OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Koninklijk Reizen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijk Vervoer

Autopracht

Dit is het tweede deel van de serie Paardenkracht en Autopracht. Deze tentoonstelling werd gehouden op het terrein van het Museum Paleis het
Loo in het kader van 200 jaar Koninkrijk en Koninklijk Staldepartement dat thans onder de supervisie van de Kolonel der Marechaussee,
Wassenaar staat. De dienst staat voor het verstrekken van elk voertuig dat de leden van het Koninklijk Huis of de Koninklijke Familie, alsmede leden
van de regering nodig hebben voor zijn of haar transport, waar ook naar toe. Het Staldepartement heeft in de eerste instantie voldoende materieel
en mocht dit niet zo zijn dan is een telefoontje voldoende om aan de vraag te kunnen voldoen.

Het oude wagenpark met de nieuwe bus

Hier wordt het wagenpark in de ruimste zin van het woord belicht. Oude niet meer gebruikte wagens en andere vervoermiddelen passeren ook de revue.
Bij voorbeeld de Alouette helikopter - Frans origine - die de vijftig (heeft dus Abraham gezien), al is gepasseerd en met pensioen zal gaan.
Aangezien de nieuwe bus erbij staat belichten we die ook. De jeep waarin Prins Bernhard zich pontificaal liet rondrijden tijdens het defilé op paleis
Soestdijk wordt getoond in alle eenvoud. De Jeep is echt een simpel voertuig.

De Aérospatiale Alouette III is een lichte eenmotorige helikopter, oorspronkelijk geproduceerd door de Franse firma Sud-Aviation, (later Aérospatiale
en nu de Eurocopter Group). Een van de kenmerken van het toestel is het karakteristieke metalige geluid dat hij tijdens de vlucht produceert. Een ander
kenmerk van de Alouette III is de in de romp overlopende ovaalvormige glazen cockpit. Deze constructie maakt van de Alouette III een van de
helikopters met het beste uitzicht. De helikopter heeft een niet-intrekbaar landingsgestel bestaande uit stalen beugels aan weerszijden van de romp,
waaraan twee wielen zijn bevestigd en een wendbaar neuswiel.



De Alouette Helikopter (thans met pensioen na 50 jaren trouwe dienst) en vooraanzicht

Tussen 1962 en 1969 werden 77 helikopters van het type Alouette III SE3160/SA-316 geleverd aan de toenmalige Koninklijke Landmacht.
Hiervan werden er 27 geassembleerd door de N.V. Lichtwerk in Hoogeveen. Deze helikopter verving de verouderde Hiller H-23B. Alle Nederlandse
Alouettes waren aanvankelijk egaal donkergroen geschilderd, maar vanaf 1982 werd een zwart-bruin camouflageschema ingevoerd. De helikopters waren gestationeerd op de Vliegbasis Deelen bij het 299 en 300 Squadron en op de Vliegbasis Soesterberg bij het 298 Squadron.

De vier momenteel nog operationele Nederlandse Alouette III SA-316B's - de A-247, A-275, A-292 en A-301 - zijn ingedeeld bij het Defensie Helikopter
Commando van het CLSK. Ze zijn nu donkerblauw geschilderd en hebben, vergeleken met de initiële versie, de SE3160, o.a. een speciaal versterkte
transmissie en een aangepaste "rotor head", die een maximum startgewicht van 2200 kg in plaats van de standaard 2100 kg mogelijk maakt.
De vier toestellen vormen als de Royal Flight/VIP Flight een van de transportmogelijkheden van het Koninklijk Huis, de ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders.


De nieuwe Koninklijke Bus met het nummer AA-81 en de Jeep van Prins Bernhard voorzien van het kenteken AA-47

Bij het veteranen defilé liet Prins Bernhard zich rondrijden in deze jeep. Op deze manier, hij kon moeilijk nog lopen, had de Prins een beter contact met
de mensen die hem na aan het hart lagen. Na het overlijden van Bernhard is dit voertijd in het bezit gekomen van met museum Paleis Het Loo en
staat daar voor een ieder te pronken. Nostalgie ten top. (noot: Het is NIET de jeep waarin Bernhard na de oorlog reed!)

De jeep was afkomstig uit de garage van Paleis Soestdijk. Hij werd uit verschillende onderdelen samengesteld. Het chassis was afkomstig van het type
CJ-2A (2e Wereldoorlog). De grille en de vooruit werden gesloopt van type CJ-3a en zijn net als het chassis naoorlogs. De Nederlandse fabriek die het
oorspronkelijke product had gemaakt heette de Nederlandse Kayser Fabriek. De kinderen van het echtpaar maakten - rond het Paleis - graag gebruik
van dit icoon uit en na de 2e Wereldoorlog.

De huidige bus is geheel van Nederlands fabricaat en gemaakt door het bedrijf VDL/Kusters. De bus is donkerblauw (Royal blue) zoals de personenauto's
van het Koninklijk Staldepartement. De bus telt 25 zitplaatsen en heeft een garderobe en toiletvoorzieningen. De bus vervoert regelmatig gasten
tijdens staatsbezoeken en grote evenementen (zoals een doop of huwelijk). Ook tijdens Koningsdag maakt de Koninklijke Familie gebruik van de
Koninklijke Bus. De oude Koninklijke Bus is in februari 2007 door de Stalmeester overgedragen aan het DAF-museum in Eindhoven.

Ford LTD Cabriolet

De Ford LTD met het nummerbord AA-79 was een van de ceremoniële auto's met dat kenteken. Aanvankelijk werd de wagen in de kleur donkergroen
geleverd. De convertible werd echterin 1985 door het Staldepartement over gespoten in de kleur die meer gebruikelijk was voor het Koninklijk Huis,
namelijk donkerblauw metallic. Tijdens de regeerperiode van Koningin Juliana werd dit nummerbord veelvuldig, liefst negenmaal, gebruikt voor steeds
andere auto's. Ook die wagens waren of open of een cabriolet, hetgeen een ieder de gelegenheid bood om de vorstelijke personen duidelijk waar
te nemen. Het oorspronkelijke bouwjaar van de auto is 1972 en werd vervaardigd door Ford, Dearborn Detroit (VS).


De AA-9 en de AA-49

De wagen met het nummerbord AA-9 is een Austin Sheerline Princess en behoorde ooit toe aan Koningin Juliana. Deze auto was een uit een serie van
luxueuze wagens die werden geproduceerd in de jaren 1947 t/m 1954 door Austin. De eerste auto's van de serie, A110, had een 3460 cc zescilinder
overhead kleppen motor, maar dit werd al snel verhoogd tot 3995 cc met 125 pk (93 kW) en de aanduiding werd toen A125. In eerste instantie alleen
een Saloon versie op een 9-foot-11¼ inch (3 meter) wielbasis chassis werd gemaakt. Later werd dit vergezeld door een limousine versie in eind 1949
op een uitgerekt 11 voet (3,3 meter) chassis, dat ook gebruikt werd voor een lijkwagen en een ambulance. Ook op 37 hundredweight (1850 kg)
voor de salon en 2 ton (2000 kg) voor de limousine was dit een zware auto, en om de prestaties te handhaven monteerde men een lage
eindoverbrenging van 4,55: 1 met 16-inch banden. De sedan versie had een topsnelheid van 82 mph (132 km / h). De productie stopte
in 1954 en Austin's luxe aanbod werd beperkt tot de A135 Austin Princess.

De auto met het kenteken AA-49 was een Minerva die door Prins Hendrik in Antwerpen in 1925 werd besteld. Het stuur zit rechts daar de koetsier, die
opeens tot autobestuurder werd benoemd, rechts op de bok van zijn rijtuig zat. In 1925 kocht Prins Hendrik bij de Antwerpse autobouwer Minerva deze
limousine landauer. De karosserie werd vervaardigd door het Haagse bedrijf Van Rijkswijk. De wagen werd zo vervaardigd dat de bestuurde het zeildoek
aan de achterkant kon openklappen, waardoor het uitzicht ruimer werd en de wind door de haren waaide. Zo ontstond de term 'halfopen auto".
De zeer stille schuivenmotor Knight veroorzaakte een rookpluim uit de uitlaat, die kenmerkend was voor deze auto. De binnenzijde werd bekleed met
laken en het bestuurdescompartiment voorzag men van leer. Voor het zitcomfort van de inzittenden waren de achterwielen kleiner van de voorwielen.
Op de portieren bracht men het wapen van Prins Hendrik aan.


Mercedes SEL Caruna AA-16

Dit is een Mercedes 380 SEL Caruna. Deze is omgebouwd door het bedrijf Caruna tot een volwaardige 4-zitter voor Juliana. Het werk nam 10 maanden
in beslag en er werd zeer veel aandacht besteed aan de details. Bijvoorbeeld konden de zijruiten volledig weg zinken in de portieren. Het sluiten van
het dak neemt slechts 25 seconden in beslag. Recentelijk werd dit voiture volledig gerestaureerd. Naast aandacht aan de techniek nam men het
complete interieur onder handen. Door de zonnige ritten in het Italiaanse Porto Ercole, waar deze wagen werd ingezet, waren de binnenkleuren
van de bekleding niet meer zoals deze moesten zijn. Het bouwjaar was 1985 en de 8-cilinder meet 3839 cm3 met een 130KW/204PK .


Coach of Queen Elisabeth II

Tenslotte nog even een meer dan fraaie Koets. Deze is afkomstig uit de Engelse Koninklijke Stallen. Het voertuig is volkomen afgesloten van de
buitenwereld, zodat niemand kon zien wie erin zat. Koningin Elisabeth II is eigenaresse. Voor deze wagen behoren schimmels en een kledingdracht
die gelijk is aan de Engelse koetsier en lakei. Bij deze dus. Het is een typisch voorbeeld van bouw van koetsen in Great-Britain.

Het woord koets is afgeleid van de plaatsnaam Kocs, een dorp in Hongarije waar het Keizerlijk wagenpark zich bevond. Het eerdere gebruik van een
draagstoel voor het vervoer van hooggeplaatste personen werd rond 1580 vanuit Hongarije door een nieuwe mode vervangen. De nieuwe mode
bestond uit een lichtgebouwde cabine die met vier riemen tussen twee assen was opgehangen. De paarden werden bestuurd door een ruiter op het
linker paard.Deze rijtuigen waren zeer comfortabel in tegenstelling tot boerenwagens en karren zonder vering. Eind 19e eeuw werd de koets voorzien
van een motor, waarna de moderne auto ontstond. In sommige talen wordt hetzelfde woord voor auto en koets gebruikt.