OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

Kasteel Het oude Loo

Het Kasteel Het oude Loo is net als vele andere Paleizen en Kastelen waarschijnlijk ontstaan uit een boerenhuis. Bekend is dat in het begin van de 15e
eeuw op die plaats al een boerenhoeve was verrezen. De edelman Gerrit van Rijswijck slaagde toen erin de Hertogelijke aanspraken van de heer van Gelre
uit te schakelen. De edelman had het voornemen om van het geheel een Heerlijkheid te maken, een vrij eigen bezit. Hij was ook de bouwer van de eerste
versterkingen die tot de latere grondlegging van het Kasteel zouden leiden. De tweede man die in zicht komt bij deze historie is Udo Talholt,
raadsman van dezelfde Hertog van Gelre, Willem II.

Udo was aan het Hertogelijke Hof een belangrijk iemand. Ook was de raadsman goed bedeeld met het slijk der aarde, dus een rijk man. Rond het jaar 1439
komt zijn naam voor het eerst in de annalen van de geschiedenis van het gebied voor als zijnde de eigenaar. Hij lijkt ook verantwoordelijk te zijn voor de
afbouw van het kasteel, waarvan de eerste delen al waren gelegd door zijn voorganger. De naam van Het oude Loo is afkomstig uit het oud-Nederlands
en betekent een 'open plek' in een bos.


Tekening Binnenplein Kasteel Het oude Loo rond 1600 en een zonder gracht ook rond die tijd.

In de 16e eeuw behoorde het landgoed tot de bezittingen van de adellijke familie de Bentinck's. Deze hebben het kasteel omstreek 1540 vergroot.
Vervolgens ging het over naar de familie Isendoorn à Blois, uiteraard en hoe kan het ook anders, wederom adellijk. Deze woonde reeds in de omgeving
van Het oude Loo en wel op het kasteel Canneburg. In die tijd was er al sprake van het maken van profijt. Het oude Loo is daar ook zo'n voorbeeld van.
Achtereenvolgens kwam het slot in handen van de familie's Varick, Arnhem, Voorst, Van Rossum, Isendoorn, Stepraedt en Ulft. Veel leden van deze
geslachten hadden een aanzienlijke invloed in het kerkelijke en bestuurlijke leven uit die periode in en rondom Apeldoorn. In de 16e eeuw zal het huis
niet zijn geweest wat het nu is.


v.l.n.r. Het Kasteel rond 1680, King William III of England en Stadhouder alsmede het Kasteel rond 1744.

Als men kijkt naar de eerste tekening, is er een significant verschil tussen de platen. De achthoekige toren op de eerste is vervangen door twee
fraaie torens op de andere afdruk. Wel is duidelijk dat de Slotgracht dominant aanwezig is.Een aanlegsteiger (eerste plaat) lijkt in die tijd in te zijn geweest.
Voortbordurende op wat toen mode was, kan het huis een rechthoekig gebouw zijn geweest, de tegenwoordige voorvleugel van het kasteel, voorzien
van twee ronde hoektorens. De houten toren aan linker achterkant was kennenlijk niet aanwezig. Tegen het midden van de 16e eeuw bouwde men aan
de achterzijde de twee vleugels die thans de binnenplaats omsluiten. De achterhoekige toren was een exponent van de eerste bouwperiode,
terwijl een muur de binnenplaats van de vierde zijde afsloot.


Schilderij van het oude Loo(Arie Lieman) en de studeerkamer van het Kasteel

Het kasteel werd geheel opgetrokken uit baksteen, een natuurpoduct van klei, en er werd uiterst spaarzaam gebruik gemaakt van natuursteen.
In het jaar 1684 kocht de Stadhouder-Koning Willem III het geheel inclusief de gronden die erbij behoorden. Het oude huis verloor daardoor zijn betekenis
door de bouw van een nieuw slot, Het Loo. De koop betrof - inclusief het park met een omvang van 200 ha - ook nog een belang in een 3000 HA groot
bos te Hoog Soeren dat hij van Johan Carelius van Ulft voor 900.000 carolusguldens kocht. In 1685 gaf de Koning de opdracht om naast het bestaande
kasteeltje Oude Loo over te gaan tot de bouw van een groot nieuw jachtslot. Daarin kon Zijne Majesteit beter zijn gevolg huisvesten. Dat werd het latere
Paleis Het Loo. Willem III wilde wedijveren met de Franse Tuinen bij het beroemde Palais de Versailles. Dat diende hier ook te komen.


Meer in het park, de leeuwen en een romantische plaat van het Kasteel.

Toen de Stadhouder in 1702 van zijn paar duvelde en overleed, vochten de Koning van Pruisen en Friese Stadhouder Johan Willem Friso om zijn
nalatenschap. Na 30 lange jaren van juridische strijd werd Het Loo en de bijbehorende andere eigendommen aan Prins Willem V toe gewezen. In de 18e
eeuw kwam er een tijd waarin het gebouw, door opvolgingskwesties en geruzie over erfenissen vaak van eigenaar verwisselde. Sommige Oranjes, zoals
Prins Willem V hadden het helemaal niet begrepen op dat slot. Vond hij maar een blok aan zijn been en dat kostte ook nog geld voor personeel en
onderhoud. In 1795 vertrok Willem V naar Engeland omdat het hier iets te gevaarlijk werd. De Fransen kwamen opzetten om hun revolutie bij ons
nogeens dunnetjes over te doen. De daarop volgende beeldenstorm maakte duidelijk hoe maar ook waarom de Prins de benen nam. Zowel het Paleis
Het Loo als het Kasteel Het oude Loo werden als kazerne in beslag genomen. Ruim 300 Franse soldaten kregen hier hun onderkomen.


Doolhof Het oude Loo

Met het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 raakte het Paleis Het Loo en de bij behorende tuinen als zowel Het oude Loo in ernstig verval.
Het gevolg was dat - ook al door de beeldenstorm en wat erna gebeurde - werden de tuinen grondig vernield. En passant werden alle bezittingen van de
Oranje's geconfisqueerd. De troon van de toen zogeheten Bataafse Republiek werd toegewezen aan een broer van Keizer Napoleon. De Franse Keizer
maakte er een Koninkrijk van. Lodewijk Napolen viel de eer te beurt om de eerste Koning van Holland te zijn. 's Zomers nam deze Koning zijn intrek in het
Kasteel. Een van de eerste zaken die hij aanpakte was het dempen van de slotgracht die rondom het Kasteel Het oude Loo liep. Als kind was hem namelijk
voorspeld dat hij in water zou verdrinken. Dus zorgde Lodewijk ervoor dat de kans daarop zo klein mogelijk was. Na het fraaie voorbeeld van de
beeldenstorm en de naweëen die aangaven hoe het nu net niet moest, kwamen we in wat rustiger kabbelend vaarwater terecht. Er brak een nieuwe tijd aan.

We zijn in de 19e eeuw beland. Lodewijk Napoleon was voor de Hollanders een goed Koning. Hij deed zijn best en probeerde, met horten en stoten,
zelfs onze taal te leren. En dat voor een Fransman. Helaas, de taallessen die hij volgde bij de hoogleraar David Jacob van Lennep en bij de schrijver en
hofdichter Willem Bilderdijk om het Nederlands onder de knie te krijgen, lukten niet. Zijn bijnaam 'Lodewijk de Goede' was een compliment van de
Hollanders. Toch slaagde hij in de ogen van zijn broer, de Keizer van Frankrijk niet in zijn missie. Teleurgesteld droop deze Koning af. Hij stierf op
67-jarige leeftijd en werd begraven in de dorpskerk van Saint-Leu-la-Forêt. En het kasteel Het oude Loo? Dat brokkelijk langzaam maar zeker,
stevig geholpen door moeder Natuur, af. Koning Willem I had niet veel belangstelling voor het slot.


Het oude Loo zoals het voor 1904 was.

In een spontane opwelling gaf hij zijn kleinzoons Willem en Alexander toestemming om het Kasteel te gebruiken als clublokaal van de door hen in 1839
opgerichte discussie club, The Royal Loo Hawking Club. Van hawking zal niet veel terecht zijn gekomen. Ondanks dat werd het genootschap pas in 1855
opgeheven door de beide heren. De eerder vermelde schilder Arie Lieman (1816-1893) schilderde Het oude Loo zeer levendig en met grote mate van
precisie. Van huis uit was hij een decoratieschilder die in dienst was van Het Loo. Hij kon niet alleen dit maar ook huizen schilderen behoorde tot zijn
vakkennis. Bovendien was hij goed in het stucwerk uit die tijd. Een aanzienlijk deel van zijn vrije tijd bracht Lieman door met het vervaardigen van dit
soort zaken. Van zijn hand zijn verschillende uitingen van creativiteit die ook o. m. in het Paleis Het Loo hangen.


Restauratie van Het oude Loo rond 1907.

Toen Koningin Wilhelmina in 1904 de bekende bouwmeester Dr. Pierre Kuypers de opdracht gaf tot algehele restauratie van het Kasteel Het oude Loo,
kon zij niet bevroeden dat dit zo'n hels en kostbaar karwei zou worden. Een belangrijkste en eerste opdracht die hij kreeg was, het in ere herstellen van de
oude gracht. Dat nam Kuypers de Koningin in dank af maar hij ging veel verder dan een algehele restauratie van het geheel. De architect liet zijn geest de
vrije loop en kwam tot de conclusie dat hij best vrij, misschien wel te vrij, met historische gegevens om kon gaan. Kuypers was niet bang om 'in de geest
van het oorspronkelijke ontwerp' te werken en veel aanpassingen te doen. Men kan de man een sterke mate van drang naar zelfstandigheid hiermede
niet ontzeggen. De veranderingen waren heftig en definitief te noemen.


v.l.n.r. De originele entree, de houten toren wordt nog gebouwd en de schouw in het Kasteel met Friese! Wapens.

Opgehoogde zuidwesttoren en het dwarsgeplaatste dak op deze toren. Een andere toren, tegen de zuidvleugel gebouwd, was bedoeld als vluchtweg.
Oorspronkelijk stond op deze plaats geen toren. De restauratie werd na de dood van deze architect in 1921 voltooid door zijn zoon Jos Kuypers. Deze
werkte sinds 1900 al op het bureau van zijn vader, zodat hij op de hoogte was met alle ins en outs de bouw betreffende. Helaas werd Het oude Loo na de
restauratie nauwelijks of niet gebruikt zodat het verval weer toe sloeg. Al in 1948 kwamen problemen met de dakconstructie aan het licht en moesten er
speciale voorzieningen worden getroffen. Dat hapte heel behoorlijk in de portemonnaie van Wilhelmina en zuinig als zij was, werd de Koningin daar niet
vrolijk van. Wellicht speelde zij reeds met de gedachte de landerijen over te dragen aan de Staat der Nederlanden.


v.l.n.r. Pavilioen Het oude Loo, Theehuis van Het oude Loo en het Chalet van het Kasteel.

In het prachtige park van het Kasteel Het oude Loo bevinden zich fraaie gebouwen die tot de verbeeldingen van velen spreken. Het geeft de mens van nu
een indruk van hoe het ooit was. Een schitterend Paviljoen dat zijn sporen allang heeft verdiend en nu - gerestaureerd - zijn sierlijke opwachting maakt.
Het Theehuis waar Koningin Wilhelmina plachtte thee te drinken en het Chalet waar zijn vaak zat en veel van haar schilderijen het levenslicht zagen.
Ook dit houten gebouw is wederom met kennis van zaken, prima gerestaureerd.


Het oude Loo van rechtsachter.

In 1968 begon architect C. W. Royaarts aan een hernieuwde restauratie van Het oude Loo. Met forse hand overigens, want bijna al het 'vrije werk' van de
vorige restaurateur werd teniet gedaan. Onder meer werd de torenaanbouw vervangen door een rankere behuizing van hout en werd de zuidwesttoren
weer in zijn oorspronkelijk vorm terug gebracht. Helaas, ook hij overleed in 1970, zodat zijn opvolger Ir. J. B. Baron van Asbeck - volgens de originele
plannen van Royaarts - de restauratie voltooide. Deze Baron was ook de architect van de aanpassingen van Paleis Het Loo in 1976, maakte het geschikt
voor het gebruik als museum en bracht een evocatie van de historische tuinen tot stand.


Prachtig Monument bij Het oude Loo en het schildwachthuisje.

Al tientallen jaren wordt het Kasteel Het oude Loo gehuurd door Prinses Beatrix van de overheid. Zij gebruikt het voor fotosessie voor de pers. Voor haar familie om zich terug te trekken in privacy. Voor haar kinderen en kleinkinderen staat het ter beschikking. Voor goede vrienden die er willen zitten,
zonder al die ballast die bijvoorbeeld 'Hofprotocol" heet op je nek te hebben. Kortom, een rustpunt waar de Hoge Adel, indien gewenst tot rust kan komen om de accu weder op te laden. Daarom is het slechts 2 maanden per jaar (mei en juni) open voor het publiek. Het oude Loo is nu een Rijksmonument
en sinds 1968 eigendom van en in onderhoud bij de Staat der Nederlanden.