OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Orden en Onderscheidingen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Orden en Onderscheidingen

Volgorde Orden en Onderscheidingen

Met ingang van 1 september 2005 werd de draagvolgorde van Orden en Onderscheidingen als volgt bepaald door de Kanselier der Nederlandse Orden
en in de Staatscourant nummer 241 gepubliceerd. Een en ander conform het Besluit van de Ministers van Binnenlandse Zaken en Defensie.

De Kanselier der Nederlandse Orden, • Overwegende dat het wenselijk is het bij zijn besluit van 8 mei 2001 vastgestelde Besluit
draagvolgorde onderscheidingen te herzien; • Gelet op de instemming van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
d. d. 13 augustus 2002, nr. BK02/84166 en de instemming van de minister van Defensie
d. d. 14 augustus 2002 nr. DO 065/2002002546;

Artikel 1
Indien een persoon de hem toegekende Koninklijke of ministeriële onderscheidingen draagt, dan worden deze gedragen in de in
artikel 2 aangegeven volgorde, waarbij de onderscheiding met het laagste rangnummer wordt gedragen het dichtst bij het hart.


De volgorde van het dragen van de Orden en Onderscheidingen , is als onderstaand:

D: Erkende (Riddelijke) Orden

Door de Minister van Defensie erkende Onderscheidingen van Nederlandse particuliere Organisaties mogen op het militaire uniform
worden gedragen in onderstaande volgorde.

Volgorde Benaming Onderverdeling Graden, Klassen en Medailles Batons
         
1 Medaille van het Carnegie Heldenfonds      
    1.1 in Zilver x
    1.2 in Brons x
2 Kruis van Verdienste van het Nederlandse Rode Kruis Geen   x
3 Medaille van Verdienste van het Nederlandse Rode Kruis Geen   x
4 Medaille voor Trouwe Dienst van het Nederlandse Rode Kruis Geen   x
5 Herinneringskruis 1939-1940 van het Nederlandse Rode Kruis Geen   x
6 Herinneringskruis 1945-1950 van het Nederlandse Rode Kruis Geen   x
7 Kruis voor betoonde marsvaardigheid van de KNBLO   Ook wel het Vierdaagse Kruis genoemd (Nijmegen) x
8 Vaardigheidsmedaille van de NSF      
    8.1 in Goud x
    8.2 in Zilver x
    8.3 in Brons x
9 Nationale Vijfkamp Kruis van het NSF/NOC Geen   x
10 Medaille Koninklijke Nederlandse Vereniging
voor Luchtvaart
     
    10a in Goud x
    10b in Zilver x
    10c in Brons x
11 Kruis van de Tweedaagse Militaire Prestatietocht van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserve-Officieren Geen   x
12 Prins Maurits-Medaille van de Nederlandse Vereniging 'Ons Leger'. (Uitsluitend persoonlijk toegekend) Geen   x

In aanvulling op bovengenoemde onderscheidingen kunnen achtereenvolgens worden gedragen:

E. Onderscheidingen van Nederlandse particuliere organisaties, zoals de medaille van het Carnegie Heldenfonds en het Vierdaagsekruis;
F. Onderscheidingen van internationale organisaties zoals de Verenigde Naties;
G. Buitenlandse onderscheidingen (in de volgorde van de graden van hoog naar laag; bij meerdere onderscheidingen in dezelfde graad wordt
de alfabetische volgorde van de Franse benamingen van de desbetreffende landen aangehouden; bij meerdere onderscheidingen in eenzelfde graad
van een bepaald land, wordt de in dat land gebruikelijke rangorde aangehouden).

Artikel 3

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van heden.
2. Dit besluit zal worden geplaatst in de Staatscourant.

Aldus vastgesteld te Den Haag, 1 september 2005.
De Kanselier der Nederlandse Orden,
J.H. De Kleyn.

BatonpaletBatonspaletVoorbeelden van Palets

Ook buitenlandse Orden en Onderscheidingen worden en werden veelvuldig door leden van het Koninklijk Huis en de Koninklijke Familie in ontvangst
genomen. Prins Bernhard was een van de bekendste leden van het Huis en zijn verzameling 'Buitenland' is indrukwekkend te noemen. Talloze malen
werd hij geeerd met vele Grootkruizen en Sterren. Maar ook Prinses Beatrix werd in haar regeerperiode als Koningin der Nederland vereerd met vele
buitenlandse onderscheidingen. Onderstaand een impressie.

De Orde van het Britse Rijk(Engels: The Most Excellent Order of the British Empire, afkorting: OBE) is een Britse ridderorde, opgericht op 4 juni 1917
door Koning George V. In principe wordt de onderscheiding toegekend aan staatsburgers van het Verenigd Koninkrijk of andere landen waarvan de Britse
Koningin het staatshoofd is, maar ook inwoners van andere landen kunnen deze onderscheiding ontvangen. In 1918 werd de orde in een militaire en een
civiele afdeling "Division" genoemd gesplitst. De kleinoden en sterren zijn voor beide divisies, de Militaire Divisie en de Civiele Divisie gelijk maar de
militairen dragen een lint met een dunne grijswitte middenstreep. De Orde kent een soeverein, een grootmeester (Prins Philip, Hertog van Edinburgh)
en vijf graden. Zijn voorgangers waren Edward, Prince of Wales (1917–1936) en Queen Mary (1936–1953).
Het motto van de orde is "For God and the Empire".


v.l.n.r.: Ster Orde Britse Rijk , Ster Orde van de Olifant Denemarken, Ster Orde van de Verlosser Griekeland en Ster Orde van Karel III van Spanje (allen Prins Bernhard)

De Orde van de Olifant of Olifantsorde (Deens:"Elefantordenen") is de hoogste Deense ridderorde. De Orde is al erg oud en haar bestaan kan al
in de 15e eeuw aangetoond worden. In 1462 richtte Koning Christiaan I van Denemarken een "Ordebroederschap", de Broederschap van de Moeder
Gods, met 50 dames en heren als leden en de kapel van de drie Koningen in Roskilde als zetel op. Het is mogelijk dat de keten van deze broederschap uit
olifantenbestond. In 1508 kreeg de biechtvader van de broederschap een insigne dat een gouden olifant met een gevechtstoren op de rug voorstelde.
Op het graf van Koning Hans, in het Deense Odense, is een keten bestaande uit sporen en olifanten te zien. De huidige statuten gaan terug tot
de stichting of heroprichting door Koning Christiaan V van Denemarken op 5 december 1693.

De Orde had dertig ridders, en de Koning van Denemarken was de soeverein van de Orde. De Deense Prinsen kregen de Orde op hun twintigste verjaardag,
anderen moesten dertig jaar oud en Protestants zijn. Tot 1958 konden alleen mannen als ridder in deze Orde worden opgenomen. De Orde wordt nu ook
aan katholieke staatshoofden en burgers verleend. Christiaan IV van Denemarken heeft de Orde van de Olifant met de Orde van de Geharnaste Arm
( Deens: "Væbnede Arms Orden") verenigd. De ridders combineerden het lidmaatschap van beide orden tot de Orde van de Geharnaste Arm in
1634 werd opgeheven. Vrijwel alle verleningen waren aan staatshoofden en leden van regerende Vorstenhuizen. Uitzonderingen op deze regel zijn
Niels Bohr en Winston Churchill. Ook de Nederlandse Koningen werden in de Orde opgenomen.

De Koninginnen Juliana en Beatrix en de Prinsen Bernhard, Claus en Willem-Alexander werden allen ridder in deze Orde. In het verleden kregen diverse
Nederlandse ambassadeurs en vlootvoogden de Orde van de Olifant uitgereikt. Daarnaast is de orde afgebeeld op de graven van de Van Reedes in Amerongen en op het graf van Admiraal Jacob van Wassenaer Obdam in de Grote Kerk in 's-Gravenhage. Omdat de olifant van de orde een witte olifant is,werd de Orde in het Nederland van de 17e eeuw die van de Witte Olifant genoemd. Verscheidene oorlogsschepen droegen toen de naam Witte Oliphant.
De orde is een Orde van de Deense staat maar heeft sterk het karakter van een Huisorde omdat alle Deense Prinsen en hun echtgenoten worden
opgenomen in de orde, die slechts een enkele rang kent. Het symbool van de Orde, de krijgsolifant, symboliseert het strijdbare Christendom.

De "Zeer Hoge Orde van Karel III" (Spaans: "Muy Distinguida Orden de Carlos III") is de hoogste ridderorde van het Koninkrijk Spanje.
De onderscheiding wordt vooral aan de hoogste autoriteiten zoals ministers verleend. In het buitenland wordt het grootkruis in deze Orde toegekend
aan evriende staatshoofden. Een aantal Belgische en Nederlandse Koningen en Koninginnen en ook Prins Bernhard der Nederlanden zijn of waren
Grootkruis in deze Orde. De Orde wordt geregeld door de Spaanse Koning gedragen. De Orde werd op 19 september 1771 door de, voor Spaanse
begrippen vooruitstrevende, Koning Karel de Derde gesticht. De Koning belastte in 1775 de oude Orden , waaronder de rijke maar nutteloze
Orde van Calatrava met een miljoen real om 200 ridders van de nieuwe Orde van Karel III van een pensioen te voorzien.

Vergeleken met de oude militaire orden en de Orde van het Gulden Vlies was de Orde modern te noemen; er waren drie graden en de Orde beloonde
verdienste. Aanleiding voor de oprichting was de geboorte van een Prins van Asturië en de Orde werd aan de " Heilige Maagd en het mysterie van de
onbevlekte ontvangenis" gewijd. De Koning had behoefte aan een Orde van Verdienste naast het van zijn Habsburgse voorgangers overgenomen
Gulden Vlies. De Orde draagt vier lelies die verwijzen naar de Franse afstamming van de Spaanse Koningen uit het Huis Bourbon. Bij de oprichting
waren 60 grootkruisen en 200 ridders voorzien. De ridders ontvingen ieder een jaarlijks pensioen van 4000 reaalen. Op 21 februari werden de ridders,
in een Pauselijke bul van Clemens XIV bijzondere kerkelijke voorrechten verleend.

Het lint van de Orde was blauw en wit en zij werd in het knoopsgat gedragen. De meer reactionaire Karel de Vierde voegde in 1804 de eis dat de ridders
acht kwartieren dienden te kunnen bewijzen aan de statuten toe. In 1809 installeerde Keizer Napoleon I zijn oudere broer Joseph Bonaparte op de
Spaanse toon. Deze schafte een aantal van de Spaanse Orden, waaronder de Orde van Karel III, af en verving ze door zijn "Orde van Spanje".
Al in 1814 keerde Karel IV op zijn troon terug en deze Koning maakte niet alleen de ordenhervorming van zijn voorganger ongedaan, hij creëerde op
25 april 1815 een nieuwe graad in de Orde; de " Caballero de numero". Deze rang was niet bestemd voor de vele surnumeraire ridders die waren benoemd.

Door het instellen van de nieuwe commandeursrang werd er duidelijk onderscheid gemaakt tussen de 200 in de statuten voorziene leden van de Orde en
de benoemingen die boven dit aantal werden gedaan. De huidige Orde met vijf klassen gaat terug op het jaar 1837. In dat jaar werden ook niet
adellijke personen tot de Orde toegelaten. Spanje is afwisselend een Monarchie en een republiek geweest. De Orde werd daarom meermalen ingesteld of
hersteld en weer afgeschaft. In de jaren 30 werd de Orde door de Spaanse Republiek bij wet afgeschaft en vervangen door de Orde van de Spaanse
Republiek. In 1942 herstelde de fascistische regering van Franco de Orde weer. De Spaanse Koning is de Grootmeester van de Orde en de huidige
statuten dateren van de 10e mei 1942. De Orde werd in de laatste jaren wederom hervormd en sinds 1980 kunnen ook dames in
de Orde van Karel III worden benoemd.

v.l.n.r. De Ster Koninklijke Orde van Vicotris (Australië), Ster Orde van de Serafijnen, Ster Orde van de Valk (IJsland), Ster Orde van de Kousenband (UK) (allen Beatrix).

De Meest Nobele Orde van de Serafijnen (Zweeds: "Kungliga Serafimerorden") is een Zweedse ridderorde en werd op 27 februari 1748 gesticht door
Koning Frederik I van Zweden. De stichting zou een herstel zijn van de oudere, al in de tweede helft van de 16e eeuw of in 1260 of 1285 door Magnus I
van Zweden ingestelde ridderorde. Maximilian Gritzner schrijft over een bron die de Orde in 1336 beschreef. Dat zou deze ouder maken dan de Orde
van de Kousenband. Het is zeer wel mogelijk dat men de Orde van de Serafijnen in 1748 een groots en eeuwenoud verleden heeft toegedicht om het
prestige van de onderscheiding zo te verhogen. De Zweedse Koning schiep in 1748 een systeem waarin de drie Zweedse ridderorden, de Orde van de Serafijnen ("Het blauwe lint ofwel "Det blåa bandet"), de Orde van de Poolster (het zwarte lint) en de Orde van het Zwaard elkaar aanvulden.

Men moest in een van de twee andere orden opgenomen zijn om de Serafijnenorde te verkrijgen en een Ridder in de Orde van de Serafijnen werd
Grootcommandeur in de twee andere Orden. De Orde van de Serafijnen is een van de meest prestigieuze onderscheidingen ter wereld en werd vooral
aan staatshoofden toegekend. Toen de Zweedse regering in 1975 de ridderorden voor binnenlands gebruik afschafte bleef de orde als huisorde van de
Zweedse Koningen en als onderscheiding voor bevriende staatshoofden, Koningen en presidenten, bestaan. Ook met hen gelijk te stellen personen,
zoals de secretarissen-generaal van de Verenigde Naties komen voor de decoratie in aanmerking.

De jurist Sten Rudholm was in 1975 de laatste in de Orde opgenomen Zweed. De Nederlandse Koninginnen Juliana en Beatrix en de opeenvolgende
Belgische Koningen zijn ridders in de Serafijnenorde. Dat geldt ook voor hun echtgenote(s)n Bernhard, Fabiola en Paola en de huidige Prins van Oranje,
thans Koning der Nederlanden Willem-Alexander. De Zweedse Koning is de Grootmeester van de Orde. De schoonzoon van de Zweedse Koning,
Daniel van Zweden, Hertog van Västergötland, droeg na zijn huwelijksplechtigheid op 19 juni 2010 de ster en het lint van de Orde van de Serafijnen.
Het lint had tijdens de dienst voor het altaar op een kussen klaargelegen.

De Orde van de Kousenband (The Most Noble Order of the Garter) is een van de oudste Europese ridderorden, ingevoerd in 1348 door Koning Eduard III
van Engeland. De Koningen van Engeland, nu die van het Verenigd Koninkrijk, zijn de soevereinen van de Orde. De troonopvolger, Prins Charles,
Prins van Wales, is vanaf zijn geboorte ridder in deze Orde. In de 19e eeuw kreeg het Britse kabinet de bevoegdheid om ridders voor te dragen.
Sinds 1946 is het benoemen van ridders weer het voorrecht van de Kroon. De Orde van de Kousenband is een zuiver hoofse en wereldlijke orde die geen
religieuze idealen nastreeft. Het eerste doel van de Orde is de machtige adel aan de Vorst te binden. Dat de Orde uit twee keer twaalf ridders bestaat,
doet ermoeden dat de Orde ooit was begonnen als een toernooigezelschap om - tussen het vechten doot - tijd te verdrijven en het stiel aan te scherpen.

De ridders bezitten in de kapel van de orde een stall of zetel. Op de achterwand van deze stall is een geëmailleerde plaat met een tekst en een heraldisch
devies aangebracht. Daarboven is hun achievement aangebracht. Dat zijn een zwaard en een helm met kroon (in het geval van een Koning) of een kunstig
in hout uitgesneden heraldisch symbool. Deze helmtekens zijn op de site van de houtsnijder van het Britse hof te zien. Boven de stall zijn de vaandels
van de ridders te zien. De mannen dragen de letters 'K. G.' (Knight of the Garter) achter hun naam. Vrouwen zijn 'L. G.' (Lady of the Garter).
Beiden hebben protocollaire voorrechten in het Verenigd Koninkrijk. Het symbool bij uitstek voor de Orde van de Kousenband is de blauwfluwelen
kousenband, met het devies Honi soit qui mal y pense (Schande over hem die er kwaad van denkt).

Het volledige groot ceremonieel uniform bestaat uit de gouden halsketen met het juweel, de fluwelen mantel met sleep, de zogenaamde surcoat, voor de
mannen een wambuis met pofbroek, het hoofddeksel met struisvogelveren, zijden kousen en schoenen, een degen en handschoenen. Deze ceremoniële
ordekleding is al lange tijd niet gebruikt. Tijdens de diensten in de kapel van St. George dragen de ridders de fluwelen mantel over een jacquet
of uniform. De hoed met witte veren wordt nog wel gedragen, zij het in een vereenvoudigde vorm. Op het uniform, of bij een rokkostuum dragen de
ridders een donkerblauw lint over de linkerschouder. Op de rechterheup hangt daaraan de investment badge: een gouden juweel dat Sint-Joris en
de draak, gevat binnen een Kousenband met het devies van de orde, toont. Vrouwen dragen de Kousenband om de linkerarm, onder een lange rok is de
kousenband namelijk niet zichtbaar. Mannen dragen de Kousenband aan het Britse hof onder een kniebroek onder de linkerknie.

Op de feestdag van Sint-Joris lopen de leden, ridders en de officieren (waaronder geestelijken) van de Orde in een plechtige processie, gekleed in hun
donkerblauwe en donkerrode mantels, met keten en bepluimde hoed, van het kasteel in Windsor naar Saint George's Chapel. Op deze dag vinden in het
kasteel ook de investituren in de Orde plaats. De investituur houdt in dat de soeverein van de Orde de nieuwe ridder een Kousenband om het been knoopt.
Bij het overhandigen van de versierselen aan Sir John Major, een ceremonie waarbij ook camera's van de BBC aanwezig waren, vertelde de Koningin aan
Sir John dat het gebruikelijk was dat zij de kousenband om zijn been knoopte maar dat zij dit, vanwege haar leeftijd, nu door een page zou laten doen.
De ordekleding onderging in de loop der eeuwen geringe wijzigingen. In de eerste jaren van de Orde was zij nog vrij eenvoudig, maar in de 16e en 17e
eeuw werd zij ingewikkelder en steeds prachtiger uitgevoerd. In de eerste jaren van de 20e eeuw werd de onderkleding met kousen en pofbroek als
een enigszins gênant anachronisme gezien.

De mantel werd sindsdien iets vereenvoudigd, zodat de capuchon op de rechterschouder nu alleen nog wordt aangeduid, en de mantel is nu van een lichter
synthetisch materiaal gemaakt. De Orde heeft altijd Garter-Ladies (L.G.) gekend. De Britse regerende Koninginnen Maria I, Elizabeth I, Anna en Victoria
waren soevereinen van de Orde. Koningin Elizabeth II wijzigde op 19 augustus 1987 het statuut van de Orde zodanig dat ook vrouwen kunnen worden
opgenomen. De eerste Lady of the most Noble Order of the Garter was Lavinia Mary, Hertogin van Norfolk. Ook voormalig premier Margaret Thatcher was
lid van de Orde. Van de leden wordt verwacht dat zij trouw zijn aan de soeverein van de Orde. Deze trouw strekt zich, in het geval van ridders zoals
buitenlandse staatshoofden, vanzelfsprekend niet uit tot de reguliere horigheid zoals de Orde die kent. De Japanse keizer Hirohito werd uit de Orde
gezet wegens misdraging tijdens de Tweede Wereldoorlog tegen de Britse Kroon, maar later opnieuw aangenomen.

In de Eerste Wereldoorlog werden diverse staatshoofden en onderdanen van de Centrale machten, waaronder Keizer Wilhelm II en de Hertog van
Saksen-Coburg Gotha uit de orde verbannen. Het ordereglement bepaalt dat bij overlijden van het ordelid de juwelen dienen te worden terugbezorgd
aan het Britse Koningshuis. Bij hoge uitzondering heeft de Britse Koningin toegestaan dat de versierselen van Koningin Wilhelmina in Nederland
zijn gebleven. Zij zijn te zien in het Museum van de Kanselarij van de Nederlandse Ridderorden op het Loo. Op 21 april 2006, zijn de Prinsen
Andrew en Edward toegetreden tot de Orde, dit bij gelegenheid van de 80e verjaardag van hun moeder. Op 16 juni 2008 werd hun neef William zoon
van de Prins van Wales als duizendste ridder in de Orde van de Kousenband opgenomen.

Wat is een Riddelijke Ster

Een ster is een op de borst of op de schouder gedragen insigne van een ridderorde. De ster kan verschillende vormen hebben en is dus beslist niet altijd
stervormig. Soms worden ook de ovale, vierkant of zeer onregelmatig gevormde, insignes "sterren" genoemd, het is juister om dan van een plaque
te spreken.De eerste Ridderorde waarvan de ridders behalve een kleinood aan een lint of keten ook een geborduurde ster gingen dragen was de Engelse
Orde van de Kousenband. Dat gebeurde tijdens de regering van Karel II van Engeland. Deze sterren waren geheel van gouddraad, zilverdraad en borduurgaren vervaardigd. Zeer grote geborduurde sterren kwamen, en komen, ook voor op de mantels van een aantal ridderorden. In de loop van
de 17e eeuw kregen alle ridderorden sterren, omdat er in de klassieke ridderorden maar één rang was droegen alle ridders een ster.

In de loop van de 18e eeuw ontwikkelden zich ook ridderorden met meerdere rangen. Alleen de bezitter van de hoogste rang, al spoedig Grootkruis
of Grootcommandeur genoemd, droeg een ster. Voor de lagere rangen waren er kleinere kruisen die aan een lint om de hals of in het knoopsgat werden
gedragen.Ook de commandeurs of grootofficieren van ridderorden dragen soms sterren. Bij een aantal ridderorden zijn deze gelijk aan die van
de grootkruisen maar vaak gaat het om eenvoudiger of kleinere sterren en vierkante of ruitvormig plaques. Gedurende de 18e en de eerste helft van
de 19e eeuw bleef de geborduurde ster in de mode. Een massieve ster, een zilveren plaat met oogjes of een gesp ter bevestiging, was een uitzondering.

In Nederland waren de eerste sterren en commandeurskruisen ook geborduurd. Omdat de sterren na het overlijden van hun dragers weer aan de
kanselarij retour moesten worden gezonden was er een voorraad van vieze, versleten sterren die desondanks, met typisch Nederlandse zuinigheid,
opnieuw werden verleend. Voor de decorandus zat er dan niets anders op dan zèlf een ster te bestellen bij een van de daarin gespecialiseerde
winkels. Het borduren van de sterren was iets dat door vaklieden thuis werd uitgevoerd. Na 1850 koos ook Nederland voor het gebruik van zilveren
sterren. De eerste massieve sterren hadden geen beugels of pinsluiting en zij werden met talloze kleine oogjes op de punten van de stralen op de
kleding vastgezet. Latere sterren hadden, ondanks de bevestigingsmogelijkheden op de achterzijde, deze nutteloos geworden oogjes nog in hun ontwerp.

Tot in de 19e eeuw droegen ridders hun ster steeds op hun uniform of geklede jas. Ook het lint werd nog lange tijd dagelijks onder of boven het vest
gedragen. De Britse Prins-gemaal Albert was de laatste Vorst die aan deze gewoonte vasthield. In de tweede helft van de 19e eeuw raakte het dragen
van een kleine Knoopsgatversieringen, een rozetje of bij grootkruisen een rozet op een stukje gouden galon in gebruik. De sterren worden nu alleen
nog op rokkostuum en gala-uniform gedragen. Wanneer men meerdere sterren draagt, het dragen van meer dan vier in ruitvorm opgespelde sterren is
behalve in Afrika ongebruikelijk, dient men er op te letten dat er géén ster tussen de ster die bij het grootlint hoort en dat lint wordt gedragen.
Ook de grootofficieren en commandeurs van een aantal Ridderorden dragen een ster. Wanneer deze ster ruitvormig is noemt men het ook wel een plaque.

In een aantal Ridderorden, zoals de Nederlandse Kroonorde, draagt ook een Grootkruis een plaque op de borst. In het protocol heet een Commandeur
die een ster mag dragen in rang gelijk aan een Grootofficier te zijn. Voor Prinsen en zeer jong ridders werden in het verleden wel kleine sterren
in de zogenaamde "Prinzengröße" (Duits: "Prinsenformaat") gemaakt. In een aantal Socialistische Orden is het kleinood van de Orde
altijd een kleine ster. Behalve de hierboven beschreven sterren zijn er ook talloze sterren die aan een lint gedragen worden.Het kleinood van een
ridderorde kan immers een ster in plaats van een kruis of medaillon zijn. In Nederlands-Indië had de bevolking aparte opvattingen over sterren.
Men hechte aan medailles weinig waarde en alleen de ster of "bintang" werd voor vol aangezien. Daarom maakte de gouverneur-generaal in 1894
van de Medaille voor Trouw en Verdienste een Ster voor Trouw en Verdienste.