OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Het Koninklijk Gezin
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Het Koninklijke Huis

Begroting Koning 2017

Ons land is een constitutionele Monarchie, hetgeen inhoudt dat de positie van de Koning in de Grondwet werd vastgelegd. In artikel 40 van die Wet
wordt bepaald dat de Koning een uitkering van de Staat ontvangt. Daarvoor hebben we een Wet goedgekeurd die de
'Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis'
heet, oftewel WFSKH genoemd. In 2008 werd de WFSKH, die uit 1972 dateert, aangepast en geactualiseerd,
nadat de Eerste en Tweede Kamer deze met algemene stemmen hadden aangenomen.


Wet Financieel Statuut van het Koninklijk Huis

De Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) voorziet in de uitwerking van deze Grondwetsbepaling en regelt de uitkering voor de Koning,
diens vermoedelijke opvolger (zodra meerderjarig) en de Koning die afstand heeft gedaan van het Koningschap. Ook hun echtgenoten (of
weduwen/weduwnaars) krijgen een uitkering. Momenteel ontvangen Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en Prinses Beatrix
een grondwettelijke uitkering.

In grondwetsartikel 40 staat dat enkele fiscale vrijstellingen gelden voor bovengenoemde leden van het Koninklijk Huis (deze worden toegelicht bij het
onderdeel 'Belastingen en fiscale vrijstellingen'). Grondwetsartikel 41 bepaalt dat de Koning, met inachtneming van het openbaar belang, zijn eigen Huis
inricht. Dit betekent bijvoorbeeld dat de Koning zelf leden van de hofhouding kan aanstellen en de inrichting van de organisatie kan indelen.


Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en Prinses Beatrix.

In het voorjaar van 2015 heeft een evaluatie van de begroting van de Koning plaatsgevonden De evaluatie is uitgevoerd door ABDTOP Consult.
In juni 2015 heeft het kabinet aangegeven de aanbevelingen uit het evaluatierapport over te nemen, om daarmee te voorzien in verdere
transparantie op de begroting van de Koning. Het evaluatierapport bevat twee onderdelen. Het eerste onderdeel betreft het evalueren van de
opzet van de begroting, inclusief de transparantie daarvan.

Conclusie van het rapport is dat de uitgangspunten voor de begroting van de Koning de afgelopen vijf jaar correct zijn toegepast en nog altijd actueel zijn.
Toepassing ervan was een belangrijke stap in het transparant begroten en verantwoorden van de uitgaven. De beoogde transparantie is echter niet in alle
opzichten gerealiseerd. Zo kan de vindbaarheid van uitgaven op andere begrotingen beter en kunnen deze uitgebreider worden toegelicht.
Met ingang van 2016 bevat de begroting van de Koning daarom een bijlage met de uitgaven die door andere betrokken ministeries worden gedaan.
Ook worden deze uitgaven uitgebreider toegelicht.

Het tweede onderdeel van het evaluatierapport bevat een uitgebreide analyse van de belastingvrijdom en de grondwettelijke uitkeringen.
Op basis hiervan was het kabinet van mening dat beide ongewijzigd kunnen blijven. Deze uitgaven zijn opgenomen in drie artikelen:

  1. Grondwettelijke uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis;
  2. Functionele uitgaven van de Koning;
  3. Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen.
De totale uitgaven op de begroting van de Koning worden voor het jaar 2017 begroot op 41421.000 euro.
In het onderste overzicht staan de bedragen uit andere begrotingen binnen de Rijksbegroting die met het Koningschap te maken hebben.

Artikel 1: Grondwettelijke uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis

Op artikel 1 van de begroting van de Koning zijn de grondwettelijke uitkeringen opgenomen. De Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis (WFSKH) stelt vast dat de Koning, de vermoedelijke opvolger van de Koning (zodra meerderjarig), de afgetreden Koning, en hun echtgenoten (of weduwen/weduwnaars), een uitkering ontvangen van de Staat. Tevens schrijft de WFSKH voor om welke bedragen het gaat en hoe deze worden geïndexeerd. Momenteel ontvangen Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en Prinses Beatrix een grondwettelijke uitkering. Voor 2016 worden de volgende bedragen geraamd:

Voor 2017 worden de volgende bedragen geraamd:

Grondwettelijke uitkering 2017
Grondwettelijke uitkering aan: (bedragen x € 1.000) A. Inkomen B. Personele en materiële uitgaven Tot
De Koning 866

4.540

5.406
De echtgenote van de Koning 343 591 934
De Koning die afstand heeft gedaan van het koningschap 489 975 1.464
Totaal 7.804

Opbouw grondwettelijke uitkeringen:
A-component

De grondwettelijke uitkeringen aan de leden van het Koninklijk Huis bestaan uit een A- en een B-component. De A-component bestaat uit het inkomen. Het inkomen volgt de ontwikkeling van het netto inkomen van de vicepresident van de Raad van State. Dat inkomen volgt weer de salarisontwikkeling van de rijksambtenaren. Dus als er een nullijn is voor rijksambtenaren, geldt deze ook voor de uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis.

Opbouw grondwettelijke uitkeringen:
B-component

De B-component bestaat uit personele en materiële uitgaven. De personele uitgaven zijn voor personeelsleden die hun instructie rechtstreeks van de Koning, zijn echtgenote of de afgetreden Koning ontvangen en/of in de onmiddellijke omgeving van hen verkeren en voor wie het dienstverband zich grotendeels in de familiesfeer voltrekt. De B-component loopt voor de helft gelijk aan de salarisontwikkeling van de rijksambtenaren.

Een nullijn voor rijksambtenaren geldt dus ook voor de hofhouding. De andere helft is geïndexeerd met de door het CBS vastgestelde consumentenprijsindex.

Artikel 2: Functionele uitgaven van de Koning

Op artikel 2 van de begroting van de Koning worden de uitgaven geraamd die samenhangen met de uitoefening van het koningschap en die via de Dienst van het Koninklijk Huis (DKH) lopen. Er zijn bedragen begroot voor de personele en materiële uitgaven van DKH, uitgaven voor luchtvaartuigen en uitgaven voor reis- en verblijfkosten bij bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk.
De raming voor 2017 is als volgt:

Personeel Dienst van het Koninklijk Huis

Voor personele uitgaven wordt in 2017 een bedrag van 16,7 miljoen euro begroot. Met uitzondering van personeelsleden uit de B-component, gaat het hierbij om actief personeel van onder andere het Departement van de Hofmaarschalk, het Koninklijk Huisarchief, het Koninklijk Staldepartement (chauffeurs/monteurs, koetsiers en onderhoudspersoneel) en de personeelsinzet voor de facilitaire functies voor Paleis Huis ten Bosch, Paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis Amsterdam.

Materieel Dienst van het Koninklijk Huis

Voor materiële uitgaven wordt in 2016 een bedrag van 9,1 miljoen euro begroot. Hieronder vallen onder andere uitgaven voor de instandhouding van het rijtuigenpark, gebruikskosten van Paleis Huis ten Bosch, Paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis Amsterdam, inclusief verwarming en verlichting, telecommunicatie, accountantscontrole, advisering en facilitaire uitgaven zoals bureauvoorzieningen. Daarnaast is een bedrag van 297.000 euro geraamd voor de materiële uitgaven van het Koninklijk Departement Faunabeheer, onder andere voor infrastructurele kosten van Kroondomein Het Loo.

Uitgaven voor luchtvaartuigen

Uitkeringsgerechtigde leden van het Koninklijk Huis kunnen gebruikmaken van het regeringsvliegtuig, luchtvaartuigen van de krijgsmacht of civiele luchtvaartuigen.

De Koning en zijn echtgenote vliegen altijd in het openbaar belang. Indien een ander lid van het Koninklijk Huis de Koning bij officiële aangelegenheden vertegenwoordigt en hiervoor een vlucht maakt, dan komt deze vlucht ten laste van de begroting van de Koning.

Voor 2017 zijn de volgende uitgaven geraamd:

Raming luchtvaartkosten 2017
Raming over 2017 (bedragen in euro) Uren Tarief Bedrag
Inzet regeringsvliegtuig (PH-KBX) 75 5.240 393.000

Inhuur civiele helikopters

variabel 086.350
Inhuur civiele luchtvaartuigen variabel 335.000
Totaal 814.250

Bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk

De uitgaven voor reis- en verblijfkosten voor bezoeken aan het Caribische deel van het Koninkrijk worden op de begroting van de Koning geraamd.

Artikel 3: Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen

Op artikel 3 staan uitgaven die samenhangen met uitoefening van het koningschap en die in de eerste plaats worden uitgegeven onder
verantwoordelijkheid van een minister (in dit geval de minister-president en de minister van Defensie). Het gaat hierbij om uitgaven in het kader
van oorlichting door de Rijksvoorlichtingsdienst, het Militaire Huis als onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis en het Kabinet van de Koning.
Omdat deze uitgaven samenhangen met de uitoefening van het koningschap, staan ze op de begroting van de Koning.
Hierdoor ontstaan ontvangsten op desbetreffende begrotingen.

Voor 2016 gaat het om de volgende ramingen:

Doorbelaste uitgaven van andere begrotingen
Raming over 2017 Bedragen x € 1.000
Doorbelaste personele uitgaven

4.283

Doorbelaste materiële uitgaven 1;445
Totaal 5.728*

* Waarvan:

  • Rijksvoorlichtingsdienst (RVD): 1.520
  • Militaire Huis: 1.818
  • Kabinet van de Koning: 2.390

Rijksvoorlichtingsdienst

De Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) is onderdeel van het ministerie van Algemene Zaken en verzorgt de communicatie over de werkzaamheden van onder
meer Koning Willem-Alexander, Koningin Máxima en Prinses Beatrix. Daarnaast zorgt de RVD voor de mediabegeleiding tijdens hun publieke optredens.
Bij de communicatie over deze, en eventueel overige, leden van het Koninklijk Huis zorgt de RVD voor een goed evenwicht tussen tijdige en feitelijke
voorlichting enerzijds en bescherming van de persoonlijke levenssfeer anderzijds. De RVD is tevens verantwoordelijk voor de website over het Koninklijk
Huis. De RVD kan, met instemming van de minister-president, namens de Koning en/of leden van de Koninklijke Familie berichten over zaken die leden
van de Koninklijke Familie aangaan. Voor 2016 is een bedrag van 1,52 miljoen euro geraamd.

Militaire Huis

Het Militaire Huis is onderdeel van de Dienst van het Koninklijk Huis. Het Militaire Huis is (mede)organisator van evenementen voor het Koninklijk Huis
en zorgt voor begeleiding van de Koning en de leden van het Koninklijk Huis. Ook onderhoudt het Militaire Huis de niet-politieke contacten tussen het
Koninklijk Huis en het ministerie van Defensie en is het verantwoordelijk voor het militaire ceremonieel aan het hof.
Voor 2016 is een bedrag van 1,818 miljoen euro geraamd.

Kabinet van de Koning

Het Kabinet van de Koning ondersteunt de Koning in de uitoefening van zijn constitutionele taken, onder meer bij het contact tussen de Koning en de
overige leden van de regering en met andere onderdelen van de overheid. Ook is het Kabinet van de Koning verantwoordelijk voor afhandeling van
verzoekschriften aan de Koning en de zorg voor het registreren, bewaren en overdragen van wetten, koninklijke besluiten en andere staatsstukken.
Voor 2016 is een bedrag van 2,390 miljoen euro geraamd.

Op de begroting van de Koning is in de loop der tijd bezuinigd. Zo werken bezuinigingen van ministeries nu door op de begroting van de Koning via de doorbelaste uitgaven. Onder meer door het niet uitkeren van prijsbijstellingen, een personele krimp bij het Militaire Huis en het afschaffen van
privévluchten zijn ook in het verleden besparingen gerealiseerd op de begroting van de Koning.

De minister van Veiligheid & Justitie is verantwoordelijk voor het stelsel van bewaken en beveiligen. Hij bepaalt welke personen en objecten in aanmerking komen voor beveiliging alsmede het daarmee samenhangende gepaste niveau van beveiligingsmaatregelen.

Deze minister en de minister van Defensie, afhankelijk van de uitvoeringsafspraken per object en persoon, zorgen voor de uitvoering daarvan in personele
zin. De minister voor Wonen & Rijksdienst zorgt voor een adequate uitvoering van fysieke beveiliging van woon- en werkverblijven, voor zover dit in
specifieke situaties van toepassing is. Als uitvloeisel van deze verantwoordelijkheidsverdeling hebben genoemde ministers het budget voor de
respectievelijke beveiligingsuitgaven op hun begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op bijvoorbeeld leden van
het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of van het Koninklijk Huis. Toerekening van deze uitgaven zou ongewenste veiligheidsrisico’s kunnen
pleveren, omdat daar informatie over de beveiliging van de te beveiligen objecten en personen aan zou kunnen worden ontleend.

Met ingang van de begroting 2016 is bij de begroting van de Koning een extracomptabele bijlage bijgevoegd, waarin de beveiligingsuitgaven nader worden
toegelicht. De bijlage bij de begroting heeft tot doel de zichtbaarheid en vindbaarheid te vergroten van de uitgaven die niet op de begroting van de Koning
worden geraamd, maar wel in verband met het koningschap kunnen worden beschouwd. Naast de beveiligingsuitgaven worden hierin ook de uitgaven
voor de terbeschikkingstelling van paleizen (huisvesting) en de uitgaven voor staatsbezoeken toegelicht.