OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau

Majesteitelijke Tuinen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Koninklijke Tuinen

De Tuinen van het Slot Oraniënbaum

In de volgende pagina's gaan we uitgebreid in op de diverse tuinen en parken die aangelegd zijn door leden van de Geslachten Oranje en Nassau,
later samengesmolten tot het Huis Oranje-Nassau. In ons land maakt u kennis met de historie en de hedendaagse zaken onze Koninklijke parken
betreffende. Ook wordt Duitsland aangedaan. Daar hebben diverse Vorstinnen, Prinsessen, Stadhouders zowel als Koningen en Prinsen hun sporen op
het gebied van landschapdcultuur en aanpassingen aan ons nagelaten. Niet altijd zijn wij daar zuinig op geweest maar langzamerhand rijst toch het
besef dat ook dit een nalatenschap is van illustere leden van het Huis Oranje-Nassau. Een erfenis die voldoende aandacht dient te krijgen en
waar zorgvuldig mee om behoort te worden gegaan. Hoe correct dat is geweest vertellen de navolgende foto's
en verhalen over de parken en tuinen van Oranje-Nassau.


Het Slot Oraniënbaum (D).

Slot Oraniënbaum
vormt het hart van de plaats Oraniënbaum in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt, ten oosten van Dessau. Het ensemble van stad en
slot maakt deel uit van het Parklandschap Dessau-Wörlitz, dat in 2000 op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO werd opgenomen. In 1660 schonk
Vorst Johan George II van Anhalt-Dessau
het dorp Nischwitz (ook Nichtewitz of Nichaize) aan zijn echtgenote Henriëtte Catharina
van Nassau
. Henriëtte Catharina noemde het dorp Oraniënbaum, daarmee verwijzend naar haar afkomst. Op 8 juni 1683 wordt de grondsteen gelegd
voor een bescheiden paleis, dat pas in 1698 voltooid wordt. Omdat haar man al in 1693 was overleden, werd Oraniënbaum zodoende gebruikt als
weduwengoed, hoewel het oorspronkelijk bedoeld was als landhuis en "Lustschloss".

Henriëtte woonde er tot aan haar dood in 1708. Het plan voor Oraniënbaum, niet alleen voor het paleis maar, naar men aanneemt, ook voor het park en
de stedenbouwkundige opzet, was van de hand van de Nederlandse ingenieur-architect Cornelis Ryckwaert (1652-1693). Deze dook op als
vestingbouwkundige in het gevolg van Johan Maurits (1604-1679), Graaf van Nassau-Siegen en stadhouder van Kleef, Mark en Ravensberg voor de
Keurvorst van Brandenburg. Het ontwerp vertoonde grote gelijkenis met Paleis Het Loo en Slot Zeist in Nederland. Ook zijn elementen van Paleis
Noordeinde en Huis ten Bosch in Den Haag herkenbaar. Ryckwaert was mogelijk een leerling van Pieter Post, de architect van Huis ten Bosch.

Uit een bewaard gebleven schets en beschrijving uit 1698 van de architect Christoph Pitzler, die door Europa reisde en beschrijvingen en schetsen
van gebouwen die hem interesseerden in een dagboek verzamelde, kan worden opgemaakt dat het ontwerp van Ryckwaert bestond uit een corps de logis
van twee verdiepingen en twee vleugels van één verdieping met daarop terrassen, welke vleugels plaats boden aan een eetzaal (links) en een theezaal
(rechts). Aansluitend kan Ryckwaert twee paviljoens geprojecteerd hebben, waarvan de geplande positie niet duidelijk was.
Daartussen sloot een hekwerk de cour d'honneur af.


v.l.n.r.: Het Chinese domineerde Theehuis, de Chinese brug en de rotsbruggen.

Voor dit paleis breidt zich een grote voorhof uit. Aan de straatzijde bevinden zich twee paviljoens, oorspronkelijk voorzien van zes open bogen, waarin
zich waarschijnlijk stallingen voor paarden en wagens bevonden. Een eveneens verdwenen hekwerk tussen deze gebouwtjes sloot het complex af.
In het midden bevond zich een ophaalbrug over de gracht die om het hele terrein voert. Deze werd in 1786 vervangen door een vaste brug.
Het paleis wordt van de stad gescheiden door een brede, met twee rijen linden beplante laan. De rots brug werd herbouwd in 1993-94, na het
voorbeeld van een historische gravure. Hoewel de tuinen in de loop der tijd steeds meer vereenvoudigd zijn - de parterres zijn tegenwoordig
alleen nog met gras begroeid - is het oorspronkelijke ontwerp toch nog in rudimentaire vorm herkenbaar.

Na de dood van Henriëtte Catharina in 1708 werd Slot Oraniënbaum door de Vorst van Anhalt-Dessau slechts af en toe voor jachtpartijen gebruikt.
Het was Vorst Leopold III van Anhalt-Dessau (Leopold Friedrich Franz, ook wel Fürst Franz) die weer meer belangstelling voor het slot kreeg. Vanaf
1780 liet hij park en slot opnieuw inrichten in Chinese stijl. De oorspronkelijk barokke eilandentuin werd tussen 1793 en 1797 naar ideeën
van tuinarchitect Sir William Chambers omgevormd en is de enige in Duitsland nog grotendeels intacte Engelse Engels-Chinese tuin met
een vijf verdiepingen tellende pagode, een door water omringd theehuis en diverse boogbruggen.


v.l.n.r.: Engelse-Chinese Pagode. De beroemde gerestaureerde Delphinbrunnen en een orginele beekloop.

De ontwikkeling van de tuinen hield gelijken tred met de veranderingen die in verloop van tijd in de terreinen om de aanzienlijke woningen plaats
vonden. In de middeleeuwen was het land als overdekt met kasteelen ; en het oorspronkelijke type van den Nederlandse tuin moet men bij de
kasteeltuinen zoeken. De tuinen van de burgers waren niets dan navolgingen van die der groote heeren ; van kloostertuinen is hier zoo goed
als niets bekend. Toen de omgeving der kastelen later zich aanpasten, veranderde ook de tuin. Daarom is het van belang de veranderingen in
de tuinterreinen na te gaan, zooals die zich uit de middeleeuwse toestanden ontwikkelden. Deze Engels-Chinese tuin kenmerk zich door
schitterende watervallen die op een natuurlijke wijze het water sturen als een slang door het fraaie landschap. De watervallen kabbelen van een
niet al te grote hoogte neder is de aangelegde beken waarom zowel de Chinese- als de Japanse tuin bekend staan. De rust die ervan uit gaat,
doet de mens goed en de stilte is indrukwekkend te noemen.

Zittend op een bank in dit volkomen andere tuinlandschap dan wij gewend zijn, vallen diverse zaken op. Neem bijvoorbeeld de prachtige Pagode
die als een vorst de lucht inrijst alsof het zijn trots wil bewijzen. Uitgekiend geplaatst op een hoevetop kun je bovenin naar alle kanten deze
parktuin bewonderen. De Delphibronnen zijn een staalje van groot vakmanschap. De steenhouwer heeft er de tijd voor genomen om datgene
tot stand te brengen wat hij voor ogen had. Op een centraal punt heeft vervolgens de ontwerper
die tevens de bouwer van het slot was, deze laten plaatsen.


De cutrusvrucht die daar wordt gekweekt en vruchtbomen ahcterzijde Orangerie.

Bewust is gekozen voor eenvoud en toch indrukwekkend. De prachtige houten bruggen - nog steeds in originele staat - verbinden het ene pad met het
andere en leiden de bezoeker naar het centrale middelpunt van de tuin. Het theehuis dat respect afdwing als je kijkt naar de bouwwijze. Op een unieke
manier is deze pagode er neergezet. Kennelijk precies volgens het plan van de bouwmeester cq. tuinontwerper. Op een schitterende manier is het
ingepast in de waterstromen en verbindt het de ene beek met de andere waterloop dat zo kenmerkend is voor een Chinese tuin.


De Orangerie noordzijde en de kwekerij.

Het park heeft zijn eigen kwekerij die zorg draagt dat de Citrusbomen weer hun oude glorie van weleer telkensmale als deze vervangen dienen te worden
door nieuwe exemplaren, terug geeft. Het zijn nazaten van de originele bomen. Met de grootste voorzichtigheid en aandacht worden de broze stammen
verzorgd totdat het moment is aangebroken dat zij voorgoed in de grond van de tuin worden overgebracht. De Orangerie, die al sinds het ontstaan van
de tuin van Oraniënbaum een wezenlijk onderdeel uitmaakt van de daarin staande gebouwen, werd in de jaren '90 gerestaureerd. De fruitbomen op de
tuinzijde van de Orangerie wijzen op een economie gerichte tuin, zodat de tuinman deze kon gebruiken om zijn eigen fruit te kweken en te consumeren.

De achterkant van het Slot is evenzo zeer indrukwekkend als haar voorkant. Veel bossages en oude bomen zijn in de loop van de jaren verdwenen om
ruimte te maken voor een modernere vormgeving. Deze is zodanig gemaakt dat het de oude staat van deze tuin niet aantast maar eerder bedoeld is als een
verbetering van het geheel. Achter de Orangerie heeft men prachtig middelhoge struiken, keurig bijgeknipt in oude stijl, geplant. Het geeft een cachet aan
het geheel dat bepaald niet onaardig staat. Het grasveld dat een essentieel onderdeel uitmaakt van de tuin is netjes onderhouden.


De bron voor de restauratie en erna.

Slotmuseum, barokke tuinen en Oranjerie

Het kleine slotmuseum bevindt zich in de linkervleugel van het museum en geeft een overzicht van de geschiedenis van het slot, de slottuin en de stad.
U kunt ook de met Delftsblauw betegelde eetzaal "Fliesenkeller" in het souterrain van het slot Oranienbaum bezichtigen. Dit wel even melden bij het
museum. De Oranjerie in het slotpark is 75 meter lang en de grootste van Europa. Catharina van Oranje Nassau, dochter van Stadhouder Frederik
Hendrik en kleindochter van Willem van Oranje, trouwt in 1659 met Johann Georg van Anhalt Dessau. Ook haar zusters trouwen met Duitse Keurvorsten:
Louise Henriëtte trouwde met Frederik Willem Keurvorst Brandenburg; Albertina Agnes tad in het huwelijk met Frederik Willem keurvorst
Nassau-Dietz; Maria werd de vrouw van Lodewijk Paltsgraaf van Simmeren. De zoon van Albertina Agnes, Hendrik Casimir van Nassau-Dietz
trouwde tenslotte in 1683 met zijn nicht Henriëtte Amalie, dochter van Henriëtte Catharina.

Hun zoon Johan Willem Friso zette, na het kinderloos overlijden van Willem III de tak van Oranje voort. Na haar huwelijk liet Henriëtte Catharina
de Nederlandse bouwheer, Cornelis Ryckwaert haar barokke ideeën voor het toen nog Nischwitz geheten buurtschap uitwerken en bouwen: een paleis
met omringende tuinen in één geheel met de stad. Dit barokke geheel is tot op de dag van vandaag in originele staat behouden gebleven en te bezichtigen.
De zoon van Henriëtte Catharina, Leopold I, beter bekend als de "Alte Dessauer" wais een echte militair en bracht het tot Generaal-Veldmaarschalk
in het leger van de drie Pruisische/Brandenburgse Koningen. Hij werd geëerd door zijn dapperheid, discipline en ook als mens was hij zeer geliefd bij zijn
soldaten. Ook diende hij in het leger van de Keizer en was een hartstochtelijke jager. Hij studeerde in Nederland weg- en waterbouwkunde en liet in het
Elbegebied dijken aanleggen en verlaagt door bemalingen de waterstand. Dit was het begin van het cultuurlandschap Dessau Wörlitz.


De gerestaureerde verplant toren en de rechtzijkant van het Slot.

De stad werd voor het eerst genoemd in 1179 onder de naam Nischwitz. Het behoorde tot de bezittingen van het klooster Nienburg. In 1673 kreeg het zijn
naam van de Prinselijke familie van Henriëtte Catharina van Nassau-Oranje, die getrouwd was in 1659 met Johann Georg II
van Anhalt-Dessau
. De plaats kwam in het bezit van Henriette Catherine en zij hielp met de culturele en economische opleving. Daarvoor liet de
Prinses in 1669 een glasfabriek bouwen en in 1693 een brouwerij. In 1693 werd ook begonnen met de teelt van tabak en tabaksproducten. In 1683,
gaf Henrietta Catherine aan de architect Cornelius Holland Ryckwaert de opdracht tot de bouw van een zomerresidentie.

Op hetzelfde moment, ontwikkelde men een plan voor een barokke stad. Na de dood van haar man in 1693, nam zij het regentschap waar voor Prins
Leopold in 1698. Daarna koos ze het slot Oranienbaum uit als haar woonplaats, die werd voltooid in 1708 / 09. Grote delen van het slot worden
tegenwoordig door het landsarchief van Oraniënbaum gebruikt. Daarom werd in de zijvleugel een museum ingericht dat de mogelijkheid biedt inzicht in
de ontwikkeling van Oraniënbaum en de slotinrichting te krijgen. In het inwendige van het slot is de met kostbaar Nederlandse leder behang aangeklede
zaal bijzonder opmerkelijk. Het souterrain herbergt een gewelfde zaal die met eveneens iut Nederland afkomstige blauw-witte tegels en tegelschilderijen
van antieke planeegoden gedecoreerd is. Verschillende ruimten in het slot zijn later, in de tweede helft van de 18e eeuw, in Chinese stijl veranderd.

Van het zeer ruime park bij het slot Oraniënbaum gingen in de 20e eeuw de zijdelen door bebouwing verloren. Sindsdien wordt het beeld beheerst door
het door heggen omzoomde gazonkwadraat van de tuinparterre. De vormgeving hiervan was reeds in de 18e eeuw opgegeven. Aan de zuidelijke rand van
het complex strekt zich een uitgrbreide, van 1812 tot 1818 door Carlo Ignazio Pozzi (1766-1842) in classicistische vormen gebouwde oranjerie uit.
De sinds enige tijd weer tot leven gewekte oranjeteelt in Oranienbaum heeft een lange traditie. Tot 550 oranjebomen waren hier eens aanwezig. Iedere
zomer, wanneer de kuipplanten in het park neergezet zijn, vinden in het gebouw evenementen naar aanleiding van het "Internationale tuinfestival" plaats.


De Stadkerk, boom met appeltjes van Oranje en het centrum van Oraniënbaum in de winter.

Nadat in het nabij gelegen Wörlitz een grote landschapstuin ontstaan was, zijn op instigatie van Vorst Leopold II Frederik Frans (1740-1817) in de
jaren 1793 tot 1797 de barokke eilandtuin en een deel van het aangrenzende bos omgevormd. Deze "Chinese tuin" bleef tot heden vrijwel onveranderd
bewaard en is van eminente betekenis in Midden-Europa. Beekjes en bruggen geleden het terrein. Het complex, ook een pagode en het tuinhuisje,
ontstonden onder invloed van de Brit Sir William Chambers. Met de Chinese tuin is de vormgeving van de historische architectonisch harmonisch
geconstrueerde stad, slot en park Oranienbaum grotendeels afgerond, een totaal kunstwerk, waarvoors sinds jaren intensieve inspanningen voor
onderhoud, restauratie en verdere ontsluiting geleverd worden.

De stad zelf, is creatief en staat in nauwe relatie met het kasteel en het park. Temidden van de kruisende straten op het plein is in een zandstenen vaas
een smeedijzeren Oranjeboom geplaatst, het symbool van Oranje. De stad breidde vanaf de datum van de oprichting zeer snel in een korte tijd uit.
De protestantse kerk (1712) en de aangrenzende gebouwen waren reeds voltooid onder het bewind van Prins Leopold. De nieuwe industrieën en het
feit dat het de frequente woonplaats van de rechter was, bevorderde in sterke mate de welvaart van de stad.

Ook was er een enorme opleving van oude ambachten en het daarbij gepaard gaande vakmanschap. Economisch belangrijk waren vooral de
tabaksindustrie, de brouwerij, de distilleerderij en na de verwerving van percelen staatsbos in 1875, de houtverwerkende industrie. In 1900 werd
Oraniënbaum uitgeroepen tot een kuuroord.Vandaag de dag is de stedelijke ontwikkeling Oraniënbaum sterk uitgebreid.
Mede dankzij het unieke barokke kasteel en park.