OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Heraldiek Vorstenhuizen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Soevereine Vorstenhuizen

Liefhebberijen en Hobbie's Europese Vorsten

Onder een hobby wordt in het algemeen een ontspannende activiteit verstaan die in de vrije tijd wordt uitoefend en die men graag doet. Hobby's worden
uitgeoefend uit interesse en voor het plezier, niet als betaald werk. Voorbeelden zijn het verzamelen van bijvoorbeeld postzegels of het beoefenen van een
sport. Het praktiseren van een hobby kan leiden tot een aanzienlijke kennis, ervaring en vaardigheid. Persoonlijke voldoening staat echter voorop.
Het beoefenen van een hobby kan een kalmerend en therapeutisch effect hebben. Een hobby kan ook uit de hand lopen en een obsessie vormen.
Het woord hobby is afkomstig uit het Engels, waar het dezelfde betekenis heeft, maar het is ook een soort kleine, snel vliegende valk met smalle vleugels
en een klein paard of pony.

De huidige betekenis van het woord is vrijwel zeker afkomstig van deze laatste twee dieren, die voor vrijetijdsamusement (valkenjacht, plezierrijden)
gebruikt werden. Een andere verklaring is dat het komt van hobbelpaard (Engels: hobby horse). Het berijden van een hobbelpaard (of: schommelpaard)
was een favoriet tijdverdrijf. Dit sluit aan bij de Nederlandse uitdrukking voor een fanatiek bedreven hobby: 'stokpaardje'. Wanneer het uitoefenen van
een hobby ten goede komt aan andere mensen, zoals bijvoorbeeld het geven van volwassenenonderwijs of het trainen van een voetbalelftal, kan een
hobby overgaan in vrijwilligerswerk. Hobby's zijn - over het algemeen - zeer persoonlijk. Zo kan een computerprogrammeur bijvoorbeeld koken als
hobby hebben, terwijl een kok computerprogramma's schrijven als hobby heeft. Sommige mensen maken 'van hun hobby hun werk'.

Over het algemeen wordt iemand die een activiteit alleen voor zijn of haar plezier doet een amateur genoemd en ien professional iemand die die activiteit
als beroep heeft. Activiteiten waarmee niet gemakkelijk geld verdiend kan worden, worden vrijwel alleen uit liefhebberij uitgevoerd. Een voorbeeld
hiervan is het verzamelen van postzegels. Astronomie is een voorbeeld van een hobby waarin amateurs soms bijdragen leveren: het komt voor dat
amateurs als eerste een gebeurtenis of nieuw object aan de nacht-hemel waarnemen. Ook entomologie wordt op wetenschappelijk niveau door velen als
hobby beoefend; geld is er alleen beschikbaar voor onderzoek naar plaaginsecten. Voorts behoren het Boetseren, Schilderen, Beeldhouwen
en Embroidery ook tot de hobbygeneugten.


Is het echt kunst of vrije tijds besteding die Koningin Margrethe van Denemarken doet.

Margrethe (Margaretha) Alexandrine Þórhildur Ingrid (Kopenhagen, 16 april 1940) is sinds 1972 Koningin van Denemarken. Ze is het eerste kind van
Koning Frederik IX en Koningin Ingrid. Later kreeg zij twee zusters: Benedikte (1944), gehuwd met Prins Richard zu Sayn-Wittgenstein-Berleburg en
Anne Marie (1946), gehuwd met ex-Koning Constantijn II van Griekenland. Na de dood van haar vader in 1972 werd zij als Margaretha II (Deens:
Margrethe 2.) Koningin van Denemarken. Ze werd in Denemarken zeer populair. Margaretha is de doopmeter van de Nederlandse Koning Willem-
Alexander. De Koning van het buurland Zweden, Karel XVI Gustaaf, is een volle neef van Margaretha. Ze is lid L.G. in de Orde van de Kousenband.



Een van de hobby's van deze Koningin is het knippen en plakken van fotodelen zodat het een totaal ander beeld geeft van wat het ooit was.
Op bovenstaande foto's is Margrethe druk doende iets fraais te brouwen. De tafel in haar hobbiekamer in het kasteel Amaliënborg in Kopenhagen
ligt in elk geval vol met materialen. Niet alleen thuis maar ook bij haar bezoeken draait zij haar hand er niet voor om om een kopje te beschilderen
onder het toeziend ook van haar schoondochter Prinses Mary, de vrouw van de Kroonprins van Denemarken Frederik.


v.l.n.r. Het Atelier van Beatrix, de Prinses aan het boetseren en het resultaat

Ook in onze Koninklijke Familie is heel wat creatief talent aanwezig. Niet alleen Beatrix kan bijvoorbeeld beeldhouwen, schilderen en boetseren.
Prins Bernhard (rechtsonder) kon, en dat weten kennelijk niet zoveel mensen, in zijn vrije niet onaardig schilderen. Hij was gespecialiseerd in landschappen,
gelijk zijn schoonmoeder Prinses Wilhelimina deed. Prins Bernhard bijvoorbeeld hield veel van kleur in zijn tekeningen. In het onderstaande -
een berglandschap - kan men deze herkennen. De overgang van de ene kleur naar de andere doet vermoeden dat de Prins niet zonder begeleiding is
geweest. De aanzet van licht naar donder geeft kennis van zaken op dit gebied aan. De kleurenovergang van geel naar groen is subliem en toch heel
voorzichtig. Goed uit gebalanceerd. Alsof Bernhard nog niet helemaal wist waar het heen zou leiden. Toch een bijzonder fraai stuk creativiteit.



In haar studietijd gevolgd door fraaie tekeningen (Middelste foto onder) die een plaats kregen in het studenten jaarboek. De tekening was een parodie op zingende en... betalende kerkgangers. Samen schreven bijvoorbeeld Beatrix en Irene een uitnodiging om geld te doneren die niet alleen blijk geeft van een creativiteit maar ook van een begin van zakelijkheid. Prinses Marijke had ook wat van die eigenschappen meegekregen maar heeft deze op latere leeftijd - ingeruild voor een wat meer artistieke hobbie - het zingen. Gezien de CD's die zij produceerde, ging haar dit bepaald niet slecht af.



Beatrix in haar jonge jaren. Het zijn potloodtekeningen . We schrijven de jaren 1956 en '58. Voorwaar een strakke tekening gemaakt met een vaste hand.
De onderwerpen zijn zeer creatief weergegeven. Onmiskenbaar talent lijkt aanwezig te zijn, gepaard gaande met de broodnodige kennis van diepte en
verhoudingen. Het hoofd van lichaam staat in de juiste verhouding tot het geheel. de armen zijn zeer secuur getekend waarbij het formaat van de benen
precies die lengte en omvang heeft die nodig is om een zeer fraai geheel te maken.



De zussen deden niet voor elkaar onder. Beatrix creeërde iest dat een fijngevoelige hand vraagt en Christine maakte een tekening die weg had van hetgeen zijn in haar jeugdboeken ooit had waar genomen. Een meisje dateen vlindernet hanteert en daarom heen de paardebloemen die het geheel wel compleet maken. Dit werd met Kerstmis door de Prinses als bedank-kaart gebruikt.


De zingende en betalende kerkganger (Beatrix)

Kijkende naar het gebruik van de schaduwen op de tekeningen van de Prinses die op de juist plaats zijn gepositioneerd, benaderd het beeld de realiteit.
Ook de houding van het geschetste alsmede de plaats op de tekening is expressief en goed te noemen. Uiterst scherp en haarfijn werden de details aangebracht. Ook Prinses Irene en Prinses Marijke hadden dat soort kwaliteiten in huis. In hun jeugd hadden de dames al een voorproefje gegeven van
het een en ander. In de tuin van het Paleis Soestdijk staat op trapzijde een vroeg voorbeeld van de beeldhouwkunst van Prinses Beatrix. Jantje Beton,
het bekende beeld dat in Madurodam in Rotterdam staat, is van haar hand.


v.l.n.r. Creatie van Prins Claus en een tekeing met tekst van Prinses Irene


Ook de Prins-gemaal van de voormalige Koningin der Nederlanden, thans Prinses Beatrix was uiterst creatief aangelegd. Kennelijk had hij dit in zich en bracht dit naat buiten door een trapauto voor zijn zoons te maken. Deze kunstvorm is nog steeds te bewonderen in het Paleis Het Loo alwaar den volke zich kan vergapen aan wat de oud-diplomaat bij uitstek Prins Claus, kon vervaardigen. Er werd door hem een wel heel opvallende kleur gebruikt en in combinatie
met de bontkraag straalt het iets Koninklijk's uit. Per slot van rekening was het ook bestemd voor de Kroonprins de Nederlanden.

Juliana daar en tegen was en verwoed verzamelaarster van munten. Uit alle delen van de wereld liet zij dien komen. De zeer uitgebreide collectie werd, door erfenis, aan dochter Marijke vermaakt. Die had daarvoor niet de belangstelling die moeder daarvoor op kon brengen. Vanwege haar slechte
gezichtsvermogen en het feit dat het huis op de Horsten meer kostte dan was begroot, verkocht zij deze verzameling bij Christie's.

Een familie die ook hoge ogen gooit naar een aanzienlijke vorm van creativiteit is die van Engeland. Het huis Windsor, voorheen Sachsen-Coburg-Gotha
geheten weet op dat gebied wel van wanten. Zowel de oudere generatie als de jonge gaven en geven blijk van een mate van kunstzinnigheid overgebracht
op voornamelijk het linnen. Boven is een schilderij van de Duke of Edinburgh, de man van de regerende Koningin Elisabeth II.
Iets wat je nu bepaald niet zou verwachten bij deze voormalige Griekse Prins.



Met forse streken heeft Prins Philip dit schilderij dat Koningin Elisabeth II aan het ontbijt voorstelt, vervaardigd (1957). De Prins heeft goed gekeken
naar de verhoudingen, de keuze van de kleuren en de opbouw van het totaalplaatje. Het oer-engelse kopje thee en het broodrooster zijn dominant
aanwezig op de ontbijttafel. Hare Majesteit leest kennelijk intens de krant. Wat opvalt is dat het ontbijt heel gewoon is, niets geen poespas erbij.
Het geheel is wat impressionistische van stijl. De kleurencombinatie tezamen met de kwaliteit is van een zodanige betekenis dat het thans als onderdeel
van het privebezit van de Engelse Koninklijke Familie mag worden gezien.

Prins Harry, de onorthodoxe en wat eigenzinnige kleinzoon van de Engelse Koningin Elisabeth II poseert met gepaste trots hier voor zijn schilderijen.
De stijl valt te omschrijven als Karel Appel, een beetje in de richting van het Futurisme neigende ontwikkeling qua stijl. Herman Brood kon hier nog wel
wat van leren. De Prins gebruikt de kleur rood in vele schakeringen waarbij de figuren een wezenlijk simplistisch beeld toevoegen aan het geheel.

Het futurisme (Italiaans futuro, "toekomst") is een van oorsprong Italiaanse beweging en kunststroming van 1909 tot 1914, ontstaan uit het kubisme. Hoewel de futuristen het kubisme afwezen, was er een moeilijk te negeren correlatie tussen beide bewegingen.
Enkele kenmerken van het futurisme zijn snelheid, energie, agressie, krachtige lijnen, vooruitgang en nieuwe technologie. De Italiaanse schrijver Filippo Tomasso Marinetti stak met een eerste futuristisch manifest in de Figaro van Parijs op 20 februari 1909 de lont aan van het futurisme. Het was het begin van het algemeen literaire vlak. Het manifest beoogde een toekomst gedreven door strijd,

Prins Harry 'Futuristisch'

aanval en beweging,en richtte zich op de arbeidersbewegingen, op revolutie en op anarchie. Tussen 1909 en 1920 verschenen meer van dergelijke manifesten. Op 11 februari 1910 ondertekenden Umberto Boccioni, Carlo Carrà, Gino Severini, Luigi Russolo en Giacomo Balla het Manifesto dei pittori futuristi.

Op 2 april van datzelfde jaar volgde het technisch manifest (La pittura futurista. Manifesto tecnico). In 1911 presenteerde Marcel Duchamp te Puteaux zijn kubistische vrienden zijn ophefmakende Nu descendant l'escalier. In 1912 schreef Boccioni een Manifesto tecnico della scultura futurista, terwijl er
in 1914 door de architect Antonio Sant'Elia een Manifesto dell'architettura futurista werd gepubliceerd. De beide geschriften omtrent de schilderkunst
drongen enerzijds aan op het uitdrukken van de dynamische sensatie of de opeenvolgende fasen van een beweging of van het gevoelsleven en anderzijds
op het simultaneïsme of het samenvatten in één moment van deze fasen. In februari 1912 kregen de futuristen hun grote expositie te Parijs, gevolgd door
een tweede in 1913. Beide werden herhaald in meerdere belangrijke centra van Europa. De muzikale uiting van het futurisme noemt men het bruïtisme.
De componist Balilla Pratella schreef verschillende manifesten op het gebied van futuristische muziek, te beginnen bij het Manifesto dei musicisti futuristi
van 1910. Het futurisme was een kort leven beschoren. Toen Italië in april 1915 bij de Eerste Wereldoorlog betrokken werd, viel de beweging uiteen.


Elisabeth's creatie, Fröbelen op zijn Engels en een Ets van de Zonnekoning.

Dat zoon Harry het niet van een vreemde heeft, die neiging tot creativiteit, blijkt wel uit wat papa weleens doet in zijn 'vrije' tijd. Op de lagere School heette
dat fröbelen. De echtelieden hebben wel de smaak hiervan te pakken getuige de foto waar beiden zeer intensief bezig zijn met hetgeen zij ook waarschijnlijk
in hun jeugd deden. De linker foto is van een ander gehalte, alhoewel prachtig gemaakt en het paste precies rondom de Koninklijk huisbijbel van Koningin
Elisabeth II van Groot-Britannie en de maker van al dat fraaie Embroiderywerk was... The Queen herself!, toch kan men twijfelen of het inderdaad wel
Her Majesty zal zijn geweest. Enfin, het wordt ervoor versleten.

Dus moeder, zoon en kleinzoon lijken uit hetzelfde hout gesneden te zijn. Er is een verschil, de een borduurt, de ander fröbelt er lustig op los en de laatste
brengt Karel Appel tot zwijgen. En last but not least kon de Franse Koning Lodewijk XIV er ook wat van. Die etste er vrolijk op los - tenminste als hij geen
'koppen' moest snellen - of feest aan het vieren was, met een vaardigheid die niet onder deed voor een professional. De zwart-wit tekening van zijn hand is zeer gedetailleerd en doet uiteraard zeer Frans aan. Een goed gevoel voor verhoudingen en nauwkeurig werken kan Lodewijk XIV niet worden ontzegd.
In het Latijn staat zijn naam in potlootschrift, alsmede het jaartal 1650 vermeld.