OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Vorstelijk Verzamelen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Verzamelingen

Huldeblijken en Oorkonden

Er wordt een aantal keer per jaar een virtuele tentoonstelling voor deze website samengesteld. Dit gebeurt aan de hand van verschillende thema's.
De selectie en de toelichting worden gemaakt onder auspiciën van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau.
Deze stichting is verantwoordelijk voor onder meer het verkrijgen en beheren van voorwerpen die van belang zijn voor
de geschiedenis van het Huis Oranje-Nassau. Het respect en de genegenheid voor de leden van het Huis van Oranje-Nassau
die niet alleen ons bij volk maar ook buiten de landsgrenzen zich manifesteert, is groot. Van heinde en ver worden huldeblijken, felicitaties
bij huwelijk of geboorte en zelfs oorkonden naar de Oranje's gestuurd.

In de loop van de eeuwen zijn dat er honderden geweest en het is onmogelijk om hier al deze zeer fraai uitgevoerd stukken van vaak onvermoede
kunstuitingen die de ontwerper zich veroorloofde, te tonen. Daarom hebben we een samenvatting gemaakt vanaf Koning Willem I tot hedentendage.
Het leek ons de moeite waard om al deze vormen van ontwerpdrang en vaak prachtige vertolkingen van gevoelsuitingen van de onderscheiden
onbekende kunstenaars eens het te laten zien.

Huldeblijk voor Koning Willem II, bedoeld als ondersteuning in de woelige tijden in het voorjaar van 1848 in Europa.

Het Gedicht

"Volks meerdre vrijheid zal dien troon niet schaden, Een vaster grondzuil is hem aangebouwd, Ja! Liefde en trouw zal eeuwig overladen, Den ed'len die op zijn volk betrouwt."

Tekenaar, dichter en kalligraaf F. J. Guijking uit 's-Gravenhage (1801-na 1863) geeft op zwierige wijze de seizoenen symbolisch weer. Bovenaan staat het Nederlands wapen afgebeeld, in het midden de naam van Koning Willem II en onderaan in de desbetreffende kleuren "Oranje" en "Nederland", dit alles omgeven met bloemguirlandes.

Zowel de tekening als de tekst zijn van de hand van F. J. Guijking.Het gedicht is een steunbetuiging aan Koning en Vaderland en een reactie op de revolutionaire tijdgeest.

De jaartallen 13 en 17 maart 1848 op het huldeblijk verwijzen naar opstanden die in delen van Europa uitbraken tegen de autocratische regeringen.

Ook in Nederland nam de druk op Koning Willem II toe om concessies te doen. Dit leidde in november 1848 tot de ondertekening van de grondwet door de Koning. De grondslag voor de constitutionele monarchie was gelegd.

Linksonder: Huldeblijk aangeboden door de 'Verenigde Schuttersgezelschappen' te Groningen aan Koning Willem III bij de 50-jarige
herdenking van de Slag bij Waterloo; met de namen van de leden en afbeeldingen van de verenigingsvaandels, 18 juni 1865. Kalligrafie, aquarel op papier,
door C. Peters. In het huldeblijk verheerlijken de schutterijen de rol van Koning Willem II in de Slag bij Waterloo die op 18 juni 1815 plaatsvond.
De gelauwerde Koning wordt omgeven door vaandels van de verschillende schutterijen en vlaggen van de geallieerden (Engeland links, Pruisen rechts
en Nederland in het midden). Het oorlogsmateriaal onderaan het huldeblijk verwijst naar de oorlog tegen Napoleon.
Van de vervaardiger zijn geen gegevens bekend.

2.) Oorkonde bij de plechtige intocht van Koning Willem III en Koningin Emma in Amsterdam op 21 april 1879, aangeboden door de
Commissie tot Regeling der Feestviering. Gekalligrafeerd door Anthonie Grevenstuk (1829-1896).Een eerste kennismaking van het jonggehuwde
Koninklijk Paar met de Amsterdamse bevolking. De weergave van het stamslot van Koningin Emma in Waldeck en van de stad Amsterdam op
het huldeblijk symboliseren de verbintenis van de hoofdstad met de nieuwe jonge Koningin.

De kalligraaf, Anthonie Grevenstuk, behoorde tot drie generaties Grevenstuk. Hij vestigde zich in april 1858 in Amsterdam. Omdat de zaken
voorspoedig liepen, verhuisde hij in 1890 naar een chique lokatie, het Rokin. Het atelier Grevenstuk verwierf vele belangrijke opdrachten, waarvan
de omvangrijke verzameling Grevenstuk's in het Koninklijk Huisarchief getuigt. Ofschoon hij in 1880 een verzoek indiende om de titel
'kalligraaf des Konings' te mogen voeren, is deze titel hem nooit verleend. Hij heeft zich in 1877 wel 'Kalligraaf van Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden'
mogen noemen. Zoals in die tijd van een ambachtsman verwacht mocht worden, werkte Anthonie Grevenstuk in verschillende historische stijlen.


3.)
Oorkonde bij het zilveren tafelgarnituur dat aangeboden werd door de inwoners van Amsterdam ter gelegenheid van het huwelijk van Koningin
Wilhelmina en Prins Hendrik in 1901. De oorkonde is een ontwerp van Georg Rueter en uitgevoerd door Atelier 'De Gulden Snede'. Het zilveren
tafelgarnituur en de bijbehorende oorkonde, het huwelijkscadeau van de stad Amsterdam, zijn beide exponenten van de Nieuwe Kunst.
Dat Koningin Wilhelmina de Nieuwe Kunst bijzonder kon waarderen, blijkt uit het feit dat zij toestemming verleende om een dergelijk cadeau
aan haar te mogen aanbieden. Georg Rueter (1876-1966) was niet alleen grafisch vormgever, maar ook schilder en ontwerper van glas-in-loodramen.
In zijn grafisch werk maakte hij gebruik van monochrome kleurvlakken. De oorkonde is uitgevoerd in plakkaatverf op papier. Het tafelgarnituur is een
ontwerp van de specialist in het maken van gebruiksvoorwerpen in metaal Jan Eisenloeffel (1876-1957) en uitgevoerd door de firma
Hoeker en Zoon uit Amsterdam.

Rechtsboven: Oorkonde bij de aanbieding van de gedenknaald in het park van Het Loo door de leerlingen van Hogere Burger Scholen uit verschillende
plaatsen in Nederland ter gelegenheid van het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik, 7 februari 1901. De oorkonde, aquarel op perkament,
is een ontwerp van Leon Senf. De Delftse aardewerkfabriek De Porceleyne Fles was de schenker van dit bijzondere huwelijkscadeau in de stijl van de
nieuwe Kunst. De officiële onthulling van de gedenknaald vond plaats op 13 augustus 1901 in aanwezigheid van afgevaardigden van de verschillende
HBS-en. De gedenknaald in de vorm van een klassieke Egyptische obelisk was bekleed met aardewerken platen naar een ontwerp van Adolf Le Comte
(1850-1921), hoogleraar aan de Polytechnische School Delft. Leon Senf (1860-1940) heeft als ontwerper en plateelschilder in de functie van
chef d'atelier bij de Porceleyne Fles gewerkt.

De elf commissarissen, die bloemen en oorkonde aanbieden, waren:

  • Noord-Brabant - Mr. A.E.J. baron van Voorst tot Voorst (1858-1928)
  • Gelderland - Mr. S. baron van Heemstra (1879-1960)
  • Zuid-Holland - Jhr.mr.dr. H.A. van Karnebeek (1874-1942)
  • Noord-Holland - Jhr.mr.dr. A. Röell (1864-1940)
  • Zeeland - Jhr.mr. J.W. Quarles van Ufford (1882-1951)
  • Utrecht - Mr. H.Th. s'Jacob (1869-1950)
  • Friesland - Mr. P.A.V. baron van Harinxma thoe Slooten (1870-1954)
  • Overijssel - Mr. A.E. baron van Voorst tot Voorst (1880-1965)
  • Groningen - Jhr.mr. A.W.L. Tjarda van Starkenborch Stachouwer (1888-1978)
  • Drenthe - Mr. J.T. Linthorst Homan (1873-1932)
  • Limburg - Mr. E.O.J.M. baron van Hövell tot Westerflier (1877-1936)

Huldeblijk van de Commissarissen der Koningin ter gelegenheid van de zeventigste verjaardag van Koningin Emma, 2 augustus 1928. De kalligraaf is niet bekend. Bij haar zeventigste verjaardag betuigen de Commissarissen van de Koningin hun gevoelens van eerbied en erkentelijkheid aan Koningin Emma, onder aanbieding van een bloemstuk. De oorkonde op dik papier, tekst in Oost-Indische inkt, hoofdletters in rood, wapens en rand in waterverf ingekleurd, toont bovenin het wapen van de koningin-moeder, met haar wapenspreuk 'Palma sub pondere crescit'. Te linker- en rechterzijde van het wapen staan gestileerde palmbomen met aan de voet twee duiven en het woord PAX. Boven en naast de tekst staan de wapens van de elf provincies. Curieus is, dat boven de naam van de commissaris van Noord-Brabant, in kleine letters, de tekst is bijgevoegd 'nu wijlen'. De commissaris overleed op 28 juli. Bij het vervaardigen van de oorkonde was zijn opvolger, A.B.G.M. van Rijckevorsel, nog niet benoemd.

Linksonder: Nieuwjaarswensen voor Prinses Wilhelmina bestaande uit tekeningen, borduurwerkjes, gedichten en collages van gedroogde
bloemen, bijeengebracht door lezeressen van het Weekblad voor Meisjes 'Lelie- en Rozeknoppen', januari 1884. Het meisjeskopje is vervaardigd door
M. van IJsselstein (19 jaar) uit Rotterdam en de collage van droogbloemen door Anthonia Therina Meursinge (19 jaar) uit Drouwenermond bij
Stadskanaal. Catharina Louise Maria Alberdingk Thijm, dochter van hoogleraar J.A. Alberdingk Thijm, richtte in 1882 het tijdschrift 'Lelie-
en Rozeknoppen' op, dat van 1887 tot 1894 werd voortgezet onder de naam 'Hollandsche Lelie', een weekblad voor jonge dames. Drieënnegentig
lezeressen van het weekblad hebben een bijdrage geleverd aan dit huldeblijk, dat door de redactrice aan de Prinses is aangeboden. De losbladige
nieuwjaarswensen zijn in een met beige fluweel beklede band met goudopschrift bijeengebracht. De band is vervaardigd door 'Leerlingen der
Industrieschool voor Vrouwelijke Jeugd' te Amsterdam. Een bijzonder cadeau.

Rechterkant: Oorkonde behorend bij de aanbieding van een schilderij van een West-Brabants landschap door de gebruikers van de domeingronden
in de rentambten Niervaart, Zwaluwen, Breda, Oosterhout en Steenbergen, ter gelegenheid van het 50-jarig regeringsjubileum van
Koningin Wilhelmina
, augustus 1948. Gekalligrafeerd door Victor van Schoonhoven van Beurden. Het geheel geborgen in een kartonnen omslag.
Links naast de tekst zijn de vijf gemeentewapens van Klundert, Breda, Oosterhout, Steenbergen en Hoge en Lage Zwaluwe in kleur afgebeeld,
hangend aan een bloeiende Oranjetak. De erbij behorende banderol toont de namen van de plaatsen, waar de domeingronden zich bevinden.

Rechts staat het provinciewapen van Noord-Brabant getekend. De in zwarte, rode en gouden inkt uitgevoerde tekst bevat een dankwoord aan Koningin
Wilhelmina voor haar vijftigjarige regering. Onder de tekst staan de handtekeningen van de gebruikers van deze in het noordwesten van Brabant gelegen
domeingronden. De kartonnen omslag wordt door een drietal koordjes bijeengehouden. Op de voorzijde staat een gekroond Nederlands wapenschild.
De vervaardiger van de oorkonde is Victor Rudolf Anselme Joubert van Schoonhoven van Beurden (1900-1977).
Hij was kunstenaar en tekenleraar te Breda.


Linksonder: Oorkonde behorend bij de aanbieding van een gouden couvert door vrouwen uit Suriname bij de geboorte van Prinses Juliana, 1909.
Gekalligrafeerd door C. J. Booms; in tinnen koker. De tekst van de oorkonde luidt: "Ter eere van de geboorte van Hare Koninklijke Hoogheid Juliana
Louise Emma Marie Wilhelmina Prinses der Nederlanden, den 30en April 1909. Ten oorkonde van den onverbreekelijken band, welke tusschen
Vorstenhuis en Volk is gelegd en door deze heuglijke gebeurtenis opnieuw wordt bezegeld; Als betuiging van oprechte vreugde van Uwer Majesteit's
getrouwe onderdanen; wordt dit geschenk, namens de Surinaamsche vrouwen en meisjes, uwe Majesteit eerbiediglijk aangeboden.

Paramaribo 30 April 1909". Boven deze tekst staat het toenmalige wapen van Suriname, een schild met de afbeelding van een schip, vastgehouden door
twee Indianen. Het wapen symboliseert de beide bevolkingsgroepen, waarbij het schip staat voor de Afrikanen, die immers als slaaf per schip werden
aangevoerd. Daaronder de wapenspreuk Justitia, Pietas, Fides (gerechtigheid, eerbied, trouw). De tekst is ondertekend door de leden van het Comité,
dat zorg gedragen heeft voor de aanbieding van dit geschenk.

Onderaan staat in kleinere letters vermeld waaruit het bestaat:

"Het gouden couvert is vervaardigd door den heer M. A. Abrahams, uitgezonderd het bordje, dat in Nederland is gemaakt; het tafelgoed door eenige
oudleerlingen van de Handwerkschool der E.E.Soeurs; de doos op de Ambachtsschool door den assistent H. Kuiperbak en eenige leerlingen, volgens
ontwerp van den Directeur C. J. Booms". Volgens een oude inventaris, aanwezig in het Koninklijk Huisarchief, bestond het geschenk uit een bordje,
een vork, lepel en mes, een servetring en een messenlegger, dit alles van goud. Het was, samen met een "baby-tafelkleed" en bijbehorende servetjes,
verpakt in de door Booms ontworpen doos van Surinaamse houtsoorten. Het couvert is nog steeds aanwezig. Dezelfde Booms heeft de sober
uitgevoerde oorkonde, in art nouveau stijl, ontworpen en gekalligrafeerd.


2.) Huldeblijk aangeboden door de 'Vereeniging van Nederlandsche Indische en Oud-Indische Strijders' aan Prins Hendrik, bij zijn 56e verjaardag op
13 juni 1876. Fotograaf en schilder is Willem Ganter te Rotterdam. Prins Hendrik (1820-1879) volgde een actieve loopbaan bij de marine.
Daaraan en aan zijn vele zeereizen, waaronder naar Nederlands-Indië, dankt hij zijn bijnaam 'Hendrik de Zeevaarder'. De rode vlag refereert aan het
beschermheerschap van Prins Hendrik en de jaartallen 1846 en 1859 verwijzen naar de militaire expedities ter uitbreiding van het Nederlandse gezag in
de buitengewesten Bali, Boni en Borneo. Ons koloniaal verleden wordt verbeeld in het Indische landschap op de achtergrond en de voorwerpen op de
voorgrond. De vijftig portretfoto's van de strijders en oud-strijders, waarvan wij de namen niet kennen, maken deze oorkonde bijzonder.
De vervaardiger Willem Ganter gebruikte gemengde technieken, fotografie, potlood en aquarel, op papier.

3.) 'Adres van Hulde', aangeboden op 9 maart 1901 door de Raad van de Gemeente Apeldoorn bij de feestelijke intocht van Koningin Wilhelmina
en Prins Hendrik in Apeldoorn, na de voltrekking van hun huwelijk begin februari.De kalligrafie is van de hand van burgemeester H.P.J. Tutein Nolthenius.
De aanhangende zegels zijn verloren gegaan. De oorkonde, op perkament, toont in de fraai in goud en groen versierde randen een afbeelding van het
Oranje-Park, Loenen, de Loobrug, het Uddelermeer, Hoenderloo en Beekbergen. Voorts zijn de wapens van Koningin en Prins in de tekst verwerkt en,
veel kleiner, die van de gemeente Apeldoorn en de provincie Gelderland. De kalligraaf Henri Paul Jules Tutein Nolthenius werd geboren in Deventer
op 9 maart 1861 (hij vierde dus zijn veertigste verjaardag op de intochtsdag) en was burgemeester van Apeldoorn van 1897 tot 1910.

Voordien was hij vanaf 1888 burgemeester van Vlissingen. Tutein Nolthenius overleed op 8 december 1930 in Epse. Het Koninklijk Huisarchief bezit
een zestal oorkondes van zijn hand. Op dezelfde dag als de hier getoonde ontvingen Koningin en Prins nog een oorkonde, namelijk bij de aanvaarding
van de gedenknaald in Apeldoorn, aangeboden namens de burgerij. Als burgemeester van Vlissingen kalligrafeerde Nolthenius een herinnering aan het
koninklijk bezoek aan de Michiel de Ruyter tentoonstelling in Vlissingen op 23 augustus 1894. Uit zijn Apeldoornse tijd stammen een huldeblijk namens
de gemeente bij de inhuldiging van 1898 en twee oorkondes bij de geboorte van Prinses Juliana in 1909, te weten één behorend bij de aanbieding
door inwoners van de gemeente van een kinderameublement en een gelukwens namens het gemeentebestuur.

Het Koninklijk Huisarchief bezit een zestal oorkondes van zijn hand. Op dezelfde dag als de hier getoonde ontvingen Koningin en Prins nog
een oorkonde, namelijk bij de aanvaarding van de gedenknaald in Apeldoorn, aangeboden namens de burgerij. Als burgemeester van Vlissingen
kalligrafeerde Nolthenius een herinnering aan het Koninklijk bezoek aan de Michiel de Ruyter tentoonstelling in Vlissingen op 23 augustus 1894.
Uit zijn Apeldoornse tijd stammen een huldeblijk namens de gemeente bij de inhuldiging van 1898 en twee oorkondes bij de geboorte van
Prinses Juliana in 1909, te weten één behorend bij de aanbieding door inwoners van de gemeente van een kinderameublement en
een gelukwens namens het gemeentebestuur.


Huldeblijk van de 'Groninger Vischvrouwen' bij het huwelijk van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik in 1901. Rond hun huwelijk ontvingen
Koningin en Prins talrijke felicitaties niet alleen van officiële instanties maar ook van verenigingen, groepen en individuele burgers. Kalligraaf van de
oorkonde is J.W. Muller. De tekst is van C. M. Muller-ter Huizen. De oorkonde, in gouache-techniek in felle kleuren rood, groen, blauw en goud,
is getekend op dik papier.

Het Felicitatiegedicht

"Nu luide in ons Vaderland juichtonen schallen en ieder met 't lieflick Oranje zich tooit en nu van de huizen de vlaggen weer wapp'ren nu ieder Uw pad graag met bloemen bestrooit Nu jub'len de Groninger vischvrouwen mede nu juichen zij luide op vroolijken toon en leggen zij dankbaar haar needrige hulde voor U Koninginne ter neer voor Uw troon. Wel mogen wij juichen nu Zij die wij vroeger als 't Kleine Prinsesje reeds hebben bemind en die w'als Vorstinne zoo innig vereeren den echt met den man harer keuze begint. God geve overvloedig U voorspoed en zegen U en Uw Gemaal zij Hij immer nabij Uw volk blijve U trouw ook in nood en gevaren dat bidt heden ieder dat bidden ook wij!"

De woorden van dit felicitatiegedicht zijn van Catharina Maria ter Huizen, echtgenote van de kalligraaf.

Boven de tekst prijkt een felgekleurde draak met in zijn bek een wapen met drie vissen en een visnet, ongetwijfeld verwijzend naar de opdrachtgeefsters.

In de tekst is het wapen van de stad Groningen verwerkt. Aan de oorkonde hangt een, eveneens getekend, zegel van de stad.

Kalligraaf Joseph Willem Muller (1862-1902) was, volgens zijn trouwakte uit 1892, boekhandelaar in Groningen.

De overlijdensakte van 28 december 1902 vermeldt als beroep alleen kalligraaf.

Linksonder: Huldeblijk, gedateerd 16 januari 1937, van het inlandse personeel van de stadspolitie van Semarang bij gelegenheid van het huwelijk van
Prinses Juliana en Prins Bernhard. Nederlands-Indië droeg met vele huldebetuigingen bij aan de feestelijkheden rond het huwelijk van het kroonprinselijk
paar. Indische vorsten en groepen uit de bevolking boden een aantal geschenken aan, waaronder (namens de bevolking) een armband met briljanten in
platina zetting, die Juliana op haar huwelijksdag zou dragen.

Deze oorkonde bevat de tekst van het huldelied 'Sriwidodo', weergegeven in twee talen, het Maleis en het Nederlands. Drie pilaren, in de kleuren
geel/rood, bekroond met een kapiteel in rood/wit/blauw, omranden de teksten; er boven de letters J en B, met het wapen en de wapenspreuk
Je Maintiendrai. Links en rechts daarvan staan afbeeldingen van de Indische mythische vogel, de Garoeda. De linker draagt een geel/rode vlag in zijn
snavel, de rechter de Nederlandse. Onderaan staan en face twee Singa-koppen. De Singa, een leeuwachtig figuur, staat voor macht en koningsschap.
Rondom zijn guirlandes van oranjetakken geschilderd. De vervaardiger van deze oorkonde, gouache-techniek op papier, is niet bekend.

2.) Oorkonde met het besluit van 22 juni 1911 van de Raad van de Gemeente Urk om de hoofdstraat van het eiland om te dopen tot Prins Hendrikstraat.
De Prins had bij zijn bezoek op 3 juni toestemming voor deze naamswijziging gegeven. Ontwerp en kalligrafie van de prachtig uitgevoerde oorkonde is
van de hand van E. J. Bruins, decoratieschilder te Kampen. Bovenaan het rijk versierde, met zeer fijn penseel geschilderde stuk prijkt het wapen van
Prins Hendrik met zijn wapenspreuk 'Per aspera ad astra', met aan weerszijden de wapens van Urk en van de provincie Noord-Holland. Hoewel nu
behorend tot Flevoland, maakte Urk lange tijd deel uit van de provincie Noord-Holland. In april 1792 gaf Amsterdam, dat Urk vanaf 1660 als
heerlijkheid in bezit had, het eiland terug aan zijn leenheren, de Staten van Holland. Na de stichting van het Koninkrijk werd Urk een Noord-Hollandse
gemeente. Bij de inpoldering van de Noord-Oostpolder ging het in 1950 over naar de provincie Overijssel. Vanaf 1 januari 1986 behoort het
voormalige eiland tot de provincie Flevoland.

Onder de wapens staat de tekst van het besluit de hoofdstraat naar de prins te vernoemen, met de handtekeningen van burgemeester A. Gravestein in
origineel en wethouder J. Romkes in facsimile (volgens de bijbehorende toelichting was de wethouder inmiddels overleden). Expliciet vermeldt de
oorkonde dat de Prins toestemming voor de naamswijziging heeft gegeven. In de smalle versieringsrand rondom de tekst zijn de symbolen van de
dierenriem terug te vinden en in de linkerrand onder het wapen van Urk visserijattributen, zoals dreggen en stengen, met vlaggetjes.
In de praktijk gebruikte elke visser een eigen vlaggetje om zijn vistuig herkenbaar te maken. In het midden van deze attributen tekende Bruins een
schildje in de kleuren van de Mecklenburgse vlag, met de letter H en links onderin de vier schijngestalten van de maan en een windroos.


In de onder- en bovenranden staat het eiland afgebeeld, onderaan een overzicht vanuit zee, met herkenbaar de vuurtoren met mistklok en de torens van
de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerk en het Gemeentehuis en bovenaan details uit dat overzicht, met links de hervormde en rechts de
gereformeerde kerk en de oude haven. In de rechterrand is een zeilende Urker botter weergegeven. Kenmerkend ook zijn de driehoekige en cirkelvormige
versieringen in de Nederlandse kleuren. Op Urker vissersschepen waren die van oudsher bij en onder het roer geschilderd. Men noemde het aanbrengen
van deze beschildering 'prinsen', blijkbaar verwijzend naar de Oranjegetrouwheid van het eiland. Op een schip staat bij deze versiering ook meestal een
spreuk of versje, hier is dat 'Aan Godes zegen is alles gelegen'. In de randversiering rondom het geheel is het blad uit de kroon als motief verwerkt. De
ontwerper en kalligraaf van de oorkonde, Egbert Jan Bruins, was decoratieschilder te Kampen, waar hij zijn leven gewoond en gewerkt heeft (1869-1933).

3.) Oorkonde die behoort bij een bus met oranje muisjes, aangeboden door de firma P. de Ruyter en Zoon aan Prinses Juliana en Prins Bernhard bij de
geboorte van Prinses Beatrix op 31 januari 1938. Bij de geboorte van Prinses Beatrix ontstond een hausse aan gelukwensen. Een bijzonder voorbeeld is
deze oorkonde. Hij is met zwarte inkt gekalligrafeerd op perkament, met goud en zilver gehoogd. De kalligraaf is onbekend. Rechtsboven zijn de
wapenschilden van Prinses Juliana (links) en Prins Bernhard (rechts) te zien. Linksonder staat het oude wapen van de gemeente Baarn, vestigingsplaats
van zowel Paleis Soestdijk als de Firma De Ruyter en Zoon. De firma is in 1860 opgericht en kreeg in 1883 van Koning Willem III het predicaat
'Hofleverancier'. Ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan in 1985 werd de 'Broodversierder' Koninklijk.

Rechtsboven: Felicitatie van de Nederlandse Mijnindustrie, aangeboden aan Prinses Juliana en Prins Bernhard bij de geboorte van Prinses Christina
op 18 februari 1947. Vervaardigd door Sjef Gieskens. Deze kleurige oorkonde bestaat uit drie gedeelten. Het bovenste draagt in het midden het
rijkswapen, tevens het wapen van de regerend vorst, gesteund door twee leeuwen. Onder de leeuwen staan de wapens van Prinses Juliana en
Prins Bernhard afgebeeld. Het middelste gedeelte bevat tekst waarin onder meer de namen vermeld worden van de veertien medewerkers van de
mijnen die de oorkonde hebben aangeboden. Het onderste gedeelte toont de gemeentewapens van de zes gemeenten waar de elf mijnen gevestigd waren,
met als achtergrond de mijngebouwen. Sjef Gieskens (Sittard) vervaardigde vaker gelegenheidsoorkonden. In het archief van het Mannenkoor
'St. Pancratius' te Heerlen bevinden zich eveneens enige exemplaren van zijn hand.