OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Bastaarden Oranje en Nassau

Bastaarden Nassau-LaLecq

Het Geslacht van Nassau la Lecq was een adellijk geslacht dat afstamde van de onechte kinderen van stadhouder Maurits van Oranje en zijn geliefde Margaretha van Mechelen. De kinderen werden door hun vader erkend en van goederen en een passende adellijke titel voorzien. "Des Heiligen Roomsen Rijksgraaf van Nassau-LaLecq" was de titel van de rond 1601 geboren Willem van Nassau, heer van de Lek sinds 1625 en daarom meestal Willem LaLecq genoemd. Willem kreeg van zijn vader de heerlijkheid van de Lek ten geschenke, hiertoe behoort ook de ambachtsheerlijkheid Oudekerk dat als leengoed
aan hem en zijn erfgenamen werd gegeven. De meeste van zijn nazaten werden bijgezet in de Grafkelder van Nassau-LaLecq in
Ouderkerk aan den IJssel. Bastaardkinderen en hun nakomelingen mogen volgens het wapenrecht het familiewapen niet voeren en het wapen van hun
vader alleen met een schuinstreep sinister, een brisure die "bastaardbalk" of "schuine balk" wordt genoemd, gebruiken. Ook Willem LaLecq en zijn
kinderen mogen het wapen niet zonder deze, als onteerend beschouwde, schuine balk voeren.

Willem LaLecq verzocht daarom Stadhouder Willem III in 1676 om het wapen zonder schuine balk te mogen voeren net als alle natuurlijke,na een huwelijk geboren, kinderen, de Prins onthield echter zijn toestemming. Hierop voeren de Nassau-LaLecqs het wapen tòch zonder de gewraakte schuine balk. De Graven en Prinsen van Nassau-Dillenburg, Nassau-Hadamar, Nassau-Siegen en de Friesche Stadhouder van de lijn Nassau-Dietz beklaagden zich daarover bij de Prins van Oranje. In 1679 werden Willem van Nassau's zoon Maurits Lodewijk en zijn broers tot Rijksgraven verheven door de Duitse Keizer Leopold II. Deze tak van het Huis Nassau stierf met de geadelde Jan Floris Hendrik Carel van Nassau la Lecq, sinds 1814 Graaf van Nassau, in mannelijke lijn uit op 29 maart 1824. Aanvankelijk behoorden de nazaten van Maurits niet tot de adel. Drie kleinzoons van hem, namelijk Maurits Lodewijk I (1631-1683), Willem Adriaan (1632-1705) en Hendrik (1640-1708) wisten van de Duitse Keizer (Leopold I) gedaan te krijgen, dat zij in 1679 in de adelstand werden
verheven door benoeming tot Rijksgraven.

Een deel van de afstammelingen van Maurits noemde zich Graven van Nassau-La Lecq (van de Lek), anderen noemden zich Graven van Nassau-Ouwerkerk. Ook werden de namen Nassau-Beverweerd, Nassau-Odijk, Nassau-Zuijlenstein, Nassau-Bergen en Nassau-Woudenberg gebruikt. In 1661 besloten deze nazaten van Maurits in de Hervormde kerk te Ouderkerk aan den IJssel een eigen grafkelder te laten bouwen. In 1824 is daarin de laatste Nassau begraven: Jan Floris Hendrik Carel(1782-1824), zoon van Jan Floris (1751-1814) ). De drie dochters van laatstgenoemde waren: Maria Wilhelmina Isabella Carolina
(1780-1856), Johanna Geertruida Abrahima (1784-1861) en Barbara Arnolda Flora (1793-1855), Gravinnen van Nassau La Lecq, tevens de laatste
afstammelingen van Prins Maurits in rechte lijn in Nederland, zijn begraven op de Algemene Begraafplaats in Loenen aan de Vecht.

v.l.n.r. Willem van Nassau-Lalecq, Kasteel Beverweerd en Lodewijk van Nassau-LaLecq

De tak van natuurlijke afstammelingen van Prins Maurits is zeer uitgebreid maar sterft uit in 1861 bij Gravin Johanna Geertruida Abrahima van Nassau LaLecq, dochter van Jan Floris van Nassau LaLecq en Barbara Arnolda Lemmers.

Hieronder alle natuurlijke erfgenamen van Prins Maurits

Willem van Nassau

Heer van de Lek in 1625 (genaamd Willem LaLecq). Geboren rond 1601 als bastaardzoon van Prins Maurits en Margaretha van Mechelen.

Lodewijk (Lowys) van Nassau

, Heer van Beverweerd en Odijk (1625) en de Lek (1627). Hij werd geboren in 1602 als bastaardzoon van Prins Maurits en Margaretha van Mechelen,
hij sterft op 28 februari 1665 te 's Gravenhage. Hij trouwde op 7 april 1630 met Isabella, Gravin van Hornes.

Maurits van Nassau

werd rond 1604 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Margaretha van Mechelen. Maurits van Nassau stierf op 5 juni 1617
aan de pest.

Anna van Nassau

( ? -11 juni 1673), bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Cornelia Jacobsdochter. Anna trouwt gaat in ondertrouw op 7 maart 1636
te Heusden met Jonker François de Ferrier, Heer van Morsant (+1647).

Elisabeth van Nassau

wordt in 1611 geboren als de bastaarddochter van Prins Maurits en Ursula de Rijck. Zij wordt op 29 oktober begraven in de Grote Kerk in Breda.

Carel van Nassau

wordt rond 1612 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits en Jobghen van Alpen Arentsdochter. Carel van Nassau Trouwt in 1630 te Brabant met Margaretha van Bodeghem. Carel van Nassau sneuveld op 28 maart 1637 bij Porto Calvo te Brazilië. Carel Maurits van Nassau wordt geboren rond 1616
als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Anna van de Kelder, hij sterft rond 1646.

Eleonora van Nassau

bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Deliana de Backer. Eleonora wordt geboren rond 1620 en sterft tussen 1693 en 1703. Ze trouwt op 23 maart 1642 met Gerhard Bernhard Freiherr von Pöllitz.

a dood van Hendrik in 1862 is via zijn testament bepaald dat zijn kleinzoon Hendrik Carel Johan Walraven Baron van Heeckeren, heer van Beverweerd, Odijk en Enghuizen het kasteel erft. Tot 1908 blijft Beverweerd in deze familie.

Erfdochter Marguerita Christine van Heeckeren trouwt met Adolph Zeyger Graaf van Rechteren Limpurg. Zij hebben een dochter Lutgardis die gehuwd is geweest met Constantin Friedrich Graaf van Castell-Castell.

Lutgardis verkoopt in 1958 het kasteel met de omringende tuin aan de Stichting voor Quakerscholen in Nederland. De omliggende landerijen blijven bezit van de familie.

Kasteel Beverweerd (2013)

Na de dood van Lutgardis in 1989 beheert nu haar dochter Odilia Prinzessin Reuss zu Castell-Castell de landerijen. Het oudste deel van het kasteel is een rechthoekige woontoren uit de 2e helft van de 13e eeuw.

Deze toren vormt nu nog het hart van het huidige gebouw. Deze woontoren heeft een oppervlakte van 13,5 x 10,3 m2 en muren van 1,3 m1 dik. Bij de bouw van de toren is gebruik gemaakt van zeer grote bakstenen en is er waarschijnlijk in Vlaams verband gemetseld.

Slechts aan één zijde is deze woontoren nu nog aan de buitenzijde van het kasteel waarneembaar.

In de gevel, waarin deze toren zichtbaar is, is tevens de hoofdingang aangebracht. De toren bestond uit drie verdiepingen: een kelder en twee bouwlagen, en werd gedekt door een zadeldak. De woontoren beschikte over een ommuurde binnenplein. Aan de ommuring werden in de 2e helft van de 13e eeuw,
mogelijk nog in opdracht van Zweder van Zuylen een zuidelijke toren (van 7 bij 7m) en een westelijke toren (van 6 bij 6m) toegevoegd. Ook deze torens
zijn gebouwd met grote bakstenen en in Vlaams verband. In de 1e helft van de 14e eeuw werd er een nagenoeg vierkant gebouw toegevoegd, dat een verbinding vormde tussen de woontoren en de westelijke toren. In de 15e eeuw is de woontoren verhoogd en voorzien van arkeltorentjes.

Rond 1550 (ten tijde van Maria van Bouchout) werd de 14e eeuwse vleugel naar het noordoosten uitgebreid met een lagere vleugel, die doorliep tot langs
de noordoostzijde van de woontoren. In de 2e kwart van de 17e eeuw is de oude binnenplaats volgebouwd met een vleugel tussen de twee hoektorens en
werd de binnenplaats verlegd naar de zuidoostzijde van de woontoren, door daar een nieuwe ringmuur te bouwen. Beverweerd is vaak verbouwd: de
verbindingsvleugel uit de 14e eeuw werd verlaagd; de twee vleugels aan de noordwest en noordoostzijde uit ca 1550 werden juist weer verhoogd. Dit
gebeurde voor 1745. Tussen 1835 en 1862 werd het kasteel door de vermaarde Utrechtse architect Christiaan Kramm in neogotische stijl gemoderniseerd
en verfraaid in opdracht van het echtpaar Van Heeckeren-Hope.

Het middeleeuwse uiterlijk van het kasteel werd omgevormd in een strak regelmatig landhuis. Om het romantische nog enigszins te behouden werden
nep-kantelen toegevoegd. In 1934 is het kasteel grotendeels van zijn 19e eeuwse pleisterlaag ontdaan. In de jaren 1958/59 is het kasteel verbouwd door
architect W. van der Horst om het geschikt te maken voor de huisvesting van de Stichting voor Quakerscholen. Kort daarvoor had Gravin Lutgardis zu
Castell-Castell alle aan het familieverleden herinnerende elementen laten verwijderen. In mei 2005 werd het landgoed, dat al een tijdje te koop stond,
gekocht door de Stichting Philadelphia Vegetarisch Centrum, die vanaf september de nieuwe eigenaar werd. Per 01-08-2011 werd het kasteel
verkocht aan Vital Estates Nederland BV.


v.l.n.r. Graaf Willem Adriaan van Nassau-Odijk, Willem van Nassau-Odijk sneuvelt bij Grol en Gravin Charlotte van Nassau-Odijk


Lodewijk (Lowys) van Nassau-Beverweerd, Heer van Beverweerd en Odijk (1625) en de Lek (1627). Hij werd geboren in 1602 als bastaardzoon van Prins Maurits en Mageretha van Mechelen, hij sterft op 28 februari 1665 te 's Gravenhage. Hij trouwde op 7 april 1630 met Isabella, Gravin van Hornes. Lodewijk van Nassau krijgt van zijn vader in 1625 het huis Beverweerd aan de Kromme Rijn en de Heerlijkheid Odijk, deze zijn via Anna van Buren in de familie gekomen. In 1627 erft hij van zijn broer Willem LaLecq-Nassau de Heerlijkheid van de Lek. In 1648 koopt Lodewijk van Nassau de in erfpacht zijnde
visserijen in de Lek, Ijssel, Merwede van Oudmunster en de Dom. In 1648 wordt hij door zijn oom Prins Frederik Hendrik naar Frankrijk gestuurd om het huwelijk uit te leggen tussen zijn zoon Willem en de Engelse Prinses Mary Stuart.

In 1643 wordt hij benoemd tot Generaal-Majoor en Gouverneur van Bergen op Zoom. In 1658 wordt hij tevens Gouverneur van 's Hertogenbosch.
In 1650 is het begin van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk. Van 1660 tot 1662 is hij ambassadeur extra-ordinaris in Engeland. Maria Suart, die naar
Engeland terugkeerde, verzoekt Lodewijk zitting te nemen in een commissie die de verantwoording op zich moet nemen van de opvoeding voor haar in de Republiek achtergelaten zoon Prins Willem III van Oranje-Nassau. Andere leden van de commissie zijn o.a. Johan de Witt en Cornelis de Graeff, Heer van
Zuidpolsbroek, deze commissie wordt op 4 october 1660 officieel geinstalleerd. De commissie stelt voor om de gouveneur van Prins Willem III te ontslaan.
De Gouverneur was de neef van Lodewijk van Nassau-Beverweerd namelijk Frederik van Nassau-Zuylenstein, bastaardzoon van Prins Frederik Hendrik.

Prins Willem III van Oranje-Nassau. kon het uitstekend vinden met Frederik van Nassau-Zuylenstein en daarom protesteert Prinses Maria Stuart hevig
tegen het ontslag van Frederik van Nassau-Zuylenstein. Kort daarop, op 3 januari 1661, sterft de Prinses aan pokken. Omdat de Staten van Holland,
Koning Karel II en de grootmoeder van Prins Willem III, Amalia het niet eens kunnen worden over de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van de
Prins, wordt de commissie eind september 1661 ontbonden. Hierna blijft Lodewijk van Nassau-Beverweerd nog een jaar als Gezant in London, Engeland.
Hij slaagt erin zijn dochters Emilia en Elisabeth uit te huwelijken met vertrouwelingen van de Engelse Vorst. Lodewijk van Nassau-Beverweerd stierf op
28 februari 1665 en ligt begraven in de Sint Jacobskerk te 's Gravenhage.

Maurits van Nassau werd rond 1604 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Margaretha van Mechelen. Maurits van Nassau stierf op 5 juni 1617 aan de pest. Prins Maurits van Oranje-Nassau, Prins van Oranje, Graaf van Nassau. Geboren op 14 November 1567 te Dillenburg als zoon van Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584) en Anna van Saksen.

Prins Maurits van Oranje-Nassau oveleed op 23 april 1625 te 's Gravenhage. De Prins kreeg een relatie met Cornelia Jacobsdochter waaruit Anna werd geboren. Alleen de drie bastaardzoons uit de relatie met Margaretha van Mechelen werden geheel behandeld als wettige kinderen en aan het hof opgevoed, de overige natuurlijke kinderen hield men buiten
het hof. .

Het Wapen van
Nassau-LaLecq

Anna van Nassau ( ? -11 juni 1673), bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Cornelia Jacobsdochter. Anna trouwt gaat in ondertrouw op 7 maart 1636 te Heusden met Jonker François de Ferrier, Heer van Morsant (+1647). Anna van Nassau voert in 1626 een huishouden in 's Gravenhage en krijgt een jaarlijkse toelage van fl. 1200 van haar vader. Anna's echtgenoot is Luitenant onder Frédéric Maurice de la Tour d' Auvergne, Hertog van Bouillon, zoon van Elisabeth en dus een neef van Anna van Nassau. In 1639 wordt Jonker François de Ferrier Ritmeester over een vaan kurassiers.

In 1647 stierf hij en liet een schuld na van fl. 4000. Anna
vroeg via Constantijn Huyghens aan Prins Frederik Hendrik om
(financiele) hulp. Anna leefde tot 1673 en overleed op 11 juni 1673 te Breda waar ze ligt begraven in de Grote Kerk.

Elisabeth van Nassau, wordt in 1611 geboren als de bastaarddochter van Prins Maurits en Ursula de Rijck. Zij wordt op 29 oktober begraven in de
Grote Kerk in Breda. via de rekeningen van de voogd van Prins Maurits natuurlijke kinderen, Mr. Louis Kinschot, is er meer bekend over hun. Tot 1626 blijkt voor Elisabeth (Isabella) fl. 1066 te zijn uit gegeven aan voornameljk school en schoolartikelen. In 1626 trouwt haar moeder met Jacob van Schuylenbosch
uit Utrecht. In november 1634 mag zij beschikken over het legaat dat Prins Maurits haar bij codicil van 7 april 1625 heeft nagelaten. Kennelijk kan ze het
bedrag niet goed beheren want een half jaar later vraagt ze Prins Frederik Hendrik om een voorschot later in 1639 en 1643 vraagt ze dat nog eens. Later
moest ze haar goederen in onderpand geven om haar schulden te betalen, en vraagt ze Prins Willem III en zijn voogden om financiele hulp. Als haar halfbroer
Carel Maurits sterft eist zij de erfenis en jaargeld van hem op, omdat zij tot universeel erfgenaam was benoemd. Als haar halfzus Anna sterft eist ze ook haar
jaargeld op, ze verklaart dat ze veel kosten moet maken voor haar zieke moeder met wie zij samenwoont.

Carel van Nassau wordt rond 1612 geboren als bastaardzoon van Prins Maurits en Jobghen van Alpen Arentsdochter. Carel van Nassau trouwt in 1630
te Brabant met Margaretha van Bodeghem. Carel van Nassau sneuveld op 28 maart 1637 bij Porto Calvo te Brazilië. Rond de leeftijd van 10 jaar gaat Carel met andere kinderen uit bekende families naar de kostschool van Jean de la Laing te Rijnsburg en leert daar ondermeer dansen en schermen. Hij trekt nog voor de dood van zijn vader in bij de Waalse predikant R.J. de Nerée op het Rapenburg te Leiden, "De Zwarte Leeuw' bij de acedemie. Hier werd hij als 13 jarige student ingeschreven. Vanaf 7 mei 1626 woont hij bij Dr. E.Schrevelius, buitegewoon hoogleraar te Leiden. De voogd van alle natuurlijke kinderen
van Prins Maurits, Mr. Louis Kinschot, haalt op 2 juni 1626 Carel op uit Emmerink waar hij om onbekende redenen heen was gevlucht. Het toezicht op
Carel wordt verscherpt en een zekere Bernard wordt tot zijn pedagoog aangesteld.

Carel leidt het leven van een edelman hetgeen wat uit zijn opleiding en aankopen blijkt. In 1628 loopt Carel weer weg, ditmaal naar Arnhem maar wordt
3 dagen later door zijn voogd terug gehaald. Carel krijgt uit de erfenis van zijn vader jaarlijks fl. 4000 maar geeft veel meer uit wat uit zijn schuld
bekentenissen van 1631, 1632, 1634, 1636 blijkt. In 1630 trouwt hij, zonder de meerderjarigheid bereikt te hebben en zonder de toestemming van zijn
voogd, Margaretha van Bodegem. In 1631 neemt Carel dienst in het Staatse leger. In 1636 benoemd hij zijn moeder en zijn stiefvader , de Haagse herbergier,
Hans Romer tot universeel erfgenaam. Hans Romer was in 1618 met Jobghen gehuwd. Op 28 maart 1637 sneuvelt hij bij Porto Calvo. Zijn weduwe
hetrouwt drie maal met Jacob de Bruijn, Nicolaas van Loenen uit Brussel en als laatste met Gerard Nieuwstad ook uit Brussel.

Carel Maurits van Nassau wordt geboren rond 1616 als bastaardzoon van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Anna van de Kelder, hij sterft rond 1646.
In het begin wordt Carel Maurits opgevoed door zijn moeder die vanaf 23 oktober 1626 per half jaar fl. 125 ontvangt,van Prins Maurits, voor zijn opvoeding .
Anna zelf krijgt ook een toelage. Later bezoekt Carel Maurits ook de kostschool in Leiden waar zijn halfbroer Carel ook naartoe ging. In 1628 wordt Carel
Maurits ziek: hij heeft een "kwaad gebrek aan zijn hoofd en zijn haar is helemaal uitgevallen". In 1634 bezoekt hij de kostschool van Henri Swaardecroon te
Noordwijk-Binnen. In 1634 verzoekt Carel Maurits aan zijn voogd mr. Louis Kinschot de toelage van zijn moeder te verhogen, omdat hij bij haar wil wonen
en daardoor een ruimere behuizing nodig hebben.

Hierop ontvangt Anna een toelage van fl. 300 per jaar toegewezen. Rond 1636 vertrekt Carel Maurits naar Frankrijk waar hij zes jaar verblijft. Na zijn
terugkeer neemt hij contact op met van Kinschot. Aan hem deeld hij mede dat hij liever aan een veldtocht van Prins Frederik Hendrik deel te nemen dan
'onder de swarte mantels gezonden' (onder de godsgeleerden). Kinschot adviseert in 1642 legerdienst, want volgens hem hebben de zes jaren in Frankrijk
'voor zijne opvoeding niet veel geholpen'. Carel Maurits leeft zuinig en laat bij zijn overlijden een bedrag van fl.41.450 na. Volgens zijn testament uit 1636
wordt 'sijn lieve zuster Joffrouw Anna van Nassau' tot erfgename benoemd.

Eleonora van Nassau, bastaarddochter van Prins Maurits van Oranje-Nassau en Deliana de Backer. Eleonora wordt geboren rond 1620 en sterft tussen
1693 en 1703. Ze trouwt op 23 maart 1642 met Gerhard Bernhard Freiherr von Pöllitz. Eleonora krijgt onderwijs in Delft. In 1634 woont zij in huis bij haar
grootmoeder van moeders zijde, Debora van Banchem. Waarschijnlijk ontmoet zij in 's Gravenhage Gerhard Bernhard Freiherr von Pöllnitz, zoon van een
vroege minister en gezant van Saksen. In 1646 wordt von Pöllnitz ritmeester in staatse dienst, later neemt hij dienst in het leger van de Keurvorst van
Brandenburg, die gehuwd is met Eleonora's nicht Louise Henriette. Hier wordt hij Generaal-Majoor, opperstalmeester, Gouverneur van de
residentiesteden Berlijn en Keulen. In 1672 reist hij als gazant naar 's Gravenhage om met de nieuwe Stadhouder te onderhandelen over een alliantie.

De Staten-Generaal vereren hem met een gouden keten en een gouden medaille. De Keurvorst verheft hem tot Vrijheer (Freiherr). Na Eleonora's dood gaat
de uitbetaling van het legaat door aan haar kinderen en verdere afstammelingen zelfs tot 1806. In 1806 sterft de laatste wettige erfgename Eleonore
Sophie von Pöllnitz. In de Ruinekerk van de plaats Bergen in Noord-Holland bevindt zich ook een grafkelder met bastaarden van Oranje en Nassau,
voornamelijk afkomstig van Prins Maurits en wel de afsplitising Nassau-Bergen en alsmede leden van het geslacht Nassau-Odijk. Maar liefst 25 Grafzerken
bevinden zich buiten de kerk en binnen liggen nog acht nazaten van de geslachten Nassau-Bergen en Nassau-Odijk. De Ruïnekerk is een 15e-eeuwse
kerk aan de Raadhuisstraat in Bergen (Noord-Holland). De kerk werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog afgebrand, maar hierna weer deels herbouwd.
Orgel Ruïnekerk en de Slag om Bergen 1797

De kerk heeft status als rijksmonument. De Ruïnekerk wordt gebruikt door de protestanten. Tegenwoordig de Protestantse gemeente van Bergen,
de (PKN) voor wekelijkse kerkdiensten. Ook worden hier rouw- en trouwdiensten gehouden. Er vinden regelmatig klassieke muziekconcerten plaats in
de Ruïnekerk; het gebouw staat bekend om de goede akoestiek. Het orgel uit 1886, gebouwd door Johan Frederik Kruse (1848-1907), is afkomstig uit de Hervormde Kerk van Koog aan de Zaan. In 1913 werd dit instrument door de Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente van Bergen aangekocht ter vervanging van het kleine in 1739 door A.A. Hinsz gebouwde orgel (afkomstig uit de Lutherse Kerk te Deventer) dat zich sinds 1854 in de kerk bevond.
De overplaatsing werd uitgevoerd door orgelmaker H.W. Flentrop uit Zaandam, die het instrument bij die gelegenheid vergrootte met een tweede klavier, voorzien van vier registers. In 1960 werd het orgel gerestaureerd. De Kerkstraat, de Ruïnelaan en het Kerkpad in Bergen zijn vernoemd naar de kerk.