OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Oranje Nassau Keramiek
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Oranje Nassau Keramiek

Wapens op Porceleine aardewerk Tegels

Westraven was een faience- en tegelfabriek, gevestigd in Utrecht. In 1844 begonnen de broers Huibert en Hendrik Ravesteyn in Utrecht met het maken van handbeschilderde tegels onder de naam Ravesteyn. In 1906 werd de fabriek overgenomen door Frederik des Tombe. Kort daarna werd er ook een potterie afdeling begonnen met gebruiksaardewerk met de naam 'Potterij Rembrandt Utrecht'. In 1917 ging de fabriek failliet maar de bedrijfsleiding gaat met een klein aantal medewerkers door onder de naam 'Faïence- en Tegelfabriek Westraven'. Eind jaren '30 ontwierp de kunstenaar Cris Agterberg duurder en decoratief aardewerk. De pottenbakker Leendert Blok zorgde in de jaren '50 voor vernieuwing bij het aardewerk met het karakteristieke Chanoir aardewerk.
In 1963 werd Westraven overgenomen door De Porceleyne Fles in Delft waar in 1994 het ambachtelijk schilderen stopte en onder de naam Westraven nog uitsluitend tegels werden geproduceerd met transfertechniek.


Cloisonne tegels met Wapen Nederlandse Leeuw, Koningswapen met Je Maintaindrai en het Stamwapen van de Oranje's.

In de omgeving van de stad Utrecht waren al vele eeuwen bedrijven te vinden die bakstenen, dakpannen en, soms, gedecoreerde wandtegels maken.
In 1844 vroegen de gebroeders Huibert en Hendrik Ravesteyn vergunning voor het maken van witte muurtegeltjes en er werd in hun dakpan- en
vloertegelfabriek ‘de Nijverheid’ een schilderslokaal gevestigd. Het was het begin van een honderdvijftig jaar durende productie van tegels, potterie en
bouwkeramiek die vervaardigd en ontworpen werden door hardwerkende vakmensen en kunstenaars. Een fabriek ook met een hechte bedrijfscultuur,
waar mensen vaak lang in dienst bleven. Het nieuwe bedrijf werkte volgens de traditionele methode, waarbij de tegels gevormd worden uit plastische
(= kneedbare) klei en de decoratie met de hand in een witte laag tinglazuur geschilderd wordt.

Dit is opmerkelijk omdat in andere landen, vooral in Engeland en Duitsland, met nieuwe industriële technieken veel efficiënter sterkere tegels gemaakt
konden worden. De hele Nederlandse keramische nijverheid was in de negentiende eeuw in vergelijking hiermee achterop geraakt. Juist in Engeland
ontstond echter een beweging van kunstenaars die de ondergang van het ambachtelijke handwerk door machines betreuren. De bloei van het bedrijf
begon als rond 1860 William Morris, de belangrijkste vertegenwoordiger van deze ‘Arts & Craftsbeweging’, in Engeland geen geschikte handmatig
vervaardigde tegels meer kon vinden en de gebroeders Ravesteyn in staat bleken te zijn om de kwaliteit en de grote aantallen te leveren die hij zocht.
Dit contact was het begin van een intensieve export naar Engeland.


Westravense Cloisonné tegel geboorte Prinses Margiet. Geboortetegel Prinses Beatrix en cloisonné tegel geboorte Prinses Christine.

Rond 1900 werkten er ongeveer tachtig mensen bij Ravesteyn. Er ontstond in deze jaren echter tal van nieuwe ‘plateelbakkerijen’, bedrijven die met
nieuwe technieken modern sieraardewerk en tegels produceerden. Wellicht om deze nieuwe concurrenten bij te kunnen houden trok Hubert Ravesteyn in
1895 Frederik des Tombe als geldschieter aan, die het bedrijf in 1906 helemaal overnam. Willem van Oostveen kwam in dienst en brengt de techniek van
het onderglazuurschilderen mee. Een moeilijke periode maakte de fabriek door wanneer in 1904 het fabrieksgebouw afbrandde. Ook ontstonden
financiële moeilijkheden door toedoen van één van de administratieve medewerkers. Onder de naam 'Potterij Rembrandt Utrecht’ werd in 1906 in de
fabriek een atelier geopend voor modern kunstaardewerk. Dit was evenmin een succes en de pottenbakker die speciaal hiervoor werd aangetrokken,
Pieter Köhler, vertrok na twee jaar met zijn atelier naar Nijmegen.


Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Utrecht. Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Friesland en Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Zuid-Holland.

In 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, kwam het bedrijf opnieuw in zwaar weer terecht, want door grondstofgebrek en wegvallende export naar
Engeland kwam de productie stil te liggen. De fabriek werd geliquideerd maar bedrijfsleider Jan van Luyn pleegde een herstart met een klein aantal
medewerkers door onder de naam N. V. Faïence- en Tegelfabriek Westraven, v/h gebroeders Ravesteyn. In 1920 verhuisde de fabriek naar de
Helling 112 in Utrecht. Er werden bij Westraven zowel bouwkeramische producten gemaakt als Oudhollands beschilderde tegels. De chef van de afdeling
Oud-Holland was Arie Kortenhoff, die daarnaast een uitgebreide serie van tegels met spreuken ontwierp.


Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Overijsel. Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Limburg en Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Zeeland.

Dirk Zwanink was als chef bouwceramiek verantwoordelijk voor de productie van tegels in lijnreliëf. Deze werden gemaakt sinds Westraven in 1922 over
een frictiepers beschikte waarmee tegels onder grote druk uit droge klei geperst worden. Deze tegels deden het goed als op zichzelf staande versiering of
als aandenken en werden daarom vaak ter herinnering aan speciale gebeurtenissen gemaakt. Toen in 1931 directeur R. de Brauw aantrad was ook de
potterie-afdeling inmiddels volwassen geworden. In het assortiment had men traditioneel gebruiksaardewerk dat goed verkocht. Rond 1936 trad de
pottenbakker Leendert Blok in dienst, werd de potterie uitgebreid en kort daarna ontwierp Cris Agterberg enige series aardewerken
vazen en schalen voor de fabriek.

Voor de lijnreliëf- of cloisonnétegels werd ook contact gezocht met ontwerpers van buiten Westraven. Kunstenaars als Hermanus Walstra, Toon Ninaber
van Eyben, Charles Eyck en Henry Schifferstein leveren ontwierpen voor een ‘Religieuze serie’. Tijdens de oorlogsjaren werd er op bescheiden schaal
doorgewerkt en na 1945 ging men weer volop van start. De reliëfafdeling werd met de komst van de jonge graficus Koos van der Sluys flink uitgebreid.
Hij kwam met nieuwe ontwerpen en kreeg in 1950, na het overlijden van Zwanink, de leiding over de reliëftegelproductie die vanaf dat moment flink
uitgebreidde. Hij voerde vele opdrachten uit voor tableaus en losse tegels, die in grote hoeveelheden geproduceerd en verkocht worden.
De pottenbakker Leendert Blok zorgde voor vernieuwing bij het aardewerk en komt met het karakteristieke chanoiraardewerk.


Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Gelderland. Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Noord-Brabant en met het Wapen van Noord-Holland.

In 1959 werd Carl de Jong directeur. Naast verkoper was hij ook liefhebber van kunst en kiest, omdat de markt steeds minder belangstelling toonde
voor het vrij traditionele assortiment van Westraven, voor vernieuwing. Om het tij ten goede te keren werd de keramist Henk Verberkmoes
aangetrokken en kort daarna ook beeldend kunstenaar Hans de Jong. Hij werkte in een aparte ruimte van de fabriek aan plastieken en wanddecoraties
voor toepassingen in gevels en in huizen. Als Hans de Jong voor korte periode naar Amerika vertrekt vroeg hij Helly Oestreicher zijn plaats in te
nemen. Op het atelier volgden kunstenaars elkaar op: In 1966 kwam Heiltje Vollmüller in dienst als ontwerper van tegels en wandkeramiek, vrij snel
gevolgd door Luigi Amati en Willem Lenssinck. Tot de producten in deze jaren hoorden onder meer een serie hoogreliëfs met ambachten,
geïnspireerd op de bekende ambachtsprenten van Jan Luyken maar allengs door Amati op karikaturaal wijze voortgezet.


Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Drenthe. Westraven Cloisonné tegel ter herinnering aan het voorlopig Monument op de Dam en
Westraven Cloisonné tegel met het Wapen van Drenthe.

Email cloisonné is een techniek van emailleren, waarbij gebruik wordt gemaakt van een plaat waarop (edel)metaaldraden zijn gelast die vakjes
(in elke gewenste vorm) vormen; deze vakjes zijn met email opgevuld. Deze vorm van kunst had haar hoogste bloei in de periode van de Byzantijnse
architectuur. Tegenwoordig is China het belangrijkste productieland.

De kosten waren echter hoog en de opbrengsten onvoldoende. In 1963 werden de aandelen van het bedrijf overgenomen door De Porceleyne Fles in
Delft. Halverwege de jaren zestig kwam er een einde aan de lijnreliëf- en potterieproductie en begon men op een afgeschermd gedeelte van de zolder
te experimenteren met gescreende tegels (decoratie met zeefdruk). Hoewel eerder nog werkneemsters van De Porceleyne Fles naar Utrecht kwamen
om daar de techniek van het faïenceschilderen te leren, verloor het ambachtelijk schilderen het van de transfertechniek. In 1986 verhuisde Westraven
naar Groenekan. Er werkten nog 29 mensen en het hoofdproduct zijn tegels met een Oudhollands decor. Uiteindelijk sloot de fabriek in Utrecht
om in 1994 als dochter fysiek opgenomen te worden in de Porceleyne fles in Delft, waar alleen nog transfertegels onder de merknaam
Westraven gemaakt worden.

Westravense Cloisonné tegel Wapen van Prinses Juliana, ontwerp van Dirk Zwanink, 1937-1948. Westraven Cloisonné tegel met Je Maintiendrai, op de achterkant tekst over de eed van Wilhelmina en Westravense Cloisonné tegel Wapen van Prinses Beatrix, ontwerp van Dirk Zwanink, 1938-1950.

In de laaste jaren van haar bestaan fabriceerde Westraven ook andere aardewerk producten. De wapentegels waarop afbeeldingen voorkwamen van
Wapens van Edelen, het Vorstenhuis en van Steden en Provincies. Vele opdrachten kwamen van particuieren, lokale overheden en de Rijks overheid.
Deze Wapentegels werden bij liefhebberes zeer bekend en worden nog zeer regelmatig op een veiling van porselein en aardewerk aangeboden.
De prijzen die er dan voor worden betaald zijn zeer behoorlijk. Onder- en bovenstaand vindt men een greep uit een verzameling van Wapens van het
Koninklijk Huis en diverse van Provincies.


Westraven Cloisonné tegel Koningin Wilhelmina 1898 - 50 Jaren Wijs beleid - 1948.Westravense Cloisonné tegel met de Nederlandse Leeuw en
Westravense Cloisonne tegel ter herinnering aan de Kroning van Koningin Juliana op 6 september 1948.


De Groninger Ommelanden was een verzamelnaam voor de dorpen gelegen in Graafschappen en Heerlijkheden rond de stad Groningen. De
Ommelanden zijn zich met elkaar gaan verenigen na een uitbarsting van ontevredenheid jegens de stad Groningen. De stad Groningen
domineerde namelijk het hele gebied om de stad heen en drong allerlei verplichtingen (o. a. het stapelrecht) op aan de boeren in de wijde omtrek.
Vervolgens maakte de stad misbruik van deze verplichtingen. Tijdens de opstand tegen de Spanjaarden kozen de Ommelanden in 1577 de Staatse
zijde en keerden zich tegen de Spaansgezinde stad Groningen. Alle verdragen met de stad werden opgezegd en zij richtten in 1582 de Groninger Ommelanden op met krijgsvolk en een eigen wapen.


Wapen provincie Groningen 1900

Op de pilastertegel Midden staat het Wapen van de stad Groningen, een dubbelkoppige adelaar. Het wapen symboliseerde gebieden die rechtstreeks
onder het bestuur van deze stad vielen (Gorecht, beide Oldambten, Reiderland en Westerwolde. Het wapen van de Ommelanden ernaast bestaat uit
drie (blauwe) balken en elf (rode) harten. Het is gebaseerd op het oude wapen van de Koningen van Friesland. De drie balken staan voor de drie Ommelanden, Hunsingo, Fivelingo en Westerkwartier. De elf harten verwijzen naar de elf onderkwartieren.

Op de pilastertegel Links staat het Wapen van de stad Rotterdam. In 1299 worden aan Rotterdam (voor de 1e keer) stadsrechten verleend maar deze
worden echter al snel weer ingetrokken. Op 7 juni 1340 worden alsnog stadsrechten verleend door Graaf Willem II van Holland. Men begon vervolgens
direct met de aanleg van grachten rondom de toenmalige stad.

Rechts: Een wapen, ook wel wapenschild genoemd, is een kleurig merkteken dat is verbonden aan een familie of een andere groep bij elkaar horende
mensen. Ontstaan in de vroege Middeleeuwen. Traditioneel werd het wapen gedragen op het schild, de helm, het dekkleed voor het paard en mogelijk
op andere herkenbare plaatsen zodat de herkenbaarheid van de groep in een veldslag gewaarborgd was en eigendommen duidelijk aan de persoon gebonden. Benevens toepassing binnen families wordt het wapenschild tegenwoordig ook vaak gebruikt als een symbool van een land, stad,
gemeente, waterschap of provincie, naast een vlag.