OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Légion d' Honneur
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Soevereine Ridderorden

Ridders van het Legioen van Eer

De ster was onder Napoleon I van borduursel of van borduursel met zilveren medaillon. Ook massief zilveren sterren komen voor. Op het medaillon is een
adelaar afgebeeld die bliksems in de klauwen houdt. Op de niet geëmailleerde ring staat "HONNEUR ET PATRIE". Tijdens de restauratie van de Bourbons
werden eerst zilveren sterren met vijf lelies in plaats van zilveren stralen in de armen van het kruis voorgeschreven. In het medaillon stonden de drie lelies
uit het wapen van de Bourbons onder een koningskroon. Het motto op de ring was HONNEUR ET PATRIE. Het tweede model ster van de restauratie
kreeg een portret van Hendrik IV van Frankrijk in het centrale medaillon. Op de ring bleef het motto HONNEUR ET PATRIE. Tijdens de Juli-monarchie
werd de ster ingrijpend gewijzigd. Voor het eerste werd rode, witte en blauwe emaille en verguldsel gebruikt voor de details zoals vlaggen en het lint
waarmee de vlaggestokken zijn samengebonden. In het centrale medaillon werd een gouden portret van Hendrik IV op zilveren achtergrond geplaatst.


Het lid Celine Dion en de Commandeur Clint Eastwood.

De overgrote meerderheid van de benoemingen gold mannen. Maar er is nooit een bepaling geweest dat een vrouw niet in het Legioen van Eer kon worden
opgenomen. Napoleon I heeft zelf tenminste driemaal een vrouw die zich voor de verzorging van zijn soldaten verdienstelijk had gemaakt in het Legioen
van Eer opgenomen. Zijn twee Keizerinnen en zijn zusters droegen het rode lint van het Erelegioen niet. In 1851 werd Marie Angélique Duchemin veuve
Brûlon geridderd. Ook de vrouwen gebruiken de mannelijke aanduiding van hun rang.

Eerste vrouwelijke officier: Rosa Bonheur in 1894.
Eerste vrouwelijke commandeur: Anna de Noailles in 1931.
Eerste vrouwelijke grootofficier: Colette in 1953
Eerste vrouwelijke grootkruis: Geneviève de Gaulle-Anthonioz in 1998.
In 2011 werd Hélène Carrère d'Encausse als tiende grootkruis benoemd. Het aandeel van de dames in de benoemingen stijgt snel.
Het is in Frankrijk niet ongebruikelijk dat een dame dezelfde versierselen draagt als een heer. In andere landen worden de versierselen
van dames aan een smaller grootlint of aan een strik gedragen.


Groot Kanselier van de Orde tot 2010 Jean-Pierre Kelche Generaal (5 sterren). Robert Redford Lid Legion 'd Honneur en Huidige Groot Kanselier van de Orde
Jean Louis Georgelin Generaal (5 sterren).

Deze strik is in de loop van de eeuw in onbruik geraakt. De rozet van de officieren werd vroeger beneden op het lint bevestigd maar men vindt het rozet nu
in het midden. Het grootlint eindigde in de eerste jaren van het Legioen van Eer in een grote en bewerkelijke strik. In de loop van de 19e eeuw werden
grote rozetten op de linkerheup steeds popilairder. Tegenwoordig worden eenvoudige strikken gedragen. De eerste ridders droegen hun Legioen van Eer
in het openbaar vrijwel altijd. Later werd het gewoonte om alleen een rood lint op het revers te dragen. In de jaren na de val van Napoleon I waren ook
kleine broches met miniaturen in de mode.


Voormalige filmster Claudia Cardinale(Commandeure) en en het lid Mode-tychoon Giorgio Armani.

Nog even wat historie. Napoleon I werd op 2 december 1804 ingehuldigd als Keizer van de Franse Republiek. Hij droeg tijdens deze plechtigheid een met
diamanten versierde keten van het Legioen van Eer. Als Keizer was Napoleon de grootmeester van het Legioen van Eer. Ook in zijn gevolg waren op de
dag van de kroning overal de rode linten, de sterren en de geborduurde zilveren chatons te zien. De zware gouden keten die de keizer bij zijn kroning heeft
gedragen was het werk van de juwelier Martin-Guillaume Biennais.

De keten bestond uit zestien massief gouden adelaars met opengeslagen vleugels afgewisseld met opengewerkte gouden medaillons met de nummers van
de zestien cohorten van het Legioen van Eer. Iedere adelaar houdt een paar bliksemschichten vast. In het midden komt de keten bijeen in een groot rond
ornament met daarin een met diamanten bezette "N" onder een keizerskroon. Deze keten is rond 1805 verdwenen. We kennen deze eerste keten van het
kroningsportret dat David van Napoleon heeft geschilderd. In 1805 ontving Napoleon een tweede keten. Deze was anders van vorm en was met meer
diamanten versierd. Deze keten viel na de val van Napoleon in handen van de Bourbons.
De keten werd in 1819 van zijn edelstenen ontdaan en omgesmolten.

Napoleon met driemaal een verschillende Keten van het Legion 'd Honneur

Op sommige portretten van Napoleon eindigt de eerste keten in een medaillon met een kroon in plaats van een "N". Geestelijken droegen hun Grootkruis
van het Legioen van Eer die dag volgens oude Franse zede aan een breed driehoekig zijden lint om de hals. De draagwijze van het Legioen van Eer week niet
wezenlijk af van wat in Europa bij ridderorden gebruikelijk was. Nieuw was de Napoleontische heraldiek waarin werd voorgeschreven dat de leden van de
lagere graden hun kruis in een kanton op een eervolle plaats in hun wapen opnamen. De hogere rangen hingen het vijfarmige kruis als pronkstuk aan een
breed rood lint om hun wapenschild.

In zijn decreet van 10 Pluviose van het jaar XIII (30 januari 1805), had Napoleon een "grande décoration" ingesteld. Deze graad met als versierselen een
grootlint, grootkruis en een met een zilveren adelaar versierde ster werd de "Grand Aigle" genoemd. Na het opnieuw invoeren van de adel in het Franse
recht kregen de leden van het Legioen van Eer allen adeldom en de rang van een nier erfelijk ridder of "chevalier de l'empire"). Wanneer drie generaties
van een familie het Legioen van Eer hadden gedragen zou deze titel erfelijk worden. Napoleon verleende vijftien van zijn familieleden en naaste
medewerkers een gouden keten van het Legioen van Eer.

Dit eerbewijs dat geen afzonderlijke graad was werd in 1815 weer afgeschaft. De dragers waren zijn broers Joseph, Louis en Jérôme, zijn zwagers Joachim
Murat, Felix Bacciocchi en Camille Borghese, stiefzoon Eugène de Beauharnais, Charles Jean-Baptiste Bernadotte en een bondgenoot en stief-schoonzoon
Karel van Baden. Ook maarschalk Berthier, kanselier Jean-Jacques Régis de Cambacérès, Charles Lebrun en de minister van Buitenlandse Zaken
Charles-Maurice de Talleyrand werden met de keten onderscheiden. Hoewel Napoleon ten tijde van de kroning in 1805 de enige drager van de keten van
het Legioen van Eer was is het dragen ervan tijdens het Empire nooit het exclusieve voorrecht van de grootmeester geweest. De Keizer droeg de keten
als heraldisch pronkstuk rond zijn wapenschild. Deze heraldische afbeelding verschilde sterk van de werkelijk gedragen keten.
De getekende heraldische keten heeft een blauw medaillon met een gouden "N" als versiering.

Kardinaal Fesch tijdens of na het Keizerrijk met het Grootkruis van het Legioen van Eer met de Keizerskroon "en sautoir" en de ster van een Grand-Aigle. Décret portant
création de la Légion d'Honneur, Oprichtingsakte van het Legioen van Eer en Kardinaal Fesch tijdens het Consulaat met het Grootkruis van het Legioen van Eer "en sautoir".

Ook de andere dragers van de keten droegen de keten om hun wapenschild.Tijdens het Empire werden, zo weten we met tamelijke zekerheid, drie vrouwen
in het Legioen van Eer opgenomen. Het gaat om Virginie Ghesquière, Marie-Jeanne Schelling en soeur Anne Biget. De archieven van de orde zijn tijdens de
opstand van de Parijse Commune in 1870 samen met het Paleis van het Legioen van Eer verbrand zodat over de eerste jaren van de orde onvolledige
gegevens zijn overgeleverd. In zijn Koninkrijk Italië stichtte Napoleon I als Koning een traditionele ridderorde. Ook de Napoleontische Orden in Holland,
Westfalen, Napels en Spanje waren ridderorden al deelden zij karakteristieken zoals de soldij en het profane karakter van het Legioen van Eer. Deze Orden
kenmerkten zich door hun seculiere karakter, katholieken, protestanten, Joden , moslims en ongelovigen werden gedecoreerd, iets wat bij de oudere
Orden ondenkbaar was. De Franse keizer nam ook eenvoudige soldaten op in zijn Erelegioen. De meeste decoraties gingen naar het leger maar onder
de dragers waren ook ondernemers, bestuurders, wetenschappers en kunstenaars.

Met de Franse revolutie was ook de heraldische traditie van Frankrijk uitgewist. Napoleon I blies het gebruik van wapenschilden nieuw leven in door
regels vast te stellen en een nieuwe heraldische stijl te initiëren. De wapens onderscheiden zich van die van het Ancien Régime door de functionaliteit en
het militaire karakter van de napoleontische heraldiek. Er kwamen nieuwe regels voor mantels en pronkstukken en het Legioen van Eer werd als
pronkstuk of kanton in de wapens opgenomen. De versierselen van het Legioen van Eer werden met voorrang op die van de Orde van de Reünie of de
Orde van de IJzeren Kroon als pronkstukken in het wapen opgenomen. Waar het Legioen van Eer werd gevoerd werden andere orden weggelaten.
Men hing de versierselen onder het schild of om het schild. De heraldische pronkstukken onderscheiden zich van de werkelijke versierselen door de
verhoging met het keizerlijke monogram "N" op een veld van azuur. De weinige bezitters van de grote keten van het Legioen van Eer hingen die keten
om hun wapenschild. Na de restauratie van de Bourbons grepen de meeste families weer terug naar hun oude wapenschilden maar sporen van de
Napoleontische heraldische traditie zijn overal op het vasteland van Europa terug te vinden. Ook Nederlanders zijn opgenomen in deze Orde.


Helma Nepperus Ridder en Soeur Emmanuelle Commandeur.

In de in 1960 door Charles de Gaulle uitgeroepen Vijfde Franse Republiek werden de Frans orden ingrijpend hervormd. De meeste van de inmiddels
negentien ministeriële orden werden afgeschaft. Dat lot trof ook de twee nog resterende koloniale orden. In plaats van al deze verschillende
onderscheidingen werd in 1960 de Nationale Orde van Verdienste ingesteld die haar kanselier deelt met het Legioen van Eer. Het Legioen van Eer is als
onderscheiding de meest aanzienlijke van de twee nationale orden. Het Erelegioen wordt voor "eminente verdiensten" toegekend terwijl voor de
Nationale Orde van Verdienste "belangrijke verdiensten" volstaan. Het Legioen van Eer wordt, op advies van de regering, toegekend door de Franse
president, die grootmeester van de orde is. Oud-ministers, prefecten (hoofd van een departement), diplomaten en hoge magistraten worden vrijwel
automatisch in het legioen opgenomen. Maar ook kunstenaars, industriëlen, grote sportkampioenen en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders
zijn in de orde opgenomen.

Het Erelegioen bezit drie kostscholen voor middelbaar onderwijs in de regio van Parijs, alleen toegankelijk voor dochters, kleindochters en
achterkleindochters van Franse dragers en dochters en kleindochters van buitenlandse dragers. Opmerkelijk is dat de slagingspercentages vaak op
100% liggen. De kanselier van het Legioen van Eer is een functionaris die de Franse president, vroeger ook de Franse Koningen en de twee Keizers,
bijstaat bij de administratie van het Legioen van Eer, de hoogste Franse ridderorde. Hij is verantwoordelijk voor het "zuiver houden" van de Franse
decoraties en houdt met zijn kanselarij ook toezicht op andere bijzondere eretekens zoals de Medaille Militaire. Charles de Gaulle poseerde als president
van de Franse Republiek met de grote keten van het Legioen van Eer. Hij droeg dan ook zijn keten als eerste (en enige) Grootmeester van de door hem
in 1940 als Hoofd van de vrije Franse regering in ballingschap in Londen ingestelde Orde van de Bevrijding.

Grootkruizen Orde Legien van Eer.

In 1981 trad generaal Alain de Boissieu liever terug als Grootkanselier van het Legioen van Eer dan dat hij de keten van de Orde aan de pas gekozen
president François Mitterrand overhandigde. Generaal de Boissieu was de schoonzoon van Charles de Gaulle. De aanleiding was dat de socialist
Mitterrand zijn oude politieke tegenstander de Gaulle eens voor "dictator" had uitgemaakt. Zijn opvolger generaal André Biard liet geen persoonlijke
of politieke bezwaren gelden. Wie in Frankrijk een ridderorde wil dragen of organiseren heeft al snel met de kanselier te maken. Hij ziet toe op het
wettelijk verbod op het dragen van rode knoopsgatsversieringen en draagt bestuurders van pseudo-orden als de Orde van Sint-Lazarus op om de
naam "Ridderorde" binnen Frankrijk niet te gebruiken.