OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Van Oranje-Nassau-Lippe-Biesterfeld
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstinnen van Oranje en Nassau

Bernhard, de Pasha van Woynowo

Prins Bernhard werd op 29 juni 1911 om 02.45 uur in de vroege ochtend te Jena (Duitsland) geboren als oudste zoon van Prins Bernhard zur
Lippe-Biesterfeldt
en Barones Armgard von Sierstorpff-Cramm. Hij werd met een groot aantal voornamen bedeeld, die bij het invullen van
formulieren toch van tijd tot tijd tot problemen moesten gaan leiden. Zijn doopnamen zijn namelijk: Bernhard Leopold Friedrich Eberhard Julius Kurt
Karl Gottfried Peter. In 1916 vaardigde oom Leopold, die het toen in Lippe voor het zeggen had, een decreet uit, waarin hij bepaalde dat zijn
schoonzuster met haar kinderen vanaf dat moment Prins of Prinses zur Lippe-Biesterfeldt zouden worden. Bernhard was dus pas vanaf zijn vijfde jaar
een Prins. Bernhard's grootvader Ernst Lippe Biesterfeldt had geen titel. Die was voorbehouden aan een andere tak van het geslacht.

'Die Biests' (de Beesten) werden de leden van die familie genoemd. Men was uitsluitend geinteresseerd in geld en nergens anders in. In het feodale
Duitsland uit die tijd was dat heel gewoon. Om aan het noodzakelijk slijk der aarde komen was voor hen een mogelijkheid en die was de huwelijks markt.
Daar Ernst Lippe Biesterfeld een knappe man was, was succes op de huwelijksmarkt bij voorbaat groot. Hij trouwde met een schat- en schatrijke
Amerikaanse, Hallbach, dochter van de Duitse consul in Amerika. Zij erfde van haar familie een aantal mijnen die veel, heel veel geld 's jaarlijks op
brachten. Dat werd netjes aan Ernst uitgekeerd en de familie leefde daar wel van. De familieleden kregen daaruit een toelage oftewel apanage.
De apenage aan zijn familieleden was hoog, heel hoog. Daardoor was hun levensstandaard voor adellijke begrippen uitstekend te noemen.

Toen vader overleed, werd Leopold beheerder van het vermogen van de familie, als stamhouder zijnde. In 1871, bij de geboorte van hun eerste zoon
Leopold, stonden zij ook slecht bekend. Bij de komst van de tweede zoon Bernhard (Berni), was het al niet veel beter gesteld. Ernst wilde graag van die
slechte naam af en op de troon van het Vorstendom komen. Die kans die kwam toen de andere tak zijn heerser verloor. Toch ging dat niet van een leien
dakje. Na 34 jaar rechtszaken over het gezag te hebben gevoerd werd het Vorstendom Lippe-Biesterfeldt (1200 km2) het hunne. Grootvader werd
formeel van adel en mocht zich officeel Fürst Zur Lippe-Biesterfeldt noemen. Hij werd dus, ingevolge zijn adellijke stand gemachtigd om Prinsen
en Prinsessen te benoemen. De oudste zoon Leopold werd dus Prins zur Lippe-Biestefeldt.


(l) Baroness van Sierstorpff-Cramm (Bernhard's moeder), (m) Bernhard en broer Aschwin en (r) Bernhards vader Prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeldt

Bernhard's vader was de lievelingsbroer van Leopold. Hij was ziekelijk maar had wel een zeker charisma. Berni werd officier in het leger en daar hij van
adel was, kregen zij in die tijd geen opleiding. Hij werd verliefd op Armgard von Cramm en zag een huwelijk met haar wel zitten. Zij was de jongste van
vier dochters die de von Cramm's hadden. Ook haar vaders lieveling, klein van stuk met een heel grote mond, lak aan conventies, kettingrookster en
verslaafd aan luxe en rijkdom. Een en ander kwam zijn broer zeker niet goed uit. Leopold vond von Cramm geen goede partij voor zijn broer. De von
Cramm's waren niet van adel, arm als de ratten en hadden bovendien bepaald geen goede naam. Hij praatte als Brugman in op Berni zijn broer en dat
had vooralsnog effect. Maar niet lang, helemaal weg van Armgard vroeg hij haar na drie jaar, ondanks dat zij getrouwd was, ten huwelijk. Zij scheidde
van haar man en liet zich in den echt verbinden in 1909 met de broer van Leopold. Leopold was buitengewoon boos en nam maatregelen.

Het gevolg voor Bernhard's vader was ontslag uit al zijn militaire functies, zijn titel werd hem ontnomen en de toelage (apanage) werd niet meer verstrekt
en mogelijke kinderen zouden niet de naam Biesterfeldt mogen dragen. Het stel werd sociaal bezien, paria's en Bernhard's moeder kon de mogelijke titel
van Prinses wel op haar buik schrijven. Bij het zoeken naar een huis door het stel, kwam het bericht dat Armgard's vader was overleden. Hij liet haar alles
wat nog van hem was, na. Een landhuis, veel grond in Posen en het landgoed Woynowo (het latere Reckenwald) dat tegen de Poolse grens lag.
Het landgoed was sterk verwaarloosd, had geen water en electricteit. De weg er heen was een zeer slecht onderhouden zandpad van 5 km lengte vol
met gaten en kuilen. Bovendien was er echt geen geld om het landgoed het aanzien te geven dat gebruikelijk was voor een adellijke huis.


(l) Schloss Woynowo (thans Pools gebied) en (r) Prins Bernhard, zijn vader, zijn moeder en Prins Aschwin zijn broer (1925)

In deze omgeving en uitgekotst door de familie, kwam op 29 juni 1911 om 02.45 uur hun eerste kind Bernhard ter wereld met toch Lippe-Biesterfeldt als
achternaam. Hij was vanaf het begin de lieveling van zijn moeder Armgard. Gedrild door zijn moeder en en zij leerde hem dat bang zijn geen optie was
netzo min als verliezen. Drie jaar later (1914) kondigt broer Aschwin zich aan. Deze was, in tegenstelling tot Bernhard later, goeiig en zachtaardig van
karakter, hetgeen zijn moeder verafschuwde. Broer Bernhard had branie, wist wat hij wilde en! muntte uit in slecht gedrag. Dat vond moeder Armgard
prachtig en noemde hem weldra de Pasha van Woynowo. Van huis uit was de jongeman stapelgek op GELD, in feite een ongelooflijke niet te STILLEN
geldhonger. Tel daarbij de afkomst (feodaal milieu dat democratie haatte ), geen moreel besef bij gebracht, aardig gek op vrouwen, zijn moeder was
feitelijk de enige vrouw in zijn leven waar hij werkelijk omgaf en men heeft een profiel van Bernhard von Lippe-Biesterfeldt. Kortom, in gedachte
de woorden van zijn moeder zaliger 'moral will be for the lower class'. Ziedaar, de basis voor Bernhard's karakter.

Na een aantal jaren kwam bij Leopold het inzicht dat de situatie met zijn broer toch niet zo geweldig was. Hij besloot een tussenweg te kiezen en gaf in
1916 Armgard von Sierstorpff-von Cramm de kans de naam Biesterfeldt te dragen, hetgeen zij direct deed. Bernhard's moeder was verheugd dat zij nu
de titel van Prinses zur Lippe-Biesterfeldt had gekregen. De eerste Wereld Oorlog liet ook in Woynowo zijn sporen na. Er kwam geen geld meer van de
mijnen van grootmoeder. De Amerikanen hadden de tegoeden bevroren en de armoede sloeg keihard toe. Zelfs de Prinsessentitel van Armgard kon daar
niets aan veranderen. Die raakte zij overigens in 1918 kwijt, zoals vele andere edelen. Niet in staat om ook maar iets aan te schaffen, brandstof voor
verwarming was een voordurend probleem, kleding al helemaal, zag de toekomst voor het gezin er bepaald niet florissant uit. Eten was nauwelijks
voorhanden. Pas op zijn 9e kreeg Bernhard zijn eerste schoollessen en dat was door een leraar thuis. Dat kostte tenminste weinig geld. Op zijn 13e
gingen Bernhard en zijn broer naar een heel goedkope school want dat kon er net vanaf.

Daar Bernhard zich ontwikkelde als een jongen met een grote mond en veel eisen, duurde het 'bezoek' er, maar heel kort. Verpest door zijn moeder en de familie, was de jongen niet te handhaven. Hij accepteerde geen jij van zijn leraar en wenste met zijn titel Prins te worden aangesproken. De jongenman deelde nooit iets en had daarbij een enorme branie. Armgard haalde de 'heren' er maar vanaf.

Na zijn 13e komt als donderslag bij heldere hemel de goudmijn (Amerikaans) binnen. De mijnen mochten van de Amerikaanse regering weer uitkeren. Dat werd in een keer betaald. De zur Lippe-Biesterfeldts werden van de een op de andere dag schat- en schatrijk. Met dank aan het jarenlang bevroren zijn van de mijnuitkeringen. Onmiddellijk gingen Bernhard en broer Aschwin naar een supersjieke school in Berlijn, het Arndt Gymnasium.
Inmiddels had hij zijn lesje wel geleerd en sloot virendschappen af waarvan hij dacht dat deze hem later groot voordeel zou opleveren. Bernhard voelde zich als een vis in het water. Hij zocht vrienden en dat waren mensen die de achternaam Rosenthal (porselein), Guttman (oprichter van de Dresner Bank) droegen. Bernhard toerde met ze in de duurste auto uit die tijd een Maybach door Berlijn.

Bernhards Moeder

De auto was eigendom van een van zijn vrienden. Vanuit een ongestoord Woynowo naar het bruisende leven van een grootstad. Dat was wat hem aansprak. Van 1924 tot 1926 zat Bernhard op het Pädagogium, een kostschool in Züllichau. Direct na de oorlog werd het duidelijk dat de macht van de adel voorgoed voorbij was. Dat had gevolgen voor hen. De Zur Lippe-Biesterfeldts mochten wel hun naam behouden en daarmee was alles gezegd.

Na ruim 13 jaar de titel van Fürst zur Lippe-Biesterfeldt te hebben gedragen was het voorgoed afgelopen. Niet alleen zij waren het slachtoffer van de haat tegen het Adeldom, ook de Keizer werd terzijde geschoven. De onderdrukking die bij de Adel de naam, gebruik en geld verdienen had, was ten einde. Zij moesten gaan werken, voor het eerst van hun leven, voor geld.

Er was een Wet aangenomen die een ieder verplichtte deel te nemen aan herstelbetalingen en ruim 80% van het inkomen van Duitsland werd daarvoor gebruikt. Het gevolg was dat veel burgers honger leden en de Biestefeldters aan de grond kwamen te zitten. Leiden was in last en niet zo'n klein beetje ook. Daar overheen kwam de beurskrach van 1930 en velen lagen te creperen op straat.

Feitelijk kon Duitsland die herstelbetalingen niet opbrengen daar de inflatie zo hoog was. De geallieerden hadden echter geen mededogen., er diende
gewoon betaald te worden. Daardoor braken er op straat rellen uit. De Amerikanen hadden echter wel in de gaten dat die herstelbetalingen in gevaar
kwamen en verlichtte de lasten iets. Ook op Woynowo braken kreeg gevechten uit, velen speelden voor eigen rechter en de Adel betaalde de tol.
Bernhard en Aschwin hadden hun Gymnasium inmiddels beëindigd. Hij ging Rechten studeren in Lausanne en Frans. De bedoeling was dat Bernhard
diplomaat zou worden maar zijn leraren van het Gymnasium achtten hem daarvoor totaal ongeschikt. Niet vanwege gebrek aan hersenen, maar hij had
geen staal in zijn bloed. Kijk daarbij naar de sterke gretigheid van leven, gecombineerd met een zeer verregaande oppervlakkigheid, dan was de optelsom
een levensgevaarlijk combinatie voor een diplomaat, aldus die leraren. Hij deed Staatexamen Rechten aan de Friedrich-Wilhelm Universiteit in Berlijn
(later de Alexander Humbolt Universiteit geheten).

Overigens werd in het niet-openbare archief van die instelling feitelijke bewijzen gevonden dat, Bernhard een lidmaatschapskaart van de Studentschaft
bezat met de aantekening dat hij lid was van de NSDAP en de SA en ondermeer van de corpsvereniging Borussia, die eveneens onder Nazi-invloed stond.
Het vreemde van dit alles is, dat hij altijd heeft ontkend lid te zijn van de NSDAP en steun te hebben verleend aan Hitler. De Sturmabteilung (SA) werd
opgericht op 4 november 1921. Naast het bewaken van de partij en haar leden, hield de SA zich bezig met straatgevechten met politieke tegenstanders,
pseudomilitaire oefeningen en het terroriseren van Joodse en andere minderheden. Na het verbod begin 1924 op de SA en de NSDAP, richtte Hitler deze
eind van dat jaar evenzo vrolijk weer op.
Het lidmaatschap van de NDSAP was geëffectueerd sinds oktober 1932 en van de Motor SA heeft hij het nooit
ontkend. Als reden gaf de Prins later, tijdens interviews, op dat een lidmaatschap van een Nationaal Socialistische Organisatie nodig was voor studie en
examen. Dat is ook al bijzonder en onjuist. Pas jaren later werd het onderwijs zo genazificeerd dat van boven af politieke eisen werden bepaald.

Erika von Hodenberg, een Duitse aristocrate die hem mee maakte in de jaren 30 in Parijs, vond Bernhard een vlegel (een Schnösel, zoals zij dat in haar
taal uit drukte). Toch de bravour, de grote jongen uithangen, daarom konden Von Hodenberg en Bernhard niet door een deur. Ze vond hem iemand die
over alles wilde mee praten maar niet die kennis daarvoor bezat. Wat betreft het flutverhaal dat biografen, in latere jaren, over en van hem maakten,
is dat zeer beslist in strijd met de waarheid. Bernhard kwam via contacten met leden uit de Duitse Adelstand, terecht op dat kantoor van IG Farben.
Op zijn werkvergunning stond letterlijk vermeld 'volontär' (stagiair). Hij werkte gewoon in de postkamer en deed werk als postzegels plakken en brieven
dichtplakken. Doordat Bernhard zich vaak ziek meldde,was hij daar maar weinig. Of hij werkelijk ziek was, was maar de vraag. Feit is wel dat Bernhard
veel in zijn jeugd ziek is geweest. Problemen met de longen en een bacteriële infectie aan het strottenhoofd heeft hem toen parten gespeeld.


(l)Bernhard als volontär IG Farbe en(r)Ontmoeting in Garmisch Partenkirchen

Na een aantal weken in Parijs te hebben vertoefd bij IG Farben hoorde Bernhard via via, dat Koningin Wilhelmina haar dochter Juliana al tijden
probeerde aan de man te brengen. Indachtig de uitspraak van de Duitse Keizer Wilhelm II die jarenlang in Doorn heeft gewoond en daar ook stierf,
'Nur ein Deutschen Prinz soll Sie haben' was het gevolg van een toch door hem (hij was familie van haar) en Koningin Wilhelmina geregisseerde
zoveelste spannende aflevering van historie van De Huizen van Oranje en Nassau. Ondanks het feit dat Koningin Wilhelmina (sterk anti-NDSAP) niet
tuk was op iemand uit Duitsland waren de twee dames er wel op 'mannenjacht'. Duitsland, van nature een prachtig land, had in die tijd een lading Prinsen
zonder emplooi maar wel met een leuke achtergrond. De familie van de 'volontär' uit Parijs was al door hem op de hoogte gebracht van zijn ideëen
rondom een mogelijke huwelijkspartner. Dus kreeg Bernhard een brief van zijn tante Anna, de vrouw van Leopold die hem uitlegde dat zij iets
interessants had gehoord. Dat zou weleens iets voor de jongeman zijn, zo veronderstelde de tante. Zij vertelde Bernhard waar
de dames in kwestie mogelijk zouden zijn te bereiken.

Dus ging hij het proberen, niet geschoten is nimmer raak, zal Bernhard wel gedacht hebben. Hij versierde een auto, in die periode had Bernhard er geen!
en tuft vrolijk richting Garmisch Partenkirchen. In het nabijgelegen plaatsje Igls werd Bernhard bijgepraat. Daar en daar verbleven de dames. Bij
aankomst had zich net een kandidaat afgemeld, wat herhaaldelijk gebeurde, dus hij diende die mineurstemming om te toveren in een hoerastemming.
Dat was Bernhard wel toevertrouwd. Dus meldde hij zich netje bij de dames. Joyeus als hij kon zijn maakte hij 'per ongeluk' kennis met de Nederlandse
Koninklijke gasten, heel goed wetende wie voor hem stonden. Voor hen stond een man, voorzien van een aanbevelingsbrief, die alles had wat zij wensten.
Het was geen probleem dat Bernhard onbekend was en zij zijn naam nog nimmer hadden mogen vernemen. Bovendien gezegend met een wereldse
bravour, charme en een keurig voorkomen was hij wel een partij.


(l) Nieuws van verloving in kranten (r) 1936, Bernhard, Juliana, Aschwin en Armgard in Berlijn, Eden.

Moeder en dochter waren, op zijn zachts uitgedrukt, onder de indruk. Na het een volgde het ander en de afspraken vlogen over de toonbank, gelijk de
verkoop van een flesje bier. Bernhard had inmiddels een brief van zeven kantjes geschreven aan Juliana, waarin hij haar de hemel in prees. Veertien dagen
later, vier ontmoetingen en een dozijn brieven verder, vroeg hij de Kroonprinses al ten huwelijk. Koningin Wilhelmina had geprobeerd wat inlichtingen
over haar a.s. schoonzoon te verzamelen. Een paar dagen later kwam er wel negatieve info over hem en dat was nu net iets dat Wilhelmina niet wilde
weten. Een grafolooog, die de brieven van Bernhard had bekeken, vond het handschrift evenwichtig. Beelaerts, de Premier, zocht nog even door en ook
dat leverde niet de zo gewenste positieve zaken op. De Eerste Minister regeerde daaop met de stelling, dat niemand perfect was en gezien iedereen
wanhopig werd van het afwijzen en er nu een kandidaat was die wel aan het profiel voldeed, moesten er spijkers met koppen worden geslagen.

Ondertussen had Leopold zijn zaakjes goed voor elkaar. Hij liet een dik boekwerk maken waarin de familiegeschiedenis van de Lippe-Biesterfeldters stond.
Echter wel uiterst genuanceerd (dit is heel zachtjes uitgedrukt), daar Armgard's echtscheiding, Berni's verplichte vertrek uit het leger, Bernhard's NDSAP-
aktiviteiten, het nijpende geldgebrek op Woynowo en andere minder prettige zaken, simpel en vakkundig waren weg gepoetst. Daarvoor in de plaats
kwam een verhaal hoe geweldig de Biesterfeldters wel waren en hoe goed Bernhard was. Volgens dat geschrift was hij een man wiens karakter kon worden
gekenmerkt als, volhardend, stiptheidslievend, ordelijk en zeer betrouwbaar. Naar aanleiding daarvan stelde onze Regering een profiel op hoe de
persoonlijkheidsschets van de a.s. Prins-Gemaal eruit diende te zien. Hun omschrijving werd dus het volgende: 'een sportieve jongeman die eenvoudig
door het leven wenst te gaan en waarbij de belangstelling vooral uit gaat naar wetenschappelijk en cultuurele aktiviteiten. Voorts een stil en rustig karakter, bereid tot overpeinzing, een trouwe vriend en bovenal een simpele en degelijke persoonlijkheid
.'


(l) De Verloving en (r) Kroonprinses Juliana en haar bruidsdagen 1936

Hetgeen haaks stond op de opvoeding van Bernhard, die hij van huis uit meegekregen. De kogel ging inmiddels door de kerk en Bernhard nam zijn
maatregelen. Een bevriend journalist vroeg hij om alvast te laten uitlekken dat hij in het huwelijk zou treden met Juliana, Kroonprinses der Nederlanden.
In feite zette hij met deze stap beide dames voor het blok en het enige wat zij nog konden doen was directe onderhandelingen met hem te openen over
de hoogte van zijn toelage als Prins-Gemaal. De geboden twee ton was volgens Bernhard veel en veel te weinig en daarmee nam hij geen genoegen.
Temeer Bernhard een brief kon overleggen van de directie van IG Farben, waarin deze verklaarde hij, Bernhard, een directiezetel bij hun bedrijf in het
vooruit had. Dus wenste Bernhard het drievoudige van twee ton te ontvangen. Hij gaf immers een belangrijk post in het zakenleven op voor zijn
a.s. vrouw, de toekomstige Koningin der Nederlanden.

De onderhandelingen werden een wat genante vertoning, enerzijds Bernhard en anderzijds de twee vrouwen, de een Koningin der Nederlanden en de
ander de toekomstige. Hij had zich een schiterende uitgangspositie verworven met die brief. Je onderhandelt succesvoller dan als postkamerbediende
en voor zijn toekomstige biografie was dit ook aardig; Ik gaf een directeurspost bij IG Farben op voor mijn huwelijk met de toekomstige
Koningin der Nederlanden'. Overigens kreeg Bernhard wat hij vroeg: twee keer drie ton aan jaarsalaris. Bernhard en Juliana trouwden in Den Haag
in 1937. Bij hun vertrek voor een romantische huwelijksreis, overdacht hij dat het niet onaardig zou zijn de fuif die zij achter zich lieten,
toch maar bij te wonen. Dat gebeurde tot verbluffing van de aanwezigen. Daarna gingen zij 4 maanden op huwelijksreis.


(l) De geboorte van Beatrix (1936), (m) Het huwelijk en (r) Beatrix 1 jaar (1937)

Een hele groep vrienden en familieleden van de bruidegom reisden vrolijk mee. Och, de kosten? Die werden betaald door Koningin Wilhelmina.
Ondanks dat, ging het toch kriebelen bij de Prins-Gemaal. Het echtgenoot zijn, voelde kennelijk toch zo niet goed bij Bernhard, dus ging hij na een
paar maanden alweer de hot op. Voelde zich bovendien totaal niet verplicht iets uit te voeren voor de toelage van 6 ton. In 1938 werd Beatrix geboren
en ondanks dat de fotograaf van de RVD in de gang stond te wachten voor de verplichte foto, was Bernhard hem voor. Hij had alvast een plaat geschoten
en verkocht die voor f:50.000,00 (£4.000,00) aan een bevriende Engelse journalist Sefton Delmer.