OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Vorstelijk Verzamelen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Verzamelingen

Albums, Foto's en Geschenken

GRANMAN AMAKTI EN ZIJN DORPSHOOFDEN IN AMBTSKOSTUUM, 1916

Fotografe Augusta Curiel en haar zuster en assistente Anna uit Paramaribo boden koningin Wilhelmina in 1923 een fotoalbum over Suriname aan.
Het was een geschenk bij het 25-jarig regeringsjubileum van de koningin. Het leven in de stad, landschappen, bevolking en nijverheid komen in dit album
aan bod. Dit groepsportret, volgens onderschrift "het grootopperhoofd der Aucaner-Boschnegers Amakti met zijne kapiteins", werd gemaakt in november
1916, bij het aantreden van gouverneur Staal in Paramaribo. De heren dragen een ambtskostuum met hoge hoed en zilveren ringkraag of borstplaat.

Granman
Granman Amakti en de dorpshoofden

Augusta Curiel viel in 1929 een bijzondere eer te beurt; zij kreeg het predicaat hofleverancier. Het was de eerste keer dat Koningin Wilhelmina het
predicaat aan een Surinaamse onderneming verleende. fotograaf Curiel, Augusta (1873-1937), Jaar opname 1916, afdruk 1923. In 1917 is dit beeld gepubliceerd in het weekblad Buiten.

Acht Surinaamse mannen, gekleed in ambtskostuum met hoge hoed en zilveren borstplaat. Drie van hen hebben een lange staf met metalen knop
in de hand, twee een wandelstok en de vierde van links, Granman Amakti, draagt een sabel. Het grootopperhoofd wordt ook granman genoemd,
de kapiteins dorpshoofden of adjudanten. In het weekblad Buiten is deze foto opgenomen in 1917. Volgens het bijschrift zou de groep hier voor het
gouvernementshotel in Paramaribo staan, na het aantreden van de gouverneur van Suriname, G.J. Staal, in november 1916.

Techniek: fotografie. Materiaal: papier, hoogte 12,2 cm, breedte 17,0 cm.

Interieur van HeekOorkonde Gouden Koets
Interieur van Heek wolspinnerijen Enchede en Oorkonde overhandiging Gouden Koets


ALBUMBLAD MET INTERIEURS VAN TEXTIELFABRIEK GEBROEDERS VAN HEEK IN ENSCHEDE, 1895

Tijdens een bezoek aan de provincie Overijssel maakten Koningin Wilhelmina en Koningin Emma kennis met de textielindustrie in Twente.
Op 4 september 1895 bezochten zij onder meer de fabriek van de Gebroeders Van Heek in Enschede. Als herinnering kregen zij ieder een losbladig
platenalbum over het bedrijf. Dit blad toont jonge vrouwen en een man aan weefstoelen en mannen aan weefmachines in een fabriekshal met bovenlicht.
De twee interieurfoto's zijn gevat in fraai geaquarelleerde kaders met bloemdecoratie tegen een geruite achtergrond met de Nederlandse leeuw
en de jachthoorn van Oranje.

Drukker en Uitgever: Emrik & Binger, 1895.

Plaat IX: fotografische afbeeldingen van weefstoelen (boven) en de weverij (onder). In geaquarelleerd kader met bloemdecoratie tegen een geruite achtergrond met de Nederlandse leeuw en de jachthoorn van Oranje, elementen uit het wapen van Koningin Wilhelmina.

Techniek: fotografie, aquarel, kalligrafie. Materiaal papier, waterverf, Hoogte 50,0 cm, breedte 37,5 cm.

OORKONDE VAN DE AANBIEDING VAN DE GOUDEN KOETS, 4 FEBRUARI 1901

Eigenlijk wilde Koningin Wilhelmina ter gelegenheid van haar inhuldiging in 1898 geen geschenken ontvangen. De Amsterdamse bevolking liet
zich hier niet door weerhouden en zamelde toch geld in voor een cadeau. Dit werd de Gouden Koets. Tijdens de inhuldigingsfeesten in september 1898
bezichtigde Wilhemina het tentoongestelde rijtuig. Pas bij haar huwelijk met Prins Hendrik op 7 februari 1901 nam zij de koets in gebruik.
Deze oorkonde is gedateerd op 4 februari 1901, de dag waarop de koets officieel werd overgedragen. Op haar huwelijksdag gebruikte zij de koets ook
daadwerkelijk voor de eerste keer.

De Gouden Koets is na het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik ook ingezet bij de huwelijken van
Prinses Juliana en Prins Bernhard (1937), Prinses Beatrix en Prins Claus (1966) en Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima (2002).

Ook werd hij gebruikt bij de doop van Prinses Juliana (1909) en de doop van Prinses Beatrix (1938). Afgezien van een enkele uitzondering is de
Gouden Koets jaarlijks op Prinsjesdag in gebruik.

Kalligraaf Grevenstuk, gebroeders, gedateerd 4 februari 1901.Techniek: kalligrafie. Materiaal: perkament, inkt, verf,
hoogte 61 cm, breedte 43 cm.

Aquarel Koningssloep
Aquarel Koningssloep

DE KONINKLIJKE SLOEP OF KONINGSSLOEP, CIRCA 1820

De koninklijke of koningssloep is een rijkversierde staatsiesloep, in de jaren 1816-1818 gebouwd voor Koning Willem I op de Marinewerf in Rotterdam,
naar ontwerp van C.J. Glavimans. Het baldakijn op deze tekening wijkt af van de gerealiseerde versie, maar de vergulde beeldengroep op de voorsteven is
wel zo uitgevoerd. Die groep bestaat de uit de zeegod Neptunus, gezeten op een schelp, voortgetrokken door drie zeepaarden en gevolgd door een triton.
De tekening is waarschijnlijk opgerold geweest. De beschadigde rechterzijde is gerestaureerd.

De koningssloep werd gebruikt bij hoog bezoek en ceremoniële gebeurtenissen, zoals tewaterlatingen en staatsbezoeken door de Koningen Willem II
en Willem III en de Koninginnen Wilhelmina en Juliana.

In 1962, bij de viering van het zilveren huwelijk van Koningin Juliana en Prins Bernhard, werd de sloep voor het laatst gebruikt. Na een grondige onderhoudsbeurt is de sloep sinds oktober 2015 opgesteld in het Scheepvaartmuseum, waar het vaartuig in beheer is. De sloep meet 17,05 bij
2,66 meter en biedt plaats aan twintig roeiers - traditioneel adelborsten - met roeiriemen van meer dan 4 meter lang.

Ontwerper naar Glavimans, C.J. (1795-1857), 1818 / 1825.

Gezicht op de stuurboord zijde van een lange sloep met baldakijn te water; de voorsteven naar rechts. Aan de vlaggenstok op de boeg hangt een
rood-wit-blauw vaandel met het koninklijk wapen. Op de boeg een sculptuur van Neptunus in een schelp, vooruitgetrokken door drie zeepaarden.
Op de achtersteven staat een bekroond paviljoen, met een leeuw terzijde; onder de achtersteven een beeld, voorstellend de Faam met bazuin en
lauwerkrans en op het roer een beeld van een dolfijn. Het baldakijn van de uitgevoerde versie wijkt af van deze tekening.

Techniek: aquarel. Materiaal: papier, hoogte 30,0 cm, breedte 77,0 cm, waterverf.

Oorkonde VrijmetselaarsTekening van Venray
Oorkonde Broeders Vrijmetselaars van Insulinde, de Wajang Orang en tekening van Venray.

OORKONDE VAN DE BROEDERS VRIJMETSELAREN VAN INSULINDE, 1898

De Indische vrijmetselaren gaven beeldend kunstenaar en ontdekkingsreiziger Wijand Otto Jan Nieuwenkamp opdracht om dit fraaie huldeblijk te
vervaardigen. Nieuwenkamp verbleef dat jaar in Batavia. De randversiering is getekend in de stijl van de Nieuwe Kunst, binnen de getekende lijst is de
tekst gekalligrafeerd. De vijf zuilen stellen de vijf Orden van de Bouwkunst voor. Tussen de zuilen tekende hij onderaan in vier kleine tableaux het
Indisch landschap. In de omlijsting verwerkte hij de symbolen van de Orde, hamer, waterpas, bijbel, winkelhaak, passer, maatstok, schietlood en troffel.

Tijdens de inhuldigingsfeesten nam de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië namens de Koningin de oorkonde in ontvangst. De geaquarelleerde
oorkonde is geborgen in een met goud versierde bamboekoker, gemaakt door werklieden in Demak. De koker is bekleed met een gouden kroontje,
het monogram van Koningin Wilhelmina en het symbool van de vrijmetselaren. De oorkonde is niet gesigneerd.

Ontwerper: Nieuwenkamp, W.O.J. (1874-1950), gedateerd: 1898.

Koker: techniek smeedwerk, materiaal bamboe, metaal verguld, hoogte 60 cm, doorsnede 8,5 cm
Oorkonde: tekentechniek, materiaal perkament, waterverf, inkt, hoogte 78 cm, breedte 55 cm.

DE WAJANG ORANG 'PREGIWA' IN DEN KRATON TE JOGJAKARTA, IN JUNI 1899

In 1899 werd in het paleis van sultan Hamengkoe Boewono VII van Jogjakarta een wajang-orang opgevoerd. Dat is een toneelvoorstelling met levende
acteurs in de stijl van een wajangspel. De voorstelling duurde vier dagen. Naderhand werd er een beschrijving van in een boek gepubliceerd, met foto's.
De sultan gaf het boek in 1901 als huwelijksgeschenk aan Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.

Het is in fluweel gebonden, met vijf gouden pauwen in een omlijsting op het voorplat en één kleine pauw op het achterplat.
De pauwen en de randdecoratie zijn ingelegd met blauw email en bezet met 417 briljanten.

Schrijver: Groneman, J. Fotograaf: Cephas, Kassian (1845-1912), 1899, Van Dorp, Semarang

In speciale blauwe fluwelen band voor koningin Wilhelmina, waarop gouden decoraties zijn gemonteerd, ingelegd met diamanten en blauw email: met
vijf pauwen op voorplat en één op achterplat, en randdecoratie met bloemmotief op voorplat.

TEKENING MET GEDICHT, AANGEBODEN AAN WILHELMINA BIJ HAAR BEZOEK AAN HET DOOR OORLOGSGEWELD GETEISTERDE VENRAY,
12 AUGUSTUS 1946

Koningin Wilhelmina trof tijdens haar bezoek aan Noord-Limburg in 1946 een zwaar gebombardeerd Venray aan. De Koningin ontving een tekening
gemaakt door zuster Ancilla, alias Bé Kramer, uit het pensionaat der zusters Ursulinen Jerusalem te Venray. De tekening laat de ruïne zien van het,
in de Tweede Wereldoorlog getroffen, klooster 'Jerusalem'. Zuster Ancilla vermeldde op de tekening de "kamer van Frans Baron van Geen".
Baron François van Geen was de voormalig particulier secretaris en kamerheer van Koningin Wilhelmina.

Hij was verwant aan zuster Ancilla via haar moeder. Waarschijnlijk heeft Van Geen, toen hij Venray bezocht, in het klooster gelogeerd.

Zuster Ancilla eindigt met een wens voor haar land:
"O Neerland herrijs, wees weer sterk in het Hart
Van een die U redde, Uw God en Behoeder.
Herrijs ongebroken, ongerept uit uw smart,
Tot een hechter Verbond:
Volk, Vorstinne en Moeder."

Tekenaar Ancilla (1883-1953), 12 augustus 1946. Techniek: aquarel, kalligrafie. Materiaal: papier, verf, inkt,
hoogte 44,3 cm, breedte 27,3 cm.

Album Breitner Amsterdam
Album Breitner Amsterdam.


ALBUM BIJ HET GESCHENK VAN HET SCHILDERIJ VAN G.H. BREITNER "DAMRAK TE AMSTERDAM" VAN DE BEVOLKING EN BEDRIJVEN
VAN AMSTERDAM VOOR HET ZILVEREN HUWELIJKSFEEST VAN KONINGIN WILHELMINA EN PRINS HENDRIK, 7 FEBRUARI 1926

"Zóó heeft de Koningin het Damrak gezien, toen zij na haar huwelijk, de intocht in de hoofdstad deed",
schreef het Algemeen Handelsblad op 10 februari 1926. Zou George Breitner in 1901 zijn schilderij "Damrak te Amsterdam" vanuit deze gedachte hebben
geschilderd? Vijfentwintig jaar later schenken de Amsterdamse burgers en bedrijven daadwerkelijk dit schilderij aan het Koninklijk paar,
samen met een fraai vormgegeven album.

De bewoners van Amsterdam mochten hun cadeau bewonderen bij de Firma E.J. van Wisseling en Co op het Rokin, waar het schilderij en album waren uitgestald, alvorens het bestuur op 17 februari de geschenken persoonlijk op Paleis Noordeinde overhandigde. Deze firma had ook het schilderij,
waarvan het vernis inmiddels aardig vergeeld was, gerestaureerd. In het album zijn ruim 500 namen van de schenkers van het schilderij opgenomen.

De ontwerper van het album is de sierkunstenaar Theo Nieuwenhuis en het bindwerk is uitgevoerd door Mensing.

Het album is van blank varkensleer voorzien van zilverbeslag op de randen waarin stukjes barnsteen zijn vervat. De wapens van Koningin Wilhelmina,
Prins Hendrik en Prinses Juliana zijn fraai geblindstempeld zonder verguldsel. Op het schutblad bevinden zich de monogrammen van het echtpaar en
het wapen van de stad Amsterdam. De bladen van perkament zijn door karton verstevigd en bestaan uit 11 bladen. De schutbladen zijn versierd met
fraaie vignetten en de randversieringen zijn in afwisselende motieven en kleuren uitgevoerd. Geborgen in bruin suède doos met goudopdruk
van het wapen van Amsterdam.

Ontwerper: Nieuwenhuis, Theo (1866-1951), boekbinder Mensing 7 februari 1926. Bandmateriaal: leer, verguld zilver, edelsteen,
hoogte 29,5 cm, breedte 38 cm, dikte 4,5 cm
Bladenmateriaal: perkament.