OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Rijnbond
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Wapen der NederlandenDe Rijnbond AkteWapen der Nederlanden

Congres van Wenen

Het Congres van Wenen of Weens Congres werd in 1814-1815, na de val van Napoleon, gehouden door de overwinnende mogendheden Pruisen,
Oostenrijk, Rusland en het Verenigd Koninkrijk met als doel de staatkundige herordening en institutionele reconstructie van Europa. Een staatkundige
herordening van Europa was nodig, want de Franse Revolutie en vooral de daaropvolgende Napoleontische oorlogen hadden die kaart grondig
hertekend. Zo was het eeuwenoude Heilige Roomse Rijk verdwenen en had Frankrijk de confederale gebieden van de Oostenrijkse Nederlanden
en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
geannexeerd, net als de Franstaligedelen van Zwitserland en het gebied van Duitsland
ten westen van de Rijn. In 1810 werden grote delen van Noordwest-Duitsland echter bij Frankrijk ingelijfd.

Dit betrof gebieden die al onder Frans bestuur stonden, zoals de Hanzesteden, maar ook delen van Rijnbondstaten. Napoleon, die protector was van
de Rijnbond, handelde daarmee in strijd met de Rijnbondacte van 1806. De Vorsten van Salm, de Hertog van Arenberg verloren hun soevereiniteit
en de Hertog van Oldenburg vrijwel zijn gehele land. In 1810 werd de staat van de vorst-primaat omgezet in het Groothertogdom Frankfurt.
Na de Franse nederlaag in de Slag bij Leipzig in 1813 viel de bond uiteen doordat de meeste Rijnbond staten zich bij de geallieerden aansloten.
Uiteindelijk werden van de Rijnbondstaten alleen Saksen, Westfalen, Berg, Isenburg en von der Leyen door Rusland, Oostenrijk en Pruisen als
vijandelijk gebied beschouwd. Na de Franse nederlaag in de Slag bij Leipzig in 1813 viel de bond uiteen doordat de meeste Rijnbond
staten zich bij de geallieerden aansloten.

Uiteindelijk werden van de Rijnbondstaten alleen Saksen, Westfalen, Berg, Isenburg en von der Leyen door Rusland, Oostenrijk en Pruisen als
vijandelijk gebied beschouwd. Hoewel sommige oerconservatieve aristocraten de 'vooroorlogse' situatie inclusief grenzen weer wilden herstellen
zag de meerderheid der verzamelde staatslieden de noodzaak in van een staatkundige vereenvoudiging van de kaart van Europa en een grondige
sanering van de wirwar van heerlijke rechten. Napoleon had veel staatjes en staten al samengevoegd en het veelal plaatselijke recht vereenvoudigd
en nationaal gelijkgeschakeld. En ook zijn invoering van een betere administratie van bijvoorbeeld de burgerlijke stand wilde men handhaven.
Dit waren allemaal 'praktische' verbeteringen waar iedereen de waarde van kon inzien maar de oorspronkelijke idealen van de Franse Revolutie,
Liberté, Egalité et Fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap) overigens door de autoritaire Napoleon later in zijn loopbaan ook met voeten
getreden, wilden de verzamelde aristocraten natuurlijk niet overnemen want dat hield een aantasting van hun aloude rechten en privileges in.

Het Congres van Wenen, waarbij de Oostenrijkse kanselier Klemens von Metternich grote invloed had op het verloop ervan, begon in september
of oktober 1814 (de bronnen verschillen over de aanvangsdatum) en eindigde op 9 juni 1815 met het voorlezen van de besluiten. Toch kan men aan
dit Congres geen duidelijk begin en eind toekennen. Het was eerder een verzamelnaam voor een proces dat begon in de zomer van 1812 en in 1815
werd afgerond met als gemeenschappelijk element dat iedere deelnemer doodsbang was door de andere buitenspel te worden gezet in een strijd om
gebied, macht en invloed. Het bijzondere aan dit Congres kwam hierop neer dat slechts één plenaire zitting plaatsgreep en dat de discussies en de beslissingen elders werden genomen, eerder in de marge. Tijdens dit Congres kwamen twee grote tegenstellingen naar boven: het wederzijdse
wantrouwen tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland, en de rivaliteit van Pruisen en Oostenrijk.


Congres van Wenen 1815.

Daarbij trachtte het overwonnen Frankrijk opnieuw een rol op het eerste plan te spelen. Volgens Emmerich Joseph von Dalberg, een Duitse diplomaat
in Franse dienst, getuigde het Congres van een totale beginselloosheid en werden de zaken naar het einde toe steeds willekeuriger afgehandeld of
afgedaan met instemmend geknik. Hij schreef: "Wij ronden nu de treurige zaken af; het resultaat van dit alles kon niet kleingeestiger zijn." De
ontsnapping op 7 maart 1815 van Napoleon van Elba en zijn verdere opmars naar Parijs veranderde de politieke en militaire, waardoor de urgentie
om tot een afronding te komen heel groot werd.

Congressecretaris Friedrich von Gentz werd aangemaand vlug een verslag van de handelingen van het Congres op te stellen. Dit werd een slotakte
van 121 artikelen
, met alle congresbesluiten en overeenkomsten genomen vanaf de aanvang tot begin juni 1815. De slotakte was klaar op 8 juni
en werd de dag daarop in de ontvangstzaal van de Hofburg van Wenen plechtig voorgelezen in aanwezigheid van alle partijen. Op enkele
uitzonderingen na (Kardinaal Ercole Consalvi en de Spaanse vertegenwoordiger de Markies van Labrador), gaven alle gedelegeerden op 26 juni
1815 de goedkeurende handtekening en de akte werd openbaar. Op 18 juni was Napoleon inmiddels definitief verslagen in de Slag bij Waterloo.

In aanvulling op deze slotakte werd op 20 november 1815 het Verdrag van Parijs (1815) ondertekend door de vijf grote mogendheden: Frankrijk, Oostenrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en Pruisen.Nadat de geallieerden op 30 maart 1814 Parijs binnentrokken, kwam de behendige
en wendbare Fransman Talleyrand in actie. Deze had als snel door dat na Napoleons rampzalige Russische veldtocht de Keizer het veld moest
ruimen. Napoleons bewind was gestoeld op usurpatie terwijl de herinvoering van het legitimiteitsbeginsel slechts toekomst bood voor een nieuw
in te richten Europa. Daartoe dienden de Bourbons en met name Lodewijk XVIII terug hun rechtmatige troon in te nemen. Talleyrand wist de
Wetgevende Kamer te overtuigen en op 2 april stemde deze voor de afzettingvan de vroegere Keizer.

Er werd ook overeengekomen om een voorlopige regering te vormen onder leiding van Talleyrand, die daarbij alle Fransen hun eed van trouw aan de
Keizer kwijtschold. Op 6 april 1814 werd de 58-jarige Lodewijk XVIII, broer van de geëxecuteerde Koning Lodewijk XVI, Koning op grond van een verordening van de Senaat, die op 9 april werd bekrachtigd door de Wetgevende Vergadering. Het wettelijk document dat deze regeling vorm
moest geven, werd voorbereid in de Parijse woning van Talleyrand aan de rue Saint-Florentin, waar ook onder meer Tsaar Alexander I hof hield.


v.l.n.r. Karl Theodoor Dalberg, Vorst-Primaat, Frankrijk. Lord Castlereagh, Groot-Brittanië. Metterich Oostenrijk en Karl August, Freiherr von Hardenberg., Duitsland.

Daardoor kon Talleyrand Alexander in de gaten houden en hem omzichtig de door eerstgenoemde gewenste richting insturen. Alexander was zeer
genereus ten aanzien van het lot van Napoleon. De bepalingen van het verdrag kwamen tot stand zonder inbreng van de drie andere bondgenoten
vertegenwoordigd door Metternich, Castlereagh en Karl August von Hardenberg. Deze drie kwamen pas op 10 april in Parijs aan en waren not
amused met de aangetroffen situatie. Zij stelden dat als Napoleon op Elba terechtkwam, hij zonder meer voor problemen kon zorgen in Frankrijk
en Italië. Ook de gemaakte afspraken ten aanzien van Marie-Louise van Oostenrijk en haar zoon, schoten hen in het verkeerde keelgat.

Niettemin konden zij er niet meer onderuit dit verdrag voor akkoord te ondertekenen, zij het onder protest. Het Verdrag van Parijs (ook wel Vrede
van Parijs
, Eerste Verdrag van Parijs of Eerste Vrede van Parijs genoemd) op 30 mei 1814 was een vredesverdrag waarmee de Zesde
Coalitieoorlog tegen Napoleons Franse Keizerrijk werd beëindigd. Het was één van de eerste stappen in de herverdeling van Europa na de
nederlaag van Napoleon, waaronder de vereniging van het huidige Nederland, België en Luxemburg tot één staat, het Verenigd Koninkrijk
der Nederlanden. Het liep in die zin enigszins vooruit op het Congres van Wenen.

Het Verdrag van Parijs volgde ruim een maand na het Verdrag van Fontainebleau op 11 april, waarbij Napoleon was afgetreden als Keizer en in
ballingschap op Elba was gegaan. Het verdrag werd gesloten tussen de nieuwe Franse Koning Lodewijk XVIII en de geallieerde machten Oostenrijk,
Groot-Brittannië, Pruisen en Rusland. Het werd ondertekend door onder meer Talleyrand voor Frankrijk, Castlereagh voor Groot-Brittannië en
Metternich voor Oostenrijk. Naast het verdrag met Frankrijk tekenden de geallieerden ook een geheim verdrag onderling dat Venetië toekende
aan Oostenrijk en Genua toekende aan Sardinië. Na Napoleons terugkeer uit Elba in 1815 en nederlaag in de Slag bij Waterloo volgde
een Tweede Verdrag van Parijs op 20 november 1815. Hierbij werd Frankrijk teruggebracht tot haar grenzen in 1790.

Karl Theodor Anton Maria Rijksbaron von Dalberg (Mannheim 8 februari 1744 – Regensburg 10 februari 1817) was Aartsbisschop en Keurvorst
van Mainz, Aartskanselier van het Heilige Roomse Rijk, Primaat van Duitsland, Prins-primaat van de Rijnbond en Groothertog van Frankfurt.
Na een katholieke opvoeding studeerde hij canoniek recht te Göttingen en Heidelberg. Na zijn studie in 1761 te hebben afgesloten werd hij
kanunnik in Würzburg en lid van het domkapittel in Mainz en Worms. In 1772 werd hij voor Mainz stadhouder in Erfurt, in 1780 rector van
de Universiteit Würzburg en in 1787 titulair aartsbisschop van Tarsus. Hij was een voorstander van Duitse eenheid en steunde de Vorstenbond
van Frederik de Grote (1785). Hij was zeer geïnteresseerd in de ideeën van de Verlichting, onderhield contacten met de intellectuele bourgeoisie
en was bevriend met een aantal van de bekendste schrijvers van zijn tijd. Zijn plannen voor hervorming van het Rijk werden echter
tegengewerkt door Keizer Jozef II. Opvallend was dat Dalberg, anders dan andere Vorst-bisschoppen, zijn taak als priester even plichtsgetrouw
uitoefende als zijn taken als regerend Vorst.

Dalberg werd onder Pruisische invloed in 1787 coadjutor van Mainz en Worms en in 1788 ook van Konstanz. Bij de Vrede van Lunéville in 1801 moest hij Worms en Konstanz afstaan maar ontving hiervoor in ruil Regensburg, Aschaffenburg en Wetzlar. In 1802 werd hij Aartsbisschop en Keurvorst van Mainz en Aartskanselier van het Heilige Roomse Rijk. Dalberg was - door toedoen van Pruisen - de enige kerkelijke heerser die na de Reichsdeputationshauptschluss (1803)
zijn macht behield.
Hij had kerkelijke jurisdictie over Mainz, Keulen en Trier en was van zins een nationale Duitse kerk te stichten, maar werd door de paus in zijn macht beknot. Dalberg zag in Napoleon Bonaparte de enige man die een verenigd Duitsland zou kunnen bewerkstelligen. Na het einde van het Rijk in 1806 legde hij bij Keizer Frans II zijn ambt van Aartskanselier neer en werd door Napoleon tot Prins-primaat van de Rijnbond benoemd. Zijn dienstbaarheid aan Napoleon werd hem in Duitsland door velen kwalijk genomen.

Karl Theodoor Dalberg, Vorst-Primaat.

Hij had niet het excuus dat hij met de Franse Keizer meewerkte teneinde zijn dynastieke belangen te verdedigen - die had hij als priester immers niet. Dalberg moest in 1810 Regensburg afstaan aan Beieren.

Ter compensatie ontving hij echter de Prinsdommen Fulda en Hanau en werd uit zijn territoria het Groothertogdom Frankfurt geschapen. Dalberg regeerde vooruitstrevend en verleende, geheel in de zin van de verlichting, de grote Joodse bevolking van Frankfurt dezelfde burgerrechten als zijn andere onderdanen.

In Frankfurt stichtte de nieuwe Groothertog een eigen ridderorde; de Orde van Concordia. Na de Volkerenslag bij Leipzig deed hij troonsafstand ten gunste van Napoleons stiefzoon Eugène de Beauharnais (28 oktober 1813). Bij het Congres van Wenen na de val van Napoleon werd het Groothertogdom opgeheven. Dalberg behield alleen het Aartsbisdom Regensburg.

Uit het eerste Verdrag van Parijs vloeide de opzet van de Rijnbondakte (Duits:Rheinbundakte) voort. Het was een verdrag dat op 12 juli 1815 in
Parijs werd gesloten door gevolmachtigden van de Franse Keizer Napoléon Bonaparte en gevolmachtigden van 16 Duitse Vorsten. Met het
ondertekenen van de Rijnbondakte verlieten aanvankelijk 16 Zuid- en West-Duitse staten formeel het Heilige Roomse Rijk en vormden de
Rijnbond met Napoleon als beschermheer. Enige dagen later legde Frans II, die al in 1804 de titel Keizer van Oostenrijk had aangenomen,
het Keizerschap van het Duitse Rijk neer.

Later sloten zich nog 23 Duitse staten bij de bond aan, zodat alleen Oostenrijk, Pruisen, Brunswijk, Fulda, Hessen-Kassel, Deens Holstein en Zweeds
Pommeren zich afzijdig hielden. Verder werden een aantal bezette gebieden door Frankrijk bestuurd, zoals de Hanzesteden Hamburg, Lübeck en
Bremen. Hoewel ook als middel tot onderdrukking te zien bracht de Rijnbond de Duitse landen grote moderniseringen op het gebied van recht,
regering en economie. De Rijnbond omvatte tenslotte vier Koninkrijken, vijf Groothertogdommen, dertien Hertogdommen
en zeventien Vorstendommen.


De belangrijkste artikelen van de Rijnbondakte waren:

  • Artikel 1 vermelde de ondertekenaars.
  • Artikel 3 regelde de uittreding van de ondertekenaars uit het Heilige Roomse Rijk.
  • Artikel 4 en 5 regelden de nieuwe titels van een aantal staten.
  • Artikel 6 t/m 12 vormden een soort grondwet. De Bondsdag te Frankfurt die uit twee colleges zou bestaan kwam nooit bijeen. Het college der Koningen zou bestaan uit de Koningen en de Groothertogen onder voorzitterschap van de Vorst-primaat. Het college der Vorsten zou bestaan uit de Hertogen en Vorsten onder voorzitterschap van de Hertog van Nassau. Van deze plannen lukten echter niets door het streven naar onbeperkte soevereiniteit van (vooral de grotere) staten.
  • Artikel 13 t/m 23 regelde een aantal territoriale kwesties tussen de staten onderling. Daarbij werden ook de laatste geestelijke staten opgeheven: de commanderijen van de Duitse Orde en de Maltezer Orde.
  • Artikel 24 regelde de mediatisering. Vele tot dan toe zelfstandige Graafschappen en Vorstendommen werden onder soevereiniteit van de staten van de Rijnbond gesteld. De lagere bevoegdheden bleven voor deze Vorsten behouden.
  • Artikel 25 regelde de inlijving van de gebieden van de rijksridderschap.
  • Artikel 29 regelde de financiële afwikkeling van de opgeheven kreitsen.
  • Artikel 34 t/m 38 regelde de militaire verplichtingen. Dit was voor Napoleon het belangrijkste. De Rijnbond was in wezen militair van aard en vormde een staatkundig middel waarin de afhankelijkheid van de Duitse staten van Napoleon werd geregeld.
Onderstaand een lijst van Vorsten in de Rijnbond (1814-1815). Ter volledigheid is bij elke eerste Vorst het jaar van troonsbestijging en bij elke
laatste het sterfjaar of jaar van abdicatie vermeld. Koning is na Keizer de hoogste Vorstelijke titel. Met deze titel wordt het (mannelijk) staatshoofd van
een Koninkrijk aangeduid. Het vrouwelijke equivalent wordt Koningin genoemd. Vaak wordt een Koninkrijk aangeduid als monarchie. Weliswaar is een
Koninkrijk een monarchie, maar niet iedere monarchie heeft een Koning of Koningin als staatshoofd: in Monaco en Liechtenstein wordt de functie van
staatshoofd waargenomen door een Prins en in Luxemburg door een Groothertog. In al deze gevallen is sprake van een monarch, ook wel Vorst genoemd.

Jerôme Bonaparte, Koning van Westfalen.

Jérôme Bonaparte, (Ajaccio, 15 november 1784 - Kasteel Villegenis bij Parijs, 24 juni 1860), bijgenaamd König Lustig, was de jongste broer van Napoleon Bonaparte. Op last van zijn broer was hij van 1807 tot 1813 als Hiëronymus Napoleon Koning van Westfalen. Als enige van de gebroeders Bonaparte speelde hij ook een politieke rol onder Napoleon III. Jérôme (Italiaans: Girolamo) werd in 1784 op Corsica geboren als jongste kind van Carlo Maria Buonaparte en Maria Laetitia Ramolino.

Hij bezocht het Collège de Juilly en begon na de staatsgreep van 18 Brumaire, na een korte tijd in de garde van zijn broer te hebben gediend, een carrière in de marine. Als marineluitenant begeleide hij in 1801 generaal Charles Leclerc, de man van zijn zuster Pauline, naar Haïti. Van daaruit zeilde hij naar Martinique en begaf hij zich, achtervolgd door de Engelsen, naar de Verenigde Staten. In Baltimore huwde hij op 27 december 1803 de rijke koopmansdochter Elizabeth Patterson (1785-1879).

Uit het huwelijk werd een zoon geboren, Jérôme Napoleon Bonaparte (1805-1870), wiens nakomelingen in Amerika zouden blijven en die in Frankrijk opzien baarde door zijn grote gelijkenis met Napoleon I. In mei 1805 keerde Jérôme terug naar Frankrijk, waar hij op bevel van zijn Keizerlijke broer van Patterson scheidde. Jérôme bevrijdde vervolgens in opdracht van Napoleon 250 Genuezen die door de Bey van Algiers, Mustafa VI, in slavernij werden gehouden.

Daarna leidde hij onder opperbevel van Jean-Baptiste Philibert Willaumez een eskader naar Martinique, van waaruit hij eind 1806 terugkeerde. Inmiddels tot Prince Français benoemd (24 september 1806), maar zonder opvolgingsrecht, leidde hij in de strijd tegen Pruisen met Dominique Vandamme het 10e legerkorps in Silezië. Hij trok op 6 januari 1807 Breslau binnen en veroverde meerdere vestingen.

Jérôme sloot in augustus 1807 een nieuw huwelijk met Prinses Catharina van Württemberg (1783-1835), de dochter van Koning Frederik I van
Württemberg. Enige maanden later kreeg hij in navolging van zijn broers Jozef - Koning van Napels - en Lodewijk - Koning van Holland - een troon.
Napoleon benoemde hem op 1 december 1807 tot Koning van het nieuwe Koninkrijk Westfalen, dat was samengesteld uit onder meer het voormalige
Hertogdom Brunswijk, Hessen-Kassel en delen van Hannover en Pruisen. Als Koning leefde hij met veel pracht en praal, goedmoedig, maar
onbekommerd om het wel een wee van zijn volk. Zijn verkwistende levensstijl, gecombineerd met Napoleons steeds groter wordende eisen,
ruïneerden 's lands financiën. Zijn bijnaam König Lustig dankte hij aan de enige Duitse woorden die hij sprak, het dagelijks herhaalde Morgen
wieder lustig. In het dialect van Noord-Hessen leeft zijn naam in de vorm Schrohm voort als aanduiding voor een schalk of rokkenjager.

De Koning verleende zijn land een op Franse leest geschoeide grondwet. De regionale rechtsverschillen, de voorrechten van adel en geestelijkheid en
de lijfeigenschap werden afgeschaft en Frans recht en bestuur ingevoerd. De potentieel heilzame invloed van deze maatregelen werd tenietgedaan
door de hoge belasting en de drukkende dienstplicht. Ook veroorloofde Napoleon zich willekeurige ingrepen in zijn Westfaalse satellietstaat.
De malaise provoceerde verschillende opstanden tegen het bonapartistische regime, met name in 1809 te Marburg, onder Wilhelm von Dörnberg,
en in Maagdenburg.Jérôme nam in Napoleons strijd tegen Oostenrijk van 1809 deel aan de inval in Saksen en kwam in 1812 als aanvoerder van
het 4e legerkorps naar Polen. Door zijn nalatigheid kon Pjotr Bagration zich op 6 augustus met Michael Andreas Barclay de Tolly verenigen,
waarvoor Napoleon hem terugstuurde naar Westfalen. Aleksander Tsjernysjov verdreef Jérôme op 30 september 1813 uit zijn hoofdstad Kassel.

Hij keerde voor korte tijd terug, maar vluchtte toen hij vernam van de afloop van de Volkerenslag bij Leipzig opnieuw en verliet nu definitief zijn
land, zij het met enige miljoenen in contanten en vele kunstschatten. De geallieerden hieven het Koninkrijk terstond op. Na de Eerste Vrede van Parijs
(1814) verbleef Jérôme Bonaparte enige tijd in Zwitserland, vervolgens in Graz en sinds 1815 in Triëst. In 1815 tot pair benoemd, steunde hij
Napoleon gedurende de Honderd Dagen en streed hij in de slagen bij Ligny en Waterloo. Na Napoleons definitieve nederlaag ging hij naar
Zwitserland en vervolgens naar zijn vrouw in Ellwangen. De Koning van Württemberg
verleende hem op 1 augustus 1816 de titel Vorst van Montfort.

Jérôme Bonaparte leefde sinds 1816 in Oostenrijk en december 1819 weer in Triëst. Daarna in 1821 Schönau bij Wenen en vervolgens in 1827 in
Rome. Na zijn verbanning uit de Kerkelijke Staat in 1831 leefde hij eerst in Lausanne, daarna meestal in Florence en sinds 1840 in België. In 1847
kreeg hij toestemming naar Frankrijk terug te keren. Nadat zijn neef Lodewijk Napoleon (Napoleon III) in 1848 tot president was gekozen,
werd hij gouverneur van de Invalides en maarschalk van Frankrijk. Bij de troonsbestijging van zijn neef (1852) werd hij erkend als een Franse
Prins van den bloede
met het predicaat Keizerlijke Hoogheid en als mogelijk troonopvolger en werd hij president van de senaat. Hij sloot in 1853
een derde morganatisch huwelijk met Giustina Pecori-Suárez (1811-1903) en stierf in 1860.

Uit Jérômes eerste huwelijk met Elizabeth Patterson werd één zoon geboren, die niet erfgerechtigd was:

  • Jérôme Napoleon Bonaparte (1805-1870)

Bij Catharina van Württemberg verwekte hij drie kinderen:

  • Jérôme Napoleon Karel Bonaparte (1814-1847), 2e vorst van Montfort, Württembergs kolonel
  • Mathilde Laetitia Wilhelmine Bonaparte (1820-1904), gehuwd met Anatoli Demidov
  • Napoleon Jozef Karel Paul Bonaparte (1822-1891), "Plon-Plon", gehuwd met Maria Clothilde van Savoye. Van hem stammen de huidige Bonapartes af.

Frederik Willem Karel (Trzebiatów, 6 november 1754 - Stuttgart, 30 oktober 1816) was als Frederik II van 1797 tot 1803 Hertog, van 1803 tot 1806 als Frederik I Keurvorst en van 1806 tot 1816 Koning van Württemberg. Hij was de zoon van Hertog Frederik Eugenius van Württemberg en Frederika Sophie Dorothea van Brandenburg-Schwedt. Vanwege zijn omvang werd hij Dikke Frederik genoemd. Volgens Napoleon had God hem geschapen om
te tonen hoever de menselijke huid kon uitrekken totdat hij barstte.

Frederik was van 1780 tot 1788 getrouwd met Augusta Caroline van Brunswijk, dochter van Karel Willem Ferdinand van Brunswijk. Uit het huwelijk werden drie kinderen geboren:

  • Willem Frederik Karel (1781-1864), Koning van Württemberg
  • Catharina Frederika Sophie Dorothea (1783-1835), gehuwd met Jérôme Bonaparte, Koning van Westfalen
  • Augusta Sophia Dorothea Maria (1783-1784)
  • Paul Frederik Karel August (1785 -1847)

Frederik was van 1783 tot 1787 voor Tsarina Catharina de Grote gouverneur-generaal van het Russische Finland. Hertogin Augusta kwam in deze periode (5 oktober 1828) onder onduidelijke omstandigheden om het leven in een slot in Letland nadat het echtpaar uit elkaar was gegaan. In 1797 hertrouwde Frederik in Londen met Prinses Charlotte Augusta Mathilde van Groot-Brittannië en Ierland, dochter van Koning George III en Charlotte van Mecklenburg-Strelitz.

Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren. Na de dood van zijn vader werd hij op 23 december
1797 als Frederik II regerend Hertog van Württemberg. Hij was machtsbewust en opvliegend,
maar een vastberaden politicus.

Frederik I, Koning van Württemberg.

Frederik regeerde op neo-absolutistische wijze en maakte een einde aan de macht van de stenden. In zijn zomerresidentie te Ludwigsburg
liet hij vele kamers in Empirestijl herinrichten. In 1800 bezette het Franse leger Württemberg en Frederik en Charlotte vluchtten naar Wenen. Het jaar
daarop kwam hij overeen dat Frankrijk Montbéliard zou krijgen in ruil voor Ellwangen. Op 25 februari 1803 werd hij Keurvorst van Württemberg.
Dankzij de Reichsdeputationshauptschluss van dat jaar (waarin het aantal Duitse vorstendommen flink werd teruggebracht) en de
Vrede van Presburg van 1805 wist hij zijn land danig uit te breiden.

Zijn nieuw verworven gebieden voegde hij samen in een staat met de naam Neuwürttemberg (Nieuw-Württemberg) die vanuit Ellwangen werd
geregeerd. Dat land werd helaas meegesleept in de oorlogen van Napoleon en moest hem voorzien van hulptroepen. In oktober 1805 kwam
Napoleon zelf naar Ludwigsburg om met de Keurvorst te onderhandelen. Frederik zou zich hierbij zeer zelfbewust hebben gedragen. Op 1 januari
1806 werd Frederik Koning en op 12 juli werd hij lid van de Rijnbond. Zijn land werd weer flink uitgebreid en was nu bijna tweemaal zo groot als
voor 1803. Württemberg was protestants maar omsloot ook grote katholieke regio's. Frederik streefde gelijke behandeling van de twee religies na.

Alle gebieden werden nu samengevoegd en het bestuur werd ingrijpend gewijzigd. Hij deed dit op op autoritaire wijze en zonder veel rekening te houden
met de tradities van zijn nieuwe gebieden. Aan de Russische veldtocht van 1812 namen 12.000 Württembergse soldaten deel, van wie er maar een paar
honderd terugkeerden. In 1814 keerde Frederik zich tegen Napoleon en nam deel aan de oorlog tegen hem. De laatste jaren van zijn heerschappij
werden overschaduwd door crises. Het volk eiste een constitutie, maar Frederiks voorstel werd afgekeurd. Na een kort ziekbed stierf hij op
30 oktober 1816 in Stuttgart. Frederik werd begraven op slot Ludwigsburg en opgevolgd door zijn zoon Willem I. De steden Friedrichshafen en
Bad Friedrichshall zijn naar hem vernoemd.

Maximiliaan I Joseph, Koning van Beieren

Maximiliaan Maria Michael Johan Baptist Frans de Paula Jozef Caspar Ignatius Nepomuk (Schwetzingen, 27 mei 1756 – Slot Nymphenburg, 13 oktober 1825) was van 1795 tot 1803 Hertog van Palts-Zweibrücken, van 1799 tot 1806 als Maximiliaan IV Jozef Keurvorst van Beieren en daarna tot zijn dood als Maximiliaan I Jozef Koning van Beieren. Max Jozef stamde af, als zoon van Frederik Michael van Palts-Birkenfeld, van een zijtak van het Huis Wittelsbach en was oorspronkelijk geen troonopvolger. Hij groeide op in Frankrijk, waar Maximiliaan - als kolonel, later als generaal-majoor - in het leger diende.

In 1795 volgde hij zijn broer Karel II August echter op als Hertog van Palts-Zweibrücken. Na de dood van Karel Theodoor werd hij ook Keurvorst van Beieren. Zijn Franse gezindheid bracht hem in napoleontische tijd gebiedsuitbreiding en bij zijn toetreden tot de Rijnbond de Koningstitel. Het binnenlands bestuur liet hij reeds sinds 1799 over aan zijn eveneens Frans gezinde minister Maximilian von Montgelas.

Max schaarde zich in 1813 aan de zijde van Oostenrijk en trad in 1815 toe tot de Duitse Bond. In 1818 voerde hij een grondwet in. De Koning werd na zijn dood in 1825 opgevolgd door zijn zoon Lodewijk I. Max Jozef trad in 1785 in het huwelijk met Augusta Wilhelmina van Hessen-Darmstadt (1765-1796), een kleindochter van landgraaf Lodewijk VIII van Hessen-Darmstadt.

Uit dit huwelijk werden de volgende kinderen geboren:

  • Lodewijk I (1786–1868), koning van Beieren vanaf de dood van zijn vader. Gehuwd met Theresia van Saksen-Hildburghausen.
  • Augusta Amalia Ludovika (21 juni 1788 - 13 mei 1851), gehuwd met Eugène de Beauharnais
  • Amalia Marie Augusta (oktober 1790 - 24 januari 1794)
  • Caroline Charlotte Augusta (8 februari 1792 - 9 februari 1873), gehuwd met Willem I van Württemberg, later met Frans I van Oostenrijk
  • Karel Theodoor Maximiliaan August (7 juli 1795 - 16 augustus 1875), gehuwd met Marie-Anne-Sophie Petin en later met Henriette Schoeller v. Frankenburg.

In 1797 hertrouwde hij met Caroline van Baden (13 juli 1776 - 13 november 1841).

Uit dit huwelijk werden geboren:

  • Doodgeboren zoon (5 september 1799)
  • Maximiliaan Jozef Karel Frederik (28 oktober 1800 - 12 februari 1803)
  • Elisabeth ("Elise") Ludovika (13 november 1801 - 14 december 1873)
  • Amalia Augusta (13 november 1801 - 8 november 1877), gehuwd met Johan van Saksen
  • Sophie (1805-1872), gehuwd met Frans Karel van Oostenrijk en moeder van de Keizers Frans Jozef I van Oostenrijk en Maximiliaan van Mexico
  • Maria Anne Leopoldine Elisabeth Wilhelmine (27 januari 1805 - 13 september 1877), gehuwd met Frederik August II van Saksen
  • Marie Ludovika Wilhelmina (1808-1892), moeder van Keizerin Elisabeth
  • Maximiliana Josepha Caroline (21 juli 1810 - 4 februari 1821)