OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Stambomen Oranje en Nassau

Nassau - Weilburg, -Idstein, -Wiesbaden en -Sonneberg

Walram II van Nassau (ca. 1220 - ca. 1276) was Graaf van Nassau. Hij was de stamvader van de "Walramse linie" van het Huis Nassau. Walram II was een zoon van Hendrik II "de Rijke" van Nassau en Machteld van Gelre. Hij was als opperhofmaarschalk en geheimraad in dienst van Keizer Rudolf I van het Heilige Roomse Rijk. Na zijn vaders dood in 1251 werd Walram II samen met zijn broer Otto heerser over de Nassause landen. In 1255 deelden Walram en Otto de bezittingen, waarbij Walram de gebieden ten zuiden van de Lahn verkreeg, met daarin de steden Weilburg, Idstein en Wiesbaden. Het verdelingsverdrag werd later bekend onder de naam "Prima divisio". Hij was voortdurend in confict met de Aartsbisschopen van Trier, aan wie hij verschillende gebieden kwijtraakte.

Walram II huwde ca. 1250 met Adelheid van Katzenelnbogen, de dochter van Graaf Diederik IV van Katzenelnbogen.

Met haar kreeg hij de volgende kinderen:

  1. Mathilda, jong overleden
  2. Imagina, (overleden voor 1276), huwde mogelijk met Frederik van Lichtenberg
  3. Diederik (ca. 1250 - 23 november 1307), Aartsbisschop van Trier van 1300-1307
  4. Adolf (ca. 1250 - 2 juli 1298), Rooms Koning en Landgraaf van Thüringen
  5. Rubert, (overleden 5 juli 1305?), verder niets van bekend
  6. Richarda ( - 28 juli 1311), non in het klooster St. Clara in Mainz en later in het klooster Clarenthal bij Wiesbaden

Adolf I van Nassau (1250 - Göllheim, 2 juli 1298) was Graaf van Nassau, Rooms Koning en Landgraaf van Thüringen. Tijdens zijn regeringstijd als
Roomskoning was hij een pion van keurvorsten en pausen. Adolf van Nassau was een zoon Walram II van Nassau en van Adelheid van Katzenelnbogen.
Hij was gehuwd met Imagina van Isenburg-Limburg en had met haar 8 kinderen.

  • Hendrik
  • Ruprecht IV (1299-1304),
  • Gerlach I
  • Adolf II van Nassau (1292-1294)
  • Walram III (1294-1324)
  • Adelheid, abdis van Klarenthal (-1338)
  • Imagina
  • Mathildis (-1323), gehuwd met Rudolf I van Beieren.

Adolf was vanaf 1277 Graaf van Nassau. Zijn grondgebied waren de Graafschappen ten zuiden van de Lahn, Wiesbaden en Idstein. Van het aartsbisdom Worms kreeg hij Weilburg in leen . Adolf deelde met zijn verre familie de burchten Nassau en Laurenburg. Vanaf 1280 was hij verwikkeld in de vete om
Nassau-Eppstein. Uiteindelijk werden de Graafschappen Idstein en Sonnenberg de residentie van Graaf Adolf. Idstein kreeg in 1287 stadsrechten van Adolf.
Via zijn oom Eberhard II kwam hij aan het Hof van Koning Rudolf I van Habsburg. Koning Rudolf beleende hem met de burcht Wetzlar en een jaar later met
de burcht Gutenfels. Hierdoor was Adolf een leenman geworden van de Paltsgraven. Politiek was hij een bondgenoot van Keulen. In politieke conversaties kon
de Graaf vele talen spreken: Duits, Frans en Latijn; bijzonder in die tijd. Zijn voorganger, Rudolf I, had ervoor geijverd om zijn zoon Albrecht tot Rooms
Koning te laten verkiezen, maar hij stootte daarbij op tegenstand van Wenceslaus II van Bohemen. Deze laatste zorgde ervoor dat
Adolf in 1292 tot Rooms Koning werd verkozen. In 1298 werd Adolf afgezet en in Göllheim door Albrecht I vermoord.

Ruprecht IV van Nassau was Graaf van Nassau en regeerde in de periode 1298-1304. Hij was getrouwd met een dochter van Keizer Wenceslaus II.
Ruprecht IV regeerde Nassau samen met Walram III en Gerlach I. Hij sneuvelde in 1304 en werd opgevolgd door Gerlach I van Nassau
(vóór 1288 - 7 januari 1361),

Gerlach I van Nassau. Deze was was de derde zoon van Koning Adolf I van Nassau en Imagina van Isenburg-Limburg. Gerlach was vanaf 1305 Graaf van Nassau in Wiesbaden, Idstein, Weilburg en Weilnau. Gerlach I huwde een eerste keer in 1307 met Agnes, dochter van Hendrik van Hessen en
kleindochter van Hendrik I van Hessen.

Uit dit huwelijk kwamen volgende kinderen voort:

  • 1. Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1307 - 17 januari 1370, Idstein).
  • 2. Johan I van Nassau-Weilburg (1309 - 20 september 1371, Weilburg).
  • 3. Gerlach (1322 - 12 februari 1371, Aschaffenburg), aartsbisschop van Mainz.
  • 4. Adelheid (- 8 augustus 1344), in 1329 gehuwd met graaf Ulrich III van Hanau,
  • 5. Agnes, non in Klarenthal,
  • 6. Elisabeth (1326 - 1370), gehuwd met Lodewijk van Hohenlohe,
  • 7. Maria (- 1366), gehuwd met Koenraad van Weinsberg.

Hij huwde een tweede keer met Irmgard van Hohenlohe-Weikersheim, dochter van Kraft II van Hohenlohe-Weikersheim,
bij wie hij vader werd van volgende kinderen:

1. Kraft van Nassau-Sonnenburg (- 1361).
2. Ruprecht van Nassau-Sonneberg (-1390).

Splitsing gebieden

In 1344 deed Graaf Gerlach I afstand van zijn Graafschap ten gunste van zijn zoons. Deze zoons regeerden tot 1355 gemeenschappelijk, waarna de bezittingen verdeeld werden:

* Adolf I krijgt Wiesbaden-Idstein (uitgestorven 1605)
* Johan krijgt Weilburg (uitgestorven 1912)
* Rupert krijgt Sonnenberg (uitgestorven 1396).

Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1307 - 17 januari 1370) was een zoon van Gerlach I van Nassau en Agnes van Hessen. Adolf I huwde in 1332
met Margaretha, dochter van Johan II van Hohenzollern.

Het paar kreeg de volgende kinderen:

Gerlach (1333-1386), zijn opvolger in Wiesbaden,
Frederik (-1371)
Agnes (-1376), gehuwd met Werner V,
Johan
Margaretha
Elisabeth (-1389), in 1361 gehuwd met Diederik VIII van Katzenelnbogen,
Adolf (1353-1390), aartsbisschop van Mainz,
Johan I (1353-1420),
Anna
Walram I (1354-1393), zijn opvolger in Idstein, gehuwd met Bertha van Westerburg,
Johan II (1360-1419), Aartsbisschop van Mainz,
Catharina (-1403), in 1373 gehuwd met Reinhard IV van Westerburg,
Frederik
Walram II
Johanna

Johan I van Nassau-Weilburg (1309 - 1371) was Graaf van Nassau-Weilburg 1355-1371. Hij was de tweede zoon van Graaf Gerlach I van Nassau-Wiesbaden en Agnes van Hessen, kleindochter van Hendrik I, Landgraaf van Hessen. Johan werd geadopteerd door Keizer Karel IV en verhuisde naar het Keizerlijk Hof. Daar werd hij in 1366 verheven tot Koninklijke Graaf. Johan steird op 20 september 1371.

Johan I was twee keer getrouwd. Zijn eerste huwelijk in 1333 was met Getrudis van Merenberg (gestorven in 1350). Zij was de dochter en erfgename van Hartrad, laatste Heer van Merenberg en Gleiberg. Getrudis overleed op 6 oktober 1350 en werd begraven in Weilburg. Samen hadden zij een kind, een dochter. Deze was verloofd in 1340 met Reinhard II van Westerburg, maar stierf kort daarna.

Het tweede huwelijk van Johan I was met Johanna van Saarbrücken, erfgename van Graaf Johan II van Saarbrücken.

Samen kregen zij zeven kinderen:

Johanna (1362-1383), huwde in Kassel in 1377 met Herman II van Hessen (ca. 1342 - 10 juni 1413).Zij overleed op 1 januari 1383 in Marburg en werd daar begraven.
Johan
Johannette (tweelingzus van Johan en overleed op 8 October 1365).
Agnes (stierf in 1401), trouwde in 1382 met Graaf Simon III Wecker zu Zweibrücken-Bitsch.
Filips I van Nassau-Weilburg.
Schonette (overleden 25 april 1436), gehuwd op 30 juni 1384 met Hendrik X van Homburg en deze werd in 1414 Hertog Otto van Brunswijk-Grubenhagen.
Margarete (overleden 22 januari 1427), gehuwd ca. 1393 met Graaf Frederick III van Veldenz.

Rupert van Nassau-Sonneberg. Over hem is verder weinig bekend.

Nassau-Idstein

Nassau-Idstein was een tot de Boven-Rijnse Kreits behorend Graafschap binnen het Heilige Roomse Rijk. Idstein was naast Weilburg één van de stambezittingen van de Walramse tak het Huis Nassau. Onder Koning Adolf van Nassau kwam omstreeks 1250 de voormalige rijksstad Wiesbaden
aan Nassau. Wiesbaden en Idstein bleven vrijwel altij bijeen en het Graafschap werd soms ook Nassau-Wiesbaden of
Nassau-Wiesbaden-Idstein
genoemd.

Nassau-Idstein (1355-1606)

Over de geschiedenis van het Graafschap Nassau-Idstein valt weinig te melden, want er vond geen enkele expansie plaats. Gedurende twee korte perioden werden Wiesbaden en Idstein van elkaar gescheiden. Van 1480 tot 1509 regeerde in Idstein de broer van Graaf Adolf III van Nassau-Wiesbaden,
Graaf Philips I (geboren 1450 - overleden 6-6-1509). Van 1558 tot 1566 regeerde Graaf Balthasar in Idstein, waarna hij in 1566 na de dood van zijn broer
de gebieden kon herenigen.

In 1605 stierf Nassau-Idstein uit met Graaf Johan Lodewijk II, waarna het Graafschap aan Nassau-Weilburg toeviel en alle gebieden van de Walramse tak van het huis Nassau weer verenigd werden onder Graaf Lodewijk II. Hij voerde een gecentraliseerd bestuur, waarbij Saarbrücken het centrum was. Dit had echter geen blijvende effecten, want in 1629 vond er een nieuwe verdeling van de landen plaats, midden in de Dertigjarige Oorlog en dat maakte de gebieden weerloos tegen militair geweld.

Nassau-Idstein (1651-1721)

De deling van 1629 kon aanvankelijk niet worden uitgevoerd omdat de Graven op de vlucht waren voor oorlogsgeweld. De definitieve verdeling vond plaats op 6 maart 1651, dus na afloop van de Dertigjarige Oorlog.

  • Jan krijgt het Graafschap Wiesbaden-Idstein met de Heerlijkheid Lahr en het halve Ambt Kirberg.
  • Willem Lodewijk krijgt het Graafschap Saarbrücken met Jugendheim, Wöllstein, Alt- und Neuweilnau, Usingen en Kirberg
  • Ernst Casimir krijgt het Graafschap Weilburg met Reichelsheim, Kirchheim, Stauf en de Rijndorpen

Op 4 augustus 1688 werd de Graaf van Nassau-Idstein tot Rijksvorst verheven. Na het uitsterven van het Nassau-Idstein in 1721 viel het Vorstendom
aan Nassau-Ottweiler. Nassau-Ottweiler erfde in 1723 ook Nassau-Saarbrücken en stierf op zijn beurt in 1728 uit. De drie gebieden vielen daarna aan
Nassau-Usingen. In 1806 ging Nassau-Usingen en dus ook Idstein en Wiesbaden op in het nieuw gevormde Hertogdom Nassau.

Regenten
Regering Naam Geboren Overleden Familie
         
1355-1370 Adolf I 1307 17-1-1370 zoon van Graaf Gerlach
1370-1386 Gerlach 1333 1386 zoon
1386-1393 Walram II 1348 07-11-1393 broer
1393-1426 Adolf II 1386 27-07-1426 zoon
1426-1480 Jan I 1419 09-05-1480 zoon
1480-1511 Adolf III 10-11-1443 06-07-1511 zoon
1511-1558 Philips I 26-04-1490 06-06-1558 zoon
1558-1566 Philips II 1516 03-01-1566 zoon
1566-1568 Balthasar 1520 11-01-1568 broer
1568-1596 Johan Lodewijk I 15-04-1547 02-06-1596 zoon
1596-1605 Johan Lodewijk II 21-05-1565 08-11-1625 zoon
1605-1625 Lodewijk II 09-08-1565 08-11-1625 Nassau-Weilburg
1625/29-51-1677 Jan 24-11-1603 23-05/1677 zoon
1677-1721 Georg August 26-02-1665 26-10-1721 zoon

Nassau-Wiesbaden

Zie onder Splitsing Gebieden.

Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1307 - 17 januari 1370) was een zoon van Gerlach I van Nassau en Agnes van Hessen. Adolf I huwde in 1332 met Margaretha, dochter van Johan II van Hohenzollern. Ziujn oudeste zoon nam de regering over:

  • Gerlach III van Nassau-Wiesbaden (1333-1386) was de oudste zoon van Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein en van Margaretha van
    Hohenzollern-Neurenberg. Hij huwde met Agnes, dochter van Hendrik II van Veldenz. Na de dood van zijn vader in 1370 regeert hij over
    Nassau-Wiesbaden, maar stierf zonder nakomelingen.

Walram IV van Nassau-Wiesbaden (1354-07 november 1393) was een jongere zoon van Adolf I van Nassau-Wiesbaden-Idstein en van Margaretha van Hohenzollern-Neurenberg. Hij huwde met Bertha van Westerburg, dochter van Johan I van Westerburg en werd de vader van:

  1. Margaretha (1380-), in 1398 gehuwd met Hendrik VII van Waldeck
  2. Adolf, zijn opvolger.

Adolf III (II) van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1386-16 juli 1426) was een zoon van Walram IV van Nassau-Idstein en van Bertha van Westerburg.
Hij huwde in 1418 met Margaretha (1404-1442), dochter van Bernhard I van Baden-Baden. Na de dood van zijn vader in 1393 regeerde hij over
Nassau-Wiesbaden en over Nassau-Idstein.

Zijn kinderen waren:

Johan (1419-1480), zijn opvolger,
Anna, in 1438 gehuwd met Everard III van Eppenstein-Königstein
Adolf (1422-1475)
Walram
Agnes (-1485), in 1464 gehuwd met Koenraad IX van Bickenbach.

Johan II van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1419- 9 mei 1480 ) was een zoon van Adolf III van Nassau-Wiesbaden-Idstein en van Margaretha van Baden.
Hij huwde in 1437 met Maria (1418- 1472 ) , dochter van Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg. Na de dood van zijn vader in 1426 regeerde hij over
Nassau-Wiesbaden en over Nassau-Idstein.

Hun kinderen waren:

Maria (1438-1480), in 1452 gehuwd met Lodewijk II van Isenburg
Johan (1439-1480)
Margaretha (-1486)
Anna (-1480), in 1466 gehuwd met Otto II van Solms-Braunfels
Adolf (1443-1511), zijn opvolger in Wiesbaden
Bertha (1446-)
Engelbrecht (1448-1508)
Filips (1450-1509), zijn opvolger in Idstein
Anna.

Bij de dood van Johan werden zijn bezittingen verdeeld onder zijn zoons Adolf, die Wiesbaden kreeg en Filips die Idstein verwierf.

Adolf IV (III) van Nassau-Wiesbaden-Idstein (10 november 1443- 6 juli 1511 ) was een zoon van Johan II van Nassau-Wiesbaden-Idstein en van Maria van Nassau-Dillenburg (1463-1504). Hij huwde in 1484 met Margaretha van Hanau-Lichtenberg, dochter van Filips I van Hanau. Na de dood van zijn vader in 1480 regeerde hij over Nassau-Wiesbaden, terwijl zijn broer Filips over Idstein regeerde. Na de kinderloze dood van zijn broer in 1508 regeerde
Adolf ook over Nassau-Idstein.

Zijn kinderen waren:

Maria Margaretha (1487-1548) , in 1502 gehuwd met Lodewijk I van Nassau-Weilburg
Anna (1488-1550), in 1506 gehuwd met Hendrik XXXI van Schwarzburg-Sondershausen
Filips (1490-1558), zijn opvolger

Filips I van Nassau-Wiesbaden-Idstein (Keulen, 1490 - ?, 16 juni 1558) was de enige zoon van Adolf IV van Nassau-Wiesbaden en van Margaretha van
Hanau-Lichtenberg. Na de dood van zijn vader in 1511 regeerde hij over Nassau-Wiesbaden en Nasau-Idstein. Hij was in 1514 gehuwd met
Adriana van Glymes van Bergen op Zoom, dochter van Jan III van Glymes.

Zijn kinderen waren:

Catharina (1515-1540), in 1538 gehuwd met Jan II van Hohenfels
Filips II (1516-1566)
Margaretha (1517-1596)
Adolf (1518-1556), in 1543, gehuwd met Françoise, dochter van Karel I van Luxemburg-Ligny
Balthasar (1520-1568).

Balthasar van Nassau-Wiesbaden-Idstein (1520 - 11 januari 1568) was de jongste zoon van Filips I van Nassau-Wiesbaden-Idstein en van Adriana van
Glymes van Bergen. Hij volgde zijn overleden broer Filips in 1566 op als Graaf van Nassau-Wiesbaden en Nassau-Idstein, maar stierf zelf al na 2 jaar.
Balthasar was in 1564 gehuwd met Margaretha (1543-1612) , dochter van Reinhard van Isenburg-Birstein. Hij was de vader van Johan Lodewijk.
Zijn weduwe hertrouwde later met George I van Leiningen-Westerburg.

Zijn enig kind was:

  1. Johan Lodewijk I van Nassau-Wiesbanden-Idstein (10 april 1567- 10 juni 1596)

Johan Lodewijk I van Nassau-Wiesbaden-Idstein (10 april 1567- 10 juni 1596) was de zoon van Balthasar van Nassau-Wiesbaden-Idstein en van
Margaretha van Isenburg-Bierstein. Hij volgde zijn vader in 1568 als Graaf van Nassa-Wiesbaden op. Johan Lodewijk was in 1588 gehuwd met Maria van
Nassau-Dillenburg, dochter van Jan VI van Nassau-Dillenburg.

Het paar kreeg volgende kinderen:

Margaretha (1589-1660), in 1606 gehuwd met Adolf van Bentheim
Anna Catharina (1590-1622), in 1607 gehuwd met Simon VII de Vrome van Lippe
Juliana (1593-1605)
Johan Filips (1595-1599)
Johan Lodewijk (1596-1605), opvolger.

Johan Lodewijk II van Nassau-Wiesbaden-Idstein (21 mei 1596 - Dillenburg, 9 juni 1605) was de jongste en enig overlevende zoon van Johan Lodewijk I
van Nassau-Wiesbaden-Idstein en van Maria van Nassau-Dillenburg. Als boreling van enkele weken, volgde hij zijn vader in 1596 op als Graaf van
Nassa-Wiesbaden en Nassau-Idstein, maar overleed zelf al op 9-jarige leeftijd. Met hem stierf de lijn Nassau-Wiesbaden-Idstein uit.

Hertogdom Nassau

Splitsing gebieden:

Het Hertogdom Nassau was een staat in het huidige Duitsland die bestond van 1806 tot 1866. De grenzen van het Hertogdom liepen langs de Main en de Rijn, midden door het land stroomde de Lahn. Het omvatte onder andere de steden Wiesbaden, Montabaur, Hachenburg, Marienberg, Herborn, Dillenburg, Weilburg, Limburg an der Lahn en Dietz. Het land veranderde in zijn korte bestaan verschillende malen van vorm en grootte, maar besloeg uiteindelijk circa 4700 km². Het grensde in 1812 in het noorden aan het Groothertogdom Berg, in het oosten via een exclave net aan het Koninkrijk Westfalen, maar grotendeels aan het Groothertogdom Hessen-Darmstadt. In het zuidoosten grensde de staat aan het Groothertogdom Frankfurt, opnieuw aan Hessen-Darmstadt en tenslotte in het zuidwesten en westen aan het Franse Keizerrijk. Na de restauratie grensde Nassau in het westen en noorden aan het Koninkrijk Pruisen, in het oosten opnieuw aan Pruisen, aan Hessen-Darmstadt, het Keurvorstendom Hessen(-Kassel) en het Landgraafschap Hessen-Homburg, in het zuiden opnieuw aan Hessen-Darmstadt. In paragraaf 12 van de Reichsdeputationshauptschluss van 25 februari 1803 waren Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg schadeloos gesteld voor het verlies gebied op de linker Rijnoever. Beide vorsten traden op 12 juli 1806 tot de Rijnbond.

De Rijnbondakte van 12 juli 1806 legt het volgende vast:

  • Artikel 5: de chef van het huis Nassau voert de titel Hertog
  • Artikel 16: de hertog van Nassau staat aan het Groothertogdom Berg af de stad Deutz met bijbehorend gebied, de stad en het ambt Königswinter en het ambt Willich
  • Artikel 24: Onder de soevereiniteit van de Hertog van Nassau-Usingen en de Vorst van Nassau-Weilburg komen de Ambten Dierdorf, Altenwied en Neuerburg, het gedeelte van het Graafschap Nieder-Isenburg dat Wied-Runkel bezit, de Graafschappen Wied-Neuwied en Holzappel, de Heerlijkheid Schaumburg, het Graafschap Dietz en onderhorigheden, het deel van het dorp Mensfelden dat Nassau-Fulda bezit, het Ambt Wehrheim en Burbach, het deel van de Heerlijkheid Runkel dat op de linker oever van de Lahn ligt, de Rijksridderlijke Heerlijkheid Cransberg en de Ambten Hohensolms, Braunfels en Greifenstein. Dit werd de mediatisering genoemd.

De staat werd op 30 augustus 1806 door Napoleon Bonaparte samengesteld uit Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg, twee landen die op 17 juli van datzelfde jaar waren toegetreden tot de Rijnbond en enige gebieden die aan het huis Oranje-Nassau hadden toebehoord. De Vorst van Nassau-Usingen, Frederik August, had als hoofd van de oudere linie hierbij de titel van Hertog ontvangen en regeerde sinds de vereniging samen met Vorst Frederik Willem van
Nassau-Weilburg. Beiden hadden hiermee ingestemd. Hierbij ontstond ook een verenigd Nassaus leger, dat vrijelijk ter beschikking van de Franse Keizer
stond. Frederik Willem en Frederik August regeerden op progressieve wijze. Zij schaften in 1808 de lijfeigenschap af, voerden in 1810 vrijheid van vestiging
in, vaardigden in 1811 een op gelijkheid van heffing gebaseerde belastingwet uit, bepaalden dat alle burgers gelijk waren voor de wet en schonken hun land
op 1 en 2 september 1814 als eerste Duitse vorsten een constitutie die voorzag in een landdag. De voormalig Oranje-Nassause bezittingen
moesten in 1813 en 1814 weer deels worden afgestaan.

Het Hertogdom trad in 1815 toe tot de Duitse Bond. Op 31 mei van dat jaar werd een verdrag met Pruisen gesloten, waarin Nassau enige gebieden afstond
in ruil voor het voorheen aan Oranje-Nassau toebehorende Dietz, Hadamar, Dillenburg en Beilstein. Frederik Willem stierf op 9 januari 1816 en werd
opgevolgd door zijn zoon Willem. Deze kreeg het Hertogdom alleen in handen nadat Frederik August op 24 maart van datzelfde jaar was gestorven zonder zoons na te laten. Hij raakte met zijn regering onderBbaron Marschall al snel in conflict over de domeinen, een slepende kwestie die pas in 1837 werd
opgelost. Nassau trad op 1 januari 1836 toe tot de Zollverein. Willems opvolger, de op conservatieve wijze regerende Adolf, zag zich in het revolutiejaar
1848 gedwongen een Kamer van Afgevaardigden met algemeen kiesrecht in te voeren. Hij zette zijn regering op meer liberale wijze voort,
maar herzag zijn beleid later weer in reactionaire zin.

De regering schafte in 1851 de grondrechten af, stelde de Grondwet buiten werking en introdudeerde een nieuwe Kieswet. In de jaren 1860 wonnen de liberalen aan invloed, maar zij wisten geen veranderingen te bewerkstelligen. Adolf keerde zich in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog van 1866 tegen
Pruisen, een stap die zijn land fataal werd. Nassau werd door Pruisische troepen bezet en op 8 oktober formeel geannexeerd. Daarna vormde het samen
met Hessen-Homburg en Frankfurt am Main het Regierungsbezirk Wiesbaden in de nieuwe Pruisische provincie Hessen-Nassau. Adolf sloot in 1867
een verdrag waardoor hij in ruil voor afstand van zijn aanspraak op Nassau een schadeloosstelling van 15 miljoen gulden ontving.