OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Vorstelijke Mode
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Majesteitelijke Mode

De Barok Mode

Mode is over het algemeen een uiting van een cultuur van een volk of gemeenschap. Dat niet alleen, het is ook een poging van de mens om zichzelf te
bewijzen. De Grieken, Romeinen en Egyptenaren hadden zo hun eigen mening over wat mode diende te zijn. Die mode werd niet alleen gestuurd door
creatief denken maar ook bepaald door weersinvloeden. In Griekenland, het Romeinse Rijk en ten tijde van de Egyptische farao's was het bijzonder
warm in die gebieden. Kinderen droegen over het algemeen geen kleding. Vrouwen en mannen gingen minimaal gekleed. Alle kleding maakten
de vrouwen zelf en vaak werd het vervaardigd van linnen. Bij de een waren de borsten zichtbaar en bij de ander juist niet.
Linnen ceinturen net onder de buste en om het middel waren zeker in.

Mannen droegen stukken stof om de borst en over de schouder. Bij de Grieken waren de belangrijkste bezigheden van de vrouw het spinnen van
garens, het weven en verven van stoffen. Ze maakten gebruik van mooie patronen en kleurstoffen. Het uiterlijk was erg belangrijk. Op Griekse
vazen en schalen kun je afbeeldingen vinden, waaruit dat blijkt. Hun haar werd gevlochten en opgestoken met behulp van haarbanden en
sierspelden. De Grieken kenden eigenlijk een paar kledingstukken, die door ieder op een andere manier gedragen kon worden.


Romeinse vrouwelijke Toga, Griekse Toga en Romeinse mannelijke Toga.

Het ene kledingstuk was een soort kleed en het andere een mantel. Ze hadden een zomerset gemaakt van linnen en een set voor de winter, gemaakt van wol. De kleding van de man en de vrouw leek erg op elkaar. Desondanks worden ze wel anders genoemd. Het kleed van de vrouw heet Peplos en is een lange rechte lap, die om het lichaam wordt gedrapeerd. Met een Fibula, een soort veiligheidsspeld, werd de lap op de schouder vastgezet. In de taille
werd de lap op zijn plaats gehouden door een koord, als ware het een riem.

Ook de mantel was een rechthoekige lap; Himation genaamd. Deze werd weer over de Peplos geslagen, maar ook om het hoofd. Het leek hierdoor meer
op een cape met een capuchon. Bijna alle vrouwen droegen de Himation als ze buitenshuis zijn. Een teken dat zij een fatsoenlijke vrouw was. Mannen droegen een zelfde soort kleed als vrouwen. Het kleed van de mannen was wel korter en heeft een ander naam: Chiton. Het liet meer bloot zien dan
de Peplos. Dat kwam omdat de Griekse jongeman trots was op zijn lichaam en dat graag liet zien.

Zo werd de Chiton maar over een schouder gedrapeerd en vastgezet. Sommige mannen vonden het ook een eer om alleen met een omgeslagen mantel
te lopen. Jongens en soldaten droegen een kleine variant van de Himation en die heet Chlamys. Een Chlamys gaf je meer bewegingsvrijheid en dat
konden kinderen en soldaten goed gebruiken. Het haar van mannen was overigens bijna hun hele leven kortgeknipt.
Alleen oude mannen droegen een baard.


Romeinse Senatoren in Toga en Romeinse vrouwen in klederdracht.

Een Toga werd, zoals net al vermeld, alleen bij officiële gelegenheden gedragen. Salutatio, toespraken, plechtigheden, grote feesten en bezoek van
deftige gasten waren redenen om zo'n ongemakkelijke toga te dragen. In het dagelijkse leven was dit kledingsstuk niet zo van belang, omdat je je
er niet gemakkelijk in kon bewegen, want dan vielen de plooien verkeerd. De Toga bestond uit een grote witte wollen doek, in trapeziumvorm.
Deze doek werd op een ingewikkelde manier om het lichaam gedrapeerd. Voor dit karwei hadden veel Patroni (mv. van Patronus) zelfs een
aparte slaaf! Jongens tot en met 16 jaar droegen een Toga met een purperen rand.

Dat heette een Toga Praetexta. Ook senatoren, leden van de senaat, de regering van het Romeinse rijk, droegen de Toga Praetexta. Op hun 16e
verjaardag leverden de jongens hem in voor een Toga Virilis, een onversierde, kale Toga. Deze plechtigheid betekende dat de jongen nu volwassen
was. Als een Romein zich kandidaat stelde voor de verkiezingen van een van de vele politieke functies, mocht hij een Toga Candida, een extra witte
Toga, dragen. Als hij meedeed aan de verkiezingen werd hij een Candidatus. Dat woord komt van Candidus, wat blinkend wit betekend. De enige
die een geheel Purperen Toga, een Toga Picta geheten, mocht dragen was de Keizer van het Romeinse Rijk.

Een ander kledingstuk was de Tunica. Deze werd door de proletariers, winkeliers, bouwvakkers enz. de hele dag gedragen, omdat je je in dit
kledingstuk goed kon bewegen. Je hoefde niet op de plooien te letten en het was een stuk luchtiger. De Tunica werd ook wel onder de Toga gedragen.
Deze Tunica was een simpel lang hemd met primitieve mouwen. Het hemd werd met een riem een beetje opgebonden. Voor de Romeinse vrouwen
was de mode een vorm van uiting van hun creativiteit. Hun gewaden die lang waren, soms voorzien van een overgooier, werden vaak samen
gesteld uit een stuk stof of linnen. De mooiste kleurschakeringen kwam je tegen. Zij waren niet gebonden aan de kleur Wit, Paars en Purper dat gold
voor de Senatoren en de aanzienlijken van Rijk. Netzo als de Griekse vrouwen, maakten zij ook gebruik van linnen riemen of gordels.


Griekse vrouwenmode en dagelijkse kleding.

1500 jaar later, rond de Middeleeuwen, was de mode inmiddels totaal veranderd. Stukken stof of lappen werden nauwelijks meer gebruikt. De mensen
werden zich bewust van het feit dat kleding, zowel als schoeisel dragen, hen sierde. Een echte industrie, zoals tegenwoordig het geval is, was nog niet
van de grond gekomen. Och, de gewone man nam wel genoegen met door moeder de vrouw geweven stof en daaruit de gemaakte tuniek,wambuis,
broek of mantel. Een capuchon en een maillot beschermde hem tegen weer en wind. Schoenen maakte hijzelf. Het zag er wat anders uit bij de Adel.
In het algemeen waren die mensen wel redelijk goed gekleed. Degene die de poen had, droeg ook de nieuwste mode.
Als je al in die tijd van echte mode kon spreken.

Vooral de hoge Adel, zo vanaf het Graaf zijn. Daar werd om het hardst gestreden wie de mooiste kleren had. Hoe meer geld, hoe meer fraaie
gewaden. Zo rond de geboorte van Prins Willem de Zwijger was er een modetrend die voor de mannen fraai, aangenaam en redelijk functioneel
genoemd mocht. Wambuis met pofmouw, stoere korte broek met lang kousen gestoken in hoge laarzen. Dit alles afgewerkt met een korte of
lange mantel en tel daarbij het vaak prachtig bewerkte sierzwaard en je had de mode uit die tijd op je netvlies. De Koningen en Vorsten ging vaak
gekleed in een harnas of in delen daarvan. Prinsessen en Koninginnen, droegen luchtige gewaden gemaakt van de duurste stoffen zoals fluweel
en zijde. Gewaden die bijna niets verborgen hielden. Mooi,maar´functioneel´ doorzichtig en dat hoorde in die periode van de mode.


De vrouwen daarentegen waren wat meer modebewust. Het diende leuk te zijn en niet zozeer functioneel. Zij ontwierpen wat men hedentendage zou
kunnen noemen een modelijn. Tijdens de veelvuldig in ere gehouden theekransjes en kletsmomenten, kwam al pratende een modetrend tot stand.
Prachtige lange gewaden, al dan niet voorzien van bijpassende smuk passeerden de revue. De ene dame was nog fleurige dan de ander.
Kleur speelde een belangrijke rol. De hoofdtooi deed zijn intrede.

Welliswaar heel summier maar allengs kwam de damestrein die al tientallen jaren onder stoom stond, op dreef. Creativiteit op zijn best, zou je kunnen
zeggen. Eerst begon men met het opsteken van het haar, al dan niet voorzien van fraaie spelden. Dat gaf nu niet de voldoening die de edele
vrouwen voor ogen stonden. Vervolgens werd er met stof, soms voorzien van ijzerwerk, naarstig gezocht naar een betere oplossing.

De zogenaamde dubbele steek deed zijn intrede. Op de foto midden zie je voorbeelden van die mate van hoofddeksel ontwerpen. Al dan niet voorzien
van een sleep. Kleur was erg in. Hoe kleurrijker hoe mooier de vrouwen het vonden. Och, en het elkaar naar de kroon steken is al zo oud als de
mensheid. Dat was dus niets nieuws. Maar het zorgde er wel voor dat de mode zich ontwikkelde naar de trend die we nu kennen.
Een volwaardige industrie die niet meer weg te denken valt.

De Renaissance diende zich aan. De mensen waren de strakke kleding van de Middeleeuwen zat. Vrijer bewegen werd het motto en bij het ontwerpen
van de alom bekende huismode, hield men daar terdege rekening mee. De prachtigste ontwerpen in huiselijke kring gemaakt door moeder de vrouw
of bij de Adel vervaardigd door dienaressen, deden hun intrede. Qua styling veranderde er veel. Men ontdekte dat verschillende vormen van kledingontwerpen mensen aanstonden. De een kleedde zich met een gebogen halsvorm en de andere droeg de jurk hoog gesloten.


Modern Renaissance, Koningin Elisabeth I van Engeland en gewone Renaissance mode

In de Gotiek was de kleding slankmakend en lang. Een henin, v-hals, lange nauwe mouwen en een wijde rok met sleep waren bijzonder gewild. In de
16e eeuw werd de kleding breeder. Laag mutsje, horizontale hals, mouwen met poffen en een wijde rok zonder sleep. Ook het schoeisel veranderde.
In plaats van de beroemde lange snavelschoenen droeg men plompe koeienmullen. Bij onze Oosterburen kende de mode in de eerste helft van de
16e eeuw een bloeiperiode. Deze mode werd voornamelijk bepaald door rijk geworden burgers. Het was wel duidelijk dat daar de smaak niet zat.
Lompe kleding was het gevolgd. De Adel had wat meer mogelijkheden.

Vaak geld in overvloed en voldoende dienaren, kon met de door hun te dragen mode, naar de hand zetten. In diverse andere landen kwam het maken
van kleding van de grond. Al naar gelang van de aard van het volk werd bijvoorbeeld in Frankrijk de modestijl fijn en smaakvol gehouden. In Spanje
was de kleding vooral stijf, somber en zedig. Dus hooggesloten, zowel bij mannen als vrouwen. In Duitsland degelijk, lomp maar wel kleurrijk.
In ons landje droeg de gemiddelde mens mode die eenvoudig en mooi was.


Links en rechts: Zwierig gedragen Adellijke mode en midden: gewone mode.

Zo ontstond een modebeeld dat enerzijds lomp aandeed en anderzijds werd bepaald door zwierige edele ontwerpen gedragen door de Adel, de hoge
Adel, Koningen, Vorstinnen en Keizers. De duurste stoffen, nu door wevers vervaardigd omhulden de schouders van de Adel. Laten we eerlijk wezen.
Ook ijdelheid was in die dagen kenmerkend aanwezig. Het was gewoon leuk om een ander de ogen uit te steken met een nog niet vertoond ontwerp.
Afgunst was echt niet vreemd bij Adellijke Geslachten gelijk de gewone man. Zelfs het leger nam deel aan het ontwikkelen, verbeteren en verfraaien
van de mode. Soldaten, vaak huurlingen, knipten hun te nauwe mouwen tot aan de elleboog open. Op die manier kon hij zich beter bewegen,
het zwaard hanteren zoals het moet en de lans in de juiste richting te sturen. Nauwe mouwen hadden niet die flexibiliteit om goed te kunnen
vechten. Je moest wel de oorlog overleven als het enigszins kon.


v.l.n.r. Koningin Isabella, Spaanse Mode, Hollandse Mode en Oostenrijkse Mode, Landvoogden Albrecht en Isabella van Oostenrijk.

Deze mode veranderingen werd snel overgenomen door het volk. De zogenaamde spletenmode deed haar intrede. Alle onderdelen van de kleding,
zoals mouwen, broeken, hoeden en schoenen werden van spleten voorzien. Bij de Adel werden die weer vastgehecht met sieraden. Dat maakte het onderscheid tussen arm en rijk. De rijke vrouwen droegen in die tijd extreem wijde rokken met een zeer strak bovenlijfje. De wijde hoepelrokken
deden hun entree in de mode. Voorzien van een vaak ruime split konden zij zich daarin goed bewegen. De mannenmode bestond uit grote
vierkante jassen gevoerd met bont, voorzien van witte kragen en een soort gespleten pofmouw. De schoenen hadden brede neuzen en het
hoofdeksel was een baret voorzien van pluimen of veren of een steek. De meisjes hadden lange rokken die aan de schouders omzoomd waren
met een zogenaamde schouderdoek die van voren open viel. Sommige van hem hadden ook een kap op. De jongens hadden korte jasjes en
pofbroeken tot aan de knie met daaronder slobkousen.

De hoge Adel, Koningen, Vorstinnen en Landvoogden(Albrecht en Isabella van Oostenrijk) daarentegen waren heel anders gekleed. Glamour en glitter
was duidelijk aanwezig. Het ene ontwerp na het andere was zodanig gemaakt dat de kostbare stoffen, fluweel, linnen en de juwelen bijzonder tot hun
recht kwamen. De beroemde kragen deden ook al opgang. Dat mode verschijnsel verdween al spoedig uit het zicht, om plaats te maken voor een
nieuwe ontwikkeling in de mode. Schitterend geborduurde jurken en rokken was een verschijnsel dat we nog niet konden waarnemen. Uiterst precies
waren die fraaie borduursels aangebracht. Doel was slechts om er mee te pronken. Dubbele lagen over elkaar was ook iets nieuws. Eronder? Hmm
, neen heren, niet iets voor jullie. Gewoon een dunne metalen hoepel waarover de rok was gespreid, vastgemaakt op diverse punten, waardoor het
niet kon verschuiven. Beenruimte was uiteraard voldoende aanwezig en het ´zweven´kon beginnen.


v.l.n.r. Hoepelrokmode Louise Elisabeth de France-Parma, Pofmouwenmode Sopie Elisabeth van Frankrijk, Keizerin Eugénie van Frankrijk en Hoge Adel Hertogin Germaine de Fox.

Of was het nu meer ´zeilen´ wat de klok sloeg? De heren? Tsja, wat moet je er in de mode mee. Zeker in die tijd. Och, ze waren er dus ook maar
aankleden. Korte opengewerkte jasjes, voorzien van fraai bewerkte knopen alsmede een pofmouwen, gaven de indruk dat het fenomeen mode toch
nog wel iets voor hen had ontworpen. Kraagje erbij, wel niet zo fraai als de dames dat droegen en je had een opgedirkte Graaf, Hertog of iemand
die hoger op de ladder der Adellijkheid stond. Als je dan kijkt maar de korte pofbroek met daaronder een soort maillot en een paar schoenen met
een onnodig strikje, dan denk je: moet ik dat aan? Van mijn leven niet. Nou troost je maar, zij wel en het werd nog leuk gevonden ook.
Immers, het was Koninklijke Mode!