OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Légion d' Honneur
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Soevereine Ridderorden

Leden van het Legioen van Eer

De onderscheiding kan ook aan niet-Fransen worden uitgereikt. Zo kregen op 19 februari 1999 een aantal Amerikaanse oud-strijders uit de Eerste
Wereldoorlog, die in Frankrijk hadden gevochten, de onderscheiding. Piloot Eugene Bullard had in 1959 reeds individueel de onderscheiding ontvangen.
Alle geallieerde veteranen van deze oorlog zijn in 2004 in de Orde opgenomen. De Duitse politici Gerhard Schröder en Edmund Stoiber zijn Grootkruis
resp. Commandeur in de orde, evenals Amerikaans komiek Jerry Lewis. Ook de omstreden Deense kunstenares Gerda Wegener (1885-1940) werd
onderscheiden. Jan Willem de Winter, Graaf van Huessen (Kampen, 23 maart 1761 - Parijs, 2 juni 1812) is de enige Nederlander die in het Panthéon
begraven ligt, naast grote Fransen als Voltaire, Rousseau, Victor Hugo, Émile Zola en Marie Curie. Een man die ook het Grootkruis van het Legioen
van Eer kreeg voor zijn Franse heldendaden is Jan Willem de Winter die ooit tè omstreden was, werd lange tijd verzwegen en uiteindelijk vergeten.

De Belgen zijn met betrekking tot de laatste jaren goed vertegenwoordigd. De culturele, politieke, economische en militaire banden tussen België en Frankrijk waren steeds nauw. Een groot aantal politici en prominente Belgen werd daarom in het Legioen van Eer opgenomen. Hieronder enige namen:

Naam Functie Rang onderscheiding
Adrien-Joseph Heymans schilder ridder
Albert Frère zakenman grootkruis
André Cottenie hoogleraar officier
Annemie Neyts politica ridder
Axelle Red zangeres ridder
Christine Van Broeckhoven hoogleraar en politica ridder
Derrick Gosselin hoogleraar ridder
Eddy Merckx sportman commandeur
Gerard Mortier opera-intendant ridder
Herman De Croo politicus ridder
Joseph Wauters politicus officier
Louis-Prosper Gachard algemeen rijksarchivaris ridder
Philippe Herreweghe dirigent ridder
Pierre Wynants kok ridder
Stefaan De Clerck minister en burgemeester ridder
Zuster Emmanuelle geestelijke commandeur

De banden tussen Nederland en Frankrijk waren minder nauw dan die tussen de buurlanden Frankrijk en België.
Toch werden ook in Nederland velen in het Legioen van Eer opgenomen.


Een zeer opmerkelijk naam die in de onderstaande rij van leden opvalt is die van Jan Willem de Winter, een Nederlander die Frans Brigade Generaal was
en last but nog least ook nog eens werd begraven in Het Panthéon in Parijs. Wie was die man en hoe werd hij een zeer hoge Franse militair. Het jaar van
zijn geboorte is niet erg duidelijk; veel bronnen noemen 1750 en Texel als geboorteplaats. De Winter ging al op jonge leeftijd in dienst bij het Staatse leger
(1769). In 1778 trad hij toe tot de Admiraliteit en onderscheidde zich in de Slag bij Doggersbank (1781) onder Zoutman en Van Kinsbergen. Ook De Winter
had in deze zaak de kant van de patriotten, de anti-Engelse en anti-stadhouderlijke partij, gekozen. Na de komst van een Pruisisch leger in september 1787
vluchtte hij naar Frankrijk. In 1788 voegde De Winter zich bij het Franse leger en in 1792 bij het Bataafs Legioen. Hij werd in juni 1794 bevorderd tot
Brigadegeneraal, Kort daarop vertrok het Franse leger onder Pichegru naar het noorden.

In september 1794 bestookten Daendels en De Winter drie weken lang Den Bosch. Pichegru trok vervolgens door de Over-Betuwe naar Nijmegen dat op
7 november werd veroverd. Hierna stokte de opmars vanwege de zeer strenge winter. Op 8 januari trok een voorhoede de Waal over. Eind januari 1795
vond onder leiding van De Winter de overgave van de Nederlandse vloot aan de Franse cavalerie in Den Helder plaats. De temperatuur daalde op die dag
tot -23°. Zijn militaire ervaring kwam het nieuwe bewind in de Bataafse Republiek goed van pas; in 1796 werd hij aangesteld als viceadmiraal van de
Bataafse vloot. Op 7 juni 1796 gaf De Winter order aan alle commandanten van 's lands oorlogsschepen (waaronder viceadmiraal H. Reintjes) duidelijk
een nummer te voeren. Er werd een vloot naar Suriname voorbereid om te voorkomen dat Engeland de kolonie zou overnemen.

In mei 1797 ging hij met Daendels naar Parijs om te onderhandelen over een nieuwe gezamenlijke actie tegen Engeland. Spanje en Frankrijk zouden troepen sturen, maar lieten het afweten. Op 5 oktober 1797, toen de wind uit de goede hoek kwam, kreeg hij bevel dan maar alleen uit te zeilen, een roekeloze daad. De Winter protesteerde tegen

deze beslissing maar vertrok twee dagen later. Het doel was niet meer Suriname of Ierland, maar de "eer der vlag" te handhaven. Op 11 oktober werd de halve Bataafse vloot in de grond geboord of buitgemaakt in de Zeeslag bij Kamperduin. De Winter verloor de mast van zijn linieschip Vrijheid en capituleerde toen hij werd omsingeld door vier Engelse schepen.

Graftombe generaal Jan Willem de Winter in het Panthéon

Er werden 3775 Nederlanders gevangen genomen en ook De Winter verbleef (minstens) een aantal maanden in Yarmouth of Sheerness. Hij is vrijgelaten tegen de belofte nooit weer tegen Engeland ten strijde te varen. Het is niet onmogelijk dat sommige andere gevangenen pas in 1800 zijn vrijgelaten.
Simon Schama beschrijft dat De Winter juichend Amsterdam werd binnengehaald, maar kreeg niet uitbetaald over de periode van zijn krijgsgevangenschap. De Winter is met andere leidinggevende officieren voor de Hoge Zeekrijgsraad gedaagd. De schuld werd in de schoenen van de gewonde Johan Arnold Bloys van Treslong geschoven, die zijn overste niet te hulp was gekomen. De Winter werd van alle blaam gezuiverd, maar
de marine zou voorlopig niet herstellen van deze zware nederlaag in de eigen kustwateren. In de zomer van 1800 werd De Winter als speciale gezant naar
Turijn gezonden om te onderhandelen met de eerste consul over de betaling van de Bataafse Republiek aan het Franse leger. De Winter zegde 2 miljoen
gulden toe. Koning Lodewijk Napoleon van Holland bevorderde hem tot Maarschalk en De Winter kreeg het bevel over zowel de landmacht als de vloot.
In 1806 schoot hij een van de matrozen neer, die weigerde een eed af te leggen aan de de Koning van Holland.

De Winter was bang dat er muiterij zou uitbreken. Lodewijk keurde zijn optreden sterk af, maar zijn oudere broer hechtte er zijn goedkeuring aan.
Vervolgens commandeerde hij een eskadron oorlogsschepen naar de Middellandse Zee om af te rekenen met de Barbarijse zeerovers die vanuit Tripoli
opereerden. De Winter wist echter een vredesverdrag te sluiten. Bij het verschil van mening tussen de beide broers in 1810, kozen Dumonceau en
De Winter de kant van Napoleon. De generaals waren van mening dat de oude stelling van Amsterdam niet goed te verdedigen was tegen een Frans
Keizerlijk leger. Keizer Napoleon gaf hem het Grootkruis van het Légion d'honneur en verhief hem op 4 mei 1810 tot Graaf van Huessen,
(mogelijk is Huissen bedoeld in de Lingewaard; voor Fransen lastig uit te spreken).

Naam Functie Rang onderscheiding
Adriaan Frans Meijer militair ridder
Adrianus Franciscus Goudriaan inspecteur-generaal van Waterstaat ridder
Albertus Lycklama à Nijeholt militair ridder
Arnold Nicolaas Jacobus Fabius generaal-majoor commandeur
Arthur Isodorius Marie Celestinus de Posson
officier ridder
Ben Verwaayen directeur Alcatel-Lucent ridder
Bernhard van Lippe-Biesterfeld Prins der Nederlanden grootkruis
Clemens von Bönninghausen arts ridder
Dick Berlijn generaal commandeur
Geert Corstens rechter ridder
Geert Mak historicus ridder
Gerard 't Hooft Nobelprijswinnaar natuurkunde officier
Gerard van Spaendonck bloemenschilder, directeur en mede-oprichter van het Institut de France ridder
Hans van Mierlo politicus commandeur
Hedy d'Ancona politica en feministe ridder
Hella Haasse schrijfster officier
Helma Neppérus roeier, sportbestuurder, ambtenaar en politica ridder
Jan Marginus Somer kolonel der infanterie KNIL b.d. officier
Jan van den Brink bankier en politicus grootkruis
Jan Willem de Winter brigadegeneraal van het Franse leger (Maarschalk van Holland) grootkruis
Joseph Luns politicus en diplomaat grootkruis
Kees Mok hoogleraar taalkunde ridder
Liesbeth List zangeres en actrice ridder
Louis Christiaan van den Brandeler generaal-majoor officier
Marcus Mozes Lam Jr. commissionair in diamanten, edelstenen en parels officier
Mozes Isaac Duparc ambtenaar commandeur
Nebahat Albayrak politica en staatssecretaris ridder
Peter Beaujean hoofd interne dienst van de Koningin ridder
Peter Graaff militair officier
Peter van Uhm generaal officier
Pieter Forbes Wels kolonel officier
René van der Linden politicus commandeur
Rudolf Mengelberg componist, musicoloog en directeur van het Concertgebouw ridder
Wilhelm Johannes Gerrit Umbgrove viceadmiraal commandeur
Willem Albert Scholten industrieel ridder
Willem Bartholomé Eduard Paravicini di Capelli officier ridder
Willem Mengelberg dirigent commandeur
Willem Schenck generaal-majoor ridder
Willy Thomassen juriste ridder
Ook steden, onder meer Luxemburg en Luik, verschillende militaire regimenten, diverse scholen, en veel bedrijven, waaronder de Franse spoorwegmaatschappij SNCF, hebben de Orde gekregen.

De Winter werd benoemd tot inspecteur-generaal van de Noordzeekust en bevelhebber van de vloot in Texel. Bij het bezoek van Napoleon aan Den Helder
op 16 oktober 1810 bereidde De Winter zijn ontvangst voor. De Winter zou al in april 1812 aan zijn einde zijn gekomen, volgens sommige bronnen in de
"baden van het Parijse park Tivoli". De Winter werd opgevolgd door Carel Hendrik Ver Huell. Als held der natie - Nederland was immers in 1810 ingelijfd
bij het Franse Keizerrijk - kreeg hij een grootse staatsbegrafenis en werd bijgezet in het Panthéon in Parijs, onder de naam Jean-Guillaume de Winter,
Comte de Huessen. Het Staatkundig dagblad van het departement der monden van den Yssel wijdde op 18 juni de volgende woorden aan de gebeurtenis:
"De lykstaatsie, zoo ontzagwekkend als talryk, bestond uit onderscheiden ministers en andere voorname beambten. Detachementen kavallerie en
infanterie van de stedelyke garde, van de veteranen, van de jagers en van de eerste oproeping der nationale garde, openden den togt". Zijn hart bevindt
zich echter in een marmeren urn in de Bovenkerk in Kampen, met de Latijnse inscriptie Isala nascentum, morientem Sequana vidit - Ultraque victuro
nomen honore colit ("Aan de IJssel werd hij geboren, aan de Seine stierf hij). Beide landen gedenken hem in eervol respect.

Henricus Antonius Franciscus Maria Oliva (Hans) van Mierlo (Breda, 18 augustus 1931 - Amsterdam, 11 maart 2010) was een Nederlands journalist en
politicus. Hij is vooral bekend als de voornaamste oprichter van D66 en was jarenlang het gezicht van deze partij. Naar de initialen van zijn vele
voornamen wordt hij ook wel aangeduid als H.A.F.M.O. Van Mierlo, katholiek opgegroeid maar later godsdienstloos, begon na een
middelbareschoolopleiding aan het Canisiuscollege en een rechtenstudie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen in 1960 een carrière als journalist
bij het Algemeen Handelsblad. In 1966 was hij samen met Hans Gruijters de belangrijkste initiatiefnemer voor de oprichting van
de sociaalliberale partij Democraten '66.

Voor deze partij fungeerde Van Mierlo in twee afzonderlijke periodes als politiek leider en zat hij in zowel de Eerste Kamer als de Tweede Kamer. In de jaren tachtig was hij bovendien minister van Defensie in de kabinetten Van Agt II en III en in de periode 1994-1998 was hij minister van Buitenlandse Zaken en vicepremier in het 'paarse' kabinet-Kok I, dat mede dankzij hem tot stand was gekomen. In 1998 verliet hij de politiek en werd hem de titel Minister van Staat toegekend.Hans van Mierlo werd geboren als tweede kind van een Bredase industrieel en groeide op in een rooms-katholiek gezin met in totaal acht kinderen. In 1945, na afloop van de Tweede Wereldoorlog, woonde hij een half jaar in Engeland om aan te sterken.

Hij deed zijn middelbare school bij de jezuïeten aan het Canisiuscollege te Nijmegen en studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit in dezelfde stad. In zijn studententijd was hij lid van de studentenvereniging Carolus Magnus en van dispuut Durendal. Halverwege zijn studie, in 1957, ging hij reizen en eindigde in Perpignan.Daar schreef Van Mierlo een aantal maanden voor de lokale krant L'Independent. Toen hij zijn studie voltooide, had hij al met zijn geloof gebroken. In 1960 deed hij doctoraalexamen (Meester in de rechten) Nederlands recht, met als bijvak internationaal privaatrecht. Van 1960 tot 1967 werkte hij bij het Algemeen Handelsblad te Amsterdam, eerst als redacteur binnenland, later als hoofd van de redactie van de opiniepagina.

Politcus Hans van Mierlo

Hans van Mierlo huwde driemaal. In augustus 1961 trouwde hij met Anna Los. Uit dat huwelijk werd een zoon, Oliver Joseph, geboren. In juli 1963 gingen
zij uit elkaar. Op 30 december 1964 trouwde Van Mierlo met Olla van Maasdijk. Zij kregen twee dochters, Marieke en Stanja. Hij en Van Maasdijk gingen
in juni 1984 uit elkaar. In 1985 had Van Mierlo enige tijd een relatie met Gretta Nieuwenhuizen, die via hem haar latere echtgenoot Wim Duisenberg leerde
kennen. Hierna had hij tot 1997 een relatie met Aafke van der Made. Sinds 1999 had Van Mierlo een relatie met de Nederlandse schrijfster Connie Palmen.
Op 11 november 2009 trouwden Van Mierlo en Palmen in debatcentrum De Rode Hoed te Amsterdam.

Aan hem werden de volgende eerbewijzen verleend:

Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau (9 december 1982)
Thorbeckeprijs (1992), een prijs voor politieke welsprekendheid
Minister van Staat (1998)
Commandeur in de orde van het Franse Legioen van Eer (1999)
Grootkruis met ster en lint in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland (november 2003)

Petrus Johannes Mathias (Peter) van Uhm (Nijmegen, 15 juni 1955) is een Nederlands generaal buiten dienst. Van 5 september 2005 tot en met 13 maart
2008 was hij commandant Landstrijdkrachten (CLAS). Op 17 april 2008 volgde hij Dick Berlijn op als commandant der Strijdkrachten. Zijn termijn
eindigde op 28 juni 2012. Van Uhm werd geboren als bakkerszoon. Door de verhalen die hij op de middelbare school hoorde over de bevrijding van
Nijmegen van 1944, kreeg hij het idee dat dienen bij de Koninklijke Landmacht toch wel iets moois kon zijn.

In 1972 startte hij zijn opleiding aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda. Vier jaar later sloot hij zijn studie met succes af, waarna hij werd
geplaatst bij het 48 Pantserinfanteriebataljon te 's-Hertogenbosch. In 1983 werd hij uitgezonden naar Libanon als compagniescommandant van de
A-compagnie van het 44 Pantserinfanteriebataljon, ter plekke bekend als Dutchbatt ten tijde van de UNIFIL-missie.
Zijn standplaats was Yatar in Zuid-Libanon.

Generaal Peter van Uhm

In de periode 1984-86 volgde hij cursussen Stafdienst en Hogere Militaire Vorming aan de Hogere Krijgsschool in Den Haag. In de rang van brigadegeneraal was hij in de periode 2000-2001 werkzaam bij het hoofdkwartier van de Stabilization Force in Sarajevo als Assistant Chief of Staff Joint Military Affairs. Aansluitend volgde zijn commando over de 11 Air Manoeuvre Brigade dat onder zijn leiding in november 2003 Fully Operational Capable werd.

Eind 2003 werd Van Uhm aangesteld tot plaatsvervangend directeur Beleid en Plannen bij de Landmachtstaf om vervolgens vanaf juli 2004, in de rang van generaal-majoor, de functie van directeur Beleid en Plannen te bekleden. Op 8 juli 2005 werd hij benoemd tot commandant Operationeel Commando als opvolger van generaal-majoor Leen Noordzij. Per 5 september 2005 werd hij benoemd tot commandant Landstrijdkrachten onder gelijktijdige bevordering tot luitenant-generaal. Op 13 maart 2008 droeg hij zijn functie als CLAS over aan luitenant-generaal Rob Bertholee en werd hij vanwege zijn buitengewone verdiensten onderscheiden met de Bronzen soldaat. Op 17 april 2008 volgde Van Uhm de luchtmachtgeneraal Dick Berlijn op als commandant der Strijdkrachten, onder gelijktijdige bevordering tot generaal.

Per 28 juni 2012 droeg Van Uhm, na 40 dienstjaren en met veel ceremonieel het bevel over de strijdkrachten over aan Generaal der Genie
Tom Middendorp. Generaal Van Uhm is bij zijn afscheid, benoemd tot Adjudant in buitengewone dienst van H.M. de Koningin. Op 30 april 2013
bekleedde Peter van Uhm het ambt van Wapenkoning tijdens de inhuldiging van Koning Willem-Alexander in de Nieuwe Kerk in Amsterdam.

De volgende eerbewijzen zijn door hem ontvangen:

Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden (bij zijn afscheid als CDS)
Geuzenpenning 2011 (in ontvangst genomen namens de Nederlandse krijgsmacht voor de bijdrage in Afghanistan)
Herinneringsmedaille VN-Vredesoperaties
Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties
Herinneringsmedaille Vredesoperaties
Onderscheidingsteken voor Langdurige Dienst als Officier
Landmachtmedaille
Vaardigheidsmedaille van het NOC*NSF
Medaille United Nations Interim Force In Lebanon
NAVO-medaille (voormalig Joegoslavië)
Militair Campagne Medaille (Frankrijk)
Officier in het Legioen van Eer (Frankrijk)
Officier in de Orde van Australië
Orde van Verdienste (Chili)
Orde van de Poolster (Zweden)
Herinneringsmedaille van de minister van defensie 1e klasse (Slowakije)
Mir Masjedi khan Ghazi Medaille (Afghanistan)
Prins Maurits-Medaille

Hedwig (Hedy) d'Ancona (Den Haag, 1 oktober 1937) is een Nederlandse sociologe, sociaal geografe, politica en feministe. Jarenlang heeft zij voor de
PvdA in de Eerste Kamer en het Europees Parlement gezeten. In het kabinet-Van Agt II (11 september 1981 tot 29 mei 1982) was zij staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, onder meer belast met volwasseneneducatie, arbeidsomstandigheden en emancipatiezaken; voor dit laatste werd zij
de eerste 'projectstaatssecretaris'. In het kabinet-Lubbers III was zij van 1989 tot 1994 minister voor Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Daarnaast is
zij bekend als een van de oprichtsters van het feministisch maandblad Opzij, waarvan zij van 1972 tot 1981 hoofdredactrice was. Samen met
Joke Kool-Smit richtte ze in 1968 de feministische actiegroep Man-Vrouw-Maatschappij op .D'Ancona begon haar loopbaan als tv-producer voor de
VARA in 1962. Drie jaar later werd ze wetenschappelijk hoofdmedewerkster in de sociale geografie aan de Universiteit van Amsterdam, gevolgd door
het directeurschap (samen met Maurice de Hond) in 1981 van het Centrum Beleidsadviserend Onderzoek.

De volgende eerbewijzen heeft zij inmiddels ontvangen:

1992: Harriët Freezerring, een emancipatieprijs uitgereikt door het maandblad Opzij
1994: koninklijk onderscheiden tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
2001: benoemd tot Ridder in het Legion d'Honneur
2002: Aletta Jacobsprijs, een emancipatieprijs die sinds 1992 tweejaarlijks wordt uitgereikt door de Rijksuniversiteit Groningen

Helma Neppérus (Amsterdam, 21 juni 1950) is een Nederlands politica. Sinds de Tweede Kamerverkiezingen 2006 maakt zij namens de Volkspartij voor
Vrijheid en Democratie (VVD) deel uit van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij is belastingwoordvoerder van haar fractie. Helma Neppérus
studeerde van 1968 tot 1971 aan de School voor Journalistiek in Utrecht en vervolgens tot 1976 rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden. Ze was lid van de
Koninklijke Studentenroeivereniging Njord en roeide in het Nederlandse roeiteam. Op de Olympische Spelen was ze actief als kamprechter bij het roeien.
Later zou ze verschillende bestuursfuncties bekleden in de roeiwereld, onder andere bij de Koninklijke Nederlandsche Roeibond (KNRB)
en de Internationale Roeibond.

In 1991 werd ze benoemd tot erelid van de KNRB. In haar loopbaan werkte ze voor de Belastingdienst en het ministerie van Financiën. Ze werd in 2000
bestuurslid van de VVD in Voorschoten en in 2002 gekozen in de gemeenteraad van Voorschoten. In 2004 werd ze fractievoorzitter van de VVD in deze
raad. In 2005 en 2006 werkte zij voor de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Bij de Tweede
Kamerverkiezingen 2006 stond Neppérus op een vijftiende plek op de kandidatenlijst van de VVD. Ze houdt zich in het parlement bezig met ruimtelijke
ordening en het milieubeleid. Ze hield haar maidenspeech op 6 februari 2007 over een verbod op de handel in producten van zadelrobben en klapmutsen.
Vanwege het koude en barre weer in Nederland in de winter van 2010, Climategate en meerdere fouten in rapporten van het IPCC zette Neppérus
vraagtekens bij de vermeende opwarming van de Aarde. Ze verzocht verantwoordelijk minister Jacqueline Cramer om een onafhankelijk en kritisch
onderzoek uit te laten voeren naar klimaatverandering. Neppérus is lid van de Parlementaire enquêtecommissie Financieel Stelsel.

Zij heeft de volgende eerbewijzen ontvangen:

Ridder in de Orde van Oranje-Nassau (27 april 2001), vanwege haar verdiensten voor het roeien
Ridder in de Legion d'Honneur van Frankrijk (20 november 2001)

Politica Hedy d'Ancona. Componist en Dirigent Rudolf Mengelberg en politica Helma Neppérus.

Dr Curt Rudolf Mengelberg (Krefeld, 1 februari 1892 - Monte Carlo, 13 oktober 1959) was een Nederlands componist, musicoloog en algemeen directeur
van Het Concertgebouw N.V.. De dirigent Willem Mengelberg was zijn achterneef.Mengelberg, geboren als zoon van de advocaat Justizrat Heinrich
Mengelberg, studeerde aanvankelijk rechten en daarna muziekwetenschappen in Genève, München, Bonn en Leipzig. Hij had les van onder meer
Jan Blaha, Hugo Riemann (muziekgeschiedenis en muziektheorie) en Otto Neitzel (piano). In 1915 promoveerde hij in Leipzig op een proefschrift over
de Italiaanse componist Giovanni Alberto Ristori. Daarna ging hij in Amsterdam compositie studeren bij Cornelis Dopper en zijn achterneef Willem
Mengelberg.Mengelberg begon al heel jong met componeren. Zijn eerste werken waren liederen en kamermuziek. Hij bleef veel schrijven met zang,
meestal met orkest, later vooral in zijn geestelijke werken, zoals Requiem (1924), Missa pro Pace (1932) en Stabat Mater (1941).

Mengelberg heeft de volgende muziekwerken gecomponeerd:

Symfonische elegie
Scherzo sinfonico (première 7 januari 1926 o.l.v. Pierre Monteux)
Symfonische variatie voor cello en orkest (première 20 november 1927 o.l.v. Pierre Monteux)
Weinlese, cantate voor tenor, koor en orkest (première 22 maart 1930 o.l.v. Willem Mengelberg)
Vioolconcert (première 11 februari 1931 o.l.v. Pierre Monteux)
Missa pro pace (première 17 december 1932 o.l.v. Willem Mengelberg en nadien herhaaldelijk uitgevoerd o.l.v. Piet van Egmond)
Salve Regina (première 15 december 1934 o.l.v. Willem Mengelberg)
Hymne op Amstelredam (première 9 mei 1935 o.l.v. Willem Mengelberg)
Stabat Mater (première 23 januari 1941 o.l.v. Eduard van Beinum)
Magnificat (première 1 februari 1942 o.l.v. Eduard van Beinum)
Ballade van de boer (première 24 januari 1943 o.l.v. Jan Koetsier)
Capriccio voor piano en orkest
Concertino voor fluit en orkest
Victimae Pascali Laudes
Requiem
Adoro te
Antiphona de morte
circa 100 - andere - liederen

Mengelberg ontving de prijs van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan, voor zijn compositie
Weinlese. Daarnaast was hij Officier in de Orde van Oranje-Nassau, Ridder in het Legioen van Eer, drager van de zilveren medaille der Stad Amsterdam
en ontving hij de gouden medaille van het Concertgebouw.