OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Kasteel Nassau
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijke Verblijven

Verbouwing Huis ten Bosch

Deel 8

De Oranje Sael

De Sael van Oranje zou later uitgroeien tot Huis ten Bosch, het paleis dat vanaf 1981 het officiële woonverblijf van Koningin Beatrix was. Na de eerste steenlegging was deze Sael bedoeld als zomerverblijf van stadhouder Frederik Hendrik.


Prachtig gerestaureerd

De eerste steen van de Sael van Oranje werd op 2 september 1645 gelegd door Elizabeth van Bohemen, echtgenote van de Winterkoning Frederik V van Bohemen. Dit paar verbleef in de Republiek omdat Frederik zijn troon was kwijtgeraakt na de Slag bij de Witte Berg in 1620, tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Het paleis werd gebouwd naar een ontwerp van de bekende 17e eeuwse schilder en architect Pieter Post.


Detail gewelf, Noordwand deel gewelf en Zuidwand gewelf vlak

Na de Franse inval van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, begin 1795, werd paleis Huis ten Bosch door de Fransen als oorlogsbuit geconfisqueerd en overgedragen aan de nieuwe Bataafse Republiek. Het meubilair werd grotendeels verkocht. Het gebouw deed dienst als staatsgevangenis tijdens de omwenteling in 1795 en drie jaar later onder het Uitvoerend Bewind. Vervolgens werd het van 1800 tot 1805 deels ingericht als kunstmuseum. Deze Nationale Konst-Gallerij opende op 31 mei1800 en was toegankelijk voor zes stuivers op initiatief van Alexander Gogel. Het was het eerste openbare museum in Nederland dat door het Rijk beheerd werd.


Uitstekend afgewerkt

De collectie bestond uit kunst afkomstig uit rijksgebouwen en uit de restanten kunstwerken die nog in de voormalige stadhouderlijke paleizen waren aangetroffen. De belangrijkste werken waren schilderijen van 17e-eeuwse Hollandse meesters die eigendom waren geweest van het Huis van Oranje. Het museum bevond zich op de eerste verdieping van de westelijke vleugel. In dezelfde periode werd het oostelijk deel van het pand
verhuurd aan een bordeel.


Fraai uitzicht over de tuin

In 1805-1806 was het paleis de zomerresidentie van raadpensionaris Rutger Jan Schimmelpennincben vervolgens de vaste residentie voor Lodewijk Napoleon, die in 1806 tot Koning van Holland werd benoemd. Op 18 juni 1806 nam hij met zijn echtgenote en twee zoontjes voor het eerst zijn intrek in Huis ten Bosch. De winter van 1806-1807 bracht hij door in het Binnenhof om begin april terug te keren naar, zoals het toen heette,
'Palais Royal du Bois'. Hij stond het paleis in 1807 tijdelijk af als noodopvang voor de slachtoffers van de Leidse buskruitramp. Zelf verhuisde hij in 1807 naar Utrecht en later naar Amsterdam.


Uitzicht over de tuin

Hoewel Lodewijk Napoleon slechts kort in Huis ten Bosch woonde, had hij een grote invloed op het interieur en exterieur. Zijn uitbreidingen en verfraaiingen betekenden de introductie van de empirestijl in Mederland. Zo liet hij de schuiframen met kleine roeden vervangen door veel grotere vensters in empirestijl. Veel van het empirestijl-meubilair dat hij invoerde, staat tot op de dag van vandaag in het paleis. De volgende gebruiker was de Franse gouverneur
Charles-François Lebrun, die het van 1810 tot 1813 kreeg toegewezen als buitenverblijf, maar hij zou er weinig gebruik van hebben gemaakt.
De Oranjezaal, gelegen onder de centrale koepel van het classicistische gebouw, is een belangrijk monument van de Gouden Eeuw.


De vernieuwde Noord- en Zuidwand


Overzicht Noord oost hoek met de gehele Oostwand

Deze ruimte heeft een kruisvorm met afgeschuinde hoeken die afgedekt zijn met Korinthische pilasters. De zaal wordt overdekt met een houten gewelf.
De lichtkoepel heeft aan de binnenkant een omgang met balustrade van vijf voet breed. Waarschijnlijk was de omgang bedoeld voor het laten
plaatsnemen van muzikanten bij festiviteiten. Overblijfselen van een podium zijn bij een onderzoek teruggevonden. In 1805 werd op verzoek van Schimmelpenninck een directe verbinding gemaakt tussen de Oranjezaal en de westelijk ervan gelegen Japanse zaal.
Hiervoor werd in de Oranjezaal de monumentale schoorsteenmantel verwijderd.


Jacob van Campen, Cornelis Huygens en Amalia van Solms, vrouw van Prins Frederik Hendrik

De schilderstukken in deze zaal zijn aangebracht als nagedachtenis aan stadhouder Frederik Hendrik, die in 1647 overleed. Ze werden tussen
1648 en 1652in opdracht van zijn weduwe Amalia van Solms uitgevoerd door twaalf schilders onder regie van de architect-schilder Jacob van Campen.
De reeks bestaat uit 39 doeken en panele en een aantal gewelfschilderingen. De schilders waren geselecteerd door Van Campen en Constantijn Huygens,
in samenwerking met Amalia van Solms. De gekozen schilders waren leerlingen van of werkten in de stijl van Rubens: 55 en werden beschouwd als de voornaamste destijds levende schilders van historiestukken in de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden. De opdracht voor het decoreren van deze zaal
was een van de belangrijkste uit de Nederlandse Gouden Eeuw en heeft daarom een groot historisch en artistiek belang.


Oude Prent van de Oranje Sael

De werken, waaronder 31 op groot formaat en 55 vormen een lof- en lijkrede op Frederik Hendrik. 52 daarvan zijn een staalkaart van de contemporaine
schilderkunst. De westzijde heeft als onderwerp de geboorte en jeugd van Frederik Hendrik, als zijnde het begin van een Gouden Tijdperk.
De noordzijde verbeeldt het politieke en militaire leven van de Prins. De zuidzijde verhaalt van voor de dynastiek belangrijke huwelijken.
Dat van stadhouder Frederik Hendrik met Amalia van Solms, van Prins Willem II met de Engelse Prinses Maria Henriëtte en van Prinses Louise Henriëtte
met Keurvorst Frederik Willem I van Brandenburg. De oostzijde van de zaal is gewijd aan de overwinning en verheffing van Frederik Hendrik.


Theodoor van Thulden, Caesar van Everdingen, Salomon de Bray, Thomas Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens, Christiaen van Couwenbergh,
Pieter Soutrman, Gonzales Coques, Jacob Jordans, Pieter de Grebber, Adrian Hanneman en Gerard van Honthorst.

Naast Van Campen zelf zijn de schilders Theodoor van Thulden, Caesar van Everdingen, Salomon de Bray, Thomas Willeboirts Bosschaert, Jan Lievens,Christiaen van Couwenbergh, Pieter Soutman, Gonzales Coques, Jacob Jordaens, Pieter de Grebber, Adriaen Hanneman en Gerard van Honthorst, vertegenwoordigd. Een houten reliëf boven de entreedeur van de zaal is van de hand van meesterbeeldhouwer Pieter Adriaensz. 't Hooft.