OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Orde van het Gulden Vlies
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Soevereine Ridderorden

De Orden van het Gulden Vlies

De Orde van het Gulden Vlies (Frans: Ordre de la Toison d'Or, Duits: Orden vom Goldenen Vlies, Spaans: Orden del Toisón de Oro) is een
exclusieve Ridderorde. De Orde werd op 10 januari 1430 in Brugge ingesteld door Filips de Goede, Hertog van Bourgondië, bij gelegenheid van
zijn huwelijk met Isabella van Portugal. De Orde van het Gulden Vlies was de tegenhanger van de Engelse Orde van de Kousenband,
die uit 1348 dateert.

De leden van de orde kwamen regelmatig bijeen op zogenaamde kapittel-bijeenkomsten, voor het eerst op 22 november 1431 te Rijsel. De locatie van
deze bijeenkomsten verschilde, maar werd vaak in steden gelegen in de Zuidelijke Nederlanden gehouden. Tijdens de regeerperiode van Filips de
Goede kwam dit neer op 11 bijeenkomsten, en tijdens de regeerperiode van Karel de Stoute, die hem opvolgde als Hoofd van de Orde, werden er
twee bijeenkomsten gehouden. Deze kapittel-bijeenkomsten duurden meerdere dagen. Gedurende deze dagen waren er een aantal vaste elementen.
Zo werden nieuwe leden gekozen als er plaatsen waren vrijgekomen wegens het overlijden van een lid. Ook werden er missen opgedragen
voor de overleden leden.

Daarnaast konden leden verschillende zaken inbrengen die met de Orde te maken hadden. Leden hadden ook het recht de Hertog te adviseren over
militaire en staatszaken. De laatste maal dat er sprake was van kiesvrijheid was tijdens het drieëntwintigste kapittel in 1559 te Gent. Nadat Antoon II
van Lalaing tegen de wens van de soeverein tot ridder was gekozen, eigende Filips II zich het alleenrecht toe om nieuwe leden te benoemen.
Hiervoor kreeg hij op 15 oktober 1577 de pauselijke machtiging van Gregorius XIII.

Met de instelling van deze Orde wilde Filips de Goede nog meer aanzien geven aan zijn dynastie. De nieuwe Orde was uitsluitend bestemd voor een select gezelschap waarmee de Hertog zijn beste medewerkers en buitenlandse bondgenoten kon eren. De Orde werd erkend door de Paus en geniet Pauselijke privileges. Een van de voorrechten van de Ridders in deze Orde is dat zij van de Paus het recht hebben gekregen om in hun slaapkamer een mis te laten opdragen. Dit voorrecht delen zij met hoge geestelijken en katholieke Vorsten.

De Orde bestond aanvankelijk uit dertig ridders, vier officieren: een schatbewaarder, een wapenmeester, een kanselier en een griffier, met aan het hoofd de Hertog van Bourgondië. De Heer der Nederlanden was tevens het hoofd van de Orde, dus na Filips de Goede werd deze functie bekleed door vervolgens Karel de Stoute, Filips de Schone, Karel V, Filips II, etc. De Orde verloor zijn Grootmeester uit het Huis Valois toen Karel de Stoute helaas sneuvelde in de Slag bij Nancy in 1477.

Grondlegger Filips de Goede

De Orde bleef in handen van zijn dochter Maria van Bourgondië en haar echtgenoot Maximiliaan van Oostenrijk uit het huis Habsburg. Hierdoor namen de Habsburgers, als opvolgers van de titel "Duc de Bourgogne", de soevereiniteit over van de Orde. In 1516 wijzigde Karel V, Keizer van het Heilige Roomse Rijk, Koning van Spanje en Heer der Nederlanden, de statuten van de Orde en er werden nu vijftig ridders benoemd in plaats van dertig. Dit werd in hetzelfde jaar bevestigd in de bul van Paus Leo X, waarbij tevens de stichting van de Orde werd bevestigd door de Paus. De bul bevindt zich sinds 1934 in het Haus-, Hof- und Staatsarchiv in Wenen. De pauselijke privileges, toegekend door de bul van Paus Leo X, tonen aan dat deze Orde in feite een religieuze gemeenschap was. De vergaderingen moesten plaats hebben in een kerk, waarbij de leden van de Orde een gereserveerde plaats hadden in het koorgestoelte - plaatsen anders voorbehouden aan de clerus. Hierdoor vindt men in verschillende kerken de wapenschilden van de ridders van de Orde in het koorgestoelte (Gent, Brugge, Mechelen, Barcelona).

Karel V, Keizer van het Heilige Roomse Rijk, Koning van Spanje en Heer der Nederlanden heeft de Ridders slechts eenmaal tijdens zijn
lange regering bijeengeroepen voor een kapittel. Dat werd in Barcelona gehouden. Karel liet de titel van Grootmeester na aan zijn zoon Filips II. Maar
Karels broer, Ferdinand, die na de abdicatie van Karel V Keizer werd, eigende zich het recht toe om ridders in deze orde te benoemen. De vliesridders
waren niet onderworpen aan de wereldlijke rechtsmacht, maar aan het eigen gerecht van de Orde. Tijdens de regering van Filips II werd deze bepaling
genegeerd. De veroordeling in 1568 door de "bloedraad" en de daaropvolgende terechtstelling van de Graven van Egmond en Hoorne, beiden
Ridder van het Gulden Vlies en dus onschendbaar, was immers in strijd met deze bepalingen. Er werden in de daaropvolgende jaren geen
kapittelvergaderingen meer gehouden om Koning Filips II de schande te besparen hiervoor ter verantwoording geroepen te worden.
De gerechtelijke moord op de twee vliesridders belandde netjes in de bekende doofpot.


Oostenrijkse Ordeketting Gulden Vlies en Spaanse Ordeketting Gulden Vlies.

In de 16e eeuw ontstond dus, naast de Spaanse tak ook een Oostenrijkse tak van de Orde. De Spaanse en Oostenrijkse kanselarijen
correspondeerden vruchteloos over deze kwestie totdat in 1700 met de dood van Karel II de Spaanse Habsburgers uitstierven. Filips van Anjou,
kleinzoon van Lodewijk XIV, uit het huis Bourbon, die in 1700 als Filips V Koning van Spanje werd, noemde zich, zonder dat hij daar een overtuigend
recht op kon doen gelden, Grootmeester van deze orde. Oostenrijk protesteerde tevergeefs. De laatste Habsburgse Keizer stierf in 1766. Zijn dochter, Keizerin Maria Theresia, erfde van haar vader niet alleen zijn grondgebied maar ook de zeggenschap over de Orde. Het Huis Habsburg-Lotharingen
erfde aldus de titel met de Oostenrijkse landen en de Oostenrijkse Nederlanden. De schat van de Orde werd eeuwenlang in Brussel bewaard
maar moest in 1794 voor de oprukkende Franse troepen worden gered. Men bracht de kostbaarheden naar Wenen.

Jozef Bonaparte, Napoleons oudere broer, zag zich als Koning van Spanje de Grootmeester van deze Orde. Hij verleende het Gulden Vlies aan zijn
broers Napoleon I en Lodewijk Napoleon, Koning van Holland. Keizer Napoleon heeft op zijn beurt een "Orde van de Drie Gulden Vliezen" willen
instellen. De keuze van de naam van deze orde wees erop dat hij een derde Orde wilde instellen, hoger in rang dan de Spaanse of Oostenrijkse tak.
Deze Orde is niet tot bloei gekomen door het protest van de Légion d'Honneur, dat niet op de tweede plaats wilde komen. In 1815 speelde Koning
Willem I der Nederlanden met de gedachte om het Gulden Vlies in zijn rijk, dat grotendeels de landen van Bourgondische Hertogen omvatte,
als een Nederlandse tak van de Orde in te stellen. Daar kwam het niet van, waarschijnlijk omdat 's Konings oudste zoon al ridder in de
Spaanse Orde was. Nederland zou daarmee ook de Habsburgers voor het hoofd hebben gestoten.

Na de restauratie (het herstel van de monarchie van de Spaanse Bourbons) in 1813 zag men de Spaanse tak van de Orde van het Gulden Vlies als
een civiele ridderorde die ook kon worden verleend aan protestanten zoals de Hertog van Wellington, Koning George IV van het Verenigd Koninkrijk
en de Prins van Oranje, de latere Koning Willem II. Na de abdicatie van Koning Alfons XIII in 1931 was de Spaanse tak van de Orde jarenlang een
zelden verleende Huisorde van de Spaanse Koningsfamilie, totdat de monarchie met Juan Carlos weer hersteld werd in 1975. De Spaanse Koning
verleende de Orde van het Gulden Vlies de afgelopen jaren aan vooraanstaande Spaanse edelen, goede vrienden en bevriende staatshoofden.
Keizer Akihito van Japan liet de zware gouden keten in zijn Madrileense hotelkamer liggen. De keten, die bij het overlijden van
een ridder terug moet worden gebracht naar Spanje, is sindsdien zoek.

De Oostenrijkse tak van de Orde bleef steeds het exclusieve bezit van het Hoofd van het Huis Habsburg en houdt zich, tot op heden, aan de oude statuten. De laatste Keizer, Karel I, nam in 1918 de kostbare gouden ordetekenen mee in ballingschap en gaf ze in bewaring aan zijn Zwitserse advocaat. Maar deze verduisterde het goud en verdween. De "Ordensschatz" bleef achter in Wenen. De belangrijkste stukken worden bewaard in de "Weltliche Schatzkammer" in het Kunsthistorisches Museum in Wenen, waaronder het "Schwurzkreuz", het kruis waarop pasbenoemde ridders de eed aflegden.

De Oostenrijkse tak is eeuwenlang geregeld in kapittel bijeengekomen en ook nu nog vinden plechtige bijeenkomsten van de Orde plaats. Karl Habsburg-Lothringen is "Hoofd en Soeverein" van de Orde. Koning Juan Carlos I van Spanje is "Soeverein". Karel IV van Spanje nam in 1805 koning Lodewijk Napoleon van Holland op in het Spaanse Gulden Vlies. In 1814 en 1816 volgden de Prins van Oranje en Koning Willem I. Koning Willem

Keizer Ferdinand I van Oostenrijk
Grootmeester Oostenrijkse Orde

III werd in 1842 Ridder en de Kroon Prins in 1863.
In 1924 werd ook Prins Hendrik Ridder van het Gulden Vlies. Al deze protestantse vorsten konden niet toetreden tot het Oostenrijkse Gulden Vlies. De protestantse Belgische koning Leopold I werd in 1835 in het Spaanse Gulden Vlies opgenomen. Het symbool van de Orde is een klein gouden ramsvacht met kop en poten, door een ring gehaald, hangend aan een gouden keten, waarvan de 52 schakels het Bourgondische vuurslagmotief vertonen.

De naam van de orde verwijst waarschijnlijk naar de Griekse mythologie. Een gulden vlies komt voor in de sage van Jason en de Argonauten die het Gulden Vlies moesten bemachtigen, een gouden ramsvacht. Het is onduidelijk waarom Filips de Goede niet voor een meer gebruikelijk Bijbels thema of voor een heilige koos toen hij de naam en het kleinood van zijn Ridderorde vaststelde. Er zijn achteraf meerdere verklaringen gegeven. Het Gulden Vlies zou suggereren dat de Bourgondische dynastie afstamde van de Trojanen en er is, eveneens achteraf, ook een bijbelse verwijzing gevonden in het Oude Testament.

De eerste Kanselier van de Orde, Jean Germain, Bisschop van Chalons verwees naar een passage in Richteren waar Gideon een ramshuid op de
grond moest leggen en de daarop verzamelde dauw een teken Gods betekende voor zijn uitverkiezing. Deze passage, Richteren 6:37 wordt gelezen
als een aankondiging van de geboorte van Christus. De tweede kanselier, Guillaume Fillastre verwees naar de vijf andere ramshuiden waarvan in h
et Oude Testament sprake is. Een andere, meer politieke, verklaring voor deze naam is het feit dat Filips de Goede (Jason) zijn belangrijkste
leenmannen (de Argonauten) in een klein gezelschap plaatste waardoor deze zich belangrijker voelden dan de andere leenmannen, die niet in
de oOrde zaten. Zo voorkwam Filips de Goede dat zijn leenmannen in opstand kwamen en hield hij de personele unie bij elkaar.
Politiek gekonkel van de eerste orde.

Hals Ordeteken Spaans Gulden Vlies


Spaans middenstuk

Oostenrijks middenstuk

Hals Ordeteken Oostenrijks Gulden Vlies

In de 15e eeuw werd het Gulden Vlies aan een zware keten van geschakelde vuurslagen gedragen. De Ridders werden geacht hun keten altijd te
dragen. Door duidelijk te maken wie en wat werd vertegenwoordigd, liep men zo een groot risico. De schitterende en zware Gouden ketting
viel in het slagveld en ook normaal al op. Dieven en andersoortige figuren die wel wat geld meer konden gebruiken, werden daardoor aangetrokken.
Er zijn aardig wat Ridders van het Gulden Vlies vermoord alleen omdat zij deze ketting continue droegen. Anderzijds was er ook het gewicht.
In de strijd kon dit weleens fnuikend zijn. Ook daardoor zijn Ridders van die Orde veelvuldig omgekomen. Omdat dat onpraktisch was, stond
Karel V hen in 1516 toe om ook een lichtere keten of een zijden band te gebruiken. Op die manier kon
het Ordeteken nog fatsoenlijk zichtbaar worden gemaakt.

Halslint Spaande Orde van het Gulden Vlies, de volledige setting van de Spaanse juwelen van de Orde en halslint van de Oostenrijkse Orde.

In de 16e eeuw koos men bij minder formele gelegenheden voor lichtere ketenen van kleine ronde schakels. In de 18e eeuw werd het Gulden Vlies
steeds vaker samen met de vuurslag en een steen met geëmailleerde vlammen aan een rood lint om de hals of op de borst gedragen.
Deze draagwijze werd al snel de norm aan de Europese hoven, en de keten en de habijt raakten in onbruik. De keten werd alleen nog bij de
verlening gebruikt. Op de blauwe gesp van het halssieraad stond nu "PRETIVUM LABORVM" en "NON VILE" geschreven wat "als beloning voor
prestaties" en "niet te koop" betekent. De adelsgemeenschap was nu ook een "Orde van Verdienste" geworden.


Prachtig gemaakte Herautenketting voorzien van de versierselen van de Orde van het Gulden Vlies

In de 18e eeuw werden de halssieraden, die privébezit waren en niet zoals de keten na de dood van een Ridder teruggegeven moesten worden,
vaak in strijd met het reglement met diamanten en robijnen versierd. De door Filips de Goede ingevoerde ordekleding bestond uit een rode mantel.
De hoofdbedekking was in de eerste jaren niet uniform, maar Karel de Stoute verordende een rode "chaperon", een baret met een lange huik.


Het rouwgewaad Orde van het Gulden Vlies en het dagelijks kostuum.

Er was ook een zwart rouwgewaad. In de late 18e en vroege 19e eeuw raakte het ornaat in onbruik. De vroege 19e eeuw zag een korte opleving van
het gebruik, maar na 1830 werd het kostuum ook aan het Weense hof niet meer gezien. Voorts er waren geen investuren en feestelijke maaltijden
meer en alleen de Oostenrijkse Keizers lieten zich nog in de mantel afbeelden.