OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Prinsen van Oranje en Nassau

Prins Willem I 'de Zwijger' van Oranje

De Vader des Vaderlands was een zoon van Graaf Willem de Rijke, deze werd geboren te Dillenburg op 10-04-1487 en stierf op 06-10-1559.
Willem de Rijke was Graaf van Nassau, Graaf van Siegen, Dillenburg, Hadamar en Herbon. Voorts Graaf van Katzelnelbogen, Vianden en Dietz.
Zijn bijnaam 'de Rijke' kreeg papa niet van zijn geld maar eerder van zijn zeer rijke kinderschare. Zijn eerste vrouw was Gravin Walburga van Egmont
en die zag het levenslicht op 29-10-1490 en verliet deze wereld in maart 1529.

Vervolgens trouwde Graaf Willem de Rijke met Juliana van Stolberg die ter wereld kwam op 15-02-1506 en overleed op 18-06-1580. Tesamen kregen
de Graaf en zijn twee echtgenoten 14 kinderen. Vandaar! Zijn bekendste zoon was Willem I Prins van Oranje (de Zwijger) onze Vader des Vaderlands.
Willem (de Zwijger) van Oranje-Nassau werd geboren in 24-04-1533 te Nassau, slot Dillenburg, en overleed, geveld door Balthasar Gerards,
in 10-07-1584 te Delft. Zoon van Juliana van Stolberg-Wenigerode (1506-1580) en Willem de Rijke van Nassau (1487-1559).

Willem erfde de titel Prins van Oranje van zijn neef Rene van Châlon Prins van Oranje toen deze kinderloos stierf in 1544. De Lutherse Prins Willem van Oranje-Nassau werd naar Brussel gestuurd op katholiek opgevoed te worden, onder supervisie van Landvoogdes Maria van Hongarije. Dit was een voorwaarde van Keizer Karel V. De vader van Prins Willem, Willem de Rijke had geen bezwaar, wel zijn moeder Juliana van Stolberg.

Maar omdat Maria van Hongarije (de zuster van Keizer Karel V de Reformatie geen kwaad hart toewenste, stemde uiteindelijk Juliana van Stolberg-Wenigerode ook in. Willem van Nassau werd daar onder meer onderwezen in Krijgskunde, Diplomatie, Latijn, Duits, Italiaans en Spaans. Zo werd Willem van Oranje-Nassau (1533-1584), op 11 jarige leeftijd in 1544 al Prins van Oranje en heete hij aldus, Prins Willem 'de Zwijger' van Oranje-Nassau. Hij trouwde op 8 juli 1551 te Buren voor de eerste keer met Anna van Egmond van Buren (1533-1558),

Prins Willem I 'de Zwijger' van Oranje

Gravin van Buren en Leerdam en Lingen. Vrouwe van Borselen, Ijsselstein, Grave, Odijk, St. Maartensdijk, Cranendonk. Door zijn verbintenis met Anna van Egmond mocht de jonge Prins de Titels Heer van Egmond en Graaf van Buren bij de zijne voegen.

Anna werd geboren op 24 maart te Breda als dochter en erfgename van Graaf Maximiliaan van Egmond (+ september 1548), Graaf van Buren en Leerdam, heer van Ijsselstein, Kortgene, St. Maartensdijk, Jaarsveld en Cranendonk en Francoise de Lannoy, vrouwe van Santes, Lannoy, Rollaincourt en Boulers. Zij is de moeder van Prins Filips Willem en Prinses Maria. Keizer Karel V en zijn zuster Landvoogdes Maria van Hongarije bemiddelden bij de onderhandelingen van het huwelijk van Prins Willem en Anna van Buren.

Door het erfgoed dat Anna met het huwelijk meebracht werd de toch al schatrijke Prins Willem, door de erfenis van Prins Rene van Châlon van Oranje, een van de rijkste edele der Nederlanden.

Anna erfde van haar grootmoeder Maria Bouchout ook de heerlijkheden Beverweerd en Odijk. De zoon van Prins Willem 'de Zwijger',
Prins Maurits schenkt deze heerlijkheden later aan zijn bastaardzoons, hierdoor onstaan de takken Nassau-Beverweerd en Nassau-Odijk.
Anna van Buren
stierf helaas op 25-jarige leeftijd. In september 1551 kreeg Prins Willem van Oranje-Nassau een aanstelling als kapitein van een ruiterafdeling, een paar maanden later werd hij Kolonel over tien vendels Nederduitsers. Toen de Prins nog geen 22 jaar was, kreeg opperbevel van
het Maasleger. Keizer Karel V ging met deze move voorbij aan oudere en meer ervaren legeroversten zoals Aremberg en van Egmond .

In 1555 werd de de Prins lid van de Raad van State en leunde, op 25 oktober, de oude vermoeide Keizer Karel V op zijn schouder toen hij in Brussel
afstand deed van de troon. Zijn zoon en latere tegenstander van Prins Willem, Filips II volgt hem op. In 1555 werd Prins Willem tevens veldoverste.
In 1556 ontving hij de Orde van het Gulden Vlies.Prins Willem van Oranje (1533-1584) trouwde voor de tweede keer in 1561 metAnna van
Saksen
(1533-1577). In 1566 heerste er een hongersnood door de kleinere oogsten door de strenge winter, de oorlog in Scandinavië en de
politieke onrust met Spanje
en de prijzen in het land stegen snel.

Landvoogdes Margaretha van Parma

Het volk werd opstandig wat uiteindelijk in de zomer lleidde tot de 'beruchte' Beeldenstorm. Prins Willem van Oranje-Nassau keurde de plunderingen ten sterkste af en trad zelf hardhandig op, eigenlijk tegen de mensen die aan zijn zijde stonden.

Velen waren teleurgesteld in hem, hij was in hun ogen de leider in hun strijd tegen de Spanjaarden. Wel weigerde Prins Willem van Oranje en Nassau de nieuwe eed van trouw af te leggen aan Filips .

Alle ambtenaren, soldaten en Vliesridders legden deze eed van de Landvoogdes Magaretha van Parma af. Er waaide een nieuwe wind door het land. De Spaanse Koning heeft het helemaal gehad met de Nederlanden.

Hij vindt dat Margaretha de orde niet kan handhaven. Filips II stuurde een goedgetraind leger o.l.v. veldheer Hertog Fernando Alvarez de Toledo, Hertog van Alva. Nadat de Prins al zijn functies in dienst van de Spaanse koning had neergelegd, vertrok Prins Willem van Oranje-Nassau naar Dillenburg.

Koning Filieps II van Spanje

Hij kwam in mei aan in Dillenburg en in augustus trok de Hertog van Alva de Nederlanden binnen. Omdat de Hertog van Alva de Prins niet
gevangen kon nemen arresteerde hij zijn zoon, Prins Filips Willem die op dat moment in Leuven studeerde. Daar zijn goederen in de Nederlanden
verbeurd warenverklaard, was het moeilijk om gebruik te maken van huurlegers, doch het lukte hem in 1568 klaar te zijn voor een invasie in de
Nederlanden om de Spanjaarden te verjagen. Dit initiatief van de familie Nassau kende weinig succes, op de Slag bij Heiligerlee (1568) na.
Bij deze slag sneuvelde zijn jongere broer Adolf. Hertog van Alva liet uit vergelding de Graven van Egmond en Hoorne onthoofden op de
Grote Markt in Brussel. De jaren hierna bleven de tegenslagen volgen tot 1 april 1572, de Watergeuzen Den Briel in namen. Dit was het sein voor
sommige steden, zoals Vlissingen, Enkhuizen en Veere om de kant van de Prins van Oranje te kiezen.

In juli trok Prins Willem van Oranje-Nassau met een leger van zo'n 24.000 man over de Rijn. Op zijn tocht liet hij pamfletten verspreiden om het volk op te roepen mee te helpen aan de Vrijheid der Nederlanden. Maar weer was het leger van de Hertog van Alva te sterk voor Oranje en moest de strijd wederom gestaakt worden. De Prins zag het somber in en vertrok naar Holland.

Hier boekte hij echter grote succesen zoals; Het Beleg van Alkmaar in 1573, de Slag op de Zuiderzee in 1573, en het Ontzet van Leiden op 3 oktobe r 1574. Tegenslagen waren er, bij de Slag op de Mokerhei verloor de Prins zijn broers Lodewijk en Hendrik. In 1573 sloot Prins Willem van Oranje (1533-1584) zich aan bij de calvinisten. Ook Juliana van Stolberg, Willem's moeder, bekeerde zich tot het Calvinisme.

Eigenlijk waren de Calvinisten hem te streng in de leer, maar Willem besefte dat hun steun onontbeerlijk zou zijn en hard nodig om de Nederlanden tot een eenheid te smeden. In december 1573 keerde de veldheer Hertog van Alva terug naar Spanje en zijn opvolger Hertog Requesens stierf plotseling in het voorjaar van het jaar 1576. Dus had de Koning van Spanje een

Hertog van Alva, Fernando de Toledo

probleem. Geen bestrijder meer van Willem I,
de Zwijger, Prins van Oranje. Inmiddels had de Prins zich op het 'liefdespad' begeven. Prins Willem van Oranje (1533-1584) trouwde voor de derde keer op 24 april 1575 met Charlotte de Bourbon-Montpensier (1546-1582). Het ging slecht met de bezettingsmacht in de Nederlanden.

De Spaanse troepen hadden al maanden geen soldij gehad en muiterij hing in de lucht maar er was niks te muiten zodat de soldaten al links en rechts plunderde in het rijke Brabant. In het stadje Aalst verzamelden de Spaanse plunderaars zich. Op 4 November 1576 trokken ze naar de Citadel in Antwerpen en plunderde wat ze konden, ze vernielden alles wat ze tegen kwamen. Dat heette de Spaanse Furie'.

Dit gruwelijke optreden van de Spaanse troepen, stimuleerde de in Antwerpen aanwezige vertegenwoordigers /onderhandelaars uit het Noorden, Floris Thin Pensionaris van Utrecht, Paulus Buys, Pensionaris van Holland, Leonides, Pensionaris van Gelderland en Roorda de afgevaardigde Grietman uit Friesland en vertegenwoordigers van de Prins tot de Pacificatie van Gent (1576) te komen.

Die was gericht tegen de Spaanse aanwezigheid, alle Nederlanden verklaarde zich solidair tegen Spanje. De onderlinge vrede die was gesloten in de "
Pacificatie van Gent
"
in 1576 werd bekrachtigd in januari 1577 te Brussel waar de Staten-Generaal vertegenwoordigd was. Deze zogenaamde
Eerste Unie hield in dat in Zeeland en Holland, Buren en Bommel alleen het Calvinisme werd toegestaan en in de andere Gewesten uitsluitend de
Rooms Katholieke godsdienst maar ze mochten de Calvanisten niet in deze gebieden vervolgen. Ten tijde van het verdrag, arriveerde de nieuwe
Landvoogd Don Juan uit Spanje.

Deze halfbroer van Koning Filips moest het Eeuwig Edict tekenen om zijn Landvoogdschap erkend te krijgen. Dit betekende, dat hij alle Spaanse
troepen uit de Nederlanden moest laten vertrekken waardoor hij feitelijk ook geen macht meer had. In het Eeuwig Edict stond ook vermeld dat de
Rooms Katholieke godsdienst overal heersende zou zijn, dit tegen de afspraken van de Pacificatie van Gent en de Eerste Unie en de afgevaardigen
uit het noorden tekenden het Eeuwige Edict dan ook niet. Eenwording onder leiding van de Spanjaarden kon nu wel worden vergeten.
De Staten-Generaal waren bang voor een tweede Spaanse Furie en droegen het Stadhouderschap in alle openheid over aan de
Prins van Oranje. Het Zuiden was hierop tegen en wenste de 19 jarige Aartshertog Matthias van Oostenrijk, de broer van de Duitse Keizer.

De Prins van Oranje onderhandelde met deze kandidaat met als resultaat de Tweede Unie van Brussel' en Matthias zou als "
tweede man" fungeren. De Calvanisten kregen in het zuiden meer ruimte dit tot ergenis van de katholieken. Hierdoor volgden vel
godsdienstige onderhandelingen. Tijdens deze onderhandelingen stierf Don Juan en de Spaanse Koning benoemde Prins Alexander
(Allesandro) Farnese
, de latere Hertog van Parma als zijn opvolger. Hij zuiverde Vlaanderen en de Waalse provicies van de Spaanse bendes
en hiermee eindigde ook de Calvanistische overheersing.

Op 6 januari 1579 richtten de Waalse gewesten Artesië, Henegouwen, Namen, Luxemburg en Limburg de "Unie an Atrecht" op, waarin ze de breuk met de opstand tegen de Spaanse Koning afkondigden. Op 23 januari 1579 sloten zeven opstandige Noord-Nederlandse gewesten een verbond de "Unie van Utrecht" tegen hun Spaanse overheersers. Deze Unie kan worden beschouwd als het begin van de Republiek der Nederlanden.

De ondertekening van dat verdrag vond plaats onder leiding van Jan van Nassau, Stadhouder van Gelderland, in de middeleeuwse kapittelzaal naast de Domkerk. Hierdoor was het uiteenvallen van de zeventien Provincies definitief. Het Bondsverdrag was tussen Holland, Gelre, Zeeland, Utrecht en de Ommelanden. Later kwamen daar Friesland, Overijssel, Drente en enkele steden in het zuiden bij.

Het verdrag bleef tot 1795 de grondslag van de staatsregeling van de Republiek Verenigde Nederlanden. Koning Filips II (1527-1598) verklaarde de Prins van Oranje op 15 juni 1580 vogelvrij en zette een prijs van 25.000 gouden schilden op het hoofd Prins Willem van Oranje-Nassau (1533-1584).

Wie hem om het leven bracht, kon ook nog rekenen op verheffing in de Adelstand. Het banvonnis tegen de Prins, werd uitgegeven in 4 talen zodat dat voldoende werd verspreid. Met behulp van zijn medewerkers Villiers, Languet en Du Pleissis Mornay stelde de Prins een verweerschrift op, de zogenaamde 'Apologie'.

De onderhandelingen in volle gang voor het verdrag van de Unie van Utrecht.
In de stoel Willem I, Prins van Oranje, rechts staande Marnix van St. Aldegonde.

' In deze 'Apologie' deed hij een felle aanval op de Spaanse Koning en verdedigde hij zijn eigen staatkundige en godsdienstige opvattingen. De Prins had reeds de tekst op 13 december 1580 aan de Staten-Generaal aangeboden. Deze reageerde pas op 27 juli 1581 met het 'Plakkaat van
Verlatinghe
', waarin Filips II als Koning werd afgezworen. "Daarom maken wij bekend dat wij, door de uiterste nood gedwongen,
na onderling overleg en met algemene stemmen de Koning van Spanje vervallen verklaren van zijn heerschappij, jurisdictie en erfelijke aanspraken op deze landen"
, zo schreef Willem I 'de Zwijger ' Prins van Oranje ferm. Op 18 maart 1582 pleegde Jean Jaureguy in Antwerpen een aanslag op het leven van Prins llem van Oranje-Nassau (1533-1584). Hij raakte hierbij gewond en zijn vrouw,Charlotte de Bourbon-Montpensier (1546-1582), verzorgde hem intensief en met liefde. Kort daarna stierf ze op 5 mei 1582. Prins Willem van Oranje (1533-1584) trouwde voor de vierde keer op 12 april 1583 met Louise de Coligny (1555-1620).

De dood van Jean de Jaurequy

Jean (de) Jaureguy of Juan de Jáuregui (ca. 1562 - Antwerpen, 18 maart 1582) pleegde een mislukte aanslag op Willem van Oranje. Jean Jaureguy was een Bask, afkomstig uit Frankrijk, die werkte als knecht van de Spaanse bontkoopman Gaspar de Añastro uit Vitória, die daarvoor drie schepen had verloren en in Antwerpen verbleef. Añastro had wel oren naar de geruchten over de beloning van 80.000 ducaten en de verheffing in de Orde van Sint-Jacob van het Zwaard die Filips II van Spanje in 1580 zou hebben uitgeloofd voor de liquidatie van Willem van Oranje.

Zelf durfde hij het echter niet aan. Hij haalde daarop samen met zijn klerk Antonio de Venero en de Jacobijnse priester Anthony Timmerman uit Duinkerken zijn arme assistent-klerk Jaureguy over om het klusje voor hem uit te voeren. Daarbij de belofte dat hij dan 2877 kronen zou krijgen. De psychisch labiele Jaureguy zou de aanslag daarnaast ook hebben gepleegd tot meerdere glorie van God. Op zondag 18 maart 1582 trok Jaureguy naar de eetzaal in het Antwerpse kasteel waar Willem van Oranje verbleef.

Daar bood hij hem een petitie aan. Nog voor Willem het papier had kunnen aanpakken, vuurde Jaureguy op zijn hoofd. Hoewel het een slecht pistool was dat niet goed werkte, wist Jaureguy Willem toch met een kogel te raken. Deze kogel raakte hem in zijn nek onder zijn rechter oor, waarna de kogel zijn lichaam verliet via zijn linker kaakbeen.

Het schot richtte daarmee geen onherstelbare schade aan en Willem herstelde later van het incident. Jaureguy werd echter ter plekke doorstoken door
het zwaard van een van de ridders uit zijn gevolg en vervolgens gedood door de hellebaardiers. Bij het onderzoeken van het lichaam werd ontdekt dat
Jaureguy twee stuks kleren van beverbont, verschillende kruizen en amuletten, een groene waskaars en verschillende geschreven Spaanse
documenten bij zich droeg. De medeplichtigen werden daarmee opgespoord. Toen Willem van Oranje aan de beterende hand was, beval hij een
"genadevolle executie" voor de overlevenden: op 28 maart werden Venero en Timmerman terechtgesteld op de garotte, vervolgens onthoofd en gevierendeeld voor publieke tentoonstelling.

De Añastro was echter op 13 maart naar Wallonië vertrokken en claimde de beloning voordat Alexander Farnese dit kon doen. De beloning die Filips
II
had ingesteld in juni 1580 bleek echter /geen 80.000 ducaten te zijn, maar 25.000 Spaanse escudo's, de betreffende adellijke titel en vrijstelling van
vervolging. Hoewel Willem zwaar verwond was, wist hij toch te overleven doordat de kogel geen vitale delen had geraakt en door de goede verzorging
van zijn derde vrouw Charlotte de Bourbon en zijn zus Maria. Terwijl Willem langzaam herstelde, verzorgde Charlotte haar man echter zo intensief dat
haar eigen gezondheid achteruit ging. Ze stierf op 5 mei 1582. Balthasar Gerards, de latere moordenaar van Willem van Oranje, had echter vernomen
dat de aanslag op de Prins wel succesvol was geweest. Hij was opgelucht dat hij zelf zijn leven niet meer hoefde te wagen om de leider
van de Opstand te vermoorden.

Moord Prins Willem I 'de Zwijger' van Oranje
, Balthasar Gerards en een andere visie op de moord

Balthasar had twee pistolen, een om Prins Willem van Oranje-Nassau te vermoorden en een om zijn aftocht mee te dekken. Omdat hij niet kon
zwemmen en bang was dat hij via de gracht zou moeten vluchten, had hij uit voorzorg een zwemband om van varkensblaas. Hij schoot Prins Willem
van Oranje-Nassau
dood, zodra deze uit de eetzaal kwam. Maar hij werd gegrepen voordat hij kon vluchten. Balthasar Gerards was een groot
bewonderaar van Koning Filips II en katholiek, geboren in geboren in het Franse Vuillafans.Hij studeerde aan de universiteit in het naburige
provinciestadje Dole.

Koning Filips II zette bewust de prijs van vijfentwintigduizend kronen op het hoofd (Willem van Oranje), van wat hij de "pest van de gehele
christelijkheid en vijand van het menselijk geslacht
" noemde. Tevens werden de familieleden van Gerards verheven in de adelstand door de
Spaanse Koning. Tot op de dag vandaag zijn er edellieden die de naam Gerards dragen. Op 03-08-1584 werd de Prins van Oranje-Nassau in de
Nieuwe Kerk te Delft begraven. Dit omdat het familiegraf te Breda destijds niet te bereiken was daar de Spanjaarden er zaten. Sindsdien is de Nieuwe
Kerk
te Delft de laatste rustplaats voor de leden van het Koninklijk Huis. Nadat Balthasar Gerards in de kraag was gevat, werd hij opgesloten.

De Fransman legde een verklaring af over zijn daden en vertelde daarin waarom hij het gedaan had. De schepenen (wetgevende bestuurders van
de stad
) besloten hem te vervolgen om er achter te komen wie hem opdracht heeft gegeven voor zijn daad en wie er verder bij betrokken waren.
Gerard liet namelijk niet veel los. Folteren leek de schepenen daarom een goede methode om alsnog te achterhalen wie hem opdracht had gegeven.
De moordernaar werd eerst geslagen met roeden. Daarna werden zijn wonden ingesmeerd met honing. De nacht moest Balthasar Gerard gebonden doorbrengen. Zijn handen werden aan de voeten vastgebonden. Beulen hingen, aan iedere grote teen, een gewicht van ongeveer 150 pond.

Balthasar wilde hierna echter nog steeds niet praten. Hij kreeg daarom schoenen van hondenleer aan en werd voor een vuur neergezet. Het leer
kromp hierdoor waardoor ook zijn voeten verbranden. Dit was klaarblijkelijk nog niet genoeg. Na deze foltering hielden beulen gloeiende fakkels onder
zijn oksels en werden er naalden en spijkers onder zijn nagels gestoken. De katholiek ging ook hierdoor echter niet spreken. Volgens sommige
berichten zou tijdens de foltering ook het geslachtsdeel van Balthasar Gerard zijn afgesneden. Ondanks alle folteringen weigerde de moordenaar
te zeggen welke andere personen betrokken zouden zijn geweest bij de moord op Willem van Oranje.
Het vonnis in oud-Nederlands staat hieronder!

...Alsoe Balthazar Gerardt, geboren van Uuilleffans in ‘t Graeffschapp van Bourgoignen onder het gebiet des Conincx van Spangien,tegenwoordich
gevangen, bekent heeft, dat hy voorgenomen hebbende omme te brengen den persoon van den Doorluchtigen, hoochgeboren Furst ende heere den
heere Prince van Oraignen, Grave van Nassau etcetera, ontrent twee jaeren ende een halff geleden hem begeven heeft uuijten Lande van Bourgongnen
in den Landen van Luxemborch, alwaer hij hem begeven hebbende in dienste van den Secretaris des Grave van Mansfelt, Gouverneur aldaer,
affgedruckt heeft zeeckere groot getal van des Grave van Mansfelt secrete pitzierzegelen, hebbende oock geleert contrefeyten de onderteijckeninge
van denselven Grave van Mansfelt, omme met behulp vandijen acces te maecken in den hove des voornoemden heeren Princen van Orangien,
welck zijne voornemen hij bekent heeft in Martio voorleden schriftelicken binnen der stadt Doornick, te kennen gegeven te hebben den
Prince van Parma, de- welcke deur sijne Raetsheere

Christoffle d’Assonville daertoe gecommitteert, met hem gevangen, dairop in communicatie ende onderhandelinge getreden zijnde, hem gevangen
toegeseyt heeft, dat indijen hy syn voornemen wiste te volbrengen ende den ban ofte proscriptie van den Coninck van Spangien, tegens den persoon
van den heere Prince van Orangien uuijtgegeven, ter executie brochte, dat den Coninck van Spangien hem soude voldoen ‘t gundt hy by de sententie,
houdende onder meer andere poincten de somme van vijff ende twintich duijsent ducaten toegeseyt ende belooft heeft. Ende dat hy gevangen metten
selven Assonville beraetslaecht hebbende up ‘t volbrengen van ‘t voorsseide feyt met hem besloten heeft, dat hy gevangen hem herwaerts over in
‘t hoff van den voornoemde heere Prince soude begeven, noemende hem Francoijs Guijon, een soone van Pieter Guijon, eertijts burger van
Besanchon, diewelcke eertijts omme die religie ommegebracht soude zijn met confiscatie van goeden.


De terechtstelling van Bathasar Gerards

Ende dat hij gevangen, onder het schijnsel, dat hy van joncx op de religie soude toegedaen sijn ende omme deselve syn ouders ende goede verloren
souden hebben, met alsulcken vervalschten naeme ende metten voorsseiden affgedructen pitzierzegelen ende gecontrefeyte onderteijckeningen des
Grave van Mansfelt toeganck in den hove des voornoemden heeren Prince van Orangien soude maecken, volgende welcke beraetslaechde opset hij gevangen alhier in ‘t hoff van de voornoemde heere Prince van Orangien gecomen is ende zijnen naeme vervalsende, hem genoemt heeft Franchoijs Guijon ende zulcx in ‘t hoff van den heere Prince van Orangien gecomen zijnde hem vervordert heeft opten9den deser maent te coopen twee
pistoletten oftecorte cincqroers ende opten 10den deser opten noene verspiet hebbende in ‘t hoff dat de voornoemde heere Prince van Orangien in ‘t salette ter tafele geseten was, hij gevangen gegaen is in zijn logement ende die twee cincqroers geladen hebbende, het eene met drie ende het andere
met twee loden ofte bale, weder in ‘t hoff gegaen es, hebbende de twee cincqroers, hangende an zijn rijem op zijn ‘s lincker zijde onder zijn mantel,
laetende zijn mantel van zijn rechter schouder neder hangen, opdat hij nyet en soude schijnen ijet onder zijn mantel geladen te hebben ende
dat hy den voornoemden heere Prince,

comende van der tafele ende uuyten salette gaende omme de trappen op te treden naar zijn camere het eene cincqroer ofte pistolet, met drije looden ofte balen geladen, op denselven heere Prince affgeschoten heeft, van welcke schote de voornoemde heere Prince (ten grooten leetwesen van allen goeden patrioten) gestorven is. ‘t Welcke wesende een valsch, verradisch, moordadich feijt, bedreven in den persoen van alsulcke personage als den voornoemden Deurluchtighen, hoochgeboren Furst, den heere Prince van Orangien, hooger memorien, geweest is, nyet en behoort ongestraffet te blijven, maer ten exempel van allen anderen seer rigoureuselijcken behoort gestraffet te worden.

Het wapen dat Gerards voor de moord gebruikte

Soe eest, dat mijnen heeren de Gecommitteerden van den hoghe en provintialen Raede ter examinatie ende judicature van den voorsseiden gevangen, beneffens den heeren van den gerechte deser stadt gecommitteert ende mijnen heeren de Schepenen deser stadt, wel ende rijpelicken overgewegen hebbende de confessien van den voorsseiden gevangen ende alle ‘t gundt in dessen te considereeren stondt, den voornoemden Balthazar Gerardt, gevangen, gecondemneert hebben ende condemneren by desen geleyt te worden op het schavot, alhier voor ‘t stadthuijs opgerecht omme aldaer eerst zijn rechter hant, daer hij ‘t voorsseide verradisch, moordadige feyt mede bedreven heeft, met een gloijende, toesluytende ijser geschroeyt

affgebrant te worden ende dat daernae met gloeijende tangen tot ses reysen ende verscheyden plaetsen -soe aen armen, beenen ende d’ gijen daer sijn lichaem meest met vleijsch becleet is- het vleisch uuijtgebrant ende affgenepen sal worden ende dat hy daernae levendich aen vier quartieren
gehouden sal worden, beginnende van onderen ende ten laesten hem den buijck opgesneden ende zijn hart levendich uuijtgenomen ende in sijn
ansichte geworpen ende daernae zijn hooft affgehouden zal worden ende dat zijn vier quartieren opten bolwercken van der Haechpoorte,
Oostpoorte, Ketelpoorte ende Waterslootschepoorte deser stede uuijtgehangen ende zijn hooft opte Schooltoorn achter het logement des
voornoemden heeren Prince op een staecke gestelt, sullen worden, verclarende alle syne goeden geconfisqueert ten proffijte van den Heer.
Aldus gepronunchieert op ‘t Stadthuijs der stadt Delff,den 14den dach Julii anno 15 honderd vijer ende tachtich...

Het is niet zoals vele Nederlanders denken dat het huidige Koningshuis van Prins Willem van Oranje afstamt, tenminste niet helemaal.
De dochter van Prins Frederik Hendrik, Prinses Albertina Agnes trouwde met haar verre neef Willem Frederik. Hier werden de bloedlijnen van
Willem, Prins van Oranje en Graaf van Nassau
en zijn broer Johan (Jan) 'de Oudere' van Nassau-Dietz vermengd. Gezien de lijn van zoon
op vader gaat was de zoon van Albertine Agnes en Willem Frederik officieel een afstammeling van Johan de Oudere.

Albertine Agnes van Oranje-Nassau, is dus de stam-moeder van de huidige Oranje-Nassau's.

De kleinzoon van Prinses Albertina Agnes, Graaf Johan Willem Friso erfde de titel van Prins Willem III toen deze kinderloos overleed. Thans
zijn alle (mannelijke) afstammelingen van de tak van Prins Willem 'de Zwijger' uitgestorven, behalve een onwettige tak van de van Nassau-
Zuylensteins
(afstammelingen van Frederik Hendrik). Hiervan leven er tegenwoordig nog drie van, allen vrouwelijk. Janet Elisabeth Nassau(1946)
en de tweeling Julie Anne en Pamela Margaret Nassau geboren op 19 februari 1960 te Edmonton (London), (zie info Stambomen
Oranje-Nassau)
. De tak van Prins Willem de Zwijger was verdwenen en de titel ging later over naar de familie van zijn broer. Overigens is
het vastgelegd in de Grondwet dat een Nederlandse monarch af moet stammen van Koning Willem I der Nederlanden.