OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Friese Koningen Folcwada en Aldgillis
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

De Friese Nassau's

Het ontstaan van Friesland

De Historie van Friesland is ongeveer 2000 jaren oud. Misschien verbaast u dat. Om een en ander te verduidelijken gaan wij wat dieper op deze
materie in. In de laatste 5 eeuwen voor Christus was er in Friesland al sprake van een permanente bewoning. In het jaar 12 voor Christus - in de tijd
van de Romeinen - werden de Friezen al beschreven. Die waren dus een oud volk. Edoch, vele duizenden jaren daarvoor werd dat gebied al
bewoond. Dat was in een periode, een tijdseenheid, waarin kleistreken in het Westen en het Noorden nog gevormd moesten worden.

Bodemvonsten hebben uitgewezen dat daar zo'n 150.000 jaren terug, mensen hebben gewoond en geleefd in het Noorden van ons land. Men
jaagde daar op voedsel in de vorm van rendieren. De huiden werden als kleding en bedekking voor de slaapplaats gebruikt. Heel Europa was in
die tijd bedekt met ijs en ware aardverschuivingen ontstonden spontaan. De bekende Kliffen in Friesland herinneren daar nog altijd aan.
De golvende landschappen van Gaasterland zijn daar ook een product van. Na deze ijstijd werd het klimaat van Friesland heel wat milder en
werd het overdekt met bossen en er ontstond veen. Een rijkere platen- en dierenwereld ontplooide zich.
Er waren mogelijkheden te over voor de jacht en de visserij.

Beiden veranderden het menselijke bestaan in die contreien. Maar ook in de zogenaamde IJzertijd was de bewoning van dit land toch gering. Vanuit
oostelijke richting, kwamen een paar honderd jaren later meer mensen hierheen om zich in deze gebieden te vestigen. Daarvoor verlieten zij hun
zandstreken waar men het land had zien onderstuiven. Ook waren bepaalde gebieden door uitmergeling en veengroei praktisch onbewoonbaar
geworden. De meesten van hen vestigden zich in de kustvlakte, vooral op de kwelgronden in het Westen van Friesland. Ideaal wonen was het niet
omdat zij onbeschermd waren tegen de soms woedende zee, die weer eens alles vernietigde wat zij hadden opgebouwd in de loop van de tijd.
Daardoor ontstonden de bekende terpen.

Op de kleinere stonden maar een paar boederijen maar door samenvoeging van die terpen onstonden grotere nederzettingen, zoals het huidige
Dokkum en Leeuwarden. Vanaf 100 jaren voor Christus werd de bewoning van die terpen meer permanent. Na de geboorte van Christus, kwam
het hier in een stroomversnelling. De Friezen realiseerden zich dat bescherming van lijf en leden, hun gewas, huizen en veestafel van essentieel
belang was. Omstreeks het jaar 1000 legde men de voorloper van de dijken aan. Ondanks deze vooruitgang, gebruikte men de terpen wel als
toevluchtsoord daar de dijken niet van dien aard en kwaliteit waren zoals wij deze nu kennen


Wapen van de Provincie Friesland en de Romeinse Keizer Claudius

Inmiddels zat Keizer Claudius op de Romeinse Troon. Daar de volksstam de Chauken herhaaldelijk op strooptocht ging in Gallië, werden er troepen
gestuurd om daar en einde aan te maken. De veldheer Corbulo nam een en ander voor zijn rekening. Ruimde de vervelende en lastige Chauken op. En
passant werden de Friezen weer onderworpen. Zij kregen van Corbulo een woongebied op de terpen toegewezen. Daar namen de Friezen geen
genoegen mee en kwamen in opstand. Het gevolg was geen gevechten maar een diplomatieke afvaardiging - Verritus en Malorix - (het jaar 58)
die richting Rome ging. Het resultaat van die onderhandelingen was, dat het Friese volk burgerrechten kreeg toebedeeld van de nieuwe Keizer,
Nero. Hun klachten waren niet relevant voor de Keizer en dat kwam hem duur te staan.

Rond het jaar 70 braken er opstanden uit en onder aanvoering van Julius Claudius Civilis verdreven de Batavieren - de Friezen namen graag deel
daaraan - de Romeinen voorgoed uit deze contreien. De Romeinse tijd heeft de leefwijze en het dagelijkse bestaan van de Friezen grondig veranderd.
Andere behuizing werd gemaakt conform de Romeinse en die was vele malen beter dan wat de Friezen in die periode hadden. Veel soorten granen
werden verbouwd, vlas en andere groenten die de Romeinen hadden mee gebracht. Het vlas werd was al een grondstof voor het maken van bier.
Van meel werden verschillende spijzen, zoals pap, gemaakt. Dat was een forse verandering in de eetgewoonten van het Friese volk. Van huis uit
waren het vleeseters, zij jaagden immers op de in de natuur rondlopende dieren, als bijvoorbeeld, hazen, oerossen, wilde zwijnen, herten en
deze leverden ook het hertshoorn op.

In het waterrijke Friesland was ook de visvangst van grote betekenis, zeker als handelswaar. Voor de dagelijkse kleding gebruikte men schapenwol en
uit hun beenderen werden hoofdkammen vervaardigd. De Romeinen hadden hen het gebruik van lepels, messen en vorken bij gebracht. Deze werden vervaardigd uit de horens van de runderen en soms ook uit hout. Drinknapjes van gebakken aarde of klei werden bij opgravingen gevonden, zelfs een drinknap gemaakt van een menselijke schedel werd gevonden. Kennelijk werd een verslagen vijand's hoofd gebruikt om daaruit te drinken.
Of dat op zijn gezondheid was, laten wij in het midden. Uit de overgebleven terpen kwamen speelschijven te voorschijn, bestaande uit stukken been of
grote potscherven met een gaatje in het midden. Het wordt hoogstwaarschijnlijk geacht, dat dit misschien de voorlopers zijn geweest van
een soort damspel! dat door de Friezen werd gespeeld.


De grote Volksverhuizing

De grote Volksverhuizing brak aan. Deze vond plaats in de 4e tot de 6e eeuw. Ook de bewoners van Friesland namen daar deel aan. Vooral Germaanse
volkeren ondernamen in die periode een massale uittocht naar het Westen en het Zuiden van Europa. Uiteindelijk luidde dat de ondergang het van
Romeinse Rijk in. De volksbeweging begon in feite in Scandinanvië en voltrok zich van Noord naar Zuid. Daarna waren stammen als de Germanen en
de Kanninefaten volstrekt verdwenen. Opgegaan in het grote geheel dat zo'n verplaatsing nu eenmaal met zich brengt. Uit het huidige Duitsland
verdwenen talloze Germaanse stammen om via Friesland en de Noordzee hun toekomst te zoeken in Engeland. Maar een deel van deze stammen
bleef achter in Friesland en vermengde zich daar met de lokale bevolking. Waarom de Friezen zich vermengden met Angelen en Saksen is
goed verklaarbaar. Vijanden in het verleden en vrienden in de heden, dankzij de opdringende Franken uit het Zuiden.

De uitgestrektheid van het gebied waarbinnen de Friezen leefden kromp in de loop van de eeuwen erna, significant. We schrijven het jaar 600 na
Christus. Friesland was eenmaal een Koninkrijk. Over de Koningen die daar regeerden is niet veel bekend. Een paar zijn in de herinnering en overleving
blijven hangen. In die periode regeerde ene Koning Friso dit gewest. Naar hem zijn de Friezen vernoemd. Zijn Koninkrijk strekte zich uit van
het Zwin, bij de Belgische grens aan de kust tot aan de rivier de Wezer in Duitsland. Naam van het geheel West-Friesland.
Koning Aldgillis volgde hem op.

Onder zijn heerschappij verlieten de Friezen hun Goden als, Wodan, Donar, Imir, Thor en de God van het Recht Forseti. Die maakten plaats voor het
geloof dat de Angelsaksiche Bisschop Wilfried uitdroeg, het Christendom. Hij kreeg toestemming van Aldgillis om zijn geloof te verkondigen. Daarmee
was de Bisschop de eerste Christenprediker in Friesland. In 678 was hij op weg naar Rome en arriveerde in de handelsstad Dorestad (het huidige Wijk
bij Duurstede). Die stad behoorde tot het Friese Rijk van Aldgillis. Daar predikte de Bisschop en dat gebeurde
- naar gebruik - aan de voornaamste personen.

Bisschop Willfried en Koning Aldgillis der Friezen

De Frankische hofmeier Ebrion hoorde ervan en bood - terwille van zijn buitenlandse vrienden - een enorme som geld aan de Koning om de prediker
uit te leveren. Aldgillis weigerde dat resoluut en deelde de hofmeier mede dat een ieder die onder zijn bescherming stond, daar ook op kon rekenen.
Gedurende de winter probeerde de Bisschop zijn luisteraars - als hij die al had - te overtuigen van de juistheid van zijn geloof. Wat moede van
zijn inspanning en misschien ook wel van de teleurstelling die hij had ondervonden, immers, veel bekeerlingen had hij nog niet, besloot Wilfried
terug te gaan naar Engeland. In de strijd die volgde verloor Redbad Dorestad en ook Utrecht. Het voordeel hiervan was dat er een groot stuk
terrein braak kwam te liggen en openstond voor de verkondiging van het geloof. Maar terug naar het Koninkrijk Friesland. Na Koning Redbad werd
Poppo de aanvoerder van de Friezen.

In de 8ste eeuw werd dat grondgebied ingelijfd bij het Frankenland. Daarna bestond West Friesland (volgens Lex Frisionum, in het leven
geroepen in jaren 802-803 op een Rijksdag in Aken
) uit drie delen, t. w. het gebied tussen de Zwin en de Vlie, het land tussen de Vlie en
Lauwers en het gebied tussen de Lauwers en de rivier de Wezer. Deels viel West-Friesland in 1090 onder het bewind van de Graven van Holland.
Het andere deel had veel zelfstandigheid. Temeer geen enkele Graaf of Hertog dat gebied onder controle kon krijgen. Na 1165 kwam er een
kentering die als gevolg had dat Graaf Floris V van Holland in de jaren 1287-'88 West-Friesland toevoegde aan Holland en Utrecht.

Maar terug naar het Koninkrijk Friesland. Na Koning Redbad werd Poppo de aanvoerder van de Friezen. In de 8ste eeuw werd dat grondgebied
ingelijfd bij het Frankenland. Daarna bestond West Friesland (volgens Lex Frisionum, in het leven geroepen in jaren 802-803 op een
Rijksdag in Aken
) uit drie delen, t. w. het gebied tussen de Zwin en de Vlie, het land tussen de Vlie en Lauwers en het gebied tussen de Lauwers en
de rivier de Wezer. Deels viel West-Friesland in 1090 onder het bewind van de Graven van Holland. Het andere deel had veel zelfstandigheid.
Temeer geen enkele Graaf of Hertog dat gebied onder controle kon krijgen. Na 1165 kwam er kentering die als gevolg had dat
Graaf Floris V van Holland
in de jaren 1287-'88 West-Friesland toevoegde aan Holland en Utrecht.


Sarcofaag Bisschop Willibrord in de Kathedraal van Echternach en zijn beeltenis

De geestelijke Willibrord geheten, ook een Angelsaksische zendeling ging voorvarend te werk. Beter dan zijn voorgangers deed hij dat. Ruimde een
aantal heidense heiligdommen op en zette er kerken voor in de plaats.
Als dank voor zijn inspanningen, beloonde de Paus hem en benoemde
Willibrord tot Aartsbisschop van Friesland. Er kwamen nieuwe Christenpredikers. Een van hen was Bonifatius. In 716 reisde deze vanuit Engeland naar Dorestad om Willibrord bij te staan in zijn werk. Hij bracht een bezoek aan Redbad en probeerde de Koning ervan te overtuigen dat het uitdragen
van het Christelijke geloof goed was voor een ieder die daarmee in aanraking kwam. Koning Redbad had geen belangstelling. Toch kreeg hij t
oestemming om in de Friese gebieden te prediken. Dat al, was een grote stap voorwaarts. Met Redbad ging het ook niet zo goed. Hij leed onder
het feit dat langzaam maar zeker het heidense geloof verdween en plaats maakte voor het Christelijke. Tegen zijn zin, trouwde notabene zijn
bloedeigen dochter met een vooraanstaande Frank.

In 714 veroverde Koning Redbad de verloren gegane gebieden. De kerken die Willibrord had gevestigd, werden vernietigd. Daarop vluchtte de
Bisschop naar het Zuiden. Koning Redbad stierf in 719. Het verhaal deed de ronde, dat hij tenslotte toch heeft overwogen het Christelijk geloof
aan te nemen. De opvolger van Willibrord de Frankische zendeling Wulfram, Bisschop van Sens, die in het gebied van de Aartsbisschop ook predikte,
zou dat hebben geprobeerd. Eindelijk had Wulfram Koning Redbad zover dat hij al een voet in het doopvont had gestoken. Edoch, de Koning vroeg,
of hij na de doop toch later in het Walhalla zou komen. Die vraag werd door de Bisschop van Sens ontkennend beantwoord. Daarmee was
het sprookje over en Redbad verkoos toch het Walhalla boven de Christenhemel. Bij het prediken van het Christendom heeft Bonifatius een
belangrijk rol gespeeld. Toch werd het vernietigen van de Germaanse heiligdommen hem noodlottig.

Bonifatius werd geboren onder de naam Wilfried omstreeks 680 in Crediton. Hij stamde uit een adellijk Saksisch geslacht. Op 7-jarige leeftijd
bezocht Wilfried de kloosterschool. In 710 werd hij tot priester gewijd. De priester bezat een grote kennis van de godgeleerdheid en hij
bekwaamde zich tevens in de Latijnse poëzie (overigen een 'dode' taal!). Men wilde Wilfried graag in Engeland houden maar hij voelde zich meer
geroepen tot het zendelingenwerk in de streken waaruit zijn voorvaderen kwamen. Het was de bedoeling van Wilfried, Willibrod bij te staan
in zijn zware werk maar deze had inmiddels het missieterrein verlaten. Willibrod werd ook de eerste Bisschop van Utrecht. In de stad
Echternach in Luxemburg
, wordt elk jaar een dansende processie op Witte Zondag gehouden met zakdoeken ter ere van St. Willibrord.
De Bisschop werd in een sarcofaag bijgezet in crypte van de Kathedraal van de stad. Wilfried ging met een grote schare pelgrims, in 718,
naar Rome. De heersende Paus Gregorius II zond hem met een aantal aanbevelingen terug naar Friesland.

Het was bij deze gelegenheid dat Wilfried zijn naam veranderde in Bonifatius. In de jaren 719-722 predikte hij in Friesland en daarna in Duitsland. In Fulda stichtte Bonifatius een klooster en in Mainz resideerde hij als Bisschop. Toch heeft Bonifatius - op hoge leeftijd - nog geprobeerd de Friezen voor het Christelijk geloof te interesseren. In het begin ging dat goed maar er groeide steeds meer haat tegen de Bisschop die hun heiligdommen had verpulverd.

Op 5 juni 754 kwam die haat tot een uitbarsting. Bonifatius, die met 52 volgelingen verbleef in een tentenkamp te Dokkum, werd vermoord en met hem ook zijn discipelen. Het stoffelijk overschot van Bonifatius werd overgebracht naar Fulda, waar het in de Crypte van de Dom is bijgezet. In 1954 is voor deze geestelijke 'beeldenbestormer' in Dokkum eindelijk een standbeeld opgericht. Nadat de Angelen en Saksen naar Engeland waren vertrokken, brak er een rustige tijd aan. De volkeren langs de Noordzee bleven vrij rustig in de door hen betrokken gebieden wonen.

Kathedraal en Klooster van Echternach

De Vikingen en de Noormannen kregen weer belangstelling voor die contreien die voorheen ook veel buit hadden opgebracht. Reeds in de tijd van Karel de Grote, Koning en later Keizer der Franken die van 768 tot 814 regeerde, kwamen de Deense Vikingen, die in het Fries Wytsingen genoemd werden, naar Friesland. Doordat Karel de Saksen, in een bloedige strijd, aan zich had onderworpen, kreeg de Friezen de Denen als buren. De Keizer wenste zijn invloed uite brieden en verleende aan bepaalde kroonpretendenten zekere rechten. Deze politiek werd later door zijn zoon Lodewijk de Vrome voortgezet. Ondanks deze toezeggingen werden de Friezen en ook de Franken steeds vaker het slachtoffer van brute roofovervallen door Denen zowel als de Noormannen.

Men probeerde het in 807 maar door weerstad van de bevolking lukte de beroving niet. In 810 kregen deze moordenaarsbenden het wel voor elkaar . Dat was vooralsnog de laatste 'veldtocht' der Denen en Noormannen.

Na een betrekkelijke rust van 24 jaren begon in 834 de ellende pas goed op gang te komen. Een grote Deense vloot drong het hart van Friesland,
Dorestad binnen. De stad werd grondig geplunderd en voor een aanzienlijk deel verbrand. In de daarop volgende jaren werd Dorestad nog enkele
malen op een gruwelijk wijze leeg gehaald. Ondanks deze tragedie's leerden de Friezen veel van de Vinkingen en de Noormannen. Hun kunstnijverheid
stond op een hoog peil. Er waren heel goede goudsmeden onder hen en een saillant voorbeeld was, dat de afschuwelijke drakenkoppen die veelal van
hout waren gemaakt ook in het goud de boegen der schepen sierden .De Noormannen waren uitmuntende scheepsbouwer's en het Friese volk
heeft daar veel van opgestoken. Voorts zeer bekwame zeevaarders en die kennis konden de Friezen goed gebruiken.

Ook de Denen kregen enige tijd vaste voet in het Noorzeegebied. Het gebied van het eens zo machtige Frankische Rijk viel met het Verdrag van
Verdun in 843
uiteen. Door een paar Deense Prinsen, met hulp van de zonen van Lodewijk de Vrome, werd daar dankbaar gebruik van gemaakt.
De Deense Prins Rorik was in 840 beleend met Dorestad. Dat beviel hem heel goed en hij probeerde zijn macht in Friesland uit te breiden.
Zijn opvolger, Godfried de Noorman, die zich had laten dopen en met een Karolingse Prinses was gehuwd probeerde - zonder zich iets aan
de trekken van zijn leenheer - eigemachtig een groter gebied te onderwerpen. Dat was niet naar de smaak en de zin van Keizer Karel de Dikke
die in 885 over West-Francie heerste.


Keizer Karel de Dikke en de moord op Godfried de Noorman


Deze liet Godfried door sluipmoordenaars doden. Daarmee was de rust niet weer gekeerd in deze gebieden. Tot ver in het jaar 1000 hadden de
Friezen te lijden van de invallen waarbij Stavoren in 991 ook maar even werd leeg geroofd. De Vikingen hadden bereikt wat zij wensten.
Namelijk de vernietiging van het Frankische Rijk en haar macht. De Karolingse beschaving was ten onder en het Christendom had vaste grond
onder de voeten gekregen in Friesland en de andere delen van het voormalige Frankenrijk.