OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Titels Adellijke Huizen

Rangen en Standen

De hiërarchie van de Adel in Nederland

  • Prins: wordt enkel nog door leden van het Koninklijk Huis gevoerd. De troonopvolger draagt de titel Prins van Oranje.
  • Hertog: in de vroege middeleeuwen was de Hertog een legeraanvoerder. Zijn gezag over een gebied nam in de loop der tijd toe. In Nederland bestaat de titel niet meer. In België voert de kroonprins de titel ‘Hertog van Brabant’.
  • Markies: de Britse ambassadeur in Nederland ontving in 1815 de titel ‘Markies van Heusden’. Zijn nazaten voeren deze titel nog steeds, maar Nederlandse Markiezen zijn er niet meer.
  • Graaf: deze titel werd door Karel de Grote aan zijn hoogste ambtenaren verleend. In de negentiende eeuw werden loyale ambtenaren die al een titel bezaten bevorderd tot Graaf. In het verleden mochten leden van 42 geslachten zich Graaf noemen, tegenwoordig zijn er daarvan nog 27 over. De kinderen van leden van de Koninklijke Familie die niet tot het Koninklijk Huis behoren, ontvangen deze titel.
  • Baron: de meest voorkomende adellijke titel in Nederland. Van de 212 families die hem ooit mochten voeren, zijn er momenteel nog 103 over. De Duitse titel Freiherr is van vergelijkbare rang.
  • Ridder: de laagste adellijke titel. Van de negentien geslachten die zich in Nederland Ridder mochten noemen, bestaan er heden ten dage nog zeven.
  • Jonkheer/jonkvrouw: iedereen die wel van adel is maar geen titel heeft, mag dit predicaat voeren.

Henrica Adriana Ludovica Flora H.R. Rijksgravin d'Oultremont de Wégimont (* Maastricht 28 februari 1792
- † Aken 26 oktober 1864) was de dochter van de Waalse H.R. Rijksgraaf Ferdinand L.F.M. d'Oultremont de
Wégimont
en de Wageningse admiraalsdochter Johanna Susanna Hartsinck. Zij was een tante van Émilie
d'Oultremont. Uit het huwelijk van haar ouders werden nog twee zonen en twee dochters geboren.

Uit het eerste huwelijk van haar moeder met Dirck de Smeth (1754-1779) was in 1779 al een zoon Theodorus geboren.
Deze Theodorus werd later Heer van Deurne, Liessel, Alphen en Rietveld. Op 49-jarige leeftijd huwde Henriëtte 17
februari 1841 te Berlijn met de afgetreden koning van het Koninkrijk der Nederlanden, Willem I Frederik van Oranje-Nassau (1772-1843), weduwnaar van Wilhelmina van Pruisen (* 1774 - † 1837;
Henriëtte was 25 jaar lang haar hofdame geweest).

Dit huwelijk veroorzaakte nogal wat opschudding, omdat de wortels van Henriëtte deels in het net afgescheiden België
lagen en zij Rooms Katholiek was. Bij haar huwelijk kregen haar man en zij de titels Graaf en Gravin van Nassau.
Zij werden spottend ook wel "Willem Kaaskop" en "Jetje Dondermond" genoemd. Het huwelijk werd door de Nederlandse
Staat niet erkend. 12 december 1843 zakte Willem I in de werkkamer van zijn Berlijnse paleis als gevolg van een beroerte
in elkaar en overleed. 2 januari 1844. Er volgde de bijzetting in de Koninklijke Tombe te Delft. In 1864 overleed
Henriëtte op kasteel Rahe, Laurensberg bij Aken, 72 jaar oud. In tegenstelling tot haar man, de ex-Koning, werd Henriëtte niet begraven in de
Koninklijke grafkelder te Delft in de Nieuwe Kerk, maar in het familiegraf te Wégimont in Belgie.

Haar nicht Émilie d'Oultremont (Baronesse d'Hoogervorst) werd geboren op 11 oktober 1818 te Wégimont, bij Luik. Reeds als kind werd zij aangetrokken
tot de eucharistie en Maria. Later kreeg zij grote bewondering voor St. Ignatius van Loyola. 14 oktober 1837 huwde zij met Victor Vanderlinden,
Baron d'Hooghvorst
, met wie zij 4 kinderen kreeg. Na tien jaar huwelijk overleed Victor aan de gevolgen van een koorts. Zo werd Émilie op 29 jarige
leeftijd weduwe. Na een diepe religieuze ervaring op 8 december 1854 richtte Emilie een congregatie op: de orde van Maria Reparatrix
("La Société de Marie-Réparatrice").

Ze nam de naam aan van Maria van Jezus en begon met 10 kloosterlingen op 2 mei 1858 te Straatsburg een congregatie. Congregaties werden in geheel
Europa gesticht, evenals in India, de Réunion eilanden en Mauritius. De missie was, Jezus bekend en bemind te maken. Moeder Maria van Jezus
overleed 22 februari 1878 te Florence op 59 jarige leeftijd. Haar stoffelijke resten worden bewaard in de kerk van Santa Croce en San Bonaventura
te Rome. 12 oktober 1997 werd Maria zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II. Haar feestdag wordt gevierd op 11 oktober.

Achter in het park van kasteel Wégimont op de plaats die "Fond de Gottes" heet, bevindt zich de grafkelder van de familie d'Oultremont. Het is het
voormalige koor van de Karmelietenkapel. Deze kapel werd in 1842 parochiale kapel van Ayeneux. In 1876, tijdens de bouw van de huidige kerk van het
dorp werd een groot deel van de kapel afgebroken; het overige deel diende verder als grafkelder. Talrijke familieleden van d'Aspremont de Lynden en
andere kasteelbezitters werden er begraven. Op 27 oktober 1864 werd - zoals reeds is vermeld - Gravin Henriëtte d'Oultremont de Wégimont -
de tweede echtgenote van Koning Willem I, hier bijgezet in het familiegraf van het geslacht.

Titels van de Nederlandse Koninklijke familie

De titels van de Nederlandse Koninklijke familie zijn de diverse adellijke en heerlijke titels die in de Nederlandse Koninklijke familie gevoerd
worden. Er zijn titels die verbonden zijn aan de functie van " Koning der Nederlanden", titels die verbonden zijn aan het lidmaatschap van het Koninklijk
Huis en ook diverse andere, al dan niet persoonlijke, titels. De titel Prins(es) der Nederlanden is volgens de Wet lidmaatschap Koninklijk Huis uitsluitend
gereserveerd voor de leden van het Koninklijk Huis, zoals echtgenoten en kinderen van de Koning(in).

Bij verlies van lidmaatschap van het Koninklijk Huis (bijvoorbeeld door het aangaan van een huwelijk zonder daarvoor toestemming aan de
Staten Generaal te vragen), vervalt ook de titel Prins der Nederlanden. De titel Prins(es) van Oranje is voorbehouden aan het oudste kind van de
Koning(in). In de heersende Nederlandse Wetgeving wordt het Staatshoofd, de Koning der Nederlanden, altijd in mannelijke vorm beschreven. In dit
verhaal worden derhalve ook alle titels in mannelijke vorm beschreven, tenzij het gaat om persoonlijke titels.

Titels van de Koning der Nederlanden

De Koning der Nederlanden voert een aantal erfelijke, adellijke en heerlijke titels. Op de titels "Koning der Nederlanden" en "Prins van Oranje-Nassau"
na, voert men in het normale gebruik deze zogenoemde "grote titulatuur" niet. Ze worden in officiële stukken simpelweg
vervangen door "enz. enz. enz.".

Ondanks dat de titels doorgaans niet meer gevoerd worden, bestaan ze - in naam - nog steeds. Het gaat hier om de volgende titels:

  • Hertog van Limburg
  • Markies van Veere en Vlissingen
  • Graaf van Katzenelnbogen, Vianden, Dietz, Spiegelberg, Buren, Leerdam en Culemborg
  • Burggraaf van Antwerpen
  • Baron van Breda, Diest, Beilstein, de stad Grave, het Land van Cuijk, IJsselstein, Cranendonck, Eindhoven, Liesveld, Herstal, Waasten, Arlay en Nozeroy
  • Erf- en Vrijheer van Ameland
  • Heer van Baarn, Besançon, Borculo, Bredevoort, Bütgenbach, Daasburg, Geertruidenberg, Hooge en Lage Zwaluwe, Klundert, Lichtenvoorde, Het Loo, Montfoort, Naaldwijk, Niervaart, Polanen, Steenbergen, Sint Maartensdijk, Sankt Vith, Soest, Ter Eem, Turnhout, Willemstad, Zevenbergen

Voor de meeste bovenstaande titels geldt dat het landbezit, waaraan de betreffende titel verbonden was, door de Fransen in 1795 na de inval in de Nederlanden verbeurd werd verklaard. De Oranje-Nassau's bleven de titels echter wel voeren. De hiervan afwijkende gevallen
worden bij de betreffende titel besproken.

Duitse en Europese Titels

Brief Adel, betekent Edele bij Adelsbrief. Het is het tegenovergestelde van Oer Adel (Oudste Adel), Het zijn traditionele titels toegekend na de
15de en 16e eeuw. Vaak herinneren deze rangen aan meer recente Adel, zo rond de 19e en 20e eeuw.

AltGraf(in)
is een exclusief Duitse Adelsrang die verstrekt werd aan Edelen, die hun thuisbasis hadden in bergachtige gebieden in het oude Duitsland
zoals de Alpen regio's. Speciaal had hij zijn kasteel en zetel bij bergpassen, waarvan de Edelman de rechten had verworven om tolgeld te vangen bij een
passage. Ook had hij toestemming van de Keizer om een garnizoen ter plekke in stand te houden om zijn aanspraken te doen gelden en elke passant te
dwingen zijn of haar tol te betalen bij het oversteken van de bergpas. Van origine was deze titel niet bedoeld om macht uit te oefenen maar in de loop van
tientallen jaren is de norm aangepast. Het Huis van Salm-Refferscheidt heeft zeer lang deze titel gevoerd voor haar illustere leden. Later is de
aanspreektitel in onbruik geraakt, zodat we hedentendage geen Edelman meer kennen die rechten kan claimen daarop.

Burggraaf is een rang van origine afkomstig uit het oude Duitsland (Het Heilige Roomse Rijk van de Keizers van weleer). In feit was het een militaire
als wel een civielrechterlijke Gouverneur uit de 12e en 13e eeuw van een kasteel, de stad waarin het lag en haar directe omgeving. De feitelijke jurisdictie
beperkte zich tot dat gebied. In latere jaren veranderde de inhoud van deze aanspreektitel en kreeg de heerser een eigen gebied toegewezen. Een
voorbeeld van het gebruik van deze titel is de rang van Burggraaf van Neurenberg. Deze titel is thans o. m. in gebruik bij het Huis van Hohenzollern.

Graaf
(Ang.-Sax. Ealdorman; Eng. Earl/Countess; Fr. Comte; Ger. Graf; Ir. Iarla, Coimhid, Cunta; It. Conte; Lat. Comes; Port. Conde; Scand. Jarl; Sp.
Conde) duidt een titel aan van een edelman die een Graafschap regeert of een lid van een Grafelijke familie. Kroonprins Willem Alexander voerde
in het verleden de titel van de Graaf van Buren om zo de pers te misleidden. Hetgeen niet lukte. Gravin is het vrouwelijk woord.

Rijngraaf (Confederatie van de Rijn) is een beschrijving die uitsluitend in Duitsland werd gebruikt om aan te geven de Grafelijke status van een
gebied aan de oevers van de rivier de Rijn. Verschillende edellieden en diverse Geslachten maakten daar deel van uit. Aan hen was het privilege
toegekend om tol te vragen aan de passerende schepen en andere voertuigen die over hun grondgebied moesten reizen. Opzet was een veilige
doortocht over hun land te waarborgen.

Raadsheer van de Keurvorst was een eerbiedwaardige rang die over het algemeen werd gegeven aan Edelen die als Raadslieden waren verbonden
aan het Hof van hun Vorst of plaats hadden genomen in Kiescolleges van die heerser.

Raadsheer van de Vorst was ook een aanspreektitel van iemand die een specialist was op een bepaald gebied (rechten, economie)
en zijn heer daar mee kon dienen.

Rijksgraaf, lid van het College van Rijksgraven. Een toetsingraad voor de Vorst.

Doorluchtige
. Ook wel genoemd Uwe Doorluchtige Hoogheid. Al naar gelang de neiging van de Edele welke aanspreektitel hij het best bij hem vond passen. De juist vertaling uit het Duits is Uwe Doorzichtigheid. Maar geen mens die het in zijn hoofd durfde te halen om dat te zeggen.

Doorluchtigheid. Uw Doorluchtige Hooggeboren is meer van toepassing en is een rang die werd verstrekt aan leden van Geslachten die de titel
Doorluchtige voerden.

Edele van (Heer van) is een adellijke titel die werd gebruikt in het oude Oostenrijk en het Ostenrijks-Hongaarse Keizergebied. Veelal gaf die rang aan
dat betrokkene van Briefadel afkomstig was en in rang beneden een Vrijheer of baron stond.

Edele Heer werd en word tegenwoordig gebruik voor leden van het Britse Lager- en Hogerhuis. Dat is het Engelse Parlement wiens zetel zich bevindt
van de rivier de Theems in Londen.

Erfgenaam of troonopvolger is aan aanspreektitel voor het oudste lid van een Grafelijk Geslacht. Voor afstammelingen van een Koningshuis is de
benaming Kroonprins of Prinses in gebruik.

Erfhertog is de opvolger van de heerser van een Hertogelijk Huis.

Illustere Hoogheid is een lid van groot aanzien uit een Koninklijk, Hertogelijk of Grafelijk Geslacht,

Dame is een veel gebruike aanspreektitel voor niet alleen vrouwelijke leden van een Adellijke Huis maar ook een titel waarmee de Koningin van
Engeland haar onderdanen en anderen mee vereerd wegens grote verdienste de maatschappij betreffende verleend. Een van de bekendste is
Dame Margot Fonteyn
een Prima Ballerina (danseres).

Vrije Rijksstad, is een vrije grote woongemeenschap uit het Heilige Rooms Duitse Rijk.

Baron (Fr. Baron; Ger. Freiherr; Ir. Barun; It. Barone; Port. Barao; Sp. Baron) is de laagste graad van de Hoge Adel. Het woord is ontstaan in de tijd dat
de Gothen regeerden en betekent in die taal 'Man' in de zin van Mijn man in Londen (zijn vertegenwoordiger). Feitelijk was de baron een beheerder van
een stuk Koninklijk grondgebied en dienaren van een Koning die met hun hulp orde en rust konden handhaven. De Duitse term wordt vertaald als
'Vrije vechter of soldaat'.

Vrijheer(vrouw) is een titel die werd toegesneden op een Duitse Baron(nesse). De ongetrouwde dochter van zo'n Heer werd vaak Vrije vrouw (vertaald
uit het Duits, Freiin),genoemd. De rang Baron was in feite een sociale benoeming en had eigenlijk helemaal geen macht of bezittingen onder zich.
Hongaarse en Poolse Edelen gaven vaak de voorkeur aan de titel Baron in plaats van Vrijheer.

Hieronder een paar voorbeelden van bekende mensen die behoren tot de lagere Adel. Juan Antonio Samaranch, zeer bekend als voormalig
voorzitter IOC
. De wereldberoemde Dirigent, Herbert von Karajan, die helaas is overleden. Hij was voormalige dirigent van het ook zeer
bekende Duitse orkest De Berliner Philharmoniker en Madame de Pompadour, courtisane Franse Koning Lodewijk XV.


Lage Adel: Juan Antonio Markies van Samaranch. Oud-voorzitter Internationaal Olympisch Comite. Grond Adel: Madame de Pompadour maîtresse
Franse Koning Lodewijk XV en Lage Adel: Herbert Ritter von Karajan oud- dirigent Het Berliner Philharmoniker.

Juan Antonio Markies van Samaranch (Barcelona, 17 juli 1920) is een Spaans diplomaat en sportbestuurder. Van 1980 tot 2001 was hij de voorzitter van
het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Samaranch trad af als voorzitter van het IOC in 2001. Hij werd opgevolgd door de Belg Jacques Rogge.
Samaranch is sindsdien erevoorzitter voor het leven bij het IOC. Samaranch maakte in zijn geboorteland Spanje carrière als diplomaat ten tijde van het
Franco-regime. In 1966 werd hij IOC-lid. Tijdens zijn voorzitterschap heeft hij de Olympische Spelen grootser en commerciëler gemaakt. Samaranch,
die zich tijdens zijn voorzitterschap excellentie liet noemen, stond bekend om zijn calculerende en decadente houding.

Kritiek kreeg hij vanwege de autocratische wijze waarop hij leiding gaf en vanwege de vele corruptie-schandalen binnen het IOC. In 1998 werd hij genoemd
in de zogenaamde 'judas'-affaire, waarin naar aanleiding van een publicatie van Hans van Wissen in februari van dat jaar op de voorpagina van dagblad de
Volkskrant beroering ontstond, omdat Wouter Huibregtsen volgens deze journalist kroonprins Willem-Alexander onder meer een "judas" zou hebben
genoemd. Tijdens de gerechtelijke behandeling van een daarover gerezen geschil, waarin in oktober van dat jaar een uitspraak werd gedaan, werd door
de advocaat van Huibregtsen voor de rechtbank Amsterdam geopperd dat echter Samaranch bedoeld zou zijn geweest.

Jeanne-Antoinette Poisson Parijs, 29-12-1721 - Versailles 15-04-1764, is sinds 1735 Markiezin de Pompadour. Zij was een van de beroemdste maîtresses
van Koning Lodewijk XV van Frankrijk. Ze werd geboren als Jeanne-Antoinne Poisson en er wordt gezegd dat ze de buitenechtelijke dochter was van
Charles François Paul Le Normant de Tournehem, een rijke belastingpachter, die haar wettelijke voogd werd nadat haar officiële vader na een schandaal
het land werd uitgezet. Haar jongere broer was Abel-François Poisson de Vandières, die later de Markies van Marigny werd. Jeanne werd op 19-jarige
leeftijd (1741) uitgehuwelijkt aan Charles-Guillaume Le Normant d'Étiolles, een neefje van haar voogd. Ze kreeg twee kinderen met hem, een jongen die
een jaar na zijn geboorte overleed, en een meisje, Alexandrine-Jeanne (10 augustus 1744). Uit schilderijen blijkt dat ze werd gezien als een mooie vrouw,
en daarnaast was ze populair in de gegoede Parijse kringen.

In 1745 werd zij de maîtresse van de Franse koning Lodewijk XV, nadat een groep hovelingen (waaronder haar schoonvader) haar als courtisane bij
hem hadden aangeprezen. Dit was vlak na de dood van Lodewijk's tweede maîtresse, Marie-Anne de Mailly-Neslé. In februari van dat jaar werd ze
uitgenodigd voor een gemaskerd bal ter ere van de trouwerij van de zoon van de Koning. In maart was ze al een veelgeziene gast en werd daarna 's Konings
maîtresse. Lodewijk IV gaf haar woonruimte in Versailles. Hij kocht ook Pompadour voor haar, de eerste van zes woningen. In juli kende hij haar de rang
van Markiezin van Pompadour toe, en scheidde haar voor de wet van haar man. Op 14 september werd ze officieel aan het hof voorgesteld.

Madame de Pompadour was een intelligente vrouw, met een goed oog voor de in die tijd florerende Rococo-cultuur. Ze bestelde behang bij een kunstenaar
Jean Baptiste geheten, die snel een eigen fabriek begon. Madame had een grote interesse in literatuur. Voordat ze aan het hof verscheen had ze al contact
metVoltaire. Haar invloed op de Franse politiek beperkte zich hoofdzakelijk tot benoemingen van haar gunstelingen, maar ze steunde ook de Hertog van
Choiseul tegenover de Koning. De Hertog, Minister van Buitenlandse Zaken, was voorstander van de verschuiving in de Franse buitenlandse politiek,
ver weg van de opkomende mogendheid Pruisen ten gunste van Frankrijks aartsrivaal, de Oostenrijkse Habsburgers Dit leidde uiteindelijk tot de
Zevenjarige Oorlog, die slecht afliep voor Frankrijk en waar ze publiekelijk verantwoordelijk werd gehouden.

Van Madame de Pompadour zou de historische uitspraak Après nous le déluge! (Na ons de zondvloed!) zijn, woorden die zij tegen Lodewijk XV gezegd
zou hebben, toen deze zich na de nederlaag tegen de Pruisische Koning Frederik de Grote in de slag bij Rossbach in 1757 buitengewoon ongerust toonde.
Samen met haar broer, de Markies de Marigny, plande ze gebouwen zoals het Petit Trianon en rond de Place de la Concorde. De gok- en speelwoede aan
de baccarat-tafel van de courtisane was legendarisch te noemen. Voor die tijd echter niet bepaald uitzonderlijk, eerder gewoontjes. Door haar invloed op
Lodewijk XV, werd de Pompadour beschermster van grote kunstenaars en bekend schrijvers uit die tijd. Onder meer Diderot en diens Encyclopedie had
haar grote belangstelling. Zij stichtte ook de Porceleinfabriek van Sévres - later werd dat merk wereldberoemd - maar ook gaf Madame zich over aan het
dwepen met de ideeën van de filosoof Jean-Jaques Rousseau. Diens boek 'terugkeer naar de natuur' zorgde ervoor dat zij zelfs kippen
ging houden in de tuinen van het Kasteel van Versailles.

Heribert Ritter von Karajan (Salzburg, 5 april 1908 — Anif, 16 juli 1989), eigenlijk sinds het afschaffen van de adel in Oostenrijk, was het Heribert Karajan.
Hij was een Oostenrijks dirigent en tevens één van de meest prominente na-oorlogse musici. Von Karajan dirigeerde vele jaren de Berliner Philharmoniker. In het Oostenrijkse Salzburg geboren en van Armeense afkomst. Zijn familie kwam oorspronkelijk uit het Griekse Ioannina. Hij studeerde van 1916 tot 1926 aan het Mozarteum in Salzburg, waar hij werd aangemoedigd om te dirigeren. Von Karajan ligt begraven in Anif, een voorstad van Salzburg.

Van 1929 tot 1934 was hij eerste Kapellmeister van het Stadttheater in het Duitse Ulm. In 1933 maakte hij zijn debuut op de Salzburger Festspiele, toen hij
de muziek uit de "Walpurgisnachtszene" uit Faust, geproduceerd door Max Reinhardt, dirigeerde. Het daaropvolgende jaar dirigeerde hij, ook in Salzburg,
voor het eerst de Wiener Philharmoniker. Twee maanden nadat Adolf Hitler in Duitsland de macht in handen kreeg, op 8 april 1933, werd hij lid van de
Nazipartij. Van 1934 tot 1941 dirigeerde hij opera's en symfonieconcerten in het operatheater van Aken. In 1935 werd Von Karajan benoemd tot
Duitslands jongste Generalmusikdirektor en trad hij op als gastdirigent in Brussel, Stockholm, Amsterdam en andere steden.

In 1937 maakte Von Karajan zijn debuut met de Berliner Philharmoniker en de Berliner Staatsoper in Fidelio van Beethoven. Hij genoot in 1938 veel
succes in Berlijn met Tristan und Isolde van Richard Wagner. Hij kreeg een contract van de Deutsche Grammophon Gesellschaft, voor wie zijn eerste
opname een uitvoering van de ouverture van Die Zauberflöte met de Staatskapelle Berlijn was. Von Karajan gaf zijn eerste naoorlogse concert in 1946
met de Wiener Philharmoniker in Wenen, maar verder optreden werd hem als gevolg van zijn lidmaatschap van de nazipartij door de Russische bezetters
verboden. Die zomer nam hij anoniem deel aan de Salzburger Festspiele en het jaar daarop mocht hij weer optreden.

In 1948 werd hij muzikaal directeur van de Gesellschaft der Musikfreunde in Wenen. Ook trad hij op met het London Philharmonic Orchestra en
dirigeerde hij in La Scala te Milaan. In 1951 en 1952 dirigeerde hij in het Festspielhaus te Bayreuth. In 1955 werd hij benoemd tot muziekdirecteur voor
het leven van de Berliner Philharmoniker als opvolger van Wilhelm Furtwängler. Van 1957 tot 1964 was hij artistiek directeur van de Wiener Staatsoper.
Hij was nauw betrokken bij de Wiener Philharmoniker, het London Philharmonic Orchestra en La Scala in Milaan. Tot aan zijn dood in 1989 dirigeerde
hij veel en maakte hij ook vele opnames, met name voor cd in latere jaren. Vele symfonieën uit het klassieke repertoire heeft Von Karajan vier- of
vijfmaal opgenomen, omdat hij gebruik wilde maken van de zich steeds vernieuwende registratiemogelijkheden. Hij liet ook veel van zijn
concerten registreren voor film, televisie en video.

Zijn geboorteland onderscheidde hem in 1961 met de Prijs voor wetenschap en kunst; ook was hij ereburger van de stad Wenen. Von Karajan wordt in
muziekkringen veelal als één van de meest prominente uitvoerende musici van de 20e eeuw beschouwd. Aan zijn uitvoeringen valt vooral de aandacht
voor de klankschoonheid op. Hij dirigeerde een bijzonder breed repertoire. Hij had met name grote affiniteit met de werken van Ludwig van Beethoven,
Johannes Brahms, Anton Bruckner en Jean Sibelius. Pas laat waagde Von Karajan zich aan de symfonieën van Gustav Mahler. Op het gebied van opera
excelleerde hij in de werken van Richard Strauss en Giacomo Puccini.

Europse Adellijke Titels en haar voorvoegsels

Aartshertog (Fr. Archiduc; Ger. Erzherzog; Ir. Ard Diuc; Ital. Arciduca; Sp. Archiduque) is de titel van een Souverein waarvan de exclusiviteit is
voorbehouden aan erkende leden van de Oostenrijke- en Lorrainse Habsburgers. Vanaf 1359 betekende deze titel een Hertog van een hogere rang
dan Groothertogen of Hertogen. De titel van Aartshertog werd vermeld in het Privilegium Maius, een naslagwerk, in het leven geroepen door
Hertog Rudolf IV van Oostenrijk. Van orgine was het bedoeld om een heerser van een Aartshertogdom in Oostenrijk aan te duiden. Keizer Karel
IV
weigerde deze rang te erkennen. Hertog Ernest de Ijzeren en zijn nakomelingen eisten toch de titel van Aartshertog op. Het duurde tot het jaar 1453
tot de titel van Aartshertog werd aanvaard door de aan de macht zijnde heerser Keizer Frederick III uit het Habsburgse geslacht.

Vanaf de 16e eeuw, werd de titel van Aartshertog en het vrouwelijke equivalent Aartshertogin steeds meer gebruikt door de leden van het Habsburgse Huis die regeerden tijdens het Heilge Roomse Keizerrijk. Deze rang stond gelijk aan die van Prins in vele andere Koninklijke Huizen. Bijvoorbeeld,
Koningin Marie-Antoinette van Frankrijk was geboren als Aartshertogin van Oostenrijk. De praktijk werd gevolgd door Het Keizerijk van Oostenrijk
(1804-1867) en de Oostenrijks-Hongaarse Keizers (1867-1918). Met het afschaffen van de monarchie en het daarom heen tot stand
gekomen systeem, kwam er een einde aan de Titels, Rangen en Standen in Oostenrijk.

Tegenwoordig zijn de afstammelingen van de Habsburgers gewoon inwoners van de Republiek Oostenrijk. Zij worden eenvoudigweg genoemd bij hun voornaam respectievelijke achternaam Habsburg-Lotharingen. Het gebruik van de aristocratische aanduidingen als Aartshertog is nu onwettig in Republiek Oostenrijk. Niettegenstaande dat, mogen diverse leden van die familie, die inwoners zijn van een ander land, zoals Duitsland, waar de titel een
deel van de naam is geworden, hun rang gebruiken.

Hertog (Arm. Naharar; Fr. Duc, Ger. Herzog, Ir. Diuc; Ital. Doge, Duca; Lat. Dux; Port. Duque; Serb. Herceg; Sp. Duque) is een van de hoogsten graden
van de Adel soms een soevereine titel. De naam is afkomstig uit het Latijn. DUX betekent zoveel als leider of commandant. Speciaal in de militaire
betekenis van het woord, bijvoorbeeld een Generaal. De Engelse naam Warlord is het juiste equivalent uit de Donkere Eeuwen waaruit de term is
ontstaan tot een van adellijke aanzien. De naam DUX werd door de Romeinen gegeven als respect voor hun Generaals die verder geen macht hadden en
uitsluitend heersten over soldaten. De rang ontstond in het eerste deel van de 2e eeuw. Na de scheiding - in de 4e eeuw - tussen civiele en militaire functie's,
werd de Hertog uitsluitend benoemd tot commanderend officier van alle troepen in een bepaalde gebied van de Koning of de Keizer waaronder hij diende.