OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Majesteitelijke Juwelen en Sieraden
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Kostbaarheden

Majesteitelijke Verzameling

De Koninklijke familie heeft nog veel meer verzamelingen dan uitsluitend Edelstenen en Sieraden in alle soorten en maten. In de loop van
honderden jaren zijn de cadeau's die bezoekende Staatshoofden en Vorstenhuizen aan ons land brachten, onder gebracht in verschillende
Stichtingen, zoals deStichting Historische Verzamelingen van het Huis van Oranje-Nassau (opgericht in 1968) en de Stichting Archief van het
Huis Oranje-Nassau
(ook opgericht in 1968). In diverse Stichtingen, die overigens worden bestuurd door de regerend Vorst of Vorstin
of andere leden van de Koninklijke familie, zijn zeer waardevolle verzamelingen - ook die van de Oranje's zelf - onder gebracht.

Waarde? Mag u schatten. Ga maar gerust boven de 100 miljoen Euro's zitten en mogelijk nog veel meer! Die verzamelingen zijn in feite niet in geld uit
te drukken en als wij daar toch een waarde aan willen geven, dan moet u denken - zoals reeds geschreven - aan honderd miljoen Euro's en meer.
Waarom zo'n bedrag zult u zich afvragen. Wel, dat is eenvoudig. Er zijn onvervangbare stukken bij die niet met welke hoeveelheid aan Euro's dan ook,
te betalen zijn. Bij navraag vertelden diverse verzekeringsexperten ons, dat onderstaande stukken tenminste een verzekeringswaarde dienden te
hebben van meer dan 30 miljoen. En hier ziet men slechts een uiterst klein deel van de aanwezige verzamelingen.

Deze Collectie's zijn uiterst variabel en gedifferentieerd van inhoud. Van kostbare schilderijen (Holbein, Rembrant, Van Gogh, Jan Steen, Monet,
Picasso, de beroemde Spaanse schilder Velasquez etc
) die op veilingen tientallen miljoenen Euro's opbrengen, miniaturen, onbetaalbare
boeken, honderden Gouden en Zilveren voorwerpen, prachtig gevormd schalen, vazen, theeserviezen en borden van Chinees Porcelein (uit de tijd
van de V.O.C.
), de fraaiste en mooiste Kristallen voorwerpen en ga zo maar door. Ik ben niet in staat en wens dat ook niet, om alle verzamelingen en
stukken van het Huis van Oranje-Nassau de revue te laten passeren. Als dat wel het geval zou zijn, dan kon u honderden pagina's na deze paar
voorbij zien komen. Dus beperk ik mij tot het onderstaande en volg hierbij de tijdtabel der jaren.

Dat is al indrukwekkend genoeg. U krijgt dan een idee wat verzamelen in het groot en met name ook exclusiviteit ongeveer inhoudt.


Linksboven: In de achttiende eeuw veranderde het gebruik van portretminiaturen. De miniatuur werd meer en meer gezien als decoratief element, dat
kon worden geplaatst in juwelen of fraaie gebruiksvoorwerpen als snuif- en tabaksdozen, bonbonnières etc. Een prachtig voorbeeld van deze toepassing
is de hier getoonde miniatuur van een onbekende man, rond 1660 geschilderd door de Amsterdamse kunstenaar Isaack Luttichuys (1616-1673).
Het portretje is temidden van acht andere in een negentiende-eeuwse zilveren doos gemonteerd (zie volgende afbeelding).

Rechtsboven: Het Zegel van Prins Karl van Hessen-Kassel. Dit zeer gave Zegel van de Landgraaf Prins Karl van Hessen-Kassel ligt in een Zilveren
ronde doos en vormt een onderdeel van het Huwelijkscontract tussen Maria Louise van Hessen-Kassel en de Friese Stadhouder- Prins Johan
Willem Friso van Nassau-Dietz
uit het jaar 1709. Hij was daarbij getuige. Het contract bevatte ondermeer een artikel over de bekende
'Morgengabe', die ook door de Nassau's in Engeland (Prins Willem III) werd toegepast. Het was een gift aan zijn bruidegom waarbij wordt aangestipt
dat anderzijds ook - in waarde gemeten - hetzelfde bedrag aan sieraden of geld werd terug gegeven. In de jaren daarna raakte dit gebruik in onmin
en werd later afgeschaft.

Linksonder: Een prachtig miniatuur portret van Prins Willem IV van Oranje (1711-1751). Dit werd in 2003 op een veiling in Londen verworven door de
Stichting Historische Verzamelingen van het Huis van Oranje-Nassau. Het fraaie op emaille -ondergrond aangebrachte portret is voorzien van
vele Diamanten. Niet alleen de ouderdom maakt het zeer waardevol maar ook de edelstenen. Het werd vervaardigd vlak na de installatie van de Prins
tot Ridder in de Engelse Orde van de Kousenband op 25 juni 1734. Willem IV draagt namelijk het blauwe lint en de daarbij behorende Borst-ster
van die beroemde Britse Orde. Door de in die tijd in zwang zijnde techniek van het smelten van glas waren emailles ongevoelig voor licht en vocht.
Daardoor heeft dit miniatuur nimmer zijn pracht, praal en kleurechtheid verloren.


Midden: Het medaillon in het het midden toont Prins Willem II. In de 16e en 17e eeuw werden portretminiaturen in plaats van deze een plek op een
bureau of aan de muur te hangen, meer en meer gebruikt om te dragen. De medaillons waren bij uitstek geschikt als herdenkingstuk van dierbaren,
familieden, geliefden of overledenen. De achterkant werd ook schitterend bewerkt door de kunstenaar. Op de achterzijde van dit kostbare stuk
sierkunst
is het monogram van Willem II omgeven door een lauwertak, afgebeeld. De gebruik technieken waren afkomstig uit de jaren 1630.
Het emailleren deed opkomst. Bij dit procédé worden met metaaloxiden gekleurd glas via smelting aan het metaal gehecht. Iedere kleurlaag werd
hierbij opnieuw gebakken. De Edelsmid Jean Petitot (1607-1691) vervaardigde dit in het jaar 1647.

Rechtsboven: Dit uiterst fraaie miniatuur stelt de Soevereine Vorst Willem I (1771-1843) voor. Het is op ivoor aangebracht door de Franse kunstenaar
Louis Marie Autissier (1772-1830). Autissier behoorde in zijn tijd tot de grote miniaturisten. Hij schilderde de Koning van Holland, Lodewijk Napoleon
(1778-1846) en de Koning der Nederlanden, Willem I. Deze kunstenaar was de leermeester van een andere zeer beroemde miniatuurschilder Alexandre
de Latour (1780-1858). Het miniatuur is gemaakt in 1814. Dat was in de tijd dat de Willem I nog geen Koning was maar gewoon Soeverein Vorst.
Net als Prins Willem IV draagt de Vorst met enige trots de Borst-ster van de Orde van de Kousenband,
die hem door de Britse Prins-Regent was verleend.


Links: Prinses Anna van Hannover. Portret van Anna, prinses van Hannover (1709-59), echtgenote van Willem IV, Prins van Oranje-Nassau. Ten halven
lijve, naar links, het gezicht naar de beschouwer gekeerd. Op de achtergrond geboomte. Oorspronkelijk gemonteerd op een gouden snuifdoos, welke door
Prinses Anna in 1734 aan haar aanstaande man geschonken werd, toen deze voor zijn gezondheid in Bath verbleef.

Midden: Dit portretminiatuur op ivoor van Wilhelmina van Pruisen (1774-1837), de gemalin van Koning Willem I, wordt toegeschreven aan de
Duitse kunstenaar Johann Heinrich Schröder (1757-1812). De miniatuur is rond 1790-1791 geschilderd. Schröder is vooral bekend om de
pastelportretten die hij rond 1800 maakte van de leden van het Huis Oranje-Nassau. Zelf was Koningin Wilhelmina een begaafd schilderes.
Deze miniatuur kon in 2004 voor de collectie van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau worden aangekocht.

Rechts: Koningin Sophie. Zij was de eerste vrouw van Koning Willem III en heeft een grote rol gespeeld bij de totstandkoming van de miniaturencollectie.
Regelmatig kocht zij aan op veilingen en bij de kunsthandel. Koningin Sophie bewaarde de miniatuurverzameling in haar privé-vertrekken op Paleis Huis
ten Bosch. In de kast in de miniatuurkamer op het Koninklijk Huisarchief (zie volgende afbeelding), bewaarde zij hoogstwaarschijnlijk een deel van
haar collectie. Zij liet de portretminiaturen na aan haar zoon, Prins Alexander (1851-1884).


Linksboven: Een prachtig Gouden armband dat toebehoorde aan Koning Willem II (1792-1849). Niet alleen werden miniaturen in snuifdozen, sieraden
en kettingen verwerkt maar ook in armbanden. Dit in emaille gevormde portret uit het jaar 1822 is een beeltenis van de Prins van Oranje,
de later Koning Willem II. Het werd geschilderd door Jean Baptiste Duchesne (1770-1856). Het miniatuur in gezet in een schitterend Gouden armband
die heeft toegehoord aan Koningin der Nederlanden Anna Pawlowna (1795-1865), de echtgenore van Koning Willem II. Op de schakels en op de randen
van het medaillon zijn te lezen de namen van de veldslagen waarin de Prins van Oranje een rol had gespeeld; De Spaanse Veldtocht (1811),
de Slag bij Waterloo (1815) en de Tiendaagse Veldtocht (1831).

Rechtsboven: Dit is een afbeelding van de Martinitoren in de stad Groningen. Schitterend gemaakt uit Zilver en vervaardigd door de Groninger edel- en
zilversmid Bauke Dijkstra. Het is een waar kunststuk dat Dijkstra tot stand heeft weten te brengen en getuigt bovendien van zijn kwaliteiten als vakman.
Enkele maanden na het overlijden van Prins Alexander kwam de Wet op het Regentschap tot stand. In 1888 werd bepaald dat Koningin Emma bij
overlijden van haar man, voogdes zou worden over haar dochter. Daarin werd de Koningin bijgestaan door een Voogdijraad. Met het feitelijk overlijden
van haar vader op 23 november 1890, werd de Prinses Wilhelmina, Koningin. Het zou - wegens haar te jonge leeftijd(10) - nog jaren duren eer zij
in 1898 kon worden ingehuldigd als Koningin der Nederlanden.


Linksboven:Deze waaier, hier in zijn prachtige met satijn beklede doos, is onderdeel van een parure, een set juwelen, die Koning Willem III aan zijn jonge echtgenote Emma schonk. De beroemde juwelier Mellerio dits Meller, die zijn oorsprong in de 17de eeuw heeft en nog immer in Parijs gevestigd is, heeft de juwelenset vervaardigd en ontving daar in 1888 maar liefst fl. 160.000,- voor. De waaier is uitzonderlijk rijk gedecoreerd met diamanten en robijnen, aangebracht op het schildpad montuur. Het blad is beschilderd door Louis Robert de Cuvillon (1848-ná 1932), een Franse schilder die zijn opleiding heeft genoten aan de Parijse École des Beaux-Arts.

Rechtsboven: Speeldoos, in 2003 geschonken door de Staten-Generaal ter gelegenheid van de geboorte van Prinses Catharina-Amalia.De Zwitserse cilinderspeeldoos van de firma Reuge speelt drie delen van composities van Mozart: Die Zauberflöte, Eine Kleine Nachtmusik en de Turkse Mars.
In het midden van de deksel is het Rijkswapen gegraveerd.

De Orde van het Gulden Vlies bestond aanvankelijk uit dertig ridders en vier officieren: een schatbewaarder, een wapenmeester, een kanselier en een griffier, met aan het hoofd de Hertog van Bourgondië. Het aantal Ridders werd in 1516 uitgebreid naar vijftig. De Heer der Nederlanden was tevens het
Hoofd van de Orde, dus na Filips de Goede werd deze functie bekleed door achtereenvolgens Karel de Stoute, Filips de Schone, Karel V, Filips II,
enzovoort. De Orde verloor zijn Grootmeester uit het Huis Valois toen Karel de Stoute sneuvelde in de Slag bij Nancy in 1477. De Orde bleef wel
in handen van diens dochter Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk uit het huis Habsburg. Hierdoor namen
de Habsburgers, als opvolgers van de titel "duc de Bourgogne", de Soevereiniteit over van de Orde.


Boven: Dit is nu de beroemde ketting van de Orde van het Gulden Vlies. De Orde werd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Filips de Goede,
Hertog van Bourgondië, bij gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal. De Orde van het Gulden Vlies was de tegenhanger van de Engelse
Orde van de Kousenband, die uit 1348 dateert. Met de instelling van deze Orde wilde Filips de Goede nog meer aanzien geven aan zijn Dynastie.
De nieuwe Orde had een select gezelschap, waarmee de Hertog zijn beste medewerkers en buitenlandse bondgenoten kon eren. De Orde werd
erkend door de Paus en geniet dus pauselijke privileges. Een van de voorrechten van de Ridders in deze Orde is dat zij van de Paus het recht
hebben gekregen om in hun slaapkamer een mis te laten opdragen. Dit voorrecht delen zij met hoge geestelijken en katholieke Vorsten.

Een waarlijk schitterend pronkjuweel. Een Herautenketting gemaakt uit Goud en voorzien van het teken (ramsvel) en de ketting van de Orde van het
Gulden Vlies. Het stuk is absoluut uniek in zijn soort en gemaakt door een groot vakman, die het presteerde om op de Gouden plaatjes van 2,5 cm bij
2 cm een gekleurd Wapen aan te brengen. Tachtig stuks van die Gouden platen - elk uniek op zich en met meesterschap aan elkaar geplaatst -
vormen deze in buitengewoon goede staat verkerende Herautenketting. De Gouden plaatjes vormen allemaal apart een Wapen van de gebieden
der leden en van het heersende geslacht. Hier is duidelijk een grootmeester-edelsmid aan het werk geweest, die zijn stiel buitengewoon verstond.
De waarde van dit sierstuk van grootmeesterschap is niet in geld uit te drukken. Het is eigendom van het Huis van Oranje-Nassau.

Herauten werden ook in de legerplaatsen gebezigd om de troepen onder de wapens te roepen, bevelen bekend te maken, zelfs om in het strijdgewoel met
de sterke en heldere stem, die zij moesten bezitten en waarin zij hun roem stelden, de orders van den Veldheer te herhalen. Voor dit doel was bij voorbeeld
bij elke grootere tactische eenheid bij de Griekse legers een Heraut gevoegd. Hier te lande noemde men niet oneigenaardig den Heraut.,
'die eene oorlogsverklaring of eene uitdaging tot eenen veldslag overbragt de ongevallige man'. In de Middeleeuwen werden de Herauten met
de leiding der feestelijkheden bij de steekspelen der ridders belast.

Een Heraut of volledig Heraut van Wapenen was in de Europese middeleeuwen een functionaris die, gekleed in een tabberd, een gewaad versierd met het
wapen van zijn meester, dienst deed als boodschapper en ceremoniemeester. Herauten waren onschendbaar en werden door hun heer als boodschappers
gebruikt. De kennis van de heraldiek die de herauten bij het organiseren van toernooien opdeden, maakten hen tot de autoriteiten op het gebied van
Heraldiek en de daaraan verbonden etiquette. Ook nu nog zijn er Herauten in functie. In Engeland en Schotland traden en treden zij op bij grote
plechtigheden en zijn of worden zij betrokken bij het ontwerpen en toekennen van wapenschilden.

Hierbij gaven zij de Wapenbrieven af. Herauten werden bijgestaan door hun leerlingen, ook bekend als persevanten ( van het Frans "poursuivant").
Bij het aantreden van Prinses Beatrix tot Koningin der Nederlanden in 1980, waren er nog Herauten in dienst die de inhuldiging van de Vorstin
symbolisch verkondigden aan het op de Dam verzamelde volk. Zij droegen bij die gelegenheid nog wel een herautenstaf,
maar geen herautenrok of tabberd meer.