OranjeDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Koninklijk Reizen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijk Vervoer

Majesteitelijke Vervoermiddelen

Onze Koning laat zich tegenwoordig rijden in een aangepaste Audi A8L. De wagen, de A8L Remetz Executive is nog 45 cm langer dan de Audi A8L en
heeft een totale lengte van 5.714. Het gewicht, zonder de passagiers en de chauffeur mee gerekend, is 3.725 kg. De wagen is ondanks de bepantsering
uiterst riant ingericht. Overigens bezit dit vehikel iets leuks onder de motorkap waar elke autosportliefhebber van zal gaan kwijlen. Een W12, 6.00 ltr.
motor en die heeft voor het gemak 500 pk en 625 Nm. Over wendbaarheid en snel zijn gesproken ; het monster haalt op zijn slofjes de 250 km p/u.
Prijs van deze luxueuze verplaatsing des Konings op Heir's wegen ligt op meer dan € 500.000,00.


Aankomst Koning en Koningin Paleis Noordeinde


Inzicht binnenkant.

Willem-Alexander, zijn gemalin en hun kinderen kunnen beschikken over een achtercompartiment waar men stil van wordt. Het lijkt wel een rijdend
kantoor op wielen maar dan uiterst comfortabel. Direct achter de voorstoelen bevindt zich een scheidingswand die naar believen doorkijkbaar of
ondoorzichtig kan worden gemaakt, gelijk bij de zijramen het geval is. Twee 10,2 inch LCD-schermen maken samen met een elektrisch uitklapbare
schrijftafel, een kleine koelkast alsook een groot glazen dak onderdeel uit van de vele luxe aan boord. De Koning kan ook beschikken over laptops waar hij, binnen enkele sconden, contact kan leggen met mensen over de gehele wereld. Immers, het voertuig is uitgerust met Wi-Fi en staat voortdurend in verbinding met zijn begeleiders en de Commandocentrale van de Landelijke Verkeersdienst die in Driebergen zijn zetel heeft.


Blik op de middenconsole

Auto KoningAuto Willem Alexander
Op de parkeerplaats tijden een werkbezoek en bij een winkelcentrum, bewaakt doot een motoragent.

Daarnaast kan men gebruikt maken van een heus straalvliegtuig dat door Willem-Alexander mag worden gevlogen daar hij het brevet daarvoor in zijn
bezit heeft. Voor vervoer over kortere afstanden wordt dan de hulp ingeroepen van de Koninklijke Luchtmacht die een helikopter ter beschikking stelt voor
de leden van Oranje-Nassau, inclusief piloot. Het regeringsvliegtuig kan gebruikt worden voor leden van het kabinet en leden van het Koninklijk Huis.
Het toestel heeft de registratie PH-KBX. PH is de internationale luchtvaartcode voor Nederland, KBX staat voor Koningin Beatrix. Het is een Fokker
Executive Jet 70 en biedt plaats aan 24 personen. Dit toestel verving in 1996 de Fokker F28, die sinds 1972
dienst deed als regeringsvliegtuig. Deze had de registratie PH-PBX.


Fokker 70 PH-KBX stijgt op. Co-piloot W.A. van Oranje-Nassau-van Amsberg en Fokker 70 PH-KBX is geland.

De Fokker 70 heeft de volgende specificatie's: Lengte 30,91 m, Spanwijdte 28,08 m ,Hoogte (vanaf de grond) 8,49 m, Interieurbreedte 3,30 m Max.
aantal passagiers 80, Leeggewicht 33.565 kg, Max. startgewicht 37.995 kg (variabel), Max. brandstof 7.664 kg (zonder center-tank) of 10.692 kg
(met center-tank), Motoren 2x Rolls-Royce Tay 620-15, Max. stuwkracht per motor 13.700 lbs, Kruissnelheid Mach 0,73,
Kruishoogte 35.000 voet of 10.670 m, Max. reikwijdte 1.900 km.

De inzet van het regeringsvliegtuig wordt gecoördineerd door de coördinator luchtvaart bij de Inspectie Verkeer & Waterstaat. De vluchten worden
uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van KLM Cityhopper (KLC). Om de gevolgen van CO2-uitstoot te verkleinen wordt door middel van investeringen in een CO2-reductieproject de uitstoot per gevlogen uur van de KBX gecompenseerd. Dit geldt voor de vluchten van leden van het kabinet en voor de
vluchten van de leden van het Koninklijk Huis. KLC heeft hiertoe opdracht gekregen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat en op 17 september
2009 een contract afgesloten. De compensatie wordt met terugwerkende kracht berekend vanaf 1 januari 2007.

De Fokker 70 is in ons land gebouwd door Fokker Vliegtuigfabrieken op Schiphol, die allang failliet zijn. . De Fokker 70 is een tweemotorig
verkeersvliegtuig voor regionale vluchten. Doordat de motoren aan de achterkant van het vliegtuig geplaatst zijn is het voor de passagiers een
geluidsarm toestel. Het vliegtuig is ontwikkeld door Fokker in Nederland en de eerste is in dienst genomen in 1993. De Fokker 70 was een kleinere variant
van de Fokker 100 die op zijn beurt weer een doorontwikkelde variant is van de Fokker F-28.

Tussen 1993 en 1997 werden er 48 exemplaren van gebouwd. Grootste gebruiker van het type is KLM Cityhopper, met 26 vliegtuigen (december 2009).
Ook is er een Fokker 70 in dienst als Nederlands regeringstoestel. In feite was de eerste Fokker 70 een 'doorgezaagde' Fokker 100.
Bij het tweede prototype van de Fokker 100, de PH-MKC werden er 2 secties van het vliegtuig verwijderd en dus 4 meter korter werd.
Dit vliegtuig had 3 vrachtdeuren, in tegenstelling tot 2 van de reguliere Fokker 70.

Voor vervoer via de rails beschikt de Koning over Koninklijke Rijtuigen die worden onderhouden door de Nederlandse Spoorwegen en - uiteraard -
hiervoor een locomotief ter beschikking stellen om de wagons te trekken. De wagons worden gestald en onderhouden in de NS-remise te Utrecht.


De Koninklijke trein vertrekt en arriveert uit Denemarken.

Het is natuurlijk prachtig als je een rijtuig bezit dat voorzien is van alle denkbare en toepasbare snufjes die het reizen zo aangenaam mogelijk maken.
Maar, wij als eenvoudige onderdanen van de Majesteit, kunnen ons onderstaande luxe echt niet veroorloven. Een doucecabine, een slaapvertrek,
een riante zithoek en ook nog een conferentieruimte met Internetaansluiting, is voor de leden van het Koningshuis heel gebruikelijk. Dat hoort nu
eenmaal bij de status van Staatshoofd. In 1933 was het al luxueus maar tegenwoordig heb je er - en passant - ook een bar bij
(rechterfoto en achterin). Hmmm, U zei, 'Prins Pils?'


Een slaapvertrek uit 1933 en zitbank uit dezelfde periode en de modern ingerichte Koninklijke Trein met achterin een goed gevulde bar.

En ook hiervoor hebben wij een museum. Het spoorwegmuseum in Utrecht. Op 7 januari 1927 werd de Stichting Nederlandsch Spoorwegmuseum
opgericht. De collectie werd ondergebracht in een nu verdwenen gebouw van de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht, waar op 1 december 1928 het Spoorwegmuseum officieel werd geopend. De collectie omvatte voornamelijk afbeeldingen, documentatie en spoorse attributen. In 1935 verhuisde het museum naar NS-Hoofdgebouw I aan het Moreelsepark. In de jaren dertig werden de eerste initiatieven genomen tot behoud van oud
spoorwegmaterieel van historisch belang. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden ging een deel hiervan alsnog verloren. Het uitbreken van
Tweede Wereldoorlog betekende het begin van onzekere tijden voor het Spoorwegmuseum.

Nieuw Spoorwegmuseum Museum in 1876
Spoorwegmuseum verniuwd en in 1876.

In oktober 1941 was er geen ruimte meer voor een museum in Hoofdgebouw I en moest een andere locatie worden gezocht, die gevonden werd in de oostvleugel van het Rijksmuseum te Amsterdam, waar de collectie vanaf 30 mei 1942 te bezichtingen was. In september 1944 moest het Rijksmuseum sluiten. Na de oorlog werd de collectie van het Spoorwegmuseum opgeborgen op een bovenverdieping van het Amsterdamse Centraal Station,
in afwachting van het vinden van een nieuwe locatie. In 1951 wees dr. ir. F. Q. den Hollander, toenmalig president van NS, het in 1939 gesloten Maliebaanstation in Utrecht aan als locatie voor het museum. Na verbouwing kon het museum op 5 november 1954 officieel geopend worden.
Er was hierveel meer ruimte om de collectie aan het publiek te tonen. Ook kon nu, op de sporen van het voormalige station, historisch materieel
opgesteld worden ter bezichtiging. Tot 2003 was de lange rij historische stoomlocomotieven langs het
eerste perron het meest in het oog vallende deel van deze collectie.

In 1988-1989 vond een grote verbouwing plaats. De inrichting van het stationsgebouw werd geheel vernieuwd en volgens de toen moderne inzichten ingericht. Deze inrichting heeft tot 2003 bestaan. Ook het achterterrein werd verder bij het museum getrokken en nieuw ingericht met een 'spoorlandschap'. Het was nu ook mogelijk om rondjes te rijden, zowel op schaal als op ware grootte.

Ook werden enkele gebouwtjes opgesteld, zoals het seinhuis uit Hoogezand-Sappemeer en een overweghuisje uit Elst (Gelderland). Ook een der oudste spoorbrugjes uit Halfweg was hier aanwezig. Voorts werd een pendeldienst ingesteld tussen het Utrechtse Centraal Station en Station Maliebaan (via Lunetten). Latere toevoeging uit de jaren negentig was de goederenloods uit Nijverdal

Aankomst van Koningin Beatrix die het oude Koninklijk
rijtuig aflevert aan het Spoorweg museum.

van 1881,waar onder andere een restaurant in kwam en het nieuwe gebouw op het achterterrein met een grote modelspoorbaan. De in de loop der jaren gegroeide materieelcollectie werd in de jaren negentig voor een groot deel gerestaureerd en voor een deel in rijvaardige toestand gebracht. Stalling (gedeeltelijk) in de openlucht deed deze treinen geen goed. Daarom werd er naar gestreefd een geheel overdekte museumruimte te bouwen.

In 2002 werd besloten het museum opnieuw ingrijpend te verbouwen. Het stationsgebouw uit 1874 werd na de sluiting in september 2003 weer geheel leeggehaald en nu grotendeels teruggebracht in de 19e eeuwse staat, aangevuld met de Koninklijke wachtkamer afkomstig uit het in 1973 gesloopte station Den Haag Staatsspoor.

Na verbouwing kon het museum op 5 november 1954 officieel geopend worden. Tot 2003 was de lange rij historische stoomlocomotieven langs
het eerste perron het meest in het oog vallende deel van deze collectie. In de loop der jaren kwam er meer spoor- en ook tramwegmaterieel
naar het museum en in de jaren vijftig en zestig kwam ook het voorterrein vol te staan met rollend materieel dat sterk te lijden had onder de weersomstandigheden. Een eerste verbetering was de bouw van een perron met overkapping op het achterterrein vond plaats in 1975.
Vervolgens kwam in 1977 nog een uitbreiding tot stand. Kennelijk was dit niet voldoende en de eerste grote verandering begon in de jaren '80
toen deze laatste afdeling werd heringericht om ook de nieuwste ontwikkelingen te kunnen tonen. Het achterterrein werd ook voor
het grootste deel ontruimd en geheel nieuw ingericht.


De oudste Nederlandse elektrische trein, ZHESM-motorrijtuig MBC 6, bouwjaar 1908 en Replica van locomotief 'De Arend' onder stoom.
De eerste Nederlandse trein, uit 1839.


Er kwam een groot nieuw museumgebouw waar het museum zijn collectie nu toont in vier 'werelden'. De presentatie is veel meer dan vroeger
sterk gericht op het vermaken van een groot publiek met kinderen en voor personeelsfeestjes etc. De inhoudelijke kant van het museum is daar ondergeschikt aan gemaakt. De collectie is een soort ‘achtergrond’ hiervoor. Dit geldt ook voor de schilderijen, prenten en attributen.
Er is veel aandacht besteed aan de aankleding met decorstukken. Er is duidelijk een keuze gemaakt van'van alles een beetje' om een groot
publiek te vermaken. Dat deze doelstelling bereikt is blijkt uit de na de heropening in juni 2005.