OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

Bezittingen Dillenburg en Diez

De nazaten van Oranje-Nassau hebben nimmer aan de Franse kant gestaan. Zij waren bij het uitroepen van een andere Franse vazalstaat, de Bataafse
Republiek naar Engeland gevlucht. De laatste Hertog van Nassau, Adolf koos in de Pruisisch-Oostenrijkse Oorlog de kant van de Oostenrijkers.
De Oostenrijkers verloren deze oorlog, waardoor het Hertogdom Nassau overging in Pruisische handen. De gebieden gingen deel uitmaken van de
Pruisische provincie Hessen-Nassau. Na de Tweede Wereldoorlog hield ook Pruisen als bestuurlijke eenheid op te bestaan en Diez ging nu
deel uitmaken van de nieuwe deelstaat Rijnland-Palts.


Wilhelm's Turm (Ned. Willem's Donjon) met het standbeeld van Willem I, Graaf van Nassau-Dillenburg, de latere Prins Willem I 'de Zwijger' van Oranje en door Koningin Beatrix in
2000 gedoopt. Midden en Rechts:
Deze Wilhelmslinde is al erg oud en dus redelijk kostbaar te noemen. Ter bescherming van de boom is er een hek om geplaatst. Onder deze lindeboom die voor het
hoofdportaal van het Oude Slot Dillenburg heeft gestaan, ontving op 17-04-1568, Willem I van Oranje een Nederlandse Afvaardiging, die hem de smeekbede overhandigde om het volk
te redden en de Nederlanders te leiden. Helaas is de echte boom er allang niet meer. De linde die op de foto staan is een nazaat van die boom. Edoch ook al flink bejaard.


De connecties tussen het Huis Van Nassau-Dillenburg en Nederland werden al vroeg gelegd. In 1331 trouwde Graaf Otto II van Nassau met
Adelheid van Vianden. Vanaf dat moment was de Graafschap Vianden, gelegen in het huidige Groothertogdom Luxemburg, samen met andere
Nederlandse bezittingen eigendom van het Vorstenhuis Van Nassau. Willem van Oranje kwam - zoals reeds geschreven - in 1533 ter wereld op slot
Dillenburg. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog tegen de Spanjaarden (1568 - 648) keerde hij in 1567 in ballingschap terug naar het slot.
Van hieruit organiseerde de Prins de bevrijdingsstrijd tegen de Spaanse overheersers. Op slot Dillenburg werd in 1568 ook zijn zoon
Prins Maurits geboren, die later naam zou maken als veldheer en legerhervormer.

Helaas is van slot Dillenburg waar de wieg van Willem van Oranje stond, weinig bewaard gebleven. Een paar ruïnes vertellen de toeschouwer waar ooit die oude Burcht heeft gestaan na. Ter herinnering aan de Graaf die later Prins werd en zijn geboorteplaats bouwde men tussen 1872-1875 met Nederlandse steun een 40 meter hoge toren, de Wilhelmsturm. Deze toren geeft sindsdien het stadje Dillenburg zijn skyline.
De Wilhelmsturm is ingericht als Oranjemuseum, met tal van herinneringen aan de "Vader des Vaderlands". Onder de toren bevinden zich de onderaardse gewelven en de kazematten van de burcht, die eveneens bezichtigd kunnen worden. In de kazematten konden indertijd zo'n 3000 soldaten worden gelegerd ter verdediging van de "Dillenburg".


Wapen Dillenburg

Overige attracties bij een rondgang door Dillenburgs onderaardse gewelven zijn de "leeuwenkuil" met 62 m1 diepe put en de zogenaamde "Rubensgevangenis". Aan de voet van de berg staat de evangelische kerk St. Johannis, gebouwd aan het eind van de vijftiende eeuw, waar verschillende leden uit het Huis Nassau-Dillenburg zijn begraven.

Hier zijn onder meer de ouders van Willem I van Oranje,Willem de Rijke en Juliana van Stolberg bijgezet. Ook diens broer, Graaf Johan VI van Nassau-Dillenburg, kreeg hier zijn laatste rustplaats. Boven op de berg staat een standbeeld van Willem de Zwijger, dat in 2000 feestelijk werd onthuld door Koningin Beatrix.

Willem van Oranje werd in het slot hoog boven de stad geboren en ten doop gehouden. Aan de voet van de berg staat de Johanniskerk.
Het Grafelijke huis had zijn eigen ingang en galerij in het kerkgebouw. De kerk (uit 1491) is begin vorige eeuw met steun van Koningin Wilhelmina
en de Duitse Keizer gerestaureerd. Van beiden ging het voorgeslacht hier naar de kerk. In een kleine zijkapel staan vier grote, loden kisten.
Vier slotbewoners zijn daar bijgezet. Het zijn nazaten van Graaf Jan van Nassau. Een plaquette geeft aan dat Jan zelf met zijn beide ouders
onder het hoger gelegen koor van de kerk werd begraven.

Op de zolder van de kerk stichtte Jan destijds een Latijnse school, die daar meer dan 200 jaar was gehuisvest. Daaruit ontstond het huidige
Dillenburgse gymnasium, de Wilhelm-von-Oranien-Schule. Ook Willem van Oranje kwam meerdere keren in de Johanniskerk,
onder andere bij de doop van zijn zoon Maurits. In 1510 was hij met zijn eerste vrouw aanwezig bij de ingebruikneming van de bronzen klok.
Die klok, bijna 500 jaar oud, luidt nog dagelijks om 12.00 en 19.00 uur.


v.l.n.r. Hoftuin kasteel Dillenburg, Oudste Wapen van Graaf Willem I Nassau en de Orangerie van kasteel Dillenburg.


De bekende Duits geschiedschrijver Johann Textor vermeld in zijn Nassauer Kroniek van 1617 dat de hoftuin van het Slot Dillenburg op het zuiden ligt.
De tuin is groots en weids van opzet en allerlei fruitbomen geven een cachet aan de inrichting ervan. Rozenstruiken en bloemenperken zijn een stille
getuige van de weldoordachte aanleg en invulling van dit stuk grond. Helaas is de oer-aankeg van de hoftuin - in 1489 - niet meer aanwezig.
Die tuin bevatte toen zeer zeldzame rozenstruiken en fruitbomen die hedentendage niet meer te vinden zijn. Wat nu resteert, tussen de Rehgartenstrasse,
de Wilhelmsplatz, der Franfurterstrasse en de muren, is slechts een magere afspiegeling van wat ooit de Hoftuin was, tesamen met de Orangerie
waar in een Koetsmuseum is gevestigd.

De oude Orangerie werd in 1719 door Vorst Willem de Goede van Nassau-Dillenburg gebouwd. Oorspronkelijk diende het als kweekhuis voor exotische
planten waar Willem de Goede veel van hield. In de loop van de tijd kreeg dit gebouw verschillende bestemmingen. De Orangerie werd gebruikt als
Godshuis voor de kleine Lutherse Gemeente (1806 - 1893). Daarna maakte de plaatselijke Katholieke bevolking ervan gebruik. Tenslotte diende het als
Turnhalle voor sporter's en als laatste deed het dienst als voedingsopslag. Sinds 1970 is de oude Orangerie een museum geworden, ter nagedachtenis
aan leden van de geslachten van Nassau.


Het oude Archiefgebouw van Dillenburg en de voormalige woning van Prins Willem V.

Van de stenen die afkomstig waren van het afgebroken Slot Dillenburg werd in 1763 een Archiefgebouw neergezet. De linkerfoto toont het gebouw.
Het Archief heeft is in een beige kleur geschilderd en wordt op diverse plaatsten - kozijnen en steunbeeren - doorbroken met een felle kleur bruinachtig
rood. Het dak is bedekt met zwarte leistenen platen en op het dak is een kleine toren te zien waarin ook een klok werd aangebracht. De voormalige
paradeplaats is thans omringt met fraaie bloemperken. In 1766 nam hier - als eerste - het Nassause Archief haar intrek. In de tijd van Napoleon
1806-1813, werd het gebouw volledige verbouwd en gebruikt als Paleis van Justitie. De jaren daarna zetelde er het Amtsgericht in.
Sinds 1971 is het in gebruik als Kriminalkommisariat.

De rechterfoto toon het Prinsenhuis van Prins Willen V van Oranje. De in laat barokke bouwstijl van 1772 gebouwde huis aan de Wilhelmstrasse 24,
werd in 1803 in gebruik genomen. Het huis kreeg in de volksmond de naam Prinzenhaus. Als er een familielid naar Dillenburg kwam, werd hij of zij
ingekwartierd in dit huis. Tegenwoordig is het bij de Duitse Deelstaat Hessen in gebruik voor diverse doeleinden.
Daarmee is de volksbenaming in feite vervallen.

De Rivier de Lahn is een ruim 242 km lange rivier. Het water mondt uiteindelijk uit in de rivier de Rijn. De Lahn ontspringt net onder top van de Lahnkopf
(Rothaargebirge) op een hoogte van ongeveer 625 meter. In het zuidoosten van het gebied Nordrhein Westfalen aan de grens het de Duitse
deelstaat Hessen beweegt zij zich in oostelijke richting Caldern. Bij het lieflijke dorpje Coble komt de Ohm - die naam heeft het nog -
in de rivier de Lahn uit. Vervolgens verandert deze rivier zijn stroomrichting van oost naar zuid. Bij Giessen wisselt de Lahn wederom haar stroom-
richting en vervolgt haar weg in zuidwestelijke richting.



Bij de prachtige stad Wetzlar, dat midden in een zeer fraai natuurgebied ligt waarvan het overgrote deel ooit op Oostduits grondgebied lag, mondt de rivier
die inmiddels de naam draagt van Dill in de Lahn uit. Na de plaats Wetzlar wordt het dal dat de Lahn omgeeft iets nauwer. Bij Weilburg komt er nog een
rivier bij, de Weil. Bij Aumenau verandert de Lahn van koers en gaat in westelijke richting verder. Voorbij de stad Diez mondt de Aar ook in de Lahn uit
en bij Lahnstein bereikt zij haar eindpunt, de Rijn. Er is een flink aantal lokale riviertjes, stromen, kadi's en wat dies meer zij,
die gebruik van van het stroomgebied van de Lahn.

Dat zijn de Pad, de Dautphe, de Ohm, de Allina, de Zwester Ohm, de Selzbode, de Lumde, de Wieseck, de Kleebach,de Dill, de Solmsbach, de Ulmbach,
de Weill, de Kerkerbach, de Emsbach, de Elbbach, de Aar, de Gelbach, de Dorsbach en tenslotte de Muhlbach.Dan worden een flink aantal gehuchten,
dorpen en steden aangedaan, Bad Laasphe, Biedenkopf, Colbe, Marburg, Welmar, Lollar, Giessen, Wetzlar, Solms, Laun, Lohnberg, Weilburg, Villmar,
Limburg, Diez, Nassau, Laurenburg, Bad Ems en aan het eind Lahnstein.

Kortom. Slot Dillenburg was een Burcht in Dillenburg in de deelstaat Hessen in Duitsland dat in 1240 door Hendrik 'de Rijke' Graaf van Nassau werd
gebouwd. Het Slot wordt voor het eerst genoemd in een historisch document uit 1254. De eerste versie van het slot was gebouwd op de huidige
Schlossberg, maar er zijn geen afbeeldingen van omdat het een houten Burcht was die verloren ging tijdens de Dernbacher Fehde.

Beroemde bewoners

* In 1533 werd er Willem van Oranje geboren.
* Maurits van Oranje werd er op 14 november 1567 geboren.
* Johan Maurits van Nassau-Siegen (genoemd: 'de Braziliaan') werd er op 17 juni 1604. geboren.
* Jan van Nassau stierf in Dillenburg op 8 oktober 1606

Vanuit het slot organiseerde Willem van Oranje het Nederlandse verzet tegen de Spaanse onderdrukkers. Tegenwoordig is er van het oorspronkelijke slot
bijna niets meer over. Het werd in 1760 tijdens de Zevenjarige oorlog door de Fransen vernietigd. Ter herinnering aan Willem van Oranje werd in 1873
de Willemstoren (Wilhelmsturm) gebouwd. In deze toren bevindt zich heden het Oranje-Nassau museum. Dillenburg maakt deel uit van de toeristische
Nederlands-Duitse 'Oranje-route' die 2.400 kilometer lang is en vele plekken aandoet in Nederland en in negen Duitse deelstaten.


Het oude Slot en de stad Dillenburg rond 1575

In Dillenburg zijn in de Stadskerk vele Nassau's bijgezet, waaronder de tak Nassau-Dillenburg. Ook in dit gebied is te vinden de geboorteplek van
Prins Willem I 'de Zwijger' van Oranje
, toen nog eenvoudig Graaf van Nassau. De Graaf werd geboren op het kasteel Dillenburg.

Het was het bewogen jaar 1533 en de belangrijkste gebeurtenissen geven wij hieronder weer:

    25 januari - Hendrik VIII treedt stiekem in het huwelijk met Anna Boleyn.
    30 maart - Thomas Cranmer wordt Aartsbisschop van Canterbury.
    1 november - Johannes Calvijn vlucht uit Parijs naar Bazel.
    31 november - De hoofdstad van Lan Xang wordt verplaatst van de Luang Prabang naar Vientiane.
    5 december - Ivan IV, pas drie jaar oud, volgt zijn vader Vasili op - zijn moeder Elena Glinska neemt het regentschap waar.

Geboren

    ?? maart - Anna van Egmond van Buren, de eerste echtgenote van Willem I van Oranje-Nassau.
    24 april - Graaf Willem van Nassau (later Prins van Oranje).
    7 september - Elizabeth I, Koningin van Engeland.
    13 december Erik XIV van Zweden, Koning van Zweden (overleden 1577).

Overleden

    10 april - Frederik I van Denemarken (61), Koning van Denemarken en Noorwegen.
    25 juni - Maria Tudor, Koningin van Frankrijk en Hertogin van Suffolk.
    29 augustus - Atahualpa, Inca-Keizer, door Francisco Pizarro vermoord, ondanks de betaling van een losgeld.
    20 september - Nicolas Liégeois (53 ?), Nederlandse polyfonist.
    5 december - Vasili III, Grootvorst van Moskou.

Laurenburg is tegenwoordig een rustiek gelegen dorp vlak gelegen aan de rivier der Lahn. Hoge fraaie sparren omringen het gebied als een
woud van stilte. Af en toe komt het lokaaltje het station binnen en trekt veel nieuwsgierigen. Kennelijk is dat het enige vertier. Tenminste, als men
de jeugd die een bad neemt in de rivier, niet meerekend. Buiten de herbouwde toren van de Burcht Laurenburg, beschikt het dorp over een prachtig
bouwval van het oude klooster. Een centrum voor jeugdigen, dat gerund wordt door de kloosterlingen. Verderop de berg staat het nieuwe
Klooster Arnstein voorzien van een bijpassende schitterende kerk.


Resten van het oude Klooster en de begraafplaats van het Klooster Arnstein

De abdij Arnstein ligt aan de Lahn in Rijnland-Palts, ten noorden van Obernhof in de omgeving van Nassau. In 1052 wordt voor het eerst een
Burcht Arnstein aan der Lahn als bezit van de Graven van Arnstein genoemd. In 1139 vormde de laatste Graaf zijn domein om in een
premonstratenzer en trad zelf ook in het klooster. In 1145 bevestigde Koenraad III van het Heilige Roomse Rijk de rijksvrijheid van de abdij.


Abdij Arnstein

Nadat de Vorsten van Nassau tot het protestantisme overgingen, stelde de abdij zich onder de bescherming van het Keurvorstendom Trier.
In paragraaf 12 van de Reichsdeputations- hauptschluss van 25 februari 1803 werd de abdij geseculariseerd en aan het Vorstendom Nassau-
Weilburg
toegewezen. Sinds 1919 is de abdij weer ingenomen door de Picpus-paters, in Duitsland meestal Arnsteiner Paters genoemd.


v.l.n.r. Wapen van Laurenburg, Wapen van Nassau als Dakkapel en het Wapen van Obernhof

Dillenburg is een gezellig oud stadje aan de Dill, een riviertje dat bij Wetzlar in de Lahn stroomt. Het ligt de Duitse deelstaat Hessen, gelegen in het district
Lahn-Dill-Kreis. De stad telt 24.263 inwoners.Ooit troonde bovenop de 292 meter hoge stadsberg het machtige slot Dillenburg, dat triest genoeg tijdens
de Zevenjarige Oorlog in 1760 door de Fransen grondig werd verwoest. In slot Dillenburg kwam in 1533 Graaf Wilhelm von Nassau ter wereld.
Hij was de man die later de geschiedenis in zou gaan als Willem I 'de Zwijger' van Oranje. Het stadje was zodoende de bakermat van het
Nederlandse Koningshuis. Tussen 1739 t/m 1806 en 1813 t/m 1815 resideerden hier ook de Vorsten van Oranje Nassau. Tot 1815 was Dillenburg
in eerste instantie een stad van ambtenaren en overheidsinstellingen. Het dankte zijn welstand lange tijd aan de mijnbouw, hoogovens, tabak- en
leerindustrie. Veel van dat industriële verleden leeft voort in de vele fraaie vakwerkpanden.