dat gerucht te
ontzenuwen
. Sterker nog, de Prins verscheen, tijdens een bal in 1872 in de Tweede kamer, met zijn vriend Donald Jacob, Baron Mackay.

Daar werd schande van gesproken en aan het Hof geneerde men zich openlijk voor de wijze waarop Alexander voor zijn gevoelens was
uitgekomen. Na de dood van zijn oudste broer Prins Willem, realiseerde hij zich echter dat als hij Koning zou worden, er wel nageslacht diende
te komen, om de voortzetting van het Huis van Oranje-Nassau - in de mannelijke lijn - zeker te stellen. Prins Alexander, verklaarde zich tenslotte
bereid om een verstandshuwelijk aan te gaan met een Prinses van een ander Vorstenhuis. Hiermede zou de Prins voorkomen dat halfzus
Wilhelmina
de Troon zou bestijgen. Alexander mocht haar niet. Echter, zover kwam het niet.
Op 5 juni verergerde de toestand van de Kroonprins.


(l) De Prins als peuter, (m) Doodsbed Alexander Kroonprins der Nederlanden, Prins van Oranje, Prins van Oranje-Nassau (* 1851 - + 1884) en als volwassene

In het toen uitgereikte communiqué stond: 'De krachten van de vorstelijke lijder, waren ten gevolge van diarree afnemende'. De volgende
dag lieten de artsen weer van zich horen maar hadden slechts te melden dat er geen verbetering in de toestand van Zijne Koninklijke Hoogheid was
opgetreden. Op 9 juni kreeg Alexander last van darmbloedingen en op vrijdagmorgen 14 juni deelden de geneesheden mede dat de toegediende
middelen de Kroonprins de gewenste nachtrust hadden gebracht. Het werd 21 juni en de Kroonprins werd alsmaar zieker. De met spoed
ontboden doktoren stelden vast dat Alexander stervende was. Op 22 juni 1884 om 14.00 uur ontsliep Kroonprins Willem Alexander,
Prins der Nederlanden en Prins van Oranje
kalm en zacht aan de gevolgen van Tyfus. Het Koninklijk Huis en het gehele Vaderland waren door
dit grote verlies in rouw gedompeld. Een lijkschouwing werd verricht waarbij de pathologen - als men deze mensen
toen zo mocht noemen - het lichaam balsemden.

Na deze maatregelen werd het lichaam van de Kroonprins gekist. De kist rust op zes zilveren leeuwenklauwen. Op het
deksel was ter hoogte van het hoofd een glasplaatje aangebracht en ook werd de kist voorzien van een plaat met het opschrift:
'Willem Alexander Karel Hendrik Frederik, Prins van Oranje. Geboren te 's Gravenhage 25 augustus 1851. Overleden aldaar 21 juni 1884'.
Hij was de laatste mannelijk Oranjetelg en op 17 juli 1884 werd de Kroonprins bijgezet in de Grafkelder in de Nieuwe Kerk te Delft.
Een wat triest leven was voorgoed ten einde gekomen. Het trieste aan dit alles was dat toen Prins Alexander's gezondheid met sprongen
achteruit ging, zijn familie weigerde over te komen voor deze 'futiliteit' van hun vakantie adres om hem te bezoeken.

Saillant detail uit die tijd, was het feit dat er totaal geen protocol aanwezig was voor dit soort evenementen. De begrafenis-stoet van de Prins
werd opgehouden door een vuilniswagen. Ook aan de verdere veiligheid mankeerde wel het een en ander. Onder Koningin Emma en
Wilhelmina
kwam een strak protocol tot stand en tot op de dag van vandaag werkt dat prima. Na zijn dood deed het Hof er alles aan om de
herinnering aan de Prins te doen verbleken. Koning Willem III gaf opdracht al de spullen van Alexander voorgoed te laten verdwijnen.
Gelukkig, werd niet alles vernietigd. Feit is wel dat deze Prins bij het grote publiek praktisch onbekend is.