OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Koninklijk Reizen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijk Vervoer

Rijtuigen en Koetsen

De Koninklijke Stallen in Den Haag bezit een aanzienlijke hoeveelheid aan vervoermiddelen, waaronder Rijtuigen en Koetsen van respectabele leeftijd.
Al dit redelijk kostbaar naterieel dient te worden onderhouden meer dan een gewone bus, trein, vliegtuig of auto. Het voorgaande is qua onderhoud niet
zo ingewikkeld. Eigen personeel is uitstekend in staat te zorgen dat elk van de voornoemde voertuigen in uitstekende staat zal zijn als deze worden gebruikt
door de leden van het Koninklijke Huis , de Koninklijke Familie en anderen die uit hoofde van hun functie met een AA-nummerbord mogen rijden.

Bij moeilijker gevallen, koetsen bijvoorbeeld, is er wel degelijk heel behoorlijke kennis in huis bij de Dienst Koninklijke Stallen maar als het op compleet onderhoud aankomt - dus het volledig uiteen halen en herstellen van rijtuigen - dan doet men een beroep op externe bedrijven die gespecialiseerd zijn op
dit gebied. De Glazen Koets is met de Gouden Koets een van de twee gala-berlines van het Nederlandse Koninklijke Staldepartement. De naam van de
koets is ontleend aan het glas dat de ornamentenrand beschermen moet. Deze koets staat in de Koninklijke Stallen in Den Haag.

Men wilde de Koningin voor haar inhuldiging tot Koningin der Nederlanden een passend geschenk aanbieden, dat een blijvende waarde zou hebben.
Het idee werd geboren om een koets te vervaardigen en niet zo maar een rijtuig, iets dat uniek zou zijn stond voor ogen .Er werd een schenkingscomité
in het leven geroepen dat zich belastte met deze moeilijke taak. Voor het schenkingscomité was het een probleem dat Koningin Wilhelmina vóór haar
inhuldiging te kennen had gegeven dat zij ter ere van deze gebeurtenis geen geschenken zou aannemen.

Pas nadat veel brieven en telegrammen verstuurd waren en er heel wat afgepraat was in vergaderingen, besloot de Koningin de koets toch te aanvaarden:
niet tijdens de inhuldigingsfeesten, maar op een nader te bepalen tijdstip. Deze "nader te bepalen datum" werd de dag na de inhuldiging, 7 september 1898.
Op voornoemde dag aanvaardde de jonge Koningin Wilhelmina als inhuldigingsgeschenk van de Amsterdamse burgerij een bijzondere staatsiekaros,
de Gouden Koets
.

De Gouden Koets werd ontworpen en gebouwd door de gebroeders Spijker, de latere autofabrikant. Gewicht is 2500 kg. Het hout van het rijtuig is
gedeeltelijk verguld met bladgoud, maar ook gedeeltelijk beschilderd. De koets is gebouwd in Hollandse Renaissancestijl en voorzien van veel
symbolische ornamenten. De Gouden Koets wordt getrokken door acht paarden. Wilhelmina wilde graag kunnen staan in de koets.
Vandaar de gebogen vorm van de kroonlijst.

De hoogte van de koets levert overigens voor de koetsier problemen op bij het manoeuvreren door de nauwe toegangspoorten van het
Binnenhof. De koets is een berline op acht veren, getrokken door een achtspan. De koets is geheel verguld en rijk versierd met allegorisch lofwerk en
diverse paneelschilderingen van Nicolaas van der Waay. Het interieur is van zijden petit-point-naaldwerk. Dit borduurwerk werd deels verricht door
meisjes uit weeshuizen. Aan weerszijden van de staatsiebok is het nationale rijkswapen opgenomen. De bok zelf is bekleed met rood laken.


De Gouden Koets meer dan 115 jaren oud en de eerbiedwaardige Glazen Koets.

Normaal gesproken wordt de Gouden Koets alleen gebruikt tijdens Prinsjesdag en dat is altijd op de derde dinsdag van September. Toch is er incidenteel
ook op andere gelegenheden van het rijtuig gebruik gemaakt. Bijvoorbeeld bij de doop van Prinses Juliana op 5 juni 1909, die van Prinses Beatrix op
12 mei 1938
, het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard in 1937 en dat van Prinses Beatrix en Prins Claus in 1966 werd de Gouden Koets
ingezet. Tevens tijdens het huwelijk van Willem Alexander met Maxima. Alleen als het Staatshoofd de koets gebruikt, mag deze getrokken worden door
acht paarden, vandaar dat bij het huwelijk van Prins Willem-Alexander en Prinses Maxima deze koets door zes paarden werd getrokken.
Voor de doop van Prins Willem-Alexander werd een auto gebruikt.

Het interieur van de Glazen Koets is gemaakt van rode fluweel,versiert met kwasten van gouddraad. Daarentegen is de binnenkant van de Gouden Koets
schitterend opgemaakt met witte damast waarin het Wapen van de Koning(gin) is verweven. De kwasten vindt men ook daar terug als versiering van de
onderkant van het zitgedeelte. In tegenstelling tot de binnenkant van de deuren van de Glazen Koets is de binnenzijde van die deuren voorzien van schitterende met embroiderie aangebrachte wapens en figuren. Beide koesten stralen een grote élégance uit die kenmerkend is voor koetsen van
Koninklijke huize. Op elke deur van de Koets en iedere zitting en/of rugleuning vindt men het Koninklijk Wapen als teken van waardigheid der passagiers.


Interieur van de Gouden Koets en de Glazen Koets .

De Glazen Koets werd in 1826 in Brussel door koetsenmaker P. Simons gebouwd voor Koning Willem I. In 1830 werd de koets samen met de andere
bezittingen van de door de muitende Belgen verjaagde Oranjes in beslag genomen. Na de erkenning van het Verdrag van Londen (1839) reisde de
Nederlandse opperstalmeester naar Brussel waar een aantal rijtuigen werd verkocht. De Glazen Koets werd vervolgens naar Den Haag overgebracht.
De opvallend grote koets heeft een eenvoudig gevormde donkerblauw gelakte kast die is afgezet met een crèmekleurige brede vergulde lijst van
ornamenten in de vorm van laurier- en eikenbladeren. Op het portier is het koninklijk wapen uit die tijd geschilderd.


De gerestaureerde Glazen Koets

Op het dak rust een vergulde houten koningskroon. Het interieur is bekleed met purper fluweel, de zitkussens zijn bekleed met een verende laag.
De hemel is gemaakt van witte zijde. Het rijtuig heeft zeven ramen met geslepen glas. Het plaatsnemen in een koets met rondom glas was en is het
voorrecht van een Koning of koninklijke Prins. Wanneer de Koning in de Glazen Koets rijdt worden acht paarden ingespannen.
Jarenlang was de Glazen Koets de op Prinsjesdag gebruikte koets, maar tegenwoordig wordt hij alleen nog bij speciale gelegenheden gebruikt.
Zo was het rijtuig te zien bij het huwelijk van Prinses Juliana en Prins Bernhard, en bij het huwelijk van Prinses Beatrix en Prins Claus.


De Gala Berline en de Gala Glas Berline.

In beide gevallen was de koets met acht paarden bespannen, in 1937 voor de moeder van de bruid en Prinses Armgard, en in 1966 voor Koningin Juliana, Prins Bernhard en mevrouw von Amsberg. De Gouden Koets heeft langzaam de plaats van de oudere en eveneens zeer grote en kostbare Glazen Koets
ingenomen. Volgens het protocol heeft Nederland echter twee gelijkwaardige staatsieberlines. Koningin Wilhelmina hield meer van de Glazen Koets dan
de zeer opzichtige Gouden Koets, en is de oudere koets ook na 1900 geregeld op Prinsjesdag blijven gebruiken. Op foto's wordt de Glazen Koets vaak
verward met de minder voorname, door Prinses Margriet op Prinsjesdag gebruikte gala-glas berline. Dat is een omgebouwde gala-berline.

Voor het huwelijk van Prinses Margriet en mr. Pieter van Vollenhoven werden de zijpanelen van de oudste Gala berline vervangen door glas.
Sindsdien vervoert dit rijtuig hen ieder jaar op Prinsjesdag. Deze Gala glasberline werd ook gebruikt tijdens het huwelijk van Prinses Laurentien en
Prins Constantijn als volgkoets voor de beide ouders van het bruidspaar op 19 mei 2001 bij het Kerkelijk huwelijk in Den Haag.
De binnenzijde is geheel bekleed met rood laken.

Deze koets werd ook gebruikt als volgkoets bij de uitvaarten van zowel Prins Claus in 2002 ( 15 oktober).
Ook bij de uitvaarten van zowel Koningin Juliana als bij Prins Bernhard in 2004 werd het rijtuig gebruikt als volgkoets. Bij de uitvaart van Koningin Juliana op 30 maart 2004 namen in een Gala Berline de 4 oudste kleinkinderen van elke dochter plaats en wel Kroonprins Willem Alexander, Prins Maurits, Prins Carlos
en Bernardo Guillermo.

De route ging van Paleis Noordeinde naar de Katholieke Leergangen te Delft en hierna namen de 4 oudste dochters plaats in een auto en vertrokken zij allen richting de Nieuwe Kerk. De te gebruiken koetspaarden
staan in de koetsstal, die volgens traditie allemaal zwart zijn. De soorten wisselen elkaar ieder jaar af voor de rit met de Gouden Koets op Prinsjesdag.

De meeste koetspaarden behoren tot het het Friese Paardenstamboek, het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland of het Stamboek vereniging ter bevordering en instandhouding van het Groninger Paardenras in Nederland.

Opgericht op 27 februari 1982, erkend bij Koninklijk besluit van 28 november 1985. De te gebruiken rijpaarden staan in de rijstal. Zij worden bereden door leden van het Koninklijk Huis en de adjudanten van
de Koningin. Deze paarden zijn erkend luidens het oorspronkelijk stamboek volgens de regels van de
Europese Unie in maart 1995 en hebben diverse kleuren. Het Staldepartement beschikt over zes Gala Berlines. De naam komt van Berlijn, de stad waar het rijtuig in 1662 werd ontworpen. Berlines zijn gesloten rijtuigen, geschikt voor vier personen.

De rijtuigen zijn zwart en ossenbloedrood gelakt en worden met twee of vier paarden bespannen. De Gala Berlines worden regelmatig gebruikt. Zij
v ervoeren bijvoorbeeld de buitenlandse ambassadeurs die bij hun aantreden hun geloofsbrieven gaan aanbieden aan de Koningin op Paleis Noordeinde.
De Gala Glas Berline werd in 1836 gebouwd door de firma Pearce & Co in Londen voor de latere Koning Willem II. De Gala Glas Berline is de oudste
Koninklijke Berline. Prinses Margriet en Prof. mr. Pieter van Vollenhoven gebruikten de Gala Glas Berline bij hun huwelijk.

De Koninklijke stallen beschikken zelf over voldoende medewerkers die in staat zijn de oude ambachten die nodig zijn voor het in goede staat houden van
deze toch wel kostbare antiquiteiten, met verve te hanteren. Zij hebben de aloude kennis verworven voor het o zo broodnodige onderhoud van deze
rijtuigen. Daarom geschiedt dit grotendeels in eigen beheer. Hiervoor beschikt het Staldepartement over speciaal opgeleide vakmensen, zoals een
zadelmaker, een rijtuigen schilder en een beheerder van de galatuigen. Echter ook het Staldepartement onder leiding van de Stalmeester de Kolonel
Wassenaar
, kan niet alle klussen aan. Sommige werkzaamheden kosten of teveel tijd of daarvoor is de kennis niet in huis. Dan doet men een
beroep op externe specialistische kennis.

De Crème Calèche

Op 7 september 1898 aanvaardde de jonge Koningin Wilhelmina als inhuldigingsgeschenk van de Amsterdamse burgerij een bijzondere staatsiekaros, de
Gouden Koets. Voor het schenkingscomité was het een probleem dat Koningin Wilhelmina vóór haar inhuldiging te kennen had gegeven dat zij ter ere van
deze gebeurtenis geen geschenken zou aannemen. Pas nadat veel brieven en telegrammen verstuurd waren en er heel wat afgepraat was in vergaderingen,
besloot de Koningin de koets toch te aanvaarden: niet tijdens de inhuldigingsfeesten, maar op een nader te bepalen tijdstip.
Deze "nader te bepalen datum" werd de dag na de inhuldiging, 7 september 1898.

De Crème Calèche was een geschenk van Koningin Emma aan haar dochter Wilhelmina. De Haagse firma Hermans bouwde het rijtuig in 1898.
De Calèche is ivoorkleurig en versierd met gouden eikenloof. Op het rijtuig prijken twee beeldengroepen van vergulde gratiën met een
gouden Koningskroon, lauwerkrans en zegepalm. De koets wordt door zes paarden getrokken. Twee postiljons sturen het rijtuig vanaf de paarden
linksvoor en linksachter. Koningin Emma wilde de koets zoveel mogelijk reserveren voor familiegebeurtenissen. De Crème Calèche werd ingezet bij de inhuldiging van Koningin Juliana (1948) en die van Koningin Beatrix (1980).
“De Witte Kronings Calèche” beter bekend als de “Crème Calèche”. Vervaardigd bij M. L. Hermans & co. Den Haag in 1898. Nr. 4215
en het aankoopbedrag was fl. 11.000,--.
Ter gelegenheid van haar inhuldiging op 6 september 1898 te Amsterdam, ontving Koningin Wilhelmina de Crème Calèche, een roomwit gekleurd open Gala rijtuig, van haar moeder Koningin Emma als geschenk. Voorop de calèche een beeldengroep van drie gratiën welke de koningskroon heffen, achterop twee gratiën welke een lauwerkrans omhoog houden. Het gehele rijtuig is beschilderd met slingers van eikenblad en eikels. Op de portieren het Koninklijk wapen van 1815; de leeuwen kijken naar voren. Het rijtuig werd voor het eerst in gebruik genomen op 5 september 1898 tijdens de intocht van de jonge Wilhelmina te Amsterdam.

De eerste rijtoer in de Crème Calêche

Het rijtuig moest naast de Glazen Koets- het statie rijtuig voor staatsceremoniën- een functie krijgen als familie rijtuig. In 1908 kreeg de firma Hermans de opdracht voor
het bijmaken van een drafkoffer en lakeienzitting. Zodat het rijtuig ook in draf uitgebracht kon worden. Het rijtuig werd
o. a. ingezet bij verlovingen, huwelijken en regeringsjubilea van achtereenvolgens Koningin Wilhelmina, Juliana en Beatrix.

In 1955 ging de Calèche mee met Koningin Juliana en Prins Bernhard op bezoek naar de Nederlandse koloniën Curaçao en Suriname. Bij al deze gelegenheden werd het rijtuig door 6 paarden getrokken. In 1963 raakte De Crème Calèche tijdens de opening van de Staten-Generaal betrokken bij een ongeval maar de schade bleef gelukkig beperkt.
In 1928 werd het rijtuig opnieuw gelakt. De wapens op de deuren werden vervangen door de modernere versie van 1907; de leeuwen kijken elkaar aan.
In 1929 verving men het witte rubber om de wielen door het meer praktische zwarte rubber. Datzelfde jaar werd het leer van het voorschild en spatborden
vervangen door nieuw lakleer. Over de periode 1929-1985 is van Crème Calèche geen restauratie verslag bijgehouden. In 1985 startte het Koninklijk
Departement in eigen beheer een grootschalige restauratie op. Het onderstel werd grotendeels opnieuw gelakt. In 1998 stond het Departement voor een
groot dilemma. De restauratie bleek een véél te grote klus voor de éénmans schildersafdeling van het Departement. Daardoor waren verschillende delen
pas half klaar. Oude en nieuw gelakte delen pasten niet bij elkaar. De nog aanwezige lakpatijen van 1928 vertoonden ernstige onthechting. De stoffering
zat vol lelijke waterkringen en de constructie had aanzienlijke schade geleden door vochtintrek. Het verval kreeg de overhand.

Men schakelde een gespecialiseerd bedrijf in. Er vond een uitgebreid onderzoek en overleg met textiel- en schilderij restaurateurs plaats. Eind 2000 lag
een voorstel klaar waarin de keuze was verwoord om de Crème Calèche als “kasplantje” te laten voortbestaan of terug te brengen in de oorspronkelijk staat
met behoud van oude details. In 2002 kreeg men eindelijk groen licht. De keuze was gevallen op voorzetting van de opgestarte restauratie stammende uit
het midden van de jaren tachtig. De uitdrukkelijke wens was het rijtuig optimaal inzetbaar te houden. In oktober 2002 werd de restauratie begonnen.


Lantaarns prachtig gerestaureerd. Ook bladgoud, wielen en assen werden vernieuwd.

De wapens, kronen en lakpartijen welke nog een goede hechting hadden en behouden konden blijven, werden gereinigd met een oplosmiddel.
De lakpartijen welke reeds vernieuwd waren en die welke door de jaren heen herhaaldelijk zijn overgeschilderd, dienden tot op het kale hout verwijderd.
Nadat de schade aan de constructie was hersteld, werd een nieuw laksysteem opgezet, waarin de oude Koninklijke wapens en kronen met hun omgeving
praktisch onzichtbaar konden worden geïntegreerd. Tijdens dat onderzoek –eind jaren negentig- kwam aan het licht dat het rijtuig opnieuw was
gestoffeerd. Archief materiaal uit het Koninklijk Huisarchief bevestigde, dat dit was gebeurd in 1928, tijdens de eerste grote restauratie

.Fragmenten van de oorspronkelijke stoffering, een katoenzijden stof met jacquard patroon, werden door het restauratiebedrijf Stolk gevonden. Echter
totaal door gesleten. Tevens vond men de restanten van een Hermelijn vloer- en opstap bekleding. Door fa. Stief te Augsburg - een specialist in het
vervaardigen van dit soort stoffen - werden de gewenste stof en passementen in de oorspronkelijke kleuren en materialen gereproduceerd. Het bedrijf
gebruikte hiervoor de beste kwaliteiten zijde, katoen en wol. Het rijtuig kon daardoor in Augsburg opnieuw worden gestoffeerd. De finishing touch vond
plaats in Balkbrug. Gezien de moderne opvattingen ten aanzien van Hermelijn bont, werd er wollen tapijt als vloerbekleding gebruikt.


Met opengeslagen Huif. Zijaanzicht Koets en van voren naar achteren.

Al het oude materiaal werd aan het Koninklijk Huisarchief over gedragen, ter meerdere zekerheid. Na het stofferen konden de lakwerkzaamheden worden
vervolgd. Snijwerk op body en onderstel werden weer verguld. Naar de traditie van rijtuigschilders gebruikte men weer olie om te vergulden. Voor het
bladgoud werd een kwaliteit gekozen van 23¾ karaat. Tijdens de vele restauraties in het verleden waren er veel eikenblad slingers en verguldwerk niet
meer terug aangebracht op het rijtuig. In 1928 was er geen eikenblad slinger meer aangebracht op de flêche.

Bij de restauratie In de jaren tachtig waren er geen eikenblad slingers meer aangebracht op de achterkanten van de velgen en de drafkoffer. Diverse foto’s wezen uit dat men verschillende uitvoeringen van de eikenblad slinger op de voorkoffer had gestileerd. Wat weer aangeeft dat het rijtuig –door de jaren heen- meerdere keren is over gelakt en door verschillende vakmensen..

Vanuit het Koninklijk Huisarchief werd medegedeeld dat er één foto van vóór de grote restauratie van 1928 was gevonden. Tevens leverde het Nationaal Rijtuigmuseum “Nienoord” te Leek de originele ontwerptekeningen van de Crème Calèche aan. Aan de hand van deze tekeningen en foto kon het lofwerk en verguldsel weer terug worden gebracht op de
originele plekken.

De leren klep- en kap omranding waren enkele decennia geleden vernieuwd maar pasten niet bij het voorscherm en spatborden, waarop in de loop der tijd een mooi craquelé is ontstaan. Besloten werd de klep- en kap omranding te vervangen en te voorzien van een craquelé uiterlijk, zodat het geheel mooi met elkaar kon harmonieeren. De messing sierlijsten werden waar nodig grondig gerestaureerd.

Hersteld Wapen
op de deuren van de Crème Calèche

Bovendien werden nieuwe nageltjes in gesoldeerd. Hierna werden de lijsten opnieuw elektrolytisch verguld. Vlak voordat de laatste vernislaag op het rijtuig gekwast kon worden, werden de lijsten terug geplaatst. Na het af vernissen, werd eerst het onderstel weer samengebouwd.

Vervolgens kon de body met een hefinrichting worden opgetild en probleemloos op het onderstel worden geplaatst. De met rood saffiaan leer overtrokken C-riemen werden op maat gesneden en afgesteld. Juni 2004 was deze restauratie van de Crème Calèche met voorkoffer en lakeienzitting voltooid. Pas in de winter van 2004/2005 konden de beeldengroepen van het rijtuig worden gerestaureerd.

Op 18 juni 2004 werd de Calèche door de Stolk directie persoonlijk overgedragen aan Hare Majesteit Koningin Beatrix. Het mogen restaureren van de absolute topstukken op rijtuiggebied, zoals de Crème Calèche, was voor dat bedrijf een onvergetelijke ervaring waar je uitsluitend terugkijkend pas écht voluit van kan genieten. Hartelijk dank aan het team van medewerkers en adviseurs! Zonder hun was het Stolk nooit gelukt deze fantastische klus te klaren

Bladgoud en bladzilver is te verkrijgen in boekjes vast of los op vloei. De afmeting van de blaadjes is circa 9x9 cm. Vast op vloei Bladgoud is bladgoud dat
op een zijdevloeipapiertje zit geperst. Het zijdevloeipapier heeft iets grotere afmetingen als het bladgoud zodat u een blaadje voorzichtig met de hand uit
het boekje kunt nemen en eventueel met een scherpe schaar op maat kunt knippen. Het goud word geplakt in een laag die op het gevoel droog is, maar nog
juist de exacte kleefkracht heeft om een zo glanzend mogelijk resultaat te behalen. Wordt goud te vroeg geplakt dan 'verzuipt' het en slaat het mat. Wordt
goud te laat geplakt dan is de kleefkracht niet meer voldoende en laat het los. Vanaf een gehalte van 23,5 karaat kunt u het bladgoud buiten verwerken.