OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Orden en Onderscheidingen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Orden en Onderscheidingen

De Militaire Willems Orde

Naar het zich liet aanzien zou de Militaire Willems-Orde binnenkort alleen nog uit een Grootmeester bestaan. Echter op 10 februari 2009 kondigde het
Ministerie van Defensie aan dat op 29 mei 2009 - voor het eerst in ruim 50 jaar - kapitein Marco Kroon, pelotonscommandant bij het Korps
Commandotroepen, zou worden benoemd tot Ridder 4e klasse. Dit is inmiddels gebeurd. De overige ridders zijn nu zo hoogbejaard dat zij geen zitting
meer hebben in het kapittel van de Orde (de maximumleeftijd voor lidmaatschap van het kapittel is 75 jaar). Door de deelname van Nederland aan
vredesoperaties en interventies als in Irak en Afghanistan is, zoals gebleken, het niet uitgesloten dat er nog meer ridders worden benoemd. Of het
koninkrijk daarbij in oorlog is of niet is van ondergeschikt belang. De Militaire Willems-Orde wordt immers 'in de strijd' verworven.

De 12 eenheden die de Militaire Willems-Orde aan hun vaandel dragen:

  1. Het 7e bataljon infanterie in Nederlands-Indië (1849)
  2. Het 3e bataljon infanterie in Nederlands-Indië (1877)
  3. Het korps marechaussee in Atjeh en Onderhorigheden (1930)
  4. Het wapen der Militaire Luchtvaart (18 mei 1940)
  5. De U.S. 82nd Airborne Division
  6. De Marine Luchtvaartdienst (1942)
  7. Het wapen der Militaire Luchtvaart van het K.N.I.L. (1942)
  8. Koninklijke Nederlandse Brigade Prinses Irene (1945)
  9. Het Korps Mariniers (1946)
  10. De Onderzeedienst (1947)
  11. De 1e Onafhankelijke Parachutisten Brigade (Polen) (31 mei 2006)
  12. Het Korps Commando Troepen (15 maart 2016)


De Militaire Willems Orde aan het vaandel van de Poolse troepen uit de 2e Wereld Oorlog, dit werd bevestig door Koningin Beatrix,
en deze voor het Korps Commandotroepen uit Roosendaal, aan het vaandel gehangen door Koning Willem-Alexcander.

Het was een hartenwens van Prins Bernhard dat Nederland zijn dappere Poolse bevrijders alsnog zou eren. Met een verwijzing naar het kabinetsbesluit
van 1952 wees de minister van Defensie dit categorisch af. Toen de Tweede Kamer zich uitsprak voor toekenning en uit de archieven bleek dat
Koningin Wilhelmina zelve een voordracht had gedaan waarop nog niet was beschikt, ging ook de minister akkoord.
Op 31 mei 2006 waren nog 12 ridders in de Militaire Willems-Orde in leven. Een aantal van hen was aanwezig bij het uitreiken van de
Militaire Willems-Orde aan de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade
voor haar strijd in de Slag om Arnhem.
Het Kruis der vierde klasse werd tijdens een plechtigheid op het Binnenhof aan het vaandel van de Poolse brigade bevestigd.

Het Korps Commando Troepen, de elite-eenheid van het Nederlandse leger, heeft op 15 maart 2016 het hoogste eerbewijs dat wij in ons land kennen
ontvangen, de  Militaire Willems-Orde voor hun buitengewone inzet in Afghanistan. Koning Willem-Alexander hing persoonlijk de Orde aan het vaandel. 

De ridders in de Militaire Willems-Orde hebben er, wanneer zij hun onderscheiding dragen, recht op om een militair saluut te ontvangen, ook van
militairen met een hogere rang. Charmant is ook het voorschrift dat “een commandant, op de avond van de verlening, de nieuwe ridder uitnodigt aan zijn
dis”, dat wil zeggen, dat de commandant met de ridder, ook als het een soldaat of onderofficier is, dineert. Tevens heeft de ridder recht op eerbetoon bij
het betreden van een kazerne, een daarmee gelijkgestelde ruimte en het aantreden op de Dam tijdens de Nationale Dodenherdenking: de wacht dient in
het geweer te komen. Veel ceremonieel hebben de Nederlandse Orden niet gekend, maar in de Militaire Willems-Orde is het gebruik dat
de nieuwe ridder tot ridder wordt geslagen.

Dat gebeurt niet met een zwaard maar met een klap met de vlakke hand op de schouders.Het is gebruikelijk om ridders in de Militaire Willems-Orde als
"Weledelgestrenge Heer" of "Weledelgestrenge Vrouwe" aan te schrijven (tenzij de ridder hogere titulatuur verdient op andere gronden). Achter de
naam van ridders in de Militaire Willems-Orde worden (in de Britse trant) de letters R.M.W.O. (of RMWO) geplaatst. Deze gebruiken berusten niet
op bepalingen in de Wet op de Militaire Willems-Orde of het Reglement op de Militaire Willems-Orde. De Taalunie raadt het gebruik van het woord
"Weledelgestreng" op de omslag van een aan een ridder gerichte brief aan.


Kapitein M. Kroon Ridder 4e klasse MWO en Majoor G. Tuiman, Ridder 4e klasse MWO.

Bij de instelling van de Orde was voorzien in bijzonder ceremonieel en in een kapittel dat de Orde zou administreren (het kapittel van de Militaire
Willems-Orde). In het kapittel zouden ridders in de Militaire Willems-Orde zitting hebben maar de wet sloot anderen niet uit. Van deze goede
voornemens kwam weinig terecht. De ministeries werkten niet naar behoren met het kapittel samen en het kapittel werd pas in 1946 min of meer
voltallig benoemd. De archieven van de Militaire Willems-Orde bleven daardoor vaak onvolledig. Sinds 1945 zit de Kanselier van de Nederlandse
Ridderorden, die ook Kanselier van de Militaire Willems-Orde is, het kapittel voor.


Nederland eert de Ridders met een jaarlijkse ontvangst, op de zogenaamde ridderdag, door de Koningin. Daarnaast krijgenzij bij militaire plechtigheden en bij de opening van
de Staten-Generaal bijzondere plaatsen toegewezen. Marco Kroon, de eerste Ridder in de MWO van de 21e eeuw en zes Ridders op het Binnenhof, 2009, v.l.n.r. Hakkenberg, Van den Hoek,
d'Aulnis, Hoeben, Kirk en Den Ouden.

Net als in de Maria Theresia-Orde, die de Militaire Willems-Orde immers tot voorbeeld diende, mag een militair ook de aandacht op zijn eigen dapperheid
vestigen. Wanneer er getuigen te vinden zijn en het kapittel vindt dat er inderdaad sprake is van bijzondere verdienste en moed, beleid en trouw, dan
kan het iemand voordragen voor benoeming. Dit noemt men het recht van reclame. In veel andere Orden is een man die zichzelf voorstelt voor altijd
uitgesloten van benoeming - bij de Militaire Willemsorde mag ook iemand zichzelf voordragen. De archieven van de Orde puilen uit van de
correspondentie met mensen die in zichzelf een ridder zagen, deze correspondentie hield soms lang aan omdat menigeen geen 'neen' wilde horen.


(l) kruis 4e klasse, (2e) kruis derde klasse, (r) Commandeurs kruis en Het Grootkruis M.W.O.

Ridder 4e klasse: Het ordeteken (1ste foto)) dient op het lint op de linkerborst te worden gedragen. De middellijn van het wit geëmailleerde kruis
bedraagt 42 millimeter, die van het Bourgondische Kruis 36 millimeter. De omlijsting van het eerstgenoemde kruis en van het medaillon, de geparelde
punten, de lauwerkrans, de 'W' en de kroon zijn van zilver. De breedte van het lint is 27 millimeter en in opgemaakte vorm 48 millimeter.

Ridder 3e klasse: (2e foto) dient op het lint op de linkerborst te worden gedragen. De middellijn van het wit geëmailleerde kruis bedraagt 42 millimeter,
die van het Bourgondische Kruis 36 millimeter. De omlijsting van het eerstgenoemde kruis en van het medaillon, de geparelde punten, de lauwerkrans,
de 'W' en de kroon zijn van goud. Het lint heeft een rozet. Het is 27 millimeter breed en in opgemaakte vorm 48 millimeter.

Commandeur: Het ordeteken (3e foto)) dient zonder lint op de linkerborst te worden gedragen, of om de hals aan een 55 millimeter breed lint.
De middellijn van het wit geëmailleerde Kruis bedraagt 50 millimeter, die van het Bourgondische kruis 42 millimeter. De omlijsting van het
eerstgenoemde kruis en van het medaillon, de geparelde punten, de lauwerkrans, de 'W' en de kroon zijn van goud. Het lint heeft een rozet.
Het is 27 millimeter breed en in opgemaakte vorm 48 millimeter.

De Grootmeester versierselen (rechtsboven foto) met lint, Gouden Kroon en GrootKruis behoren toe aan de drager van de Kroon.

Baton 4e klasse


Baton 3e klasse


Baton
Commandeur



Ridder Grootkruis Borstster



Baton Eresabel


Ere sabel M.W.O

Batons (1e foto) worden gedragen op de revers van een jas of maken deel uit van de verdiende en/of uitgereikte onderscheidingstekens(zogenaamde
lintjesgalerij) die militairen vaak op hun borst dragen. Deze worden vanaf de belangrijkste onderscheiding die het dichtst bij het hart word gedragen
en zo naar links gaande en aflopende in belangrijkheid.

Borstkruis Commandeur: De Commandeur kan buiten het Grootlint van zijn onderscheiding gebruik maken van ee zogenaamd Borstkruis (2e foto).
Vaak wordt dit linksonder de onderscheidingsbatons gedragen. Zodanig dat deze precies onder de baton is vastgespeld. Het commandeurskruis werd
vaker verleend. Commandanten van zegevierende legerkorpsen werden hiermee onderscheiden.Tot deze commandeurs behoorden Prins Bernhard der
Nederlanden, bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten en Generaal Spoor. De commandeurs droegen dit kruis aan een lint om de hals.
De commandeurs droegen ook een kruis met Gouden Koningskroon op de linkerborst. Dit kruis is meestal in een brede gouden rand gevat maar er
waren door de jaren heen verschillende modellen en leveranciers.

Hoewel de wet gouden letters voorschrijft zijn er ook enige Kruizen met blauwe letters bekend. Voor een dergelijk Kruis mocht 24 gram goud met een
gehalte van 750/1000 worden gebruikt. Het Kruis wordt met een pin op het uniform of het rokjasje, bevestigd. Het exemplaar dat hier is afgebeeld
stamt uit de jaren na 1822, voor die tijd waren de Sterren en Kruizen van de Militaire Willems-Orde geborduurd. Op hun uniform droegen de
commandeurs deze baton, een lintje in de kleur van de orde met een rozet op een stukje zilvergalon. Het Officierskruis is sinds 1815 enige honderden
malen verleend. Meestal werd men tot Officier bevorderd. De Ridders der Derde Klasse droegen dit Kruis aan een lint met rozet op de linkerborst.
Op hun uniform droegen de Officieren deze baton, een lintje in de kleur van de orde met een rozet.

Ridder Grootkruis: Het ordeteken - zonder kroon - (3e foto) is bevestigd op een achtpuntige, uit 40 stralen bestaande bolvormige zilveren ster.
De ster heeft een middellijn van 80 millimeter, terwijl de punten gepareld zijn. De ster dient zonder lint op de linkerborst te worden gedragen, om de hals
aan een 55 millimeter breed lint, of als sjerp over de rechterschouder naar de linkerheup. De breedte van de sjerp is 101 millimeter. De middellijn van het
wit geëmailleerde kruis bedraagt 50 millimeter, die van het Bourgondische kruis 42 millimeter. De omlijsting van het eerstgenoemde kruis en van het
medaillon, de geparelde punten, de lauwerkrans, de 'W' en de kroon zijn van goud. Het lint heeft een rozet. Het is 27 millimeter breed en
in opgemaakte vorm 48 millimeter.

Ere Sabel: (4e foto Het ere-sabel wordt slechts zeer zelden verstrekt en dan nog maar voor buitengewone prestatie's. Het baton wordt gedragen vlak
bij het hart. Op het sabel staat de naam vermeld van degene die het heeft gekregen en wat hij daarvoor heeft verricht aan krijgsheldhaftige handelingen.
Een Eresabel is een zeer oud eerbewijs en werd ook door steden, regeringen en dankbare ondergeschikt of collega-officieren wel eens verleend. Ook deze sabels werden, na verkregen toestemming, bij het uniform gedragen. Van het bezit van een door de Nederlandse Koning verleende eresabel getuigde dit, overigens nooit officieel vastgestelde, insigne dat op het lint van het Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven werd gedragen. Het zijn twee
gekruiste sabels met een gouden gevest gedekt door een gouden koningskroon. De Nederlandse Koningen hebben in Nederlands-Indië 106 eresabels verleend, de laatste in 1911 aan de Eerste Luitenant der Mariniers H.J.Schmidt. Ook de Geallieerde opperbevelhebber Generaal Eisenhower kreeg
na de Tweede Wereldoorlog een Eresabel toegekend.

Op hun uniform droegen de met een Eresabel vereerde militairen deze baton, een lintje in de kleur van het Ereteken Belangrijke Krijgsbedrijven met een gouden speld. De Militaire Willems-Orde is de hoogste Nederlandse onderscheiding. Dit Grootkruis werd sinds 1815 ongeveer vijftigmaal verleend. Een aantal generaals en 19e eeuwse vorsten werd hiermee gedecoreerd en na de tweede wereldoorlog werden George VI, President Roosevelt,
Koningin Wilhelmina en Haile Selassie
Grootkruis in deze exclusieve orde. Op hun uniform droegen de Grootkruizen deze baton, een lintje in de
kleur van de orde met een rozet op een stukje goudgalon. De Grootkruizen dragen hun versierselen aan een lint over de rechterschouder op de linkerheup.

Het Kruis voor Moed en Trouw werd op 7 maart 1898 door Koningin-Regentes Emma in naam van Koningin Wilhelmina ingesteld. Het Kruis verving de Medaille voor Moed en Trouw die ook al aan het lint van de Militaire Willems-Orde werd gedragen maar in de ogen van de regering onvoldoende uitstraling en prestige had. Het Kruis werd tot 1927 in zilver of brons toegekend voor respectievelijk "Uitstekende daden van Moed en Trouw" en "Daden van Moed en Trouw in Nederlands-Indië door inlanders betoond". Op hun uniform droegen de gedecoreerde militairen deze baton, een lintje in de kleur van de Militaire Willems-Orde.
In april 1815 was er alle aanleiding voor de spoedige stichting van een militaire orde. Het jonge Koninkrijk der Nederlanden werd geconfronteerd met de Franse opmars onder leiding van de uit Elba teruggekeerde Napoleon. Koning Willem I had een koninklijke dapperheidsonderscheiding nodig om in de komende strijd daden van moed te kunnen belonen. De stichting van de Militaire Willems-Orde (MWO) was dan ook een kwestie van slechts een paar maanden. Evenals het Legioen van Eer was de MWO een zogenoemde 'verdienstorde', losgekoppeld en voor een ieder.


Kruis
Moed en Trouw

Het kruis gelijkt enigszins op de Militaire Willems-Orde en wordt aan het lint van deze Orde gedragen. De uitvoering wijkt af omdat kruis en kroon van ongeëmailleer zilver zijn. Waar op de Willemsorde de vuurslag prijkt is een medaillon met een heraldische Nederlandse Leeuw aangebracht. Tussen de armen van het kruis zijn Oosters aandoende zwaarden, "klewangs", aangebracht. De tekst op het kruis is "VOOR MOED EN TROUW" en op de keerzijde "KONINKLIJK HULDEBLIJK" in het Javaans of Maleis. Tussen kroon en kruis is een vuurslag, herkenningsteken voor de Orden van het Gulden Vlies en de Militaire Willems-Orde aangebracht.

De Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië was gemachtigd om de kruisen te verlenen. Hij kende, vooral in de jaren voor 1925, 262 bronzen en 13 zilveren Kruizen voor Moed en Trouw toe. In 1927 werd voor het laatst een Kruis voor Moed en Trouw toegekend, daarna werden ook Inlandse soldaten van het KNIL tot Ridder in de Militaire Willems-Orde benoemd. Voor de dragers van deze onderscheiding die hun kruis tijdens de Japanse bezetting waren kwijtgeraakt werden na de oorlog nieuwe kruisen zonder kroon vervaardigd.

Men noemt dit kruis wel de "Militaire Willems-Orde" voor inlanders, maar de discriminatie bij het toekennen van de Willems-Orde en het weglaten van
het woord "beleid" op het kruis hebben deze decoratie in een kwaad daglicht gesteld. Werd van Inlandse soldaten geen beleid verwacht en van
Europeanen wèl? Het Ridderkruis is sinds 1815 meer dan 1000 maal verleend. De Ridders der Vierde Klasse dragen dit kruis aan een lint op de
linkerborst. De wet schrijft voor dat het kruis geheel van zilver moet zijn maar al sinds 1815 zijn de vuurslagen steeds verguld. De enige dame die
Ridder in de Militaire Willems -Orde werd, Mevrouw Brunita Josepha Gemmeke draagt haar ridderkruis aan een strik.
Op hun uniform dragen de Ridders boven vermelde batons, een lintje in de kleur van de Orde.

De Militaire Willems-Orde kent sindsdien vier klassen: Ridder-Grootkruis, Commandeur, Ridder derde klasse en Ridder vierde klasse. De veldtocht tegen
Napoleon in 1815, met de slagen bij Quatre Bas en Waterloo, was de eerste gelegenheid waarvoor de Militaire Willems-Orde werd uitgereikt. Erfprins
Willem Frederik George Lodewijk van Oranje-Nassau ontving de eerste onderscheiding en wel het Grootkruis van de Orde. In totaal werden er naar
aanleiding van de veldtocht in 1815 meer dan 1000 personen onderscheiden.

In de loop der jaren is de MWO in totaal meer dan 6.000 keer uitgereikt. De belangrijkste gebeurtenissen in dit verband zijn, na de veldtocht van 1815:

De Belgische opstand van 1830
De hele periode Nederlands-Indië, met de nadruk op de Atjeh-periode
De Tweede Wereldoorlog, 1940-1945
De Politionele Acties, 1946-1948
De Koreaanse Oorlog, 1950-1954


De rangen en versierselen van de Militaire Willems-Orde

Het ontwerp voor een ordekruis werd in 1815 aan Koning Willem I voorgelegd door de Hoge Raad van Adel en is waarschijnlijk van de hand van de
tekenaar A.G. Zuercher. Er zijn een aantal schetsen bewaard gebleven van een keten van de Orde. Deze zou door de Koning-Grootmeester en de
Grootkruisen kunnen worden gedragen maar het bleef bij tekeningen. Het Kruis van de Orde is een Maltezer Kruis en in de armen behoort zich volgens
de bepaling van de Wet op de Militaire Willems-Orde, artikel 6, een ”Bourgondisch Kruis” te bevinden. Vanaf het begin zijn er in werkelijkheid
andreaskruisen gebruikt die door bezuinigen op het juwelierswerk of onkunde in de loop der tijden steeds minder
op de beoogde versiering gingen lijken.

Volgens de schrijver van Zelm van Eldik was het de ambtenaren en de juweliers vanaf het begin onduidelijk hoe een dergelijk Kruis er precies uit behoort
te zien. Pas onlangs, in 2000, is het Kruis van de orde weer voorzien van een andreaskruis zoals dat de Hoge Raad van Adel in 1815, misschien, voor ogen
heeft gestaan. De kroon boven het Kruis is de heraldisch voorgeschreven Nederlandse Koningskroon. Waar de armen van het Kruis samenkomen, wordt
het juweel van de orde gedekt door de vuurslag van de Orde van het Gulden Vlies. Het lint is in de kleuren van het Huis van Oranje-Nassau uitgevoerd in
oranje met twee groenblauwe biezen.

De Koning(in) der Nederlanden is Grootmeester van deze ridderorde.

Er bestaan vier graden binnen de Militaire Willems-Orde:

* Ridder 1e klasse of Ridder Grootkruis
* Ridder 2e klasse of Commandeur
* Ridder 3e klasse of Officier
* Ridder 4e klasse of Ridder

De Grootkruizen dragen een groot uitgevoerd Kruis van de orde aan een breed lint over de rechterschouder en een zilveren ster met het
Kruis van de Orde. De Commandeurs dragen een Kruis van de orde aan een lint om de hals en op de linkerborst ditzelfde Kruis. De officieren dragen een
Gouden Kruis van de orde, met een Gouden kroon, aan een lint met rozet op de linkerborst. De ridders dragen een Zilveren Kruis, maar met de vuurslag
in goud, en een zilveren kroon aan een lint op de linkerborst. Het lint is oranje met twee groenblauwe strepen. Het is in de heraldiek niet ongebruikelijk
om het lint en het Kruis ook in het wapen van een ridder op te nemen. Het Grootkruis hangt in de standaard van de Koningin der Nederlanden
om het Nederlandse wapenschild.

Over de vier graden zijn in de 19e eeuw misverstanden ontstaan. Britse marine-officieren waren verbaasd over het feit dat zij, die vanwege hun rang in
de marine op Commandeurskruisen en Grootkruisen in vreemde orden mochten rekenen, het ridderkruis in de Militaire Willems-Orde ontvingen.
Koning Willem I heeft in 1815 gekozen voor een orde naar het voorbeeld van de Orde van Maria-Theresia waarin het Grootkruis voor veldmaarschalken,
admiraals en staatshoofden gereserveerd is. Het Commandeurskruis is voor zegevierende bevelhebbers van legers en vloten gedacht. Het officierskruis
en het ridderkruis kunnen aan succesvolle bevelhebbers van schepen en legereenheden worden toegekend. In feite is alleen de IVe Klasse
een onderscheiding voor persoonlijke dapperheid. Wie nogmaals zo moedig dat hij of zij de Willems-Orde verdient kan tot Officier in de Orde worden
bevorderd. Om te voorkomen dat een officier beneden de rang van vlagofficieren voor een derde dappere actie het Commandeurskruis
zou moeten omhangen is de eresabel ingesteld.