OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Ontstaan der Nederlanden
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Het ontstaan der Nederlanden

Bourgondiërs en Habsburgers

Filips de Goede werd geboren te Dijon op 31 juli 1396, als zoon van de Bourgondische Hertog Jan zonder Vrees en Margaretha van Beieren.
Op 10 september 1419 werd zijn vader vermoord op bevel van de Franse Kroonprins Karel (de latere koning Karel VII). In reactie op de moord sloot
de nieuwe Hertog een bondgenootschap met Engeland tegen Frankrijk (Verdrag van Troyes, 1420). Dit Bourgondisch-Engelse bondgenootschap
bracht Frankrijk in serieuze moeilijkheden. Het duurde tot 1435 voordat Filips op speaking terms was met Karel VII.
Het Verdrag van Atrecht lag daaraan ten grondslag.

Vanaf het begin probeerde Filip de Goede zijn invloed in de Nederlandse gewesten uit te breiden. Hij wilde zijn doel bereiken, door een beroep te
kunnen doen op zijn neef Jan IV, Hertog van Brabant. Die was gehuwd met Jacoba van Beieren, Gravin van Holland-Zeeland-Henegouwen.
Echter waren de familierelaties geen garanties voor een Bourgondische overeenstemming. De Staten van Brabant probeerden uit vrees voor het
verlies van hun onafhankelijkheid zoveel mogelijk de plannen van de Hertog tegen te werken. Ondanks dit, zag Jacoba van Beieren wel mogelijkheden.
Zij liet t in 1420 haar echtgenoot Jan IV in de steek en trouwde een Engelse Prins die de ambitie had Graaf te willen worden van
Holland-Zeeland- Henegouwen. Na een vernederende invasie in 1425 hield hij het echter voor gezien en verdween met gezwinde spoed
richting Engeland. Filips zag zijn kans schoon en dwong de achtergebleven Jacoba in 1428 om hem tot haar opvolger te benoemen.


Filips II 'de Goede'

Bij de 'Zoen van Delft' kreeg hij van haar de zeggenschap in Holland, Zeeland en Henegouwen. In 1433 vielen deze gebieden hem geheel toe. Ondertussen was Jan IV van Brabant in 1427 overleden en opgevolgd door zijn broer Filips van Sint-Pol. Helaas stierf hij in 1430 zonder nakomelingen. Er waren verschillende gegadigden voor de opvolging, maar de Staten kozen Filips de Goede, nadat hij zijn zaak bij hen was komen bepleiten.

Na het overlijden van de Graaf in 1429 kon Filips de Goede het gewest Namen aan zijn rijk toevoegen. In 1441 benoemde Elisabeth van Görlitz, Hertogin van Luxemburg Filips de Goede ook tot haar opvolger. Na haar overlijden in 1451 lijfde hij ook dat gebied in. De Nederlandse gewesten hadden een onderlinge verbintenis door een personele unie en behielden ingevolge die overeenkomst hun eigen bestuursorganen van regeren. Met name deze twee kwamen onder Filips tot ontwikkeling. Uit zijn hofraad kwam in 1445 een Grote Raad. Deze verzorgde de centrale rechtspraak, en vanaf 1464 kwamen de Staten-Generaal weer regelmatig bijeen. Bovendien was er de Hertogelijke Hofraad met als opdracht een gemeenschappelijk beleid voor de verschillende Vorstendommen samen te stellen, vervolgens te toetsen en toe te passen.

Aan het hoofd van de Hertogenlijke Hofraad stond kanselier Nicolas Rolin. Deze ging vlot te werk en vond een eensgezindheid in de rechtspraak belangrijk. Daarom werd de mogelijkheid in het leven geroepen om tegen de vonnissen van de stedelijke schepenbanken beroep aan te tekenen. Het instituut daarvoor bestond al nl. de Hertogelijke Grote Raad, waardoor de macht van de stedelijke rechtbanken werd beperkt. Filips de Goede had de controle over de inkomsten en dankzij dit slaagde hij erin een niet onaanzienlijk deel van de stedelijke inkomsten in de staatskas te doen belanden. Hij bracht meer eenheid in de wirwar van veel zaken. De Hertog richtte onder andere een muntunie op, zodat de geldstroom tussen de verschillende gewesten werd vereenvoudigd en de handel beter kon floreren. Om meer inkomen te kunnen genereren probeerde Filips een belasting in te voeren; de zoutbelasting. Het maar mislukte evenwel.

Om zijn macht in steden en gewesten te vergroten probeerde de Hertog zoveel mogelijk medestanders in de plaatselijke en regionale besturen te
plaatsen.Met lijmen, geschenken en adellijke titels probeerde Flips deze personen aan zich te binden. Tegenstanders van dit idee, waaronder de
Vlaamse steden Brugge en Gent vonden dit niet zo'n goed idee en werkten niet mee. Zij vonden dat een aantasting van hun zelfstandigheid.
Brugge kwam in opstand in de periode 1436-38 en Gent in 1453. Het hielp erg weinig en en de Hertog kreeg zijn zin.

Aspiratie's had Filips meer dan genoeg. Om gewicht in de schaal te kunnen leggen richtte hij de Orde van het Gulden Vlies op. Deze Orde werd in
1430 gesticht en was een soort van tegenhanger van de Engelse Orde van de Kousenband. Alhoewel die Orde even wat ouder was (1340).
Bij de oprichting waren 3o hoge Edelen betrokken. Het bestuur bestond uit vier officieren: een schatbewaarder, een wapenmeester, een kanselier en
een griffier. Edelen werden gekozen om deel te nemen op grond van hun belangrijkheid en afstamming. Op die manier hield de Hertog de Orde elitair.

Filips was voorstander van een vredespolitiek en hoopte beide partijen te verzoenen, echter zonder succes. In de tang genomen tussen Frankrijk en
Duitsland, werd hij in 1435 bij de Vrede van Atrecht gedwongen de Fransen tegen de Engelsen te steunen. In ruil werd Filips ontslagen van alle
verplichtingen als vazal van de Franse Koning. Dit betekende dat hij als een machtig Europese Heerser voldoende gewicht in de schaal kon leggen
om respect asf te dwingen bij anderen. Daardoor werd tevens de positie van Filips de Goede erkend. het gevolg was dat vanaf 1440 er vrede was
met het buitenland. De macht van Flips breidde zich in snel tempo uit en zijn verzoek om tot Koning e worden gekroond, werd door de
Duitse niet gehonoreerd. Naar zijn smaak zou de Hertog iets teveel macht daardoor krijgen en dat leek hem ongewenst.

Filips was driemaal getrouwd: met Michelle van Frankrijk (van 1409 tot 1422), Bonne van Artesië (van 1424 tot 1425) en Isabella van Portugal
(van 1430 tot zijn dood). Met zijn zoon Karel, de latere Hertog Karel de Stoute, had de Hertog in zijn laatste regeringsjaren diepgaande
meningsverschillen over de politiek ten aanzien van Frankrijk. Zo was Karel fel gekant tegen de verkoop van de Somme-steden, verworven op
Frankrijk bij het Verdrag van Troyes (1463). In 1465 legden vader en zoon hun geschillen bij en werd Karel door de Staten-Generaal als opvolger
van Filips erkend. Overigens had Filips tientallen bastaardkinderen, van wie er velen hoge bestuurlijke posities bekleedden. Filips stierf te Brugge op
15 juni 1467 en, zoals was afgesproken, volgde zijn zoon Hertog Karel de Stoute hem op.

Hertog Karel de Stoute sneuvelde op 5 januari 1477 bij Nancy op 43-jarige leeftijd. De dood van de Hertog veroorzaakte een algemene opluchting in het Bourgondische Rijk. Hij werd opgevolgd door zijn dochter Maria van Bourgondië. Maria van Bourgondië werd geboren op 13 februari 1457 te Brussel. Ze was de dochter en enig kind van Karel de Stoute en diens eerste echtgenote, Isabella van Bourbon. Ze was ongeveer zes jaar oud, toen ze haar moeder voor het laatst zag en naar Gent werd gestuurd voor haar verdere opvoeding aan het Prinsenhof. Bij gebrek aan een mannelijke erfgenaam had Karel de Stoute plannen om aan zijn dochter, die in politiek opzicht de meest begeerde bruid van West-Europa was, het Bourgondische Rijk na te laten dat het Hertogdom Bourgondië, Vlaanderen, Artois, Réthel, Nevers, Namen, Brabant, Limburg, Holland, Zeeland, Henegouwen, Luxemburg en enkele steden aan de Somme omvatte.

Toen Karel de Stoute op 5 januari 1477 onverwachts stierf, kwam alle macht in handen van zijn 20-jarige dochter. Zij was totaal onvoorbereid op haar taak en Frankrijk profiteerde hiervan door de Bourgondische gebieden aan te vallen. De Staten-Generaal eisten van Maria, dat zij enkele (door haar vader afgeschafte) privileges zou herstellen. In ruil erkenden de Staten haar als opvolgster en brachten zij een leger op de been om de Franse aanvallen af te slaan. Maria kon niet anders dan de eisen inwilligen. Het Parlement van Mechelen werd als hoogste rechtscollege vervangen door de Grote Raad met minder bevoegdheden.


Maria,
Hertogin van Bourgondië

De centrale Rekenkamers werden afgeschaft en de regionale in ere hersteld. Dat was een stap in de goede richting. De Staten konden vrij vergaderen en moesten aan de vorst hun toestemming geven om oorlog te voeren. Voorts werden alle privileges en gewoonten hersteld in rechts- en bestuurszaken. De verschillende gewesten mochten tenslotte vrij handel drijven. De Staten-Generaal en de verschillende gewesten verkozen wel de Bourgondische dynastie boven elke andere.

Habsburgers


Filips de Schone

Als tegenprestatie verleende Maria in 1477 aan het Graafschap Vlaanderen het Groot Privilege, een soort grondwet. Deze was, op basis van een aantal concrete klachten die de Staten-Generaal per gewest, per stand en per kwartier hadden ingezameld en die in grote lijnen gericht waren tegen de centralisatiepolitiek van Maria van Bourgondië haar voorouders. Via controle op en beperking van de Vorstelijke macht, neergeschreven in het Groot Privilege, werden de bevoegdheden van Maria van Bourgondië sterk aan banden gelegd. Nog datzelfde jaar huwde Maria met Maximiliaan van Oostenrijk.


Hij was Duits Keizer van 1493 tot 1519 en aartshertog van Oostenrijk. Maximiliaan stamde uit het Huis van Habsburg en was de enige zoon van Keizer Frederik III, de Duitse Keizer. Als prins-gemaal van Maria werd hij ook regerend Vorst. In 1478 werd Prins Filips de Schone geboren en in 1480 schonk Maria het leven aan een dochter, Margaretha van Oostenrijk. Na vijf jaar huwelijk stierf Maria d. d. 27 maart 1482 te Brugge, pas 25 jaar oud, tengevolge van een jachtongeval met een paard. Zij werd aldaar begraven in de OL Vrouwkerk. In haar testament werden de voogdij over haar kinderen en het regentschap over het Bourgondische Hertogdom toegewezen aan Maximiliaan zolang zijn zoon Filips de Schone minderjarig was.

De Staten-Generaal erkenden aarzelend zijn regentschap, maar dwongen Maximiliaan vrede te sluiten met Frankrijk, waarbij verscheidene gebieden verloren gingen. In 1493 volgde Maximilian zijn vader Keizer Frederik op en zag zich genoodzaakt het regentschap over de Nederlanden door te geven aan zijn zoon Filips de Schone. Filips de Schone werd geboren 22 juni 1478 te Brugge. Hij was de enige zoon van Maximiliaan I van Oostenrijk en van Maria van Bourgondië. Hij was van 1482 tot 1506 vorst van de Bourgondische Nederlanden. Deze omvatten toen Vlaanderen, Artesië, Henegouwen, Holland, Zeeland, Namen, Brabant, Limburg en Luxemburg. Van 1504 tot 1506 was hij ook koning van Castilië. Toen zijn moeder in 1482 stierf erfde hij de Nederlanden, maar zijn vader, Keizer Maximilian, oefende het regentschap over deze gebieden uit zolang Filips minderjarig was. Tijdens zijn opvoeding in Mechelen stond de jonge hertog sterk onder invloed van de inheemse adel. Dat werd duidelijk toen hij in 1494 meerderjarig werd verklaard en persoonlijk het bewind in handen nam.

Tijdens zijn regeerperiode kon hij rekenen op de steun van de Gewestelijke Staten en de Staten-Generaal. Bovendien was hij ook erg geliefd bij het volk in de Nederlanden. Aanvankelijk stond zijn beleid vooral in functie van de belangen van de Nederlanden, wat neerkwam op een strikt neutrale houding in de conflictentussen Frankrijk en Engeland. Op binnenlands vlak zette hij de centralisatiepolitiek van zijn voorgangers voort, o. m. door de Grote Raad
definitief te Mechelen te vestigen.

In 1496 trad Filips in het huwelijk met Johanna van Castilië, die later 'de waanzinnige' werd genoemd. Ze was de dochter van Ferdinand V van Aragon en Isabella van Castilië. Uit dit huwelijk werd in 1500 de latere Keizer Karel V geboren. Toen ten gevolge van verschillende sterfgevallen Filips echtgenote de Spaanse vorstendommen Aragon en Castilië erfde, werden Johanna en Filips in 1502 als troonopvolgers erkend. Vanaf dat moment maakte Filips de belangen van de Nederlanden ondergeschikt aan deze van zijn dynastie, zodat zijn beleid een plotse ommekeer kende. Een duidelijke Fransgezinde houding kwam in de plaats van de eerder aangehouden neutraliteitspolitiek.

Toen Isabella van Castilië in 1504 overleed, liet Filips zich te Brussel tot koning van Castilië uitroepen, ondanks het verzet van zijn schoonvader Ferdinand V van Aragon. Nauwelijks drie maanden na zijn aankomst in Spanje overleed Filips d. d. 25 september 1506 op geheimzinnige wijze. Door zijn onverwachte dood in 1506 kwamen de Bourgondische provinciën in handen van zijn zoon Karel V, en dus voor de tweede keer in handen van een minderjarige vorst. Hij stelde zijn dochter Margaretha als landvoogdes aan. Toen zijn zoon, Karel V, de leeftijd van vijftien jaar bereikte, werd hij ingehuldigd als Heer der Nederlanden.

Keizer Karel V

Karel V werd geboren in Gent op 24 februari 1500. Hij was de zoon van Filips I van Habsburg ('Filips de Schone') en Johanna van Aragon ('Johanna de waanzinnige'). Door het overlijden van zijn vader in 1506 erft Karel op 6-jarige leeftijd diens titels in de Lage Landen. Het regentschap komt in handen van Keizer Maximiliaan, zijn grootvader, die Margaretha als landvoogdes aanstelt. Op zijn vijftiende wordt Karel ingehuldigd als Heer der Nederlanden.

De Nederlandse gewesten vormen echter maar een klein gedeelte van het rijk van Karel V. Hij werd op 15 april 1516 uitgeroepen in Brussel tot Koning van Spanje uitgeroepen nadat zijn grootvader van moederszijde, Ferdinand V van Aragón, was overleden. In 1519 werd hij, na de dood van zijn grootvader Keizer Maximiliaan, door de Duitse Keurvorsten zogenaamd 'gekozen' tot Keizer van het Heilige Roomse Rijk (de kiezers waren omgekocht!). Op 23 oktober 1520 vond zijn kroning plaats te Aken. Tegelijkertijd zorgden de conquistadores voor een adembenemende uitbreiding van de bezittingen in Zuid- en Midden-Amerika.

Deze koloniën vielen rechtstreeks onder de Spaanse kroon (dus onder Karel V). In 1526 trad hij in het huwelijk met Isabella van Portugal. Zij kregen één zoon, Filips II, en twee dochters, Maria en Johanna. Door politieke en dynastieke ontwikkelingen verwierf Karel V een ongekende macht die zelfs die van Karel de Grote verre overtrof. De jonge Vorst maakte echter met zijn vooruitstekende kin, zijn openhangende mond, zijn bleke gezicht en de lege blik in zijn uitpuilende ogen, een niet bijster intelligente en onaantrekkelijke indruk die bij velen associaties oproept met zijn zwakzinnige moeder.

Hij was ook inderdaad zwakbegaafd: leerde langzaam in zijn jeugd, sprak lispelend en moeilijk en beheerste alleen de Franse taal behoorlijk. Door zijn plichtsbesef en een onwankelbaar geloof in zichzelf, slaagde deze weinig begaafde en onaantrekkelijke Vorst er echter toch in om de krijgslieden en diplomaten van zijn tijd te overheersen.

Keizer Karel V

Het Heilige Roomse Rijk van Karel was bepaald geen samenhangend geheel. Het bestond uit een groot aantal Vorstendommen en Vorstendommetjes en er was geen rijkshoofdstad en dus geen administratief centrum. Het viel voor Karel dan ook niet mee om zijn grote rijk in stand te houden. Vooral de enorme afstanden speelden hem parten. Daarnaast bezat Karel volop vijanden van vlees en bloed. Zijn grootste rivaal was Frans I van Frankrijk, die in 1519 eveneens een gooi naar het Keizerschap had gedaan, zonder enig succes. Diens territorium werd, met uitzondering van de Atlantische kust, geheel omsingeld door Karels bezittingen. Voor de Fransen verliep de oorlog met Karel rampzalig. Frans I werd in 1525 gevangen genomen als zijn leger< in Pavia (vlakbij Milaan) wordt verslagen. Kort na zijn vrijlating, een jaar later, hervatte hij echter de strijd. Ditmaal gesteund door Hendrik VIII van Engeland en Paus Clemens VII die de keizerlijke troepen graag uit Italië wil hebben.

De Paus werd echter in 1527 in Rome gevangen genomen en gedurende zeven maanden vastgehouden. De oorlog eindigde in 1529 met de Vrede van Cambrai. Frans I zag af van zijn claims op Italië en Karel V droeg Bourgondië over aan Frankrijk. De paus kroonde Karel V, in 1530 in Bologna, officieel tot Keizer van het Heilige Roomse Rijk. De verhouding met de Fransen bleef echter moeilijk en er zouden nog twee oorlogen volgen. De moeizame relatie met Frankrijk was één van Karels belangrijkste aandachtspunten. De andere was zijn de strijd tegen de Turkse en Noord-Afrikaanse moslims en het opkomende protestantisme. De belangen van de Nederlanden raakten hieraan ondergeschikt.Toch probeerde Karel in de Nederlanden nog wel om het bestuur te centraliseren (instelling van de drie Collaterale Raden in 1531, vervangen van edelen door professionele bestuurders) en het protestantisme terug te dringen (instellen van een index met verboden boeken vanaf 1526; uitvaardigen van ketterplakkaten).

In beide ondernemingen slaagde hij niet: het centralisatieproces riep weerstand op bij adel en steden en leidde tot opstanden (die van Gent in 1540 is de bekendste), terwijl het protestantisme zich steeds verder uitbreidde. Uiteindelijk waren het deze politieke en de religieuze onrusten, die uiteindelijk leidden tot de grote opstand tegen zijn opvolger Filips II. Door Karel V werd in deze periode de basis gelegd voor de latere vervolging van de protestanten in de Nederlanden. In Brussel stonden de eerste ketters al in 1523 op de brandstapel, twee jaar later werd in Den Haag de Woerdense pastoor Jan de Bakker gewurgd en vervolgens verbrand. De ene anti-ketterverordening volgde op de andere en het beruchte 'bloedplakkaat' uit 1550 was zo streng dat de autoriteiten de grootste problemen hebben met de handhaving ervan. Met de invoering van de Spaanse inquisitie door Filips II, werd het bloedige karwei, waarvoor Karel de aanzet heeft gegeven, uiteindelijk afgemaakt.

Het was Karels streven om de Nederlanden bij elkaar houden. Daarom werden de Habsburgse Nederlanden, bij het Verdrag van Augsburg in 1548,verenigd in de zogenaamde Bourgondische Kreits, waarvan de band met het keizerrijk zeer los was. Op die manier kon Karel er zeker van zijn, dat de Nederlanden in zijn geheel overgingen op zijn zoon en niet zouden worden opgedeeld. Op 25 oktober 1555 deed Karel afstand van de Nederlanden. Een vrijwillige afstand van de regering was hoogst ongebruikelijk. Een Vorst ontleende zijn macht aan God en regeerde gewoonlijk tot zijn dood. Karel V wilde zich echter, als gelovig katholiek, gedurende zijn laatste jaren voorbereiden op de dood door zich terug te trekken in een klooster. Daarnaast kon er ook nog een politieke reden geweest zijn. In de laatste jaren van zijn regering bereikten hem steeds vaker berichten dat er in de Nederlanden steeds meer weerstand groeide tegen het idee dat de hen onbekende Prins Filips II Karel zou opvolg

De rondreis van Prins Filips in 1549 had hem niet echt in contact gebracht met de Nederlandse standen en wie weet zou hij dus helemaal niet als Vorst worden geaccepteerd wanneer Karel V onverwachts zou overlijden. De grote zaal in het paleis te Brussel was voor de plechtigheid niet vrolijk versierd. De wanden waren immers nog behangen met zwarte gewaden, als teken van rouw om de dood van de moeder van de Keizer, Johanna de Waanzinnige. De Keizer zelf ging ook in het zwart gekleed, niet uit rouw, maar overeenkomstig het Spaanse kledingprotocol dat sedert 1515 aan het hof gebruikelijk was. Hoewel hij op papier de machtigste monarch van de wereld bleek, leek deze dag meer op het faillissement van zijn politiek. Zijn schatkist was leeg door de vele oorlogen die hij heeft moeten voeren en hij was bovendien moe van alle conflicten.

Vijf en vijftig jaar oud was hij en een afgeleefd man: door de regeringslast, door de vele reizen over zee en over land en door een voortwoekerende syfilis. In zijn laatste jaren kwam daar de jicht nog eens bij. Karel V stierf, 58 jaar oud, in het klooster San Yuste te Exremadura in Spanje op 21 september 1558. Spanje en de Nederlanden gingen in 1555 over op zijn zoon Filips II en het Keizerschap naar zijn broer Ferdinand I. Het beeld dat men in de Lage Landen van Karel V had, was erg ambivalent. Aan de ene kant toonde hij een grote gehechtheid aan zijn geboortestreek en streefde hij naar eenheid van de Lage Landen, maar aan de andere kant was hij niet in staat in te gaan op de wensen van de bevolking. Desondanks werd zijn geboorte in het jaar 2000 in Gent, in uitgebreide zin van het woord, plechtig herdacht.

Filips II, Koning van Spanje


Filips II, Koning van Spanje

Filips II wordt op 21 mei 1527 geboren te Valladolid als enige zoon van Karel V en Isabella van Portugal. Tijdens zijn opleiding wordt hij onder meer onderwezen in de wetenschappen, Frans, Grieks en Latijn hoewel hij gedurende zijn leven uitsluitend Spaans heeft gesproken. In 1543 trouwt hij met zijn nicht Maria van Portugal. Zij overlijdt, slechts 17 jaar oud, bij de geboorte van hun zoon Don Carlos. In 1554 trouwt hij opnieuw met de elf jaar oudere Maria Tudor, Koningin van Engeland. Dit politieke huwelijk zorgt ervoor dat Filips rechtstreeks invloed kan uitoefenen op de Engelse politiek. Filips verblijft echter meestentijds in Spanje. Zodra duidelijk is geworden dat zijn Engelse echtgenote hem geen kinderen zal schenken, vertoont hij zich zelfs helemaal niet meer in Engeland. Als Maria Tudor in 1555 overlijdt, bekoelt de relatie van Spanje met Engeland dan ook al snel.

Voordat hij in 1556, bij het aftreden van zijn vader, koning wordt van Spanje heeft Filips reeds de heerschappij gekregen over het hertogdom Milaan (1540), de koninkrijken Napels en Sicilië (1554) en de Nederlanden (1555). Op 25 oktober 1555 wordt Filips gekroond tot koning der Nederlanden. Het eerste officiële optreden van Filips als Vorst is geen succes. Hakkelend neemt hij het woord en bedankt hij zijn vader voor het in hem gestelde vertrouwen. Tegenover de Staten moet hij zich echter verontschuldigen, hij kent niet genoeg Frans om hen toe te spreken en laat dat over aan Granvelle, de bisschop van Atrecht. De indruk die Filips maakt, wekt geen vertrouwen. Wie toentertijd in de Nederlanden geen Frans sprak, maakte een even domme indruk als iemand die vandaag de dag geen Nederlands spreekt. In de eerste jaren van zijn regering zet Filips zoveel mogelijk de lijn door die zijn vader heeft ingezet.

Dit geldt met name voor het bestrijden van de ketterij. Die kettervervolging is nu juist één van de punten die erg gevoelig liggen bij de Nederlandse adel. Daarnaast zijn de Nederlandse Staten Generaal de aanhoudende oorlogen met Frankrijk meer dan beu. Ze dienen geen enkel Nederlands belang, kosten klauwen met geld en zijn slecht voor de Nederlandse economie. Filips doet ook weinig om de adel voor zich te zondert zich af in Brusselse paleis en omgeeft zich daar met uitsluitend Spaanse raadslieden.

Op 3 april 1559 kwam er, niet in de laatste plaats dankzij de Nederlandse troepen, een einde aan de oorlog met Frankrijk (de vrede van Cateau-Cambresis). Deze vrede werd bezegeld met een huwelijk: Filip trouwde voor de derde keer, ditmaal met Elisabeth van Valois, dochter van Hendrik II. Het was een gelukkig huwelijk waaruit twee dochters worden geboren. Elisabeth stierf, na een miskraam, in 1568. De romantici vonden in het huwelijk van Filips met Elisabeth een eerste aanzet voor de haat die later zou ontstaan tussen vader en zoon Don Carlos. Don Carlos had namelijk zelf met Elisabeth willen trouwen, maar in plaats daarvan werd zij nu zijn stiefmoeder! De jaloezie, het verdorven karakter (hij mocht graag dieren martelen) en de erfelijke waanzin van Don Carlos noodzaakten Filips uiteindelijk om zijn eigen zoon gevangen te zetten. Vader liet hem in zijn kamer opsluiten - de deur dichtgespijkerd - en zijn wapens en papieren ingenomen. In de nacht van 23 op 24 juli 1568 overleed de Prins, kort voor zijn drieëntwintigste verjaardag. Omdat Filips geen zoon meer had om hem op te volgen, trouwde hij op 12 november 1570 nog een vierde maal met zijn nicht Anna Aartshertogin van Oostenrijk. Vanaf 1559 verbleef Filips definitief in Spanje.

Niet alleen omdat hij zich daar beter thuis voelde, maar ook omdat zijn aanwezigheid daar, politiek gezien, vereist was. Hij moest namelijk nog steeds officieel als Koning van Spanje ingehuldigd worden. Daarom benoemde hij zijn halfzuster, Margaretha van Parma, als landvoogdes van de Nederlanden. Zij werd terzijde gestaan door drie adviseurs: Viglius van Aytta, Charles de Berlaymont en kardinaal Granvelle. Daarmee werd de Nederlandse hoge adel bewust invloed onthouden. Weliswaar waren er hoge edelen die zitting hadden in de Raad van State maar omdat velen van hen bovendien stadhouder waren, verbleven ze vaker in de provincie dan in Brussel. Hoge edelen als de Prins van Oranje en de Graven van Egmond en Horne voelden zich dan ook achtergesteld en hadden het idee dat ze systematisch buiten alle belangrijke zaken werden gehouden.

Het gewone volk begon zich ondertussen steeds meer te ergeren aan de grote aantallen Spaanse soldaten die in ons land verbleven. Daardoor leek het net alsof de Nederlanders met hun geld de troepen moesten onderhouden die het eigen land 'bezet' hielden. Ook wekte het veel irritatie dat Filips halsstarrig bleef vasthouden aan de vervolging van ketters. Het aantal slachtoffers van de kettervervolging was echter niet zo groot als de propaganda ons wilde doen geloven. Op basis van een onderzoek naar officiële bronnen (procesverslagen en dergelijke) kwam men voor de periode tot 1566 op ongeveer 1300 slachtoffers. Dat is niet weinig, maar maakte toch een groot verschil met de vele duizenden die in de propagandastrijd genoemd werden. De anti-Spaanse propaganda dikte de verhalen flink aan en speelde handig in op de angst onder de bevolking.

Op 23 juli 1561 schreven de Prins van Oranje en de Graaf van Egmond een brief aan de Koning waarin zij zich beklaagden over de gang van zaken. Na een klein jaar was er nog steeds niets veranderd en men besloot zich verenigen in een liga. Op 11 maart 1563 stelden zij opnieuw een protestbrief op die met name gericht was tegen Granvelle. Zij eisten het aftreden van de kardinaal. Ook de landvoogdes had Filips te kennen gegeven dat ze niet meer wilde samenwerken met Granvelle. Er zat voor Filips dan ook niets anders op dan Granvelle (met een smoesje) terug te roepen uit de Nederlanden. De strenge vervolging van de protestanten was echter een persoonlijk beleidspunt van de Koning waar hij niet vanaf te brengen was. Op 31 december 1564 hield Willem van Oranje in de Raad van State een pleidooi voor godsdienstvrijheid. Hij pleitte ervoor om de twee godsdiensten naast elkaar te laten bestaan. In aansluiting hierop werd in 1564 de Graaf van Egmond naar het hof in Spanje gestuurd om het standpunt nader toe te lichten. Er volgden meer rekesten en smeekschriften, allen zonder resultaat. Bij één van deze gelegenheden zou Berlaymont tegen Margaretha van Parma hebben gezegd 'N'ayez pas peur madame, ce ne sont que des gueux' (wees niet bang mevrouw, het zijn maar bedelaars). Vandaar de latere benaming 'de geuzen'.

Ondanks het feit dat Filips stug bleeft vasthouden aan de kettervervolging, kregen de calvinisten een steeds grotere aanhang. Ook in het uiterste zuiden van de Nederlanden. De duizenden mensen, die in de plattelandsindustrie een karig bestaan verdienden, begonnen zich steeds meer te ergeren aan de rijkdom van de katholieke kerk. Een mislukte oogst en een strenge winter zorgden voor grote hongersnood in 1566. De woedende burgerij, opgezweept door predikanten, viel kerken en kloosters binnen en sloeg de boel kort en klein (de beeldenstorm). Margaretha van Parma wist niet goed hoe ze de opstand moest aanpakken en vroeg de plaatselijke edelen om haar te helpen bij het herstellen van de orde. Ook verlangde zij van hen dat ze trouw zworen aan de Spaanse koning en de katholieke godsdienst. De meningen van de Nederlandse edelen waren hierover echter verdeeld. Margaretha schreef daarop aan Filips een verzoek om het katholieke geloof tegen deze grove belediging te verdedigen. In de loop van de maand oktober 1566 werd het kalmer in de Lage Landen maar Filips had dan al besloten om de Hertog van Alva naar de Nederlanden te sturen. In 1567 arriveerde Alva met 10.000 man troepen. Voorzichtigheidshalve besloot Margaretha van Parma in december 1567 het land te verlaten. De Hertog van Alva was fanatiek katholiek met een grondige haat tegen alles wat protestant was. Deze weinig sympathieke persoon werd in 1567 Gouverneur van de Nederlanden.

Kort na zijn aantreden stelde hij de bloedraad in, een buitengewone rechtbank die jacht maakte op de protestanten. De bloedraad zat niet stil en de brandstapel werd een dagelijks beeld. In totaal vielen er meer dan 6.000 slachtoffers. Door deze terreurpolitiek trok Alva steeds meer absolute macht naar zich toe. De steden en gemeenten konden zich niet meer tegen de wil van de Vorst verzetten. Zonder toestemming van de Staten Generaal werden er belastingen geheven. Een algemene opstand, onder leiding van Willem van Oranje was het gevolg. In 1579 verenigden de protestantse Gewesten zich in Utrecht tot de Republiek der Verenigde Nederlanden en wezen aldus de heerschappij van Filips II af. Deze nam hier geen genoegen mee en zette een som van 25.000 kronen op het hoofd van Willem van Oranje. In de periode tussen 1580 en 1584 werden er verschillende aanslagen gepleegd op het leven van de Prins.

Op 10 juli 1584 slaagde Balthazar Gerards erin om de Prins te vermoorden. Willem werd echter opgevolgd door zijn zoon, Prins Maurits, een zeer bekwaam strateeg en veldheer. Filips, de Koning van Spanje slaagde er dan ook niet meer in om de Nederlanden terug te veroveren. De opstandige Nederlanden waren het niet enige blok aan het been van Filips. Aan de goede betrekkingen met Engeland was in 1555, bij het overlijden van Maria Tudor, een einde gekomen. Filips probeerde, door middel van een huwelijksaanzoek aan Koningin Elisabeth, de betrekkingen te herstellen. Zij voelde hier echter niets voor. Toen zij zich bovendien opwierp als beschermvrouwe van het protestants geloof (en steun verleent aan de Nederlandse opstandelingen) werden Spanje en Engeland onverzoenlijke vijanden. Met als doel de Engelsen te verslaan, bracht Filips een enorme vloot bij elkaar: de onoverwinnelijke Armada.

Vrijwel de gehele vloot ging echter door verkeerde manoeuvres in 1588 door stormen verloren. Vanaf dat moment waren de Engelsen, onder leiding van Sir Francis Drake, heer en meester op de zeeëen was het gedaan met Spanje als zeemacht.In 1563 was Filips ook begonnen met de bouw van het 'Escorial', een wat somber paleis net buiten Madrid dat nu gerekend wordt tot een van Europa's fraaiste monumenten. In 1584 was het paleis gereed en werd het zijn tweede residentie. Hij overleed er, 71 jaar oud, op 13 september 1598. Al tijdens het bewind van deze Koning was hier de eerste telg van het geslacht Oranje, Vader des Vaderlands, Willem I de Zwijger Prins van Oranje.

Stadhouders van Overijssel, 1528-1795

In 1528 verkreeg Karel V van de Utrechtse bisschop de wereldlijke macht in het Nedersticht (rondom de stad Utrecht) en het restant van het Oversticht (Drenthe, dat daar ook toe had behoord, was in 1522 in handen gekomen van de Gelderse Hertog Karel van Egmond). Dit restant werd vanaf toen Overijssel genoemd. Het nieuwe gewest werd toegevoegd aan het ambtsgebied van de stadhouder van Friesland, dat in 1536 nog werd uitgebreid met Groningen en Drenthe. Tussen 1584 en 1594 waren er twee stadhouders: een aan Staatse kant en een namens Koning Filips II. In 1590 kwam het stadhouderschap aan Staatse kant in handen van de Oranjes. Tot 1795 zijn zij blijven regeren, afgezien van de twee stadhouderloze tijdperken (het eerste duurde iets langer dan in Holland).

Stadhouders van Overijssel ten tijde van de Habsburgers, 1528-1594  Geregeerd van en tot:
Georg Schenck van Toutenburg 1528-1540
Maximiliaan van Egmond, Graaf van Buren 1540-1548
Jan van Ligne, Graaf van Arenberg 1549-1568
Karel van Brimeu, Graaf van Megen 1568-1572
Gillis van Berlaymont, Heer van Hierges 1572-1574
Caspar de Robles 1573-1576
Georges van Lalaing, Graaf van Rennenberg 1576-1581
Francisco Verdugo 1581-1594
Stadhouders van Overijssel ten tijde van de Republiek, 1584-1795  Geregeerd van en tot:
Adolf van Nieuwenaar 1584-1589
Maurits van Nassau 1590-1625
Frederik Hendrik 1625-1647
Prins Willem II 1647-1650
Eerste stadhouderloze tijdperk 1650-1675
Prins Willem III 1675-1702
Tweede stadhouderloze tijdperk 1702-1747
Prins Willem IV 1747-1751
Prins Willem V 1751-1795

Regenten:

 Geregeerd van en tot: 
Prinses Anna van Hannover 1751-1759
Hertog Lodewijk Ernst van Brunswijk-Wolfenbüttel, 1759-1766