logoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Dillenburg (D)
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Prinsen van Oranje en Nassau

Prins Willem V 'Batavus' van Oranje

Onder de prinsgezinden heerste bij de geboorte van deze Oranje-telg een uitbundige vreugde. Hij werd bekend onder de naam Willem V 'Batavus'. De stamhouder kreeg tijdens het leven van zijn vader de titel Graaf van Buren. Als 3-jarige volgde hij zijn vader Willem IV in 1751, op. Doordat hij geen wilsbekwaamheden had -te jong voor het baantje - trad zijn moeder aan als gouvernante voor de Politieke zaken, totdat de Prins meerderjarig zou worden. De militaire functie's werden waargenomen door Lodewijk Ernst van Brrunswijk- Wolfenbüttel, die reeds in 1750 door zijn vader Willem IV,
als militair raadsman was geïnstalleerd.

Na de dood van zijn moeder Anna, vervielen de Stadhouderlijke functie's aan de Gewestelijke Staten en werd Brunswijk voogd over Willem V, Batavus Prins Willem V zag het levenslicht op 6 maart 1748 te 's Gravenhage als zoon van Prins Willem IV en Anna van Hannover. Hij bracht zijn jeugd door de bescherming van zijn moeder. Na zijn opvoeding die zoals normaal gebruikelijk was, startte de Prins met onderwijs in de vereiste vakken en diende zich bovendien zich te bekwamen als militair. Dank zij de militaire raadsman van zijn vader die hem in strategie en aanverwante vakken onderwees , lukte dat.

Prins Willem V 'Batavus' van Oranje

Willem V trouwde in 1767 met Prinses Frederica Sophia Wilhelmina van Pruisen (* 1751 - + 1820). Zij was de dochter van Prins August Willem van Pruisen, Hertog van Brunswijk en Hertogin Louise Amalia van Brunswijk-Wolfenbüttel. Al op zeer jonge leeftijd, werd zij bij haar ouders weg gehaald en groeide zij op aan het hof van haar grootmoeder Prinses Sophia Dorethea van Hannover. Nadat deze in 1757 overleed, voedde haar tante, Elisabeth Christine van Brunswijk-Bever haar verder op.

Lodewijk de 'Dikke Hertog' was in 1759 door Prins Willem IV aangesteld beleidsman voor legerzaken. Overigens was zijn moeder Regent van Friesland voor de jonge Prins daar hij niet in staat was deze zware taak op zich te nemen. Anna van Hannover kweet zich met verve van haar taak. Toen Anna in 1759 stierf, kwamen de Stadhouderlijke functies bij de Gewestelijke Staten terecht.

Aan de Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel werd het voogdijschap (zoals reeds gemeld) over de Prins toe bedeeld. In 1763 werd de Prins ernstig ziek en men vreesde voor zijn positie als opvolger van zijn vader Willem IV. Hij overleefde zijn ziekte en in het jaar 1766, meerderjarig geworden, trad hij evenwel aan als Stadhouder van Friesland.

Prinses Wilhelmina van Pruissen

Prins Willem V van Oranje-Nassau kreeg een degelijke opleiding en had een brede belangstelling. Van Willem V werd gezegd dat hij een ijzeren geheugen had. Hij toonde interesse in de wetenschap, had een eigen hof orkest, verzamelde graag en zelfs de kunst was hem niet vreemd. Ondanks deze eigenschappen, bleek later dat dit niet genoeg was. Politiek gezien miste hij inzicht, zelfvertrouwen en had een zwakke wil. Kortom, hij was een onbenul eerste klas. Maar de Prins was ook een stevig drinker, liep mank en miste een aantal tanden, nadat Willem V van zijn paard wasS gevallen. Mogelijk lichtelijk beneveld erop geklauterd en aan de andere kant er wederom vanaf gedonderd.

Daar maakte de Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttelheel subtiel en dankbaar gebruik van. De Hertog kwam met de Prins overeen, dat hij voor Willem V alle zaken zou regelen en dat Zijne Koninklijke Hoogheid dan vrolijk verder kon gaan met het zuipen en andere 'aangename' dingen des levens. Willem V zag wel wat in dat voorstel en zo ontstond een geheime overeenkomst tussen de 'Dikke Hertog' van Brunswijk-Wolfenbüttel en de Prins-Stadhouder Willem V Batavus van Oranje-Nassau. Slechts beiden waren op de hoogte van dit Pact (Akte van Consulentschap) geheten. Mocht dit ooit naar buiten komen
dan waren de poppen aan het dansen en zette zowel de Hertog als de Prins hun loopbaan op het spel.

Deze in het geheim vastgestelde 'Akte van Consulentschap' van 1766 kwam erop neer dat het voogdijschap van de 'Dikke Hertog' gehandhaafd bleef. Hierdoor behield de Hertog van Brunswijk-Wolfenbüttel zijn greep op de Prins en kreeg hij toenemende politieke invloed. De Prinsgezinden drongen aan op een Stadhouderlijke Raad waar de zaken naar behoren konden worden behandeld. De Prins weifelde en stuitte dan op een Veto van de machtige Brunswijk. Op 04-10-1767 trouwde Willem V in Berlijn met een nicht van Frederik de Grote, Frederika Sophia Wilhelmina, Prinses van Pruisen. Na zijn aantreden als Stadhouder van het Gewest Friesland, begon de Prins te komen met voorstellen en gedachten die moesten leiden tot verkleining van de
Vroedschappen in de Friese steden Stavoren (1768), Workum (1772) en Bolsward (1773). Om dat te bereiken, beschikte Willem V over
uitstekende contacten
met de politieke top in die plaatsen in Friesland. Zijn voorstellen waren wel willekeurig
en vaak kon men er geen touw aan vastknopen.

De Prins meende dat niet overal dezelfde invloed en bevoegdheden behoorden te zijn bij de Notabelen. Het werd hem niet in dank af genomen.
Het probleem lag in het feit dat de zogenaamde 'vroedschapzetels' bij lange na niet konden worden opgevuld met goed gekwalificeerde
personen. Dat had Willem V nu juist net zo nodig, omdat hij dat inzicht in de materie wel heel grondig miste, Er ontstond een fors protest
maar de Prins besloot deze heikele zaak te laten rusten. En dat vond ie allang best. Ziezo, rust in de tent! Prinses Wilhelmina - zo werd zij
genoemd aan het hof - overtrof - gelukkig - haar man in doortastendheid. Haar invloed op zijn beleid was spraakmakend te noemen.

Mogelijk al vanaf 1776, maar vooral nadat de 'geheime raadsman' van Willem V, de Hertog van Brunswijk, een broer van haar moeder, in 1784 al
zijn functie's moest neerleggen wegens verregaande misbruik van zijn macht. De Prins was in de problemen geraakt door, de in die tijd heel
normale situatie, vanwege het Stadhouderlijke Stelsel dat gebaseerd was op kuiperijen en vriendjespolitiek in plaats van gedegen politiek
vakmanschap
. Haar neef, Frederik de Grote stelde voor om te bemiddelen en meende dat de Prins-Stadhouder Willem V maar een aantal van
zijn privileges diende af te staan aan zijn vrouw.

Zonder twijfel met de bedoeling om meer invloed te kunnen uitoefenen op Politieke en andere Stadhouderlijke zaken. Tijdens de Amerikaanse
Vrijheidoorlog
(1775-1783) en de Vierde Engelse Zeeoorlog (1780-1784) kwam de Engelsgezinde Willem in moeilijkheden. De patriotten
begonnen een pamfletten- en spotprentenoorlog tegen het Prinselijke paar, dat de schuld kreeg van wat alles wat er mis was in het land.
Hij werd zelfs beschuldigd van het heulen met de vijand. Een daad waar in die tijd de doodstraf op stond. In 1784 werd de Akte van Consulentschap openbaar, waarop Brunswijk alle ambten moest neerleggen en het land diende te verlaten. De republiek ontnam Prins Willem V van Oranje Nassau
enkele rechten en zette hem het land uit, niet alleen vanwege zijn familiebanden met de Keizer van Oostenrijk. Toen het tot ongeregeldheden kwam
en de Prins niet ingreep, ontnamen de Staten van Holland hem in 1785 het commando van het Haagse Garnizoen.

Gebelgd en zwaar beledigd vertrok Willem V met zijn gezin uit Holland, richting Breda. Vervolgens maakte hij een rondreis door de Republiek, teneinde zijn fors gedaalde populariteit en die van de Oranje's in het algemeen, te herstellen. De winter van 1785 - '86 werd doorgebracht op het privé-bezit Het Loo te Apeldoorn. In 1787 verbleven de Oranjes op het Valkhof te Nijmegen dat eigendom was van de Staten van Gelderland. Dit was een behandeling 's Prinsen Paar onwaardig. Zijn vrouw Wilhelmina, klaagde tegen over haar broer, de Koning van Pruisen over deze behandeling. Deze stelde een groot leger (20.000 man) samen en kwam hen ter hulp. De Prins-Stadhouder werd in al zijn waardigheden hersteld.

Zijn voordurende starheid, onvermogen zaken in de juiste proporties te zien, bleven Willem V achtervolgen. Daardoor werd zijn positie langzaam maar zeker onhoudbaar. De Patriotten, onder leiding van Pieter Paulus en Laurens Pieter van der Spiegel, stelden Willem V voor een Raad te vormen waarin ook zijn vrouw zitten zou nemen. Zij stond hem immers al terzijde

Herbegrafenis van Prins Willem V

, sinds 1776, inzake politieke kwestie's. Tevens benaderden zij de Prinses en vroegen haar of zij bereid zou zijn zitting nemen in zo'n Raad en of Wilhelmina dan ook met hen, de Patriotten wilde overleggen inzake de eerder genoemde kwestie's. Helaas, liet de besluiteloze Prins totaal niets van zich horen of voerde een beleid dat uitging van handhaving van de gevestigde orde en positie's.Dat had toch altijd gewerkt, zo redeneerde Willem de V, voorbijgaande aan het gegeven dat vernieuwing weleens een bittere noodzaak zou kunnen zijn. In 1793 verklaarde Frankrijk de oorlog aan de Republiek.

Na een Veldslag bij Fleuris op 26 juni 1794 walsten de Fransen opnieuw over de Zuidelijke Nederlanden (België). In september sloeg de Fransman Pichegru met succes het beleg rond 's Hertogenbosch. Op 16 0ctober capituleerde Venlo voor Jourdan. Maastricht viel na een belegering van 6 weken en op 7 november ging Nijmegen voor de bijl. De Patriotten vierden feest, dansten rond de Vrijheidsbomen en lieten hun woordvoerders het woord doen.

Utrecht viel op 16 januari 1795 in handen van de Fransen. Arnhem op 17 januari en Nieuwersluis op de 18e. Prins Willem V van Oranje-Nassau vertrok op zondag 18 januari in een simpele schipperspink, geholpen door Scheveningse vissers, richting Engeland. Hij vertrok met de storische woorden:
" Ik ga maar ik kom weder". Het was middernacht toen de pink, Johanna Hoogenraadde de steven wendde en koers zette naar Engeland.Het Huis van Oranje-Nassau was in ballingschap gegaan. Als balling woonde Willem V eerst in Engeland in het Paleis Hampton Court en later in zijn stamland Nassau
op het Slot Oraniënstein. Na enkele pogingen te hebben gedaan om terug te keren, tekende hij in 1801'de verklaring van Oraniënstein'
tot erkenning van de Bataafse Republiek.

De Prins-Stadhouder raakte daardoor steeds verder in een crisis, die we tegenwoordig een 'midlife crisis' zouden kunnen noemen. Willem V zette het op een drinken en liter na liter van kostelijke wijn vond zijn weg door de keel van de Prins. Het liefst deed hij afstand van die rotzooi en overwoog zich terug te
trekken op een van zijn vele Duitse bezittingen. Toch werd Willem V wakker en deed vanuit Breda, in een wanhopige poging alles te ontvluchten. Kennelijk had hij wel wat karakter. Alhoewel niet die eigenschappen die de Oranjes zowel als de Nassau's tot Prinsen, Staatslieden en Koningen van formaat maakten. Willem V vetrok met gezwinde spoed naar Friesland. Naar vrouw en kinderen, om aanwezig te zijn bij het 250-jarige bestaan van Franeker. Dat was een uitstekende move en de stemming bij de Regenten en Adel sloeg om.

Velen kozen nu voor de Prins-Stadhouder om het land van de nakende ondergang te behoeden. In 1801 tekende Willem V de Verklaring van Oraniënstein, waarin hij de Bataafse Republiek erkende. Als ballingen leefden de Oranjes eerst in Engeland op het Paleis Hampton Court en later op zijn Stamland Nassau in Duitsland. Toen hij in 1806 zijn dochter Louise te Brunswijk bezocht, overleed hij en werd daar begraven. Het heeft meer dan 52 jaar geduurd eer de 'laffe'en karakterloze' Willem V Batavus, Prins van Oranje werd nedergelegd daar waar hij thuis hoorde. Niet op kwaliteit maar op afkomst. In 1958 werd het stoffelijke overschot van de Prins, overgebracht naar Nederland en bijgezet in het familiegraf in de Nieuwe Kerk te Delft.

Kinderen van Prins Willem V van Oranje-Nassau en Wilhelmina van Pruisen:

1) Prinses Frederika Louise Wilhelmina van Oranje-Nassau. Prinses Frederika Louise Wilhelmina werd op 28 november 1770 geboren
te 's Gravenhage en stierf op 14 oktober 1819 te 's Gravenhage. Zij trouwde op 14 oktober 1790 te 's Gravenhage met Hertog Karel George August van Brunswijk-Lünenburg (1766-1806). Haar koosnaampje in familiekringen was 'Loulou'. De jonge Prinses was verzot op tekenen, borduren, muziek alsmede dans en toneel. Ze was zelf een niet onverdienstelijke klavecinist. Zanger en klavecinist Giovanni Colizzi van de hofkapel, gaf muzieklessen aan de Prinses. Ter ere aan haar, vernoemde hij zijn huis aan de Bezuidenhoutseweg naar Frederika, Louiseburg. In 1789 reisde zij met haar moeder af naar Duitsland, om tot een verloving te komen met een prins van het Huis van Hohenzollern.

Uiteindelijk kwam het tot een verloving met de erfprins van Brunswijk, Hertog Karel George August van Brunswijk-Lünenburg. Louise was niet geheel gelukkig met haar huwelijk en nieuwe vaderland. Helaas werd haar man volkomen afhankelijk van haar, bij zijn ziekte die leidde tot blindheid. Haar vader Prins Willem V van Oranje-Nassau overleed plotseling op 9 april 1806 tijdens een bezoek aan dochter Prinses Louise. Hetzelfde jaar verloor ze ook haar man, hun huwelijk was kinderloos. Hierna bracht ze de ballingschap met haar moeder door in Pruisen. Toen ze in 1814 weer naar Nederland terugkeerde, woonden moeder en dochter samen in het paleis aan het plein in Amsterdam en het Paviljoen welgelegen bij Haarlem.

2) Prins Willem I Frederik van Oranje-Nassau, Koning Willem I Frederik van Oranje-Nassau 1772-1843, Prins van Oranje Nassau in 1806,erfelijk soeverein Vorst der Nederlanden in 1813-1815, Koning der Nederlanden 1815-1840 en Groot-Hertog van Luxemburg in 1815. Vorst van Fulda, Graaf van Corvey, Weingarten en Dortmund (1802-1806), Hertog van Limburg (1839-1840).

3) Prins Willem George Frederik van Oranje-Nassau. Prins Frederik kwam ter wereld op 15 februari 1774 te 's Gravenhage en stierf op 6 januari
1799 te Padua. Tot 1788 werd Prins Frederik met zijn oudere broer Prins Willem Frederik opgevoed. Zij kregen les van de Duitse wiskundige
Euler, de Rechtsgeleerde H.Tollius en de Brunswijkse Generaal H.C.J. de Stamford. Prins Frederik bekwam als tweede zoon, zijn militaire opleiding aan de Militaire School van Brunswijk. In 1790 nam Prins Frederik dienst in het Pruisische leger, maar kreeg daar, volgens zijn ouders, geen passende rang. De Prins vertrok. In 1793 nam hij, samen met zijn broer, deel aan de verdediging van Nederland tegen de Fransen. In 1794 werd Prins Frederik benoemd tot
Generaal der Staatse Ruiterij. Tijden de ballingschap van de Oranjes, namen ze hun intrek in het Engelse paleis Hampton Court.

Dit werd door de Engelse Koning ter beschikking gesteld. Hier ontmoette Frederik Prinses Mary (1776-1857) en werd verliefd, helaas lieten de omstandigheden het niet om tot een huwelijk komen. Weer terug in Pruisen wilde de Prins een soort bevrijdingsleger samenstellen van uitgeweken
officieren en soldaten uit Nederland, bekend als het 'Rassemblement van Osnabrück'. De Pruisische Koning gaf echter geen toestemming voor een
inval en Prins Frederik van Oranje-Nassau moest het opgeven. Hij keerde wederom terug naar Engeland, waarna hij uitweek naar Oostenrijk en
daar in militaire dienst trad. Hij werd Oberst Feldwachtmeister en kreeg het bevel over een brigade Bohemers en Hongaren. Samen met zijn
vriend en Opperbevelhebber Aartshertog Karl van Habsburg, vocht hij tegen de Fransen in het zuiden van Duitsland.

Tijdens de gevechten rond Kehl, werd het paard van de Prins neergeschoten. Frederik kreeg vanwege zijn dapperheid in deze strijd, de Maria Theresia Orde uit handen van de Keizer. Hij was de eerste niet katholiek, die deze orde ontving. Toen de Prins werd uitgezonden naar Italie, kreeg hij in Venetië,na een wapenschouw, hoge koortsen en stierf kort daarna. Hij overleed mede aan de gevolgen van een schouderwond die nooit helemaal genezen was. In 1896 werd Prins Frederik bijgezet in het familiegraf in Delft, mede dankzij door inspanningen van Koningin- regentes Emma. Het is het jaar 1766 als ons land, nog luisterend naar de naam Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, een nieuwe Stadhouder krijgt, Willem V. Het begon allemaal zo goed. Al een jaar later bracht hij een bruid mee naar huis, de knappe prinses Wilhelmina van Pruisen, een nichtje van Koning Frederik de Grote. Een vorstelijk huwelijk werd in die dagen nog door de naaste familie bekokstoofd.

Frederika Louise Wilhelmina van Pruisen,
Prinses van Oranje-Nassau (* 1774 - + 1837)

Of de toekomstige bruid of bruidegom het eigenlijk wel op prijs stelden dat ze aan elkaar werden gekoppeld, dáár vroeg men niet naar. Maar deze keer bleek de keus van de familie niet zo gek geweest te zijn. Toen Willem zijn toekomstige vrouw voor het eerst in Berlijn kwam "bezichtigen" liet hij zich verrast ontvallen: "Dat had ik niet verwacht!"

Maar Wilhelmina had méér dan alleen schoonheid: ze is ook verstandig, tactvol en doortastend en ondanks haar 16 jaren maakte ze toch al een volwassen indruk. Ze zou deze talenten nog hard nodig hebben in haar lange huwelijksleven met Willem! Overigens ontbrak haar toekomstige man het nog al eens aan zelfvertrouwen en daadkracht en dan zou het Wilhelmina kunnen wezen, die met haar voortvarendheid en haar heldere inzicht kon bijspringen, zo reneerde moeder Wilhelmina.

Later, veel later, als haar dochter Louise gaat trouwen, schreef Wilhelmina haar een brief waarin ze ons een kijkje gunde in haar gedachten over het huwelijk. "Je geluk hangt voornamelijk van jezelf af", houdt ze Louise voor."Je trouwt met een mens, dus een onvolmaakt wezen,behept met zwakten en fouten; volmaakte mensen bestaan nu eenmaal niet. Als alles van één kant komt kan het huwelijk niet gelukkig zijn. Geniet het goede, verwacht geen volmaaktheid en matig je verlangens".

Wilhelmina van Pruisen Koningin van Nederland
Groothertogin van Luxemburg (* 1751 - + 1820)

Het waren wijze woorden van een vrouw die zelf aan den lijve had ondervonden dat het voor Prinsessen lang niet altijd meevalt het levensgeluk te vinden. Had haar oom, de beroemde Koning Frederik de Grote van Pruisen, het niet zelf gezegd? "De Heren Vorsten behandelen hun verbintenis als een niemandalletje", had hij ooit opgemerkt, "hun vrouw wordt meer beschouwd als een familiemeubel of eerste huisbediende, die zij aan hun waardigheid verplicht zijn te onderhouden, dan als de trouwe metgezellin in goede en kwade dagen of als de enige aan wie zij hun liefde schenken".
En dat was maar al te waar. Vorstelijke huwelijken waren in die tijd een belangrijk onderdeel van de politiek
en jonge Prinsen en Prinsessen werden beschouwd als de pionnen in dit spel.

Nee, ondanks alle pracht en praal van paleizen, juwelen en bals waren ze heus niet altijd te benijden. Niettegenstaande dat, wist Wilhelmina zich goed aan
haar nieuwe vaderland aan te passen. Ze leerde uitstekend Nederlands spreken en schrijven, ook al was de officiële taal aan het hof nog altijd Frans.
Als Prinses wist ze trouwens heel goed dat haar voorlopig maar één ding te doen stond: ze moest haar man en het land een Stamhouder bezorgen.
Dat was nu eenmaal de voornaamste plicht van elke vorstelijke vrouw in die dagen en daarover bestond dan ook geen enkel misverstand. Als ze op
bezoek komt in Amsterdam, hield de Hoofdschout van de stad haar in zijn welkomsttoespraak voor dat het zijn vurigste wens was dat "de Albestierder
deze Echt spoedig wil zegenen met de geboorte van een mannelijke spruit
".

Ook bij andere officiële bezoeken kreeg Wilhelmina het telkens weer te horen: er moest gauw een nieuwe loot aan de Vorstelijke stam komen. Zelfs oom Frederik de Grote verzuchtte in een brief aan zijn nichtje: "Maak me toch spoedig oudoom." De vurig gewenste geboorte van een troonopvolger was een veelbesproken onderwerp in die dagen en de huiselijke gewoonten van het prinselijk paar gingen vrijelijk over de tong. "De Prins slaapt alle nachten bij de Prinses en slaat niet over haar telkens te strelen. Nochtans was Haer Koninklijke Hoogheydt tot hiertoe niet swanger", zo kon men in Paleiskringen vernemen.

Maar na de droevige geboorte van een dood jongetje, werd er een Prinses geboren, Louise. |Het duurde nog twee jaar voordat overal in het land het vreugdegejubel pas echt goed kon losbarsten omdat er eindelijk een Prins was geboren. Willem heet het jongetje dat op Huis ten Bosch ter wereld
kwam, net als zijn vader. Er volgt in 1774 nóg een Prins, Frederik, en dan is het gezin van Willem V en Wilhelmina compleet. Financiële problemen kenden Willem en Wilhelmina niet en er werd dan ook met gulle hand geld uitgegeven. Ze hielden er een uitgebreide hofhouding op na, ze verzamelen van alles,
van schilderijen tot een met bijzondere dieren, en aan bals en feestdiners geen gebrek.
Daarnaast hield Wilhelmina zich toch ook heel intensief bezig met haar gezin. Ze had het allemaal heel duidelijk voor ogen hoe haar kinderen moesten opgroeien. "Ze moeten vooral zelfstandig leren denken", vond de Prinses; het is een eigenschap die ze zelf óók bezit en waar ze in haar leven veel plezier van heeft. Maar ook een goede sfeer in huis vindt ze erg belangrijk. "Ik hoop toch zó dat de kinderen het ook later altijd goed met elkaar kunnen blijven vinden", wenste ze dikwijls. Aan háár zou het niet liggen want ze doet alle mogelijke moeite om de onderlinge band tussen haar drie zo verschillende kinderen zo stevig mogelijk te maken. Ze zat altijd vol goede raad.

Niet alleen zag ze erop toe dat de drie kinderen regelmatig hun tanden poetsen maar ze leert hen ook al vroeg om alles wat hen bezig houdt op papier te zetten. "Schrijf het maar van je af", hield ze hen voor, "dat is beter dan dat je er almaar mee rond blijft lopen". Het waren ideeën die in onze 21-ste eeuw helemaal niet zouden misstaan! "Kijk uit voor vleiers", waarschuwde ze haar drietal, want ze wist dat er altijd mensen zijn die vorstelijke

Prins-Stadhouder Willem V Batavus met gezin.
v.l.n.r. Prins Willem I, Prins Willem George Frederik
en Prinses Frederika Louise Wilhelmina

personen graag naar de mond praten om er beter van te worden. "En wees bescheiden, houdt je gevoelens in bedwang". Voor Willem, die eens de zware taak van zijn vader moest overnemen, had ze nog wat extra goede raad. Hij kreeg dikwijls te horen dat plichtsbesef bij hem op de allereerste plaats diende komen: hij zou zich immers later helemaal in dienst van zijn volk moeten stellen? Toch was Wilhelmina niet bedillerig: het kwam allemaal recht uit haar goede hart.

Ze wilde alleen haar kinderen zo goed mogelijk voorbereiden op een misschien moeilijke toekomst en dat deed ze met veel overgave. Ze wist een sfeer van gezelligheid om zich heen te scheppen en de kinderen hingen erg aan hun moeder die overal in het land liefkozend "Prinses Willemijntje" werd genoemd. Dikwijls gingen ze met haar mee naar de kermis of naar Sinterklaasfeesten en soms maakten ze met het hele gezin een wandeling langs het strand. Want Willemijn besefte heel goed, dat die drie vertederende Prinsenkinderen de populariteit van het Huis van Oranje nog verder konden verhogen.

Van tijd tot tijd moesten de Hagenaars zich toch aan de drie kleine Oranjes kunnen vergapen en daarom hoorden zulke uitstapjes er bij. "Ik heb de
kinderen erop uitgestuurd om in het Haagse Bos te gaan wandelen", noteerde ze op een stralende middag, "ik verwacht dat er veel mensen zullen
zijn". Toch was voor de kinderen zelf niet altijd een pretje om in zo'n gouden kooi te moeten leven en niet zelden kwamen ze teleurgesteld terug.
"We zijn met de koets naar zee geweest en het was verrukkelijk op het strand", vertelde een opgetogen Prinses Louise, maar ze laat er treurig
op volgen: "Als ik geen Prinses was geweest zou ik zeker even langs de zee hebben gewandeld.

Maar nu kon ik er alleen komen met een hele mensenmenigte achter me aan en dan is het plezier er wel af". Maar gelukkig vergoedde het
gezellige gezinsleven in de huiselijke kring veel. Toen de kinderen opgroeiden, werd het duidelijk hoe verschillend ze eigenlijk zijn. Prinses Louise,
door iedereen "Loulou" genoemd, was een erg geestig en gevoelig meisje.Willem, de erfprins, werd een gesloten jongen, haast op het stroeve af.
"Hij wil alles weten maar laat zelf nooit iets los", moest Prinses Wilhelmina gelaten vaststellen als ze haar zoon ouder ziet worden.

En Prins Frederik, de benjamin, groeide op tot een levenslustige populaire jongen die niets liever wilde dan later militair worden. Toen de tijd rijp
was stelden Willem en Willemijn voor hun twee jongens een degelijk opvoedingsplan op. Voor Loulou was dat niet nodig(!) zij was voorbestemd
voor een vorstelijk huwelijk maar haar moeder zou haar straks niet laten gaan voordat ze haar dochter eerst met vele wijze en
moederlijke raadgevingen had overstelpt.