OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Vorstelijk Verzamelen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Verzamelingen

Oranje Geboorte en Doop

Geboortes kregen en krijgen binnen de Huizen, Geslachten en Families van Oranje en Nassau buitengewoon veel aandacht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze gebeurtenissen met tradities zijn verbonden. Voor Vorstelijke families geldt dat van oudsher natuurlijk ook sterk.
De geboorte van een nieuw lid van het Koninklijk Huis kan van belang zijn voor de erfopvolging en heeft daardoor ook constitutionele betekenis.
De objecten uit deze serie foto's laten zien dat geboortes in de familie Oranje-Nassau al eeuwen interessante sporen hebben nagelaten.


Een fraaie Kopergravure van de doop van de erfprins Willem V, de laatste Stadhouder, in het jaar 1748 op 11 april.


v.l.n.r. Plattegrond van een gedeel van de Grote of St. Jacobskerk te Den Haag. Hier doopte dominee Munnekemolen op woensdag 11 december 1770 Prinses Frederic Louisa Wilhemina. Zij was het
eerste kind van Stadhouder Prins Willem V en zijn gemaal Prinses Wilhelmina van Pruissen. Freule Dankelman braag de dodpeling binnen. Als doopvont diende het zilveren vont dat
Stadhouder-Koning Willem III aan de Franse kerk in den Haag schonk. Het plattegrond vermeldt ook de zitplaatsen der genodigden. De Franse term voor dit geheel is placement.

Verordening van het Stadsbestuur van Den Haag van 27 december 1792. De gemeente verdiet op 28 december bij de doop van Prins Willem, de latere Koning Willen Willem II, om vuurwerk af
te steken of te schieten met een schietgeweer, uit angst voor ongelukken. De straffen op deze overtreding waren niet mals; verbeurte van het geweer, een boete van 12 gulden of water en brood.
De ouders waren aansprakelijk voor hun kinderen. De verordening was ondertekend door de secretaris van de Haagse magistraat J.P. van der Haer. Het pamflet was gedrukt door
Jacobus van Karnebeek, stadsdrukker aan de Paviljoengracht en Het Wiegelied.



Een fraaie krijttekening, vervaardigd van de doop van Prinses Wilhelmina.

De jurk waar het hier om gaat, is de prachtige jurk van Brusselse kant, point de gaze de Bruxelles, speciaal vervaardigd voor de doop van Prinses
Wilhelmina (1880-1962) op 12 oktober 1880. Mevrouw A.M. Schelfhout-Picnot (1851-1930) was de dochter van de hof- tandarts Theodore Picnot.
In 1872 trouwde ze met Henry Schelfhout, schilder en zoon van de Haagse kunstschilder Andreas Schelfhout. Mevrouw Schelfhout was hofleverancier
van Koningin Emma; zij leverde vooral babykleding.

Dat mevrouw Schelfhout-Picnot de maaktster van de doopjurk was, wordt ook nog eens onderbouwd door een aantekening van haar schoondochter,
in bezit van haar achterkleinkind, Lot Ariens Kapper-van der Peet: "Mama Schelfhout heeft zich toen in de Haute Couture begeven en had veel clienten;
maar het meeste werd op crediet verkocht, zelfs bij de deftigste dames! Stuurde je een quitantie, dan was je je werkgeefster kwijt! Er wordt altijd beweerd
dat het doopensemble van de kleine prinses een geschenk is geweest van koning Willem III. Maar uit rekeningen in het Koninklijk Huisarchief blijkt dat
de betaling via de eigen boekhouding van Koningin Emma liep. De doopjurk kostte maar liefst fl. 5.155.


De Doopjurk van Prinses Wilhelmina, gedragen door Wilhelmina, Juliana, Beatrix, Willem-Alexander en Kroonprinses Amalia tijdens hun doopplechtigheden. (R) Detail van de jurk.

Dit hoge bedrag wordt vooral verklaard door het gebruik van de kostbare Brusselse kant, versierd met verschillende bloemmotieven en het Nederlandse Koninklijk wapen, die bij de betaling aan mevrouw Schelfhout-Picnot was inbegrepen. Het blijft helaas onduidelijk wie de Brusselse kant heeft geleverd.
Een goede kandidaat is de fabrikant Léon Sacré in Brussel; hij leverde veelvuldig kant aan Koningin Emma. Léon Sacré werd in zijn tijd geroemd om zijn
producten, die werden omschreven als kunstwerken, vooral die uitgevoerd in de point de gaze.

Hoewel zeer kostbaar, werd de jurk door een gouvernante van Prinses Wilhelmina, Louise Besier, niet goed behandeld. Nadat zij de doopjurk een keer
aan iemand had getoond, frommelde zij de 180 centimeter lange doopjurk, tot afschuw van een hofdame die dit noteerde, zomaar in de doos terug.
Maar gelukkig heeft de jurk de tand des tijds toch overleefd.


De doop van Prinses Juliana. Doopbijbeltje van de Prinses. Een prachtige foto van Koningin Emma met de 4 maanden oude Prinses Juliana. De plaat is van 30 augustus 1909 en gemaakt door Koningin Wilhelmina.Emma volgde de ontwikkeling van haar kleindochter op de voet. Grootmoeder en kleindochter zijn hier te zien in een prive-vertrek van de Vorstin in
Paleis Noordeinde in Den Haag.

Op 5 juni 1909 doopte de hofpredikant ds. J.H. Geeretsen Prinses Juliana in de Haagse Willemskerk. Bij die gelegenheid kreeg de Kroonprinses dit
doopbijbeltje inhoudende het Nieuwe testament met Psalmen en Gezangen. Aan de voorzijde werd het versierd met goudbeslag en de decoratie gestaat
uit een gekroond initiaal 'J' omringd door oranjetakken en vier rozetten op de hoeken. In het gouden slot werd de doopdatum gegraveerd.


De doop van Kroonprinses Beatrix.

De eerste van de zonen van Koningin Beatrix en Prins Claus zag het levenslicht 7-04-1967 te Utrecht in het Academisch Medisch Centrum.
Bij zijn geboorte was hij Kroonprins, Prins van Oranje, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Markies van Veere en Vlissingen,
Graaf van Katzenelnbogen, Vianden, Dietz, Spiegelberg, Buren, Leerdam en Culemborg. Tevens Burggraaf van Antwerpen, Baron van Breda, Diest,
Beilstein, de stad Grave, het Land van Cuijk, IJsselstein, Cranendonck, Eindhoven, Liesveld, Herstal, Waasten, Arlay en Nozeroy.
Voorts Vrijheer van Ameland, Heer van Borculo, Bredevoort, Lichtenvoorde. Loo, Geertruidenberg, Klundert, Zevenbergen, Hoge en Lage Zwaluwe,
Naaldwijk, Polanen, Sint Maartensdijk, Soest, Baarn, Ter Eem, Willemstad, Steenbergen, Montfoort, St. Vith, Boetgenbach, Niervaart, Daasburg,
Turnhout en Besancon alsmede Jonkheer van Amsberg.


Geboorte Kroonprins Willem-Alexander (1967).

Kroonprins Willem-Alexander werd gedoopt 2 september 1967 als lid van de Nederlandse Hervormde Kerk. De doopdienst vond plaats in de Grote of
Sint Jacobskerk in Den Haag en werd geleid door 'hofpredikant' dominee Henk Kater. De peetouders en doopgetuigen van de Prins waren zijn grootvader
Prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld, zijn grootmoeder Gösta Freiin von dem Bussche-Haddenhausen, Prinses (inmiddels Koningin) Margrethe van
Denemarken, Ferdinand Graf von Bismarck-Schönhausen en de voormalige minister-president Jelle Zijlstra. Renée Elisabeth Bradbrooke Smith-Röell
(1938), een vriendin van Beatrix, is eveneens een peetouder. Bij de doop werd de laatste vertegenwoordigd door haar grootmoeder
M.A.E. del Court van Krimpen-van Loon (1891-1983).


Doop Kroonprins Willem-Alexander

Prins Friso werd gedoopt door de toenmalige 'hofpredikant' Henk Kater op 28 december 1968 in de Dom van Utrecht. Zijn peetouders waren zijn
maternale grootmoeder Koningin Juliana, Prins Harald van Noorwegen, Herman van Roijen, Johan Christian Freiherr von Jenisch en Christina von
Amsberg, een jongere zus van zijn vader.


Doop van Prins Johan Willem Friso en Prins Constantijn .

Prins Constantijn, de derde zoon van oud-Koningin Beatrix en de overleden Prins der Nederlanden Claus werd in de Dom van Utrecht gedoopt op
11 oktober 1969 door Ds. Kater. Zijn neef Prins Bernhard, zoon van Prinses Margriet en de heer Van Vollenhoven werd ook op die dag gedoopt.


De wat moderne varianten van doop cadeaux. Bijvoorbeeld die van Catherina-Amalia van Oranje, Kroonprinses en dochter van de Koning en Koningin.
Maar ook de Prins van Oranje werd bedacht met een juweeltje van kwaliteit en indeeën rijkheid de mens eigen. Een afgeschoten granaathuls - en wel het
52ste schot - dat bij zijn geboorte werd gelost en vervolgens aan Koningin Beatrix en Prins Claus der Nederlanden werd overhandigd.