OranjelogoDe Huizen van Oranje en NassauNassau
Koninklijk Reizen
Vlag BelgieVlag NederlandGouden KroonVlag LuxemburgVlag Duitsland

Vorstelijk Vervoer

Vorstelijk Vervoer

Koningin Beatrix heeft niet zo'n binding mee als haar vader Bernhard had met snelheid . Hij was een echte snelheidfreak. Diverse auto-ongelukken
- waar hij het er levend bij afgebracht heeft - symboliseerden zijn sterke neiging naar snelheid. Op 29 november 1937 werd Prins Bernhard in het
Burgerziekenhuis opgenomen met een hoofdwond en een lichte hersenschudding nadat hij in zijn Ford Cabriolet met 160 km per uur was ingereden op
een zandauto op de Muiderstraat in Diemen. Iedereen rende op het ongeluk af. De bestuurder en de man ernaast hofjager Van der Spek
werden met moeite uit de wagen gehaald. Snel werd er iemand om een dokter en de marechausee gestuurd. Intussen was het kenteken herkend,
L 33500, de auto van Prins Bernhard.  Het was een van de zes auto's die Bernhard, 6 maanden na zijn huwelijk, had aangeschaft. Voor het gemak
had hij deze laten opvoeren van 85 pk naar 125 pk en dan liep dat vehikel rond de 160km, de snelheid van het moment van de botsing.


Wat er van over was: de Ford Cabriolet en de Ferrari GT250 van de Prins met origineel kenteken.

Het uitgegeven ziekenhuis communiqué luidde: “De toestand van Prins Bernhard blijft bevredigend, al lijdt de patiënt nog wel aan hoofdpijn.
Reeds vroeg in den avond is de Prins rustig in slaap gevallen.” Zoowel de chirurg, dr. C. Knapper, die de verwondingen van Z.K.H, behandelt, als de
neuroloog van het Burgerziekenhuis, dr. C. T. van Valkenburg, wien de speciale zorg toevertrouwd is ten opzichte van de hersenschudding van de
Prins, is over het verloop tot dusver tevreden. De genezing der wonden heeft een gunstig verloop en ook wat de hersenschudding betreft,
kan van een hoopvolle situatie gesproken worden. Het is evenwel te verwachten, dat de verpleging van Z.K.H, in het Burgerziekenhuis nog
enige weken zal duren.

De hoogzwangere Juliana en Koningin Wilhelmina namen onmiddellijk hun intrek in het ziekenhuis: een dikke maand werd van hieruit Nederland
geregeerd. De vader van chauffeur Dirk Zweerus gooide nog zand op de auto omdat de blauwe walm al uit de auto sloeg. Ze kregen de schade aan de
zandwagen binnen een week betaald. Helaas werd naar de medepassagier van Bernhard door hem, niet meer om gekeken. Daar de hofjager zeer
behoorlijk gewond was geraakt door de hobby van de Prins, hard rijden, lag menselijke belangstelling toch in de lijn der verwachting.
Zeker is dat het leven van Van der Spek voorgoed in gruzelementen lag. Van hem is nimmer meer iets vernomen.


Bernhard stapt uit zijn Ferrari 500 Superfast Special (1964)

Zoals bekend, was de Prins een groot liefhebber van snelle auto's, met name was hij dol op Ferrari's die voor hem groen werden gespoten voordat het
voiture werd afgeleverd aan Z.K.H. Overigens was het bovenstaande ongeluk niet enig in zijn soort. Bernhard heeft in zijn leven redelijk de nijging
gehad om dit soort zaken te verheffen tot bijna dagelijks gebruik. Nou, ja, dagelijks gebruik is wat overdreven maar het geeft aan
hoe de Prins met snelheid omging.

Er zijn natuurlijk auto's die de manie van Bernhard hebben 'óverleefd' en een aantal hiervan vindt men in o.m. de stallen van het Paleis Het Loo waar zij
genieten van een rustige oude dag. Niet alleen is een deel van zijn auto's te bezichtingen maar ook wagens die een hele historie achter zich hebben van
Emma, Wilhelmina, Juliana, Beatrix en Claus. De groene Mercedes cabriolet waarin Wilhelmina zich liet rond toeren en ook groene sportauto (Fiat) van
het echtpaar van Oranje-Nassau- van Amsberg staat daar te pronken.


Mercedes-Benz 300 Cabriolet D 1953, gebruikt door Prinses Wilhelmina en de groene Fiat cabriolet, gereden door Claus en Beatrix.

Slechts bij bijzondere gelegenheden worden deze vehikels van stal gehaald. De stallen van Paleis Het Loo huisvesten een groot deel van de rijtuigen,
slede's en automobielen in Koninklijk bezit. Wanneer de Koningin op Het Oude Loo verblijft, wordt een aantal nog regelmatig gebruikt. De paarden zijn
dan ondergebracht in de linkerstal, die plaats biedt aan 40 paarden. In het stallencomplex kunnen in totaal 88 paarden staan. Het uiterst linkergedeelte
van de Stallen tegen het midden aan, herbergt de gebruikte auto's van Bernhard, Juliana, Wilhelmina, Beatrix en Claus.
Het middenstuk is bestemd voor de rijtuigen die al bijna nostalgisch aandoen.


De toenmalige Koningin Beatrix gebruikte de Minerva op 2 juli 2010 bij de opening van het Louwman Museum in Den Haag.

Bij de herinrichting van de koetshuizen presenteert Paleis Het Loo een spectaculaire aanwinst, de Cadillac Convertible Sedan, die in 1949 werd
gekocht en waarin prinses Wilhelmina zich vanaf Het Loo liet vervoeren. Deze Amerikaanse, koninklijke auto, die decennialang leek te zijn verdwenen,
dook onlangs op in de VS. Uit onderzoek blijkt hij gebouwd te zijn met een Europese bestemming, de Salon de l’ Automobile te Parijs in 1937.
Paleis Het Loo wist hem te verwerven en de auto, die meer zeemijlen heeft afgelegd dan kilometers over de weg, keerde dit jaar terug op Het Loo!
Deze Cadillac en nog zeven auto’s vormen de schakel tussen de klassieke exemplaren uit de begintijd van de autogeschiedenis, vaak nog halve
rijtuigen, en de sobere dienstauto’s uit de jaren tachtig en negentig.


Cadillac Prinses Wilhelmina

Het museum Paleis het Loo herbergt buiten kostbare schilderijen, meubelen, serviezen en oude tuin- en bomen aanplant waarvan de rassen stammen
uit de Middeleeuwen ook een niet-onaardige verzameling auto's en koetsen waarin en waarmee ooit leden van de Koninklijke Familie hebben gezeten
of rond getoerd. Uit nostaligsiche en historische overwegingen kunnen we heden een blik werpen op die vehikels. Vervoer in optima forma dus.


Wilhelmina, koningin der Nederlanden (1880-1962), met haar moeder Emma, koningin der Nederlanden (1858-1934), tijdens de rijtoer te ’s-Gravenhage
in de Crème Calêche op 9 september 1898, door A.M. Luijt, ca. 1898
.

De Crème Calêche was een geschenk van Koningin Emma aan haar dochter Wilhelmina. De Haagse firma Hermans bouwde het rijtuig in 1898. De
koets is ivoorkleurig en versierd met gouden eikenloof. Op het rijtuig prijken twee beeldengroepen van vergulde gratiën met een gouden
Koningskroon, lauwerkrans en zegepalm. De Crème Calêche wordt door zes paarden getrokken. Twee postiljons sturen het rijtuig vanaf de
paarden linksvoor en linksachter. Koningin Emma wilde de koets zoveel mogelijk reserveren voor familiegebeurtenissen. Het rijtuig werd ingezet
bij de inhuldiging vanKoningin Juliana (1948) en die van Koningin Beatrix (1980).


Gala Berline. Duncan, Benito en Hiddo in ruste en Koninklijke Stage coach.

Het koetshuis collectie omvat een State Berlijn coach en een state strijdwagen, sport, schieten en service wagens die dateren uit de eerste helft van
de 19e eeuw tot het begin van de twintigste. Bovenstaande rijtuigen werden gebruikt als volgkoetsen en gezien hun leeftijd zijn deze in uitstekende
staat van onderhoud en ook te bezichtigen. De drie paarden Duncan, Benito en Hiddo genieten - na een groot aantal jaren leden van het Koninklijk
Huis en de Fanilie te hebben gediend - van een welverdiende rust en een oude dag in de stallen van het Palei Het Loo te Apeldoon.


De halsters der paarden en in werkelijkheid.

Wanneer een paard door mensen gebruikt wordt, onder het zadel of in een aanspanning, wordt er altijd gebruikgemaakt van een paardentuig. Dit is
een stelsel van riemen en verbindingsstukken waarmee het paard ingezet kan worden voor het werk dat er met hem gedaan gaat worden. Tuigage,
naar het Frans ook 'harnachement' genoemd is er in vele vormen. Naast het hoofdstel, dat in elk tuig voorkomt zijn er met name uiteenlopende
tuigages voor rij- en trekpaarden. De koesten hebben over het algemeen tuigpaarden. Bij tuigpaarden en trekpaarden bestaat het tuig naast het
hoofdstel uit: de leidsels. Leidsels zijn eigenlijk heel lange teugels. Een 'borsttuig' of 'borstblad'. Met het borsttuig trekt het paard een kar, koets of
ploeg. Aan het borsttuig zitten lange strengen, die aan de evenaar (zie verderop) vastgemaakt kunnen worden.

In plaats van een borstblad kan ook een haam of een gareel gebruikt worden. een 'schoftstuk' geheten. Hieraan zijn bevestigd: de binnensingel,
de buitensingel. Hieraan zitten ook de lichtogen, waarin de lamoen hangt; verder zit aan het schoftstuk ook de staartriem, die voorkomt dat het
schoftstuk naar voren schuift. Ook zit hier aan vaak een zogenoemde broek, die moet voorkomen dat op hellingen bij vaart minderen het voertuig
tegen het paard aanrijdt. Oogkleppen, onderdeel van het hoofdstel, gewoonlijk alleen bij tuigpaarden om het gezichtsveld te beperken (wat
afleidingen en schrikreacties moet verminderen), maar ook bij bereden politie om dezelfde reden en ter bescherming van de ogen van het paard.


Ontwerp van de Fardier de Cugnot Stoomvoertuig uit 1771, Musée des Arts et Métiers, Parijs. De eerste auto met een benzine motor van Benz(1885). Open met een zitbank en uitsluitend geschikt
voor een zomerse rit en op drie wielen! en een luxueus uitgevoerde Spijker uit 1911 uit de Amsterdamse Automobielenfabriek Trompenburg van de gebroeders Hendrik Jan en Jacobus Spijker.


De allereerste voorloper van de auto's waren wellicht de zeilwagens, die in de 18e eeuw in Europa onder gunstige omstandigheden reeds een zeer
behoorlijke snelheid konden bereiken. Er zijn zelfs bronnen, die aangeven dat er onder de Egyptische farao Amenemhat III, in het tweede millennium
vóór Christus, al zeilwagens bestonden. Voordat de moderne verbrandingsmotor werd toegepast, gebruikte men eerst nog stoommachines. Eén van
de bekendste ontwerpers van de stoomauto is Nicolas Joseph Cugnot (1725-1804). Deze officier gebruikte zijn stoomauto (1765) voor opdrachten
binnen het leger. Ook Gurney ontwierp een stoomauto in 1832 voor de verbinding tussen Gloucester en Cheltenham in Engeland.
De gangbare snelheid was toen ongeveer 25 kilometer per uur.

Eenzelfde ontwikkeling was te zien in Nederland waar Sibrandus Stratingh uit Groningen in 1834 een (succesvol) experiment deed met een stoomauto.
Tot aan de uitvinding van de verbrandingsmotor ontwikkelde de stoomauto zich geleidelijk, maar hij kon niet op tegen de verbrandingsmotor.
De voordelen van deze motor waren voornamelijk een veel lager gewicht en minder brandstofverbruik voor meer vermogen. Hiermee was de opmars
van dit type motor niet meer te stuiten.Een auto of automobiel (van Grieks auto- ("zelf") en Latijn mobile ("bewegend")) is een zelfstandig
voortbewegend rijtuig om mensen, voorwerpen en/of dieren te verplaatsen. Voor de aandrijving worden hoofdzakelijk verbrandingsmotoren
toegepast. Alternatieve aandrijvingen zijn de hybride aandrijving, en de elektrische aandrijving met accu’s of een brandstofcel als energiebron.

In de loop der jaren zijn er talloze automerken en nog meer modellen op de markt verschenen. Door de hoeveelheid auto’s, en het intensief gebruik
daarvan, doen er zich files voor, voornamelijk bij zogenoemde knooppunten. In Nederland dienen motorvoertuigen regelmatig een Algemene
Periodieke Keuring te ondergaan om aan het verkeer te mogen deelnemen, in andere landen zijn soortgelijke keuringen, zoals de Belgische Automobielinspectie, de Engelse MOT, de Ierse NCT en de Duitse HU. Daar de auto ontwikkeld is uit onder andere het rijtuig, werden vroeger de
carrosserieën van auto's gemaakt van hout, leder en riet (voor zover bekend alleen de Hanomag 2/10 PS, ook wel Kommissbrot genoemd,
de Beacon en de Bisacar). Tegenwoordig wordt meer voor metaal of kunststof gekozen.

Een personenauto heeft vier, soms drie of zes, eventueel acht, wielen die (tegenwoordig) voorzien zijn van radiaal luchtbanden. Zijn er meer wielen,
dan spreekt men van een vrachtauto. Het woord automobiel is een Frans leenwoord en komt van automobile. Dit komt weer uit het Grieks en Latijn.
De automobiel zoals wij hem nu kennen ontstond geleidelijk uit de rijtuigen die getrokken werden door paarden en de fiets en de zogenaamde
Ottomotor. François Isaac de Rivaz, een Zwitserse uitvinder, ontwierp de eerste verbrandingsmotor met waterstofgas als brandstof in 1806.
In 1862 bouwde Etienne Lenoir zijn eerste auto de hippomobile met een verbrandingsmotor op waterstofgas. Pas toen de Duitser Nikolaus Otto
in 1878 verbeteringen aanbracht werd de gasmotor van Lenoir een commercieel succes. De finishing touch werd geleverd door Gottlieb Daimler
met zijn patent op de eerste succesvolle hogesnelheidsverbrandingsmotor (1885).