OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Orden en Onderscheidingen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Orden en Onderscheidingen

Civiele Ridderorde van Oranje-Nassau

In 1841 stichtte Koning Willem II als Groothertog van Luxemburg de Orde van de Eikenkroon. Alhoewel dit geen Nederlandse orde was, werden onderscheidingen in de Orde van de Eikenkroon regelmatig toegekend aan Nederlanders en buitenlandse diplomaten. Na het overlijden van Koning
Willem III in 1891 werd Luxemburg een zelfstandige staat. Het gevolg was dat de onderscheidingen in de Orde van de Eikenkroon niet meer konden
worden toegekend door het Nederlandse staatshoofd. De Orde van Oranje-Nassau is op 4 april 1892 bij wet ingesteld. Deze Orde is na de
Militaire Willems-Orde en de Orde van de Nederlandse Leeuw de derde Nederlandse orde.
Hare(Zijne) Majesteit de Koning(in) is Grootmeester van de Orde
.


Ridder Grootkruis, draagteken en borstster

Ridder Grootkruis: Het versiersel bestaat uit het kruis met een diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, opgemaakt in de vorm van een sjerp,
die wordt gedragen van de rechterschouder naar de linkerheup. Het lint voor mannen is 101 mm breed en voor vrouwen 68 millimeter. De ster bestaat uit
een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerde rand, beide met goud omlijst met een diameter van 48 millimeter, bevestigd
op een achtpuntige, uit achtenveertig stralen bestaande zilveren ster met een diameter van 85 millimeter. Op het schild staan afgebeeld de Leeuw en
het omschrift, zoals omschreven in artikel 7, eerste lid, van de Wet. Op de witte rand is aan de onderzijde een laurierkrans aangebracht.


Voor militairen bevinden zich achter het schild twee schuin gekruiste zwaarden, zoals omschreven in artikel 7, tweede lid, van de Wet. De ster wordt
direct boven het middel gedragen op de linkerzijde van de kleding. De ster en het onder 1 bedoelde onderscheidingsteken worden uitsluitend tezamen gedragen. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint waarachter een balk van goudgalon is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik.
Het draagteken wordt gedragen in plaats van genoemde onderscheidingstekens.

De behoefte aan een nieuwe, derde, Nederlandse Orde werd duidelijk. Die was nodig om met name buitenlandse diplomaten koninklijk te kunnen onderscheiden, maar ook om mensen uit de lagere klassen en standen hiermee een koninklijk schouderklopje te kunnen geven. Op 4 april 1892 - ten tijde
van Koningin Emma als Regentes van het Koninkrijk - werd de Orde van Oranje-Nassau ingesteld. In 1994 werd het Nederlands decoratiestelsel - na bijna dertig jaar discussie - bij Wet ingrijpend herzien. Vanaf de Algemene Gelegenheid in 1996 werd er voor het eerst gedecoreerd onder de werking van het herziene stelsel. De wetgever had bij de herziening een democratischer decoratiestelsel voor ogen waarin voor automatismen geen plaats meer was.

De hoogte van de onderscheidingen werd losgekoppeld van rang en maatschappelijke status. In principe kan iedereen in onze samenleving worden gedecoreerd. Een decoratie wordt namelijk uitsluitend toegekend op basis van bijzondere persoonlijke verdiensten voor de samenleving. Tot 1996
bestond de Orde van Oranje-Nassau uit vijf graden. Daarnaast waren er tot 1996 Eremedailles in goud, zilver en brons aan de Orde verbonden.
De dragers van de Eremedaille werden niet opgenomen in de Orde. Sinds 1996 worden de Eremedailles niet meer uitgereikt, terwijl de Orde van
Oranje-Nassau nu zes graden heeft:

1. Ridder Grootkruis, 2. Groot-Officier, 3. Commandeur, 4. Officier, 5. Ridder en 6. Lid

Borstster Groot-officier, baton en Halslint

Groot Officier: Het versiersel bestaat uit het kruis met diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, dat door mannen om de hals en door vrouwen opgemaakt in de vorm van een strik op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 55 millimeter breed en
voor vrouwen 37 millimeter. De ster bestaat uit een blauw geëmailleerd rond schild, omgeven door een wit geëmailleerde rand, beide met goud omlijst met
een diameter van 48 millimeter, bevestigd op een vierpuntige, uit achtenveertig stralen bestaande zilveren ster met een diameter van 85 millimeter. De ster
wordt direct boven het middel gedragen op de linkerzijde van de kleding. De ster en het bedoelde onderscheidingsteken worden uitsluitend tezamen
gedragen. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint, waarachter een balk van goudgalon aan de ene zijde en een balk van zilvergalon aan de
andere zijde is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van de genoemde onderscheidingstekens.

De basis van de onderscheidingstekens van de Orde van Oranje-Nassau is het 'versiersel', een vierarmig wit en blauw geëmailleerd kruis dat hangt
aan een kroon. In het midden van het kruis bevindt zich een blauw geëmailleerd medaillon met daarop de Nederlandse leeuw. Dit medaillon heeft als
omschrift: 'JE MAINTIENDRAI'. De keerzijde van het versiersel is op gelijke wijze uitgevoerd, behalve dat op het medaillon een gekroonde 'W' staat en
het omschrift van het medaillon 'GOD ZIJ MET ONS' luidt. Tussen de armen van het kruis bevindt zich een lauwerkrans. Voor militairen wordt de lauwerkrans
vervangen door twee gekruiste zwaarden. Het lint waaraan het versiersel van de Orde van Oranje-Nassau wordt gedragen, is oranje met
links en rechts blauwe en een smallere witte baan.

De uitvoering van het versiersel verschilt per graad. Hoe hoger de graad, des te groter het versiersel en breder het lint. De graden Ridder Grootkruis en
Grootofficier ontvangen tevens een borstster. Voor de graden van Ridder en Lid zijn de versierselen van zilver. Bij de overige graden is het zilver verguld.
Van elk versiersel is er een dames- en herenuitvoering. Deze versierselen worden bij de uitreiking omgehangen en/of opgespeld. Verder worden ze maar
in een beperkt aantal gevallen gedragen. De gedecoreerde krijgt voor de dagelijkse kleding een zogeheten draagteken of draaglint. Behalve de versierselen ontvangt de gedecoreerde een oorkonde, met daarop vermeld de naam van de gedecoreerde en de graad waarin deze is onderscheiden. Ook de datum
en het nummer van het betreffende koninklijk besluit staan op de oorkonde vermeld. Hierna volgen alle onderscheiding's- en draagtekens van de
verschillende graden, in dames- en herenuitvoering.










v.l.n.r. Halslint Commandeur en draagteken, Officierskruis (vr) en draagteken, Offcierskruis (mn) en draagteken en Kruis met de Zwaarden (militair) en draagteken.

Commandeur: Het versiersel bestaat uit het kruis met diameter van 60 millimeter, hangend aan het lint, dat door mannen om de hals en door vrouwen
opgemaakt in de vorm van een strik op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 55 millimeter breed en voor
vrouwen 37 millimeter. Het draagteken, is een in rozetvorm opgemaakt lint, waarachter een balk van zilvergalon is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een
strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van genoemde onderscheidingsteken.

Officier: Het versiersel bestaat uit het kruis dat diameter heeft van 46 millimeter, hangend aan het lint, voorzien van een rozet in de kleuren van het lint,
dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 37 millimeter breed en voor vrouwen 27 millimeter.
Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint. Het geheel is bevestigd op een strik.
Het draagteken wordt gedragen in plaats van het genoemde onderscheidingsteken.

Voor militairen bevinden zich achter het schild twee schuin gekruiste zwaarden, zoals omschreven in artikel 7, tweede lid, van de Wet. De ster wordt direct
boven het middel gedragen op de linkerzijde van de kleding. De ster en het onder 1 bedoelde onderscheidingsteken worden uitsluitend tezamen gedragen.
Het draagteken is een in rozetvorm opgemaakt lint waarachter een balk van goudgalon is bevestigd. Het geheel is bevestigd op een strik. Het draagteken
wordt gedragen in plaats van genoemde onderscheidingstekens.









vl.n.d. Ridder en draagteken, lid (vr) en draagteken en lid(mn) en draagteken.

Ridder: Het versiersel bestaat uit het kruis dat een diameter heeft van 46 millimeter, hangend aan het lint, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de
kleding wordt gedragen. Het lint voor mannen is 37 millimeter breed en voor vrouwen 27 millimeter. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van
een strik. Het draagteken is een lint, opgemaakt in de vorm van een strik, waaraan is toegevoegd een kleine zilveren kroon. Het draagteken wordt
gedragen in plaats van het genoemde onderscheidingsteken.

Lid: Het versiersel bestaat uit het kruis dat een diameter heeft van 35 millimeter, hangend aan het lint met een breedte van 27 millimeter, dat op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding wordt gedragen. Vrouwen dragen het lint opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken is een lint, opgemaakt in de vorm van een strik. Het draagteken wordt gedragen in plaats van het genoemde onderscheidingsteken.

De Koning is Grootmeester van de ridderorden. Artikel 111 van de Grondwet bepaalt dat ridderorden bij wet moeten worden ingesteld.
De ridderorde valt daardoor onder de ministeriële verantwoordelijkheid, en wordt door de regering verleend. Het Koninklijk Besluit waarin
de ridderorde vastgelegd wordt, wordt ondertekend door de Koning en de verantwoordelijke minister. De Koning reikt de ridderorden niet zelf uit.
Meestal doet de burgemeester van de woonplaats van de geridderde dit. De Kanselier der Nederlandse Orden is belast met
de uitvoering van de Koninklijke Besluiten.

Civiele Ridderorden:

Nederland kent twee civiele ridderorden: de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau.
De onderscheidingen worden ook wel lintjes genoemd.
Deze worden toegekend aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving.

Kandidaten moeten worden voorgedragen bij de burgemeester van hun woonplaats. Als de burgemeester akkoord is, stuurt hij de aanvraag door naar de
Commissaris van de Koning. De Commissaris stuurt de aanvraag na goedkeuring door naar de Kanselarij der Nederlandse Orden. Het Kapittel voor de
Civiele Orden, dat is gevestigd bij de Kanselarij, adviseert vervolgens de verantwoordelijke minister over de toekenning. De Koning en de minister,
op wiens beleidsterrein iemand actief is, zetten hun handtekening onder het Koninklijk Besluit. Buitenlanders kunnen ook in aanmerking komen
voor een lintje. De aanvraagprocedure loopt dan via de Minister van Buitenlandse Zaken.