OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Heraldiek Vorstenhuizen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Soevereine Vorstenhuizen

Europese Vorstenhuizen

Dit is een zo volledig mogelijk lijst van Europese Soevereine Vorstenhuizen.
Zij bestaan nog steeds.

In deze opsomming ziet men de nog bestaande en/of regerende Soevereine Vorstenhuizen in Europa. Zoals onder de Friese Nassau's staat vermeld zijn
deze allemaal verwant met elkaar. De Stamvader van dit geheel blijkt Johan Willem Friso, Prins van Oranje en Vorst van Nassau-Dietz te zijn.
Ook wordt vermeld welke Huizen en Landen opgegaan zijn in voornamelijk Duitse Deelstaten. Van belang is dan ook te vermelden welke Huizen nog wel regeren en welke Landen door hen worden vertegenwoordigd. Het ene overzicht is korter dan het andere en het ene is boeiender dan het andere.

Het Huis van Bourbon-Parma

Onderstaand een lijst met regerende 'titulair' Hertogen. Tussen haakjes staat de relatie tot de voorganger vermeld.

Regerende Hertogen:

  • 1748-1765: Filips
  • 1765-1802: Ferdinand (zoon)
  • --
  • 1847-1849: Karel II (kleinzoon)
  • 1849-1854: Karel III (zoon)
  • 1854-1860: Robert I (zoon)

Titulaire Hertogen:

  • 1860-1907: Robert
  • 1907-1939: Enrico (zoon)
  • 1939-1950: Jozef (broer)
  • 1950-1959: Elias (broer)
  • 1959-1974: Robert II (zoon)
  • 1974-1977: Xavier (broer van Elias)
  • 1977-2010: Karel Hugo (zoon)
  • 2010-heden: Carlos (zoon)

In oktober 2009 werd de verloving van Prins Carlos met Annemarie Gualthérie van Weezel, dochter van de politicus Hans Gualthérie van Weezel,
als journaliste werkzaam voor de NOS, bekendgemaakt. Het burgerlijk huwelijk vond 12 juni 2010 in kleine kring plaats, het kerkelijk huwelijk was in
augustus in Brussel, waar de ouders van de bruid wonen. Vanuit de Carlistische traditie kan het huwelijk met de niet-adellijke
Annemarie Gualthérie van Weezel worden gezien als morganatisch. Het kerkelijk huwelijk stond gepland op zaterdag 28 augustus 2010, maar werd in
verband met de kritieke toestand en het vervolgens overlijden van de vader van de bruidegom, Hertog Carlos Hugo van Bourbon-Parma,
tot nader bericht uitgesteld. De wens van de vader van Prins Carlos was dat het huwelijk in ieder geval dit jaar nog zal plaatsvinden.
De kerkelijke inzegening vond uiteindelijk plaats op 20 november 2010 in de Ter Kameren Abdij te Brussel.

Na het overlijden van zijn vader draagt Prins Carlos sinds 18 augustus 2010 de titel Hertog van Parma en is hij het hoofd van het Huis Bourbon-Parma.
Op 28 augustus van dat jaar werd hij, tijdens de plechtige Requiemmis die ter nagedachtenis aan zijn vader werd gehouden in de Santa Maria della Steccata
in Parma, geïnstalleerd als Grootmeester van de Constantinische Orde van Sint-Joris, de Parmazaanse tak van de Heilige Militaire Constantinische Orde
van Sint-Joris. De Chef van het Huis Bourbon-Parma is ook Grootmeester van de andere orden van deze dynastie."

De Orde van de Heilige Lodewijk voor Civiele Verdienste (Real Ordine del Merito sotto il titolo di San Lodovico)
De Orde van de Legitieme Verbanning (Ordine de la Legitimidad Proscrita)
De Orde van Sint-George voor Militaire Verdienste(Ordine al merito militare di San Giorgio di Lucca)

In het huidige Duitsland opgegaan

  1. Het Koninklijk Huis van Beieren; het Huis Wittelsbach
  2. Het Koninklijk Huis van Brunswijk; het Huis van Hannover
  3. Het Koninklijk Huis van Pruisen; het Huis van Hohenzollern
  4. Het Koninklijk Huis van Saksen; het Huis van Saksen
  5. Het Koninklijk Huis van Saksen-Altenburg; het Huis van Saksen-Altenburg
  6. Het Koninklijk Huis van Würtemberg; het Huis van Würtemberg
  7. Het Prinselijk Huis van Lippe; het Huis van Lippe
  8. Het Prinselijk Huis van Reuss; het Huis van Reuss
  9. Het Prinselijk Huis van Schaumburg-Lippe; het Huis van Lippe-Schaumburg
  10. Het Prinselijk Huis van Schwarzburg; het Huis van Schwarzburg
  11. Het Prinselijk Huis van Waldeck-Pyrmont; het Huis van Waldeck-Pyrmont
  12. Het Vorstelijke Huis van Holstein; het Huis van Hol zu Holstein
  13. Het Groothertogelijk Huis van Baden; het Huis van Zähringen
  14. Het Groothertogelijk Huis van Hessen; het Huis van Brabant
  15. Het Groothertogelijk Huis van Mecklenburg-Schwerin; het Huis van Mecklenburg-Schwerin
  16. Het Groothertogelijk Huis van Mecklenburg-Strelitz; het Huis van Mecklenburg-Strelitz
  17. Het Groothertogelijk Huis van Oldenburg; het Huis van Holstein-Gottorp-Oldenburg
  18. Het Groothertogelijk Huis van Saksen-Weimar-Eisenach; het Huis van Saksen-Weimar-Eisenach
  19. Het Hertogelijk Huis van Anhalt; het Huis der Ascaniërs
  20. Het Hertogelijk Huis van Saksen-Coburg; het Huis van Saksen-Coburg

Het Huis van Hannover

Het Huis Hannover was het Koninklijk huis van Groot-Brittannië en Ierland van 1714 tot 1801 en het Koningshuis van het Verenigd Koninkrijk van
Groot-Brittannië en Ierland van 1801 tot 1840. Daarnaast regeerde de dynastie ook tot 1866 over het Keurvorstendom en (vanaf 1815) Koninkrijk
Hannover in noordwest-Duitsland. De stamvader van het huis was George van Brunswijk-Calenberg (1582-1641). Bij de verdeling van de bezittingen van
de Welfen-dynastie in 1635 ontving hij de Vorstendommen Calenberg en Göttingen. In 1636 verplaatste hij als eerste Hertog van Calenberg zijn residentie naar Hannover. Vorst Ernst August werd in 1692 na jarenlange onderhandelingen door Keizer Leopold I tot Keurvorst verheven. Zijn staat, officieel
Brunswijk-Lüneburg geheten, werd naar de hoofdstad informeel veelal Hannover genoemd, een naam die later officieel werd. Het huidige Hoofd van het
geslacht Hannover is Ernst August (V) van Hannover (geboren 1954). Hij is getrouwd met Prinses Caroline van Monaco.

Ernst August Albert Paul Otto Rupprecht Oscar Berthold Frederik-Ferdinand Christiaan-Lodewijk van Hannover (Hannover, 26 februari 1954) is de oudste zoon van Ernst August IV van Hannover en Ortrud van Sleeswijk-Holstein-Sonderburg-Glücksburg.

Als oudste mannelijke nazaat van George V van Hannover is hij het hoofd van de Welfen-tak van het Huis Hannover. Hij is officieus pretendent op de Hannoveriaanse troon.

Hij laat zich Zijne Koninklijke Hoogheid, de Prins van Hannover, Hertog van Brunswijk en Lüneberg, Prins van Groot-Brittannië en Ierland, noemen hoewel hij wettelijk op geen van deze titels recht heeft.

In Duitsland is - sinds de afschaffing van de adel - de titel onderdeel van de achternaam geworden, zodat hij eigenlijk Ernst August Prinz von Hannover heet.


Ernst August von Hannover en Caroline van Monaco

Op 28 augustus 1981 trad hij in het huwelijk met Chantal Hochuli, erfgename van een Zwitserse chocolade-magnaat, van wie hij in 1997 scheidde.
Het paar kreeg twee kinderen:

Prins Ernst August Andreas Philipp Constantin Maximilian Rolf Stephan Ludwig Rudolph (* 19 July 1983)
Prins Christian Heinrich Clemens Paul Frank Peter Welf Wilhelm-Ernst Friedrich Franz (* 1 June 1985)

Op 23 januari 1999 hertrouwde Ernst August met Prinses Caroline van Monaco. Zij kregen in datzelfde jaar een dochter:

Prinses Alexandra Charlotte Ulrike Maryam Virginia (* 20 Juli 1999)

Ernst August heeft het imago van een playboy. Hij raakte verschillende keren verzeild in moeilijkheden. Hij sloeg een persfotograaf bijna knock-out en
moest een schadevergoeding betalen. Tijdens Expo-2000 in Hannover, plaste hij tegen het Turkse paviljoen hetgeen een diplomatiek incident opleverde.
In 2005 werd hij met acute pancreatitis opgenomen in het ziekenhuis. Sindsdien is hij gestopt met alcohol drinken.

Het Huis van Waldeck-Pymont

Het Huis Waldeck-Pyrmont (vaak kortweg Waldeck) bestond uit het eigenlijke Vorstendom Waldeck en ten noorden daarvan het niet aangrenzende
Vorstendom Pyrmont. De Graven van Waldeck stamden af van een zoon van Widukind III van Schwalenberg, die rond 1150 het Slot Waldeck verwierf.
Rond 1189 werden de broers Widukind en Herman als graven van Waldeck vermeld. Waldeck was sinds 1438 een leen van Hessen, en situatie waaraan
pas met het einde van het Heilige Roomse Rijk in 1806 de facto en in 1847 door een uitspraak van de Bondsdag ook de jure een einde kwam.

Van 1397 tot 1495 was het land voor het eerst verdeeld, en wel in Waldeck-Bergheim en Waldeck-Waleck. Nieuwe delingen vonden plaats in 1507, 1539
en 1607, waarbij sprake was van Waldeck-Wildungen, Waldeck-Eisenberg en Waldeck-Bergheim. Het geslacht erfde in 1625/1631 het Graafschap
Pyrmont van de Graven van Gleichen, in 1639 het Graafschap Culemborg en het Rijksgraafschap Wittem. Verder was van 1640 tot 1677 de
Heerlijkheid Tonna in het bezit van Waldeck. Volgens paragraaf 38 van de Vrede van Osnabrück in 1648 kreeg Waldeck de Heerlijkheid Düdinghausen
en de dorpen Nordernau, Lichtenscheid, Deifeld en Niederschleidern.

In 1665 werd de Heerlijkheid Schauen verworven van het Hertogdom Brunswijk-Lüneburg, welke in 1689 weer verloren ging. In 1668 werd het oude
Graafschap Pyrmont gedeeld met het Prinsbisdom Paderborn. George Frederik, veldmaarschalk in Nederlandse dienst, werd op 1 juni 1682 door Keizer
Leopold I in de Rijksvorstenstand verheven. Met hem stierf de Eisenbergse tak met de Vorstendtitel in 1692 uit. Het land werd verenigd onder
Christiaan Lodewijk van Waldeck-Wildungen. Omdat in 1685 de primogenituur was ingevoerd, werd het land niet meer gedeeld. Arolsen werd nu
definitief de hoofdstad van het land. Diens zoon Frederik Anton Ulrich werd op 6 januari 1712 door Keizer Karel VI in de Rijksvorstenstand verheven
en noemde zich als eerste Vorst van Waldeck en Pyrmont.

Christiaan Lodewijk van Waldeck-Wildungen (Waldeck, 29 juli 1635 - Landau (Bad Arolsen), 12 december 1706) was na de dood van zijn vader in
1645 Graaf van Waldeck-Wildungen. In 1692 werd hij, door het uitsterven van de Eisenbergse tak, ook Graaf van Waldeck-Eisenberg, waardoor het Graafschap Waldeck weer verenigd werd. Van 1692 tot zijn zijn dood in 1706 was hij ook nog Graaf van Pyrmont.

Hij trouwde twee keer: De eerste keer met Anna Elisabeth van Rappoltstein (7 maart 1644 - 6 december 1676). Het lukte echter niet de aanspraken op
het Graafschap Rappoltstein te effectueren: de winst bestond alleen uit het wapen en de titel. De tweede keer met Johanette van Nassau-Idstein (14 september 1657 -1733), een dochter van Johan IV van Nassau-Idstein. In totaal kreeg hij 26 kinderen, onder wie zijn opvolger Frederik Anton Ulrich.

v.l.n.r. Frederik Anton Ulrich von Waldeck-Wildungen en het slot Wildungen-Friedrichstein

Het duurde echter nog tot 1803 voor Waldeck door paragraaf 32 van de Reichsdeputationshauptschluss een stem kreeg de Raad van Rijksvorsten in de
Rijksdag. Een jongere broer van Frederik Anton Ulrich, Jozias werd de stichter van de Grafelijke tak Waldeck-Bergheim. Dit was geen regerende tak.
Vorst Frederik Karel August, die als Oostenrijks veldmaarschalk aan de Oostenrijkse Successieoorlog deelnam, stond in 1805 Pyrmont af aan zijn broer
George I en trad in 1807 toe tot de Rijnbond. Door deze toetreding werd Waldeck een soevereine staat. George I erfde na Frederiks kinderloze dood in
1812 ook Waldeck, waarmee de beide vorstendommen weer verenigd waren. Zijn zoon en opvolger George II Frederik Hendrik trad op 8 juni 1815 toe
tot de Duitse Bond. Hij voerde in 1814 een nieuwe grondwet in, die echter de belangen van de stenden schaadde en op hevig verzet stuitte.

In 1816 werd een herziene grondwet van kracht, die tot 1848 geldig bleef. Waldeck-Pyrmont sloot zich in 1832 aan bij de Zollverein. In de jaren van 1842
tot 1847 rakelde Hessen zijn oude rechten in Waldeck op. Hieraan werd een definitief eind gemaakt door een uitspraak van de Bondsdag van de Duitse
Bond. De Maartrevolutie leidde in 1849 tot een progressieve grondwet. George Victor, vorst sinds 1845, maar pas in 1852 meerderjarig, verklaarde in dat
laatste jaar echter de regering niet onder die democratische grondwet te willen aanvaarden. Dit leidde tot het ontwerp van een nieuwe grondwet, waarna de
vorst de troon besteeg. In 1853 werden de eigendomsrechten over de domeinen geregeld. Waldeck sloot op 1 augustus 1862 een militaire conventie met
Pruisen. Het schaarde zich in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog (1866) stellig aan de zijde van dat land en trad toe tot de Noord-Duitse Bond.

De landdag wees de federale grondwet echter af om George Victor over te halen het bestuur van het land - dat te arm was om zich zelfstandig te handhaven -
goeddeels in Pruisische handen te geven. Dit Accessionsvertrag kwam in 1867 tot stand en trad op 1 januari 1868 voor een periode van 10 jaar in werking.
Het werd later steeds verlengd. De militaire conventie van 6 augustus 1867 lijfde de Waldeckse troepen in bij het Pruissische leger. Een groot deel van de
bevolking van Waldeck vervulde zijn dienstplicht in 3 Hessische Infanterieregiment nr 83. Het derde bataljon van dit regiment lag in Arolsen in garnizoen
en kon dus het nodige ceremonieel leveren. Wittekind Adolf Hendrik George-Willlem van Waldeck-Pyrmont (Arolsen, 9 maart 1936)
is een Duitse Prins en sinds 1967 het Hoofd van het Huis Waldeck-Pyrmont.


Prins Wittekind, Prinses Beatrix en rechtsachter Gravin Cecile Goeß-Saurau, echtgenote van Prins Wittekind (r) Vorst Wittekind von Waldeck-Pyrmont en gezin

Wittekind is het vierde kind, en de oudste zoon van Prins Jozias van Waldeck-Pyrmont en diens vrouw Altburg Marie van Oldenburg. Zijn peetooms
waren Adolf Hitler en Heinrich Himmler. Zijn vader was in WO II SS-Obengruppenführer (Generaal). Wittekind studeerde Bedrijfskunde in
Frankfurt am Main en Keulen en werkte bij verschillende ondernemingen, voor hij in 1967 het beheer van het familievermogen overnam van zijn vader.
Sindsdien zet hij zich in Hessen in voor het behoud van cultuurhistorische plaatsen en gebouwen. Ook houdt hij zich intensief bezig met
Natuurbescherming. Verschillende stichtingen die tot doel hebben het Hessische natuurbezit te beschermen, werden door hem opgericht.
Voor deze inspanningen ontving hij in 2001 uit handen van de Hessische ministerpresident Roland Koch een onderscheiding in de
Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.

Wittekind, lid van de familie Zu Waldeck und Pyrmont, is het vierde kind, en de enige zoon van prins Jozias van Waldeck-Pyrmont en diens vrouw Altburg Marie van Oldenburg. Zijn peetooms waren Adolf Hitler en Heinrich Himmler. Zijn vader was in de Tweede Wereldoorlog SS-Obergruppenführer en werd na
de oorlog veroordeeld tot een gevangenisstraf. Wittekind is zowel via de Nederlandse Koningin Emma als via prins Hendrik gelieerd aan het huis van Oranje.
Hij was te gast op het huwelijk van prins Willem Alexander en bij de begrafenis van prins Claus.

Wittekind studeerde bedrijfskunde in Frankfurt am Main en Keulen en werkte bij verschillende ondernemingen, voor hij in 1967 het beheer van het familievermogen overnam van zijn vader. Sindsdien zet hij zich in Hessen in voor het behoud van cultuurhistorische plaatsen en gebouwen. Ook houdt hij
zich intensief bezig met natuurbescherming. Verschillende stichtingen die tot doel hebben het Hessische natuurbezit te beschermen, werden door hem
opgericht. Voor deze inspanningen ontving hij in 2001 uit handen van de Hessische minister-president Roland Koch een onderscheiding in de Orde van
Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland.

Van Waldeck is getrouwd met de twintig jaar jongere restauratrice gravin Cecilia Goeß-Saurau (23 augustus 1956). Het paar heeft drie kinderen,
onder wie een tweeling:

1. Carl Anton (25 december 1991)
2. Jozias (7 juli 1993)
3. Johannes (7 juli 1993)